27 april 2011

Identificatie

In Nederland moet je je altijd kunnen identificeren en een paspoort of ID kaart geeft de feiten weer over hoe lang ik ben, waar en wanneer ik geboren ben en nog wat verifieerbare zaken. Los van het gegeven dat er hier mee gesjoemeld wordt, is het op zich de meest onschuldige vorm van identificatie. Als je niets te verbergen hebt blijft het verder ook onschuldig.
Gisteren schreef ik over de cultus van de persoonlijkheidstest waarvan de populariteit onder meer ligt in het gegeven dat de mens zich graag onderscheidt. Iemand die recentelijk een DISC of een Myers-Briggs test heeft gedaan is geneigd om zichzelf en de geobserveerde ander te beschrijven in een of meerder letters of een combinatie van die letters. Het doet iets met je als je plotseling weet dat je een ENFP bent en je bent er ook nog eens trots op. We identificeren ons met een bepaald type en het gevaar, zoals gisteren beschreven, is dat we er naar gaan leven; het kan zomaar een eigen leven gaan leiden.
Geestelijk is dat net zo. De fase waarin we ons bevinden kan zomaar onze identificatie worden.
Studies, trainingen, het behoren bij een bepaalde groep met een uniek accent op een stukje leer; voordat je het weet zit je in een wij-zij denken: je hebt iets ontdekt dat je (geestelijk) leven verrijkt en begrijpt niet dat andere dan nog (niet willen) zien. Een persoonlijke kruistocht, of missie kan het gevolg zijn.

Matrix denken: het fysieke bestaan wordt bepaald en geregeerd door onzichtbare machten. Het leven wordt hierbij gereduceerd tot geestelijke strijd. Middels vasten, gebed, het innemen en uitoefenen van je geestelijke autoriteit, het claimen van overwinningen wordt deze geestelijke strijd beïnvloed en, bij voorkeur in ons voordeel beslecht.

Fixatie en isolatie: een onderdeel van de brede Bijbelse leer wordt een stokpaardje. Eigentijdse uitingen hiervan zijn aanbidding, Israël, Joodse feesten, de doop, de doop met/in de Heilige Geest, heiliging, zending, de vijfvoudige apostolische bediening enz..

Op zich zijn dit stuk voor stuk belangrijke zaken en verdienen de aandacht van de kerk. Echter, op het moment dat een of meer van deze zaken prominent in het oog vallen op mijn ID kaart, ben ik de clou kwijtgeraakt.

Gisteren in "uitgesproken" die domme dominee uit Amerika die vindt dat de christenen het niet meer helder zien omdat ze zich niet achter zijn Koranverbranding scharen. In zijn tot bijna eenmansactie gereduceerde actie zou je bijna medelijden met de man krijgen, ware het niet dat zijn oordeel over al die christenen irritatie en boosheid oproept. Wat een arrogantie!
Het krijgt iets lacherigs als je iemand zo gefixeerd ziet op een zaak en niet meer in staat lijkt om zaken in een gezondere en bredere context te zien. Maar het lachen ontgaat je als je beseft dat zijn actie zoveel haat en tegenstand opwekt dat al velen het leven hebben gelaten. Een typisch voorbeeld van aanstoot geven; iets waartoe de Heer ons nergens in zijn Woord roept.
Morgen vertrek ik naar Thailand. Ik vraag me af wat mensen te zien krijgen als ik mij ID kaart trek. Zien ze door de feiten heen dat mijn leven bepaald wordt door Christus? Daar streef ik naar.
Mij kan verweten worden dat ik geen standpunt inneem; geen kleur beken als het om een van bovengenoemde zaken gaat.
Afgelopen zondag sprak een gebrekkig Nederlands sprekende broeder me aan na de dienst waarin ik sprak. Of ik wel gedoopt was met de Heilige Geest en in tongen sprak. Mijn antwoord op deze vragen bepaalt of de broeder me zal respecteren of voor me gaat bidden. Het liefst zie ik beide. Ik dacht toch echt dat het een uitgestorven ras was maar blijkbaar zijn ze er nog. Het jammere is dat we het niet over Christus konden hebben omdat we in een nevenverschijnsel bleven steken. Overigens zal ik zo'n directe vraag nooit met ja of nee beantwoorden maar altijd met een wedervraag. Ik laat me liever niet in een hokje stoppen Hoewel ik ook in een unieke fase zit: die van de theologie van de kaplaarzen in de klei. Mij mag blindheid worden verweten in mijn verlangen om op Hem alleen te zien. Daar zal ik dan mee moeten leven. Graag zelfs