28 september 2020

Mag opa ook zijn plasje leggen op de boekjes in de Happy Meals?

Ik dacht er niet teveel over na maar was blij verrast dat ik bij het samenstellen van het Happy Meal voor kleinzoon Nelson (bijna twee jaar) kon kiezen tussen of een speelgoedje, of een boekje. Nu heb ik sowieso geen enkel goed woord over voor die verderfelijke speeltjes die al jaar en dag vooral om marketingtechnische redenen in zo'n doosje worden gestopt, en met mijn voorliefde voor lezen was het eigenlijk geen keuze. Zo hebben we één deel van de twaalfdelige serie "De Boomptop-Tweelingen" in huis en is dit deeltje is inmiddels door Oma aan Nelson voorgelezen. Of we de hele serie gaan sparen? Ik denk het niet want vandaag las ik in de krant dat het hier gaat om een tijdelijke actie gedurende de Kinderboekenweek van 30 September tot 11 Oktober. Bovendien heeft Nelson nog niet om "meer" gevraagd.
Een beetje terzijde maar ik denk dat het door ons bezochte filiaal van McDonalds de spelregels nog niet had gelezen want ons bezoek vond plaats op Woensdag 23 September.

McDonalds bezocht, boekje gekregen, boekje gelezen en weer door met het leven. Maar nee, niet in Nederland waar iedereen die zichzelf wat vindt of door anderen wat gevonden wordt zich tegen zo'n actie aan moeten bemoeien en er zijn/haar plasje op moet leggen. Nederland kent inmiddels zoveel platforms en podia die gevuld moeten worden met mensen die iets vinden dat de spoeling van hen die iets wezenlijks te melden hebben zo dun is dat willekeurig wie dan ook met a) enige druk op de blaas en b) meer dan 100 volgers zijn of haar plasje mag komen leggen. Sommigen mogen het de volgende dag weer op komen dweilen. 

Goed, ik dwaal af. Terug naar de hoofdgedachte (of waren het er meer?).

De directeur van de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB) stelt dat het doel van de stunt het aanwakkeren van de leeshonger is en dat het ongetwijfeld (ook) negatieve reacties gaat oproepen. Ene Frans Kok, hoogleraar (in ruste) voeding en gezondheid vindt het bieden van een podium aan McDonalds om reclame te maken "potentieel niet onschuldig." Ook zou het Nederlandse volk McDonalds opeens als partner van (serieuze) CPNB gaan zien. Kok zou niet al teveel bezwaren zien als het boekje gepaard zou gaan met een supergezonde, duurzame hamburger. (Bron: Volkskrant 28 september).

De stelling door een woordvoerder van het CPNB, dat het effect op lange termijn is dat meer mensen boekhandels en bibliotheken gaan bezoeken (bron: NU.NL), is naar mijn bescheiden mening een potentieel riskante aanname. Niet te riskant natuurlijk want niemand gaat het lange termijn effect van de actie meten. De woordvoeder zal zijn/haar baan kunnen behouden.

Met of zonder boekje in het Happy Meal zal McDonalds ook deze week weer zo'n drie miljoen eters mogen verwelkomen. Hoeveel families zullen daaronder zijn die zich naar deze wereldkeuken snellen omdat een of meerdere leden van het kroost net zo lang zeuren om een Happy Meal dat ouders inbinden? Ik heb geen flauw idee. Waar ik me, eerst als ouder en nu als opa, aan erger is de bereidheid van het concern om volkomen nutteloze, waardeloze, milieubelastende en maximaal kliko gehalte typerende kolerezooi in zo'n doosje te stoppen. Het is bijna net zo erg als de slechts tot diep verdriet leidende zooi die Kinder in haar chocolade eieren stopt. Nog voordat het chocolade omhulsel opgegeten is, is dat speeltje al kapot en de potentiele nasmaak van de chocola vergald. En toch komt het kind, aan de hand van Opa terug voor een volgende ei. Het vorige spleetje al lang vergeten en geklikoodt en met de hoop op eindelijk iets dat wel werkt en twee dagen functioneert.

Voorspelling: Zowel McDonalds als Kinder gaan door met het distribueren van volkomen nutteloze troep. Waarom: Omdat het werkt: de kinderen willen het en wat de kinderen willen, willen de (meeste) ouders ook.

Af en toe een paar weken lang de troep vervangen door iets dat potentieel kan bijdragen aan een gezonde fysieke en mentale ontwikkeling, is een niet al te heftig prijskaartje voor het instandhouden van een systeem dat door en door ziek is.

Maarrrruh, ik ben blij dat ze het doen en hoop van harte dat het wezenlijk bijdraagt aan de grote en almaar groeiende groep van kinderen (en laten we de ouders niet vergeten) die gewoon geen zin hebben om te lezen en liever meeliften op de fantasie en het vermaak door anderen gecreëerd.

14 september 2020

De dag dat de man zich meer kanarie voelde

Afgelopen week keek ik tevee. Ik weet niet meer wat ik keek en wanneer het precies was. Maar dit zag ik en bleef me bij:

Aan het eind van het interview staarde de geinterviewde naar een denkbeeldig punt voorbij de horizon.

Met een blik die iets weg had van gelukzaligheid stelde het dat, eenmaal op dat punt aangekomen, er geen verschil meer zou zijn tussen man en vrouw.

Deed me denken aan de oester, die in de evolutie van de soorten de mens ver vooruit is. Afhankelijk van de omstandigheden is de oester mannelijk of vrouwelijk en kan in zijn/haar leven enkele keren heen en weer hoppen. Cool! Een van nature vloeibaar geslachtelijke dus, niet te verwarren met non-binair, of a-, bi- en/of demi geslachtelijk, of een andere van een groeiende lijst met duidingen en typeringen. Iedereen wil immers uniek zijn en zich op een of meerdere punten van anderen onderscheiden.

En dat deed me weer denken aan de tijd dat de wereld slechts bewoond werd door mannen en kanaries. Dat ging heel lang goed. De man was een man en de kanarie was een kanarie.
Op een dag voelde één man zich meer kanarie dan man en beschreef die gevoelens in een gedicht.

Wat nou man?

Wat nou kanarie?

We zijn allen gelijk.

dus,

hou op met dat gezeik.


Vervolgens vloog de man uit.

En viel te pletter.

Niemand durfde er iets van te zeggen. De man leefde zoals hij voelde dat hij wilde leven en was bereid de prijs ervoor te betalen. Dacht hij echt te kunnen vliegen? Ach we hebben allemaal wel eens een waantje hier of daar: wie vleugels heeft werpe de eerste steen. Met een gevoel kun je niet argumenteren en als gevoelens verheven worden boven de rede wordt de wereld gereduceerd tot een maalstroom waarin ieder druppeltje het recht om te zijn claimt en bevecht.

Iemand moet mij helpen want ik snap er helemaal niets meer van en ben bang dat ik eindig met het slechts meedrijven in die kolk van gevoelens. Want voelen mag als het maar niet te dicht bij vinden komt.

Kaders voor een enigszins geslaagde identiteitsvorming lijken zoek. Het loslaten van welk kader dan ook lijkt het moderne devies te zijn; de nieuwe rebellie. Zonder kaders leven (nee, gevoelens zijn geen kaders)  levert slechts een schijnvrijheid op. Enig houvast is noodzakelijk om te (over)leven. Bij gebrek aan of ontbreken van kaders zal zich onherroepelijk het fenomeen voordoen dat de verkregen schijnvrijheid tot wet wordt verheven. En omdat die kaders gestoeld zijn op gevoelens die tamelijk vloeibaar zijn schepen we onszelf met iets op waar niemand meer iets mee kan. Misschien is dat wat de geinterviewde zag? 

De waardigheid van het individu staat op het spel en dat moet in alle discussies over gelijkheid (een illusie) bovenaan blijven staan. Mijn liefde voor de ander is zo vaak voorwaardelijk (hoewel ik dat natuurlijk nooit zou toegeven). Moet ik die voorwaarden voorrang geven of het kader dat God mij aanreikt waarbinnen geen plaats is voor die voorwaardelijkheid van mij? Ik denk dat de mensen om mij heen er de voorkeur aan geven dat ik kies voor het kader van Gods onvoorwaardelijke, niet discriminerende liefde. Onder die streep kunnen we het over al die andere zaken hebben, inclusief vermeende stippen aan of voorbij de horizon.

7 september 2020

Oer: voer voor verder onderhoud

Ik las Oer; Het grote verhaal van nul tot nu. Over botsende neutronen en andere kleine dingetjes die met elkaar de basis van alle leven vormen. Persoonlijk geloof ik niet dat schepping en wetenschap tegenover elkaar staan maar elkaar steunen en zelfs kunnen versterken. Wie ooit heeft bedacht dat het geloof in de schepping lijnrecht zou staan tegenover wetenschappelijke verklaringen en uitgangspunten, zou met terugwerkende kracht ontslagen moeten worden. Aan de basis van zowel het scheppingsidee als bestaande wetenschappelijke modellen liggen aannames. Het bestaan van God kan niet worden bewezen en geen enkel wetenschappelijk model aangaande de genesis van het leven is waterdicht te krijgen. Aannames zijn nodig om aan een verhaal te kunnen beginnen; "er was eens" is een noodzakelijk begin. Vervolgens kan het alle kanten op. 

Maar goed, terug naar Oer waarin neutronen, protonen, quarks, atomen en de rest van de bende als personen worden opgevoerd die in gesprek zijn met elkaar, het tijdrovende proces van organisatie en uiteindelijk orde observeren en er verslag van doen. Mij pakt het niet. De schrijfstijl grijpt me niet bij de lurven. Ik kan me voorstellen dat het anderen wel aanspreekt. Het feit dat het sinds de eerste druk in Mei 2020 al een negende druk (Augustus 2020) beleeft, spreekt boekdelen. Inhoudelijk is het een goede inleiding op het impliciet voorgestelde huwelijk tussen schepping en wetenschap. Het slaat een belangrijke en noodzakelijk brug voor hen die de twee modellen beleven als elkaar uitsluitend; de Loesjes onder ons die het gesprek hierover bij voorbaat al dichttimmeren met hun echt niet zo vindingrijke eerst was er niks en toen is dat ook nog ontploft. Ik vind dat een beetje sneu.

Nu staan christenen niet bepaald bekend om hun vermogen om eenheid te bevorderen en te praktiseren. Eenheid tref je vooral aan in proclamaties, wensdenken en (vaak tijdelijke) lokale groepjes. Helaas valt hen de eer ten deel dat ze zeer bekwaam zijn in het articuleren van verschillen die zelfs van (eeuwig) levensbelang kunnen zijn. Toen ik eens opperde dat het niet zo heel erg interessant is of de zeven dagen van de schepping, zoals beschreven in het boek Genesis, nu wel of niet letterlijke dagen van 24 uur waren en ik suggereerde dat het me zelfs zeer onwaarschijnlijk leek, kon mijn gesprekspartner zijn verontwaardiging maar moeilijk verbergen: "als je niet in letterlijk zeven dagen gelooft, heeft dat direct gevolgen voor je redding. Wat die gevolgen dan precies waren en welke redding hij bedoelde, hebben we verder niet kunnen bespreken. Het gesprek was afgelopen en mijn gesprekspartner vertrok.

Nu is het vermogen om verdeeldheid te zaaien niet voorbehouden aan christenen. Het is een universeel fenomeen. De drie plaatselijke biljartverenigingen in het 600 zielen tellende dorp wil ik graag ter illustrie hiervan opvoeren.

Zeven tellen, uren, dagen maanden, jaren, eeuwen, lichtjaren: secundaire zaken.

Wat mij verbindt met andere gelovigen is wat hieraan ten grondslag ligt: "in den beginne: God". Hij sprak en uit chaos schept Hij orde. De rest is koffietafelpraat, brandstof voor serieus en quasi serieus wetenschappelijk onderzoek en her en der voor splijtzwammen.

N.a.v. " Oer; het grote verhaal van nul tot nu" 
Corien Oranje, Cees Dekker, Gijsbert van den Brink
Ark Media, Heerenveen
ISBN: 9789033802188

30 augustus 2020

Zingen in de elleboog

Enfin, nu de kerken langzamerhand weer mensen mogen toelaten zitten we nog wel een beetje met hoe het samen zingen opgelost moet worden. In ons achterhoofd weten we dat het waarschijnlijk is dat het virus zich bij voorkeur via kleine druppeltjes door de lucht verplaats; de zogeheten aerogene transmissie. Natuurlijk zijn ook hier weer geleerden aan beide kanten van het welles/nietes debat en heeft daarnaast iedereen er ook nog eens een eigen mening over. Ook zij dus, die er geen bal verstand van hebben (ik hoor bij dit kamp) en zich laten leiden door een cocktail van gezond en ongezond verstand, intuïtie, emotie, vermeende zin en onzin, onverschilligheid of serieusheid met her en der nog wat additieven.

De behoefte om te zingen zit er bij veel gelovigen diep in. Hoewel ik zelf niet zo van de zang ben kan ik me er wel iets bij voorstellen. Onderzoek wijst uit dat het de hartslag vertraagt en zelfs synchroon laat lopen met de zangers in je directe omgeving. Er komt oxytocine vrij (het bekende knuffelhormoon) hetgeen het gevoel van saamhorigheid versterkt. Het helpt bij traumaverwerking en heb je als je aan het zingen bent geen tijd om te tobben (bron: Nederland zingt website). Misschien verklaren deze factoren dat we meestal niet al te kritisch kijken naar wat er gezongen wordt.

Het zingen is voor de gemiddelde kerkganger ook belangrijk omdat het een van de weinige manieren is om te participeren in de kerkdienst.

Een niet nader te identificeren kerk heeft het dilemma opgelost door het zingen aan te moedigen, maar dan wel in de elleboog. Dan heb je al het goede van het samenzingen en heb je, naast de anderhalve meter regel, loopjes en afgesloten sanitair, het nodige gedaan om de aerogene transmissie te beperken. Het klinkt wel raar hoor, tientallen mensen die uit volle borst hun ellebogen volzingen.

Na de dienst was het koffiedrinken. Buiten. Een plotseling losbrekende donderbui deed iedereen naar binnen vluchten, de kleine aula in. Als kippen in een legbatterij hokte men op, alle regels, voorschriften en vermaningen vergetend. Maslows piramide bleek sterker dan de elleboog. De overlevingsdrang zal het altijd winnen van alles wat pas daarna komt.

Zat Grapperhaus fout? Ik daag je uit om bij de eerstvolgende bruiloft waar je als gast of familie bent uitgenodigd consequent anderhalve meter afstand houden. Ik wil niet vervelend doen maar als je die anderhalve meter vast wil houden op een bruiloft is er maar een manier om dat vol te houden: niet gaan. 
Uiteindelijk sluiten we allemaal compromissen.

Trouwens, zingen in de elleboog? Dat gaat ‘m niet worden. Probeer het maar eens.

19 augustus 2020

Bankaardappelen in de nieuwe zuil

Vandaag kwam ik in de verleiding om te reageren op een advertentie die op mijn Facebookpagina verscheen. De algoritmes van Facebook hebben bepaald dat, op basis van de mij achtergelaten metadata, ik wellicht baat zou hebben bij het betreffende product.

Ik besloot in ieder geval de eraan gekoppelde website te raadplegen. Ik moet zeggen dat het wel een aantrekkelijk aanbod lijkt. Voor een kleine zes euro per maand kan ik onbeperkt christelijke films en documentaires kijken en heb ik toegang tot dagelijkse stichtelijke bonus overdenkingen. Alle films en documentaires zijn door de redactie van het geloofsnetwerk bekeken en veilig bevonden. 

Daar zat ik precies op te wachten: anderen die voor mij alle ingewikkelde morele, esthetische en inhoudelijke afwegingen maken zodat ik zonder zelf hoef na te denken denken kan gaan bankaardappelen.

Ik ben opgegroeid in een sterk verzuilde samenleving waarin de meeste dingen duidelijk waren. Je stemde, kerkte, geloofde en bleef binnen je zuil. Ook de niet kerkelijken hadden een zuil. Deze zuilen co-existeerden in redelijke harmonie, zij het met de nodige afstand tussen de zuilen. Die zuilen zijn de afgelopen jaren nagenoeg verdwenen hoewel er her en der nog flink wat marmer overeind staat. 

Is zo'n geloofszuil anno 2020 nu wel zo'n goed idee? De traditionele zuilen legden de zaken vast: dit geloven wij wel en niet, en dit doen wij wel en niet; de identiteit van de Nederlander lag voor een belangrijk deel verankerd in de zuil. Toen de ontzuiling grotendeels een feit was en de meeste Hollanders bevrijd van haar keurslijf, moest men weer voor zichzelf  gaan nadenken. Dat is lastig genoeg maar wel gezonder omdat het het gesprek tussen andersdenken bevordert of zelfs vereist. 

Nu blijkt dat dit geloofsnetwerk al sinds eind 2017 bestaat. Voor mij was en is het nieuw.

Wel een beetje pretentieus: "geef je geloof een nieuwe kans." Daarin lees ik impliciet de aanname dat de potentiële koper op een plek in zijn of haar leven is aangekomen waarin dat geloof niet zoveel, of in ieder geval onvoldoende voorstelt; ons netwerk geeft je nog een kans.

Ook pretendeert het "naadloos aan te sluiten op het leven van vandaag". Ik probeerde me voor te stellen hoe dat er dan uitziet. Films en documentaires waar geen enkele vloek, immorele of seksuele handeling of vocabulaire te horen en te zien is zou naadloos aansluiten op het leven van vandaag? Wie probeert wie voor de gek te houden?

Wat ik begrijp van en uit de lessen van Jezus Christus is dat hij zijn volgelingen bekwaamde en toerustte in het volgen van hem in een wereld die hem vijandig gezind was en is. Dat is toch wat anders dan een denkbeeldig veilig zuiltje creëren waarbinnen onmondigheid  wordt bestendigd en men alleen dingen te horen en te zien krijgt die de redactiecensuur zijn doorgekomen. Stel je voor dat mensen voor zichzelf gaan nadenken en dat doen in een wereld waarin immoraliteit, leugen, bedrog, misbruik, moord en doodslag de zaken zijn waarop het leven bijna naadloos op aansluit.

Ik weerhoud me dan ook wijselijk van enig commentaar en kies ervoor om verder maar niet te reageren op de advertentie.

Foto: eigen werk: Athene 2013

3 augustus 2020

Sta je daar toch met een mond vol tanden..

Met mijn vulpen in de aanslag staar ik naar het lege vel papier dat voor me ligt. Ik probeer woorden te vinden waar de vrouw van een goede vriend die onlangs is gestorven, misschien iets mee zou kunnen. Moeten dat dan troostende woorden zijn? Of bemoedigende? Moet het gaan over wat ik voel, vind en beleef of moet ik me proberen in haar situatie te verplaatsen? Of moet het juist over hem gaan? Of over God? Of gewoon lekker abstract houden zoals "hij is nu op een betere plek," of "hij heeft nu geen pijn meer," of wat dan ook met een dergelijke strekking?
Wat ik ook bedenk, het klinkt allemaal leeg en gekunsteld.
Het vel blijft leeg. Misschien lukt het morgen.

Naarmate ik ouder word, heb ik makkelijker vrede met een leeg vel. In die zin inspireren de drie vrienden van Job me wel die, nadat ze van Jobs rampspoed hebben gehoord, besluiten om hem op te zoeken om hun medeleven te betuigen en hem te troosten.
Ze beginnen goed: "Zeven dagen en nachten bleven ze naast hem op de grond zitten zonder iets tegen hem te zeggen, want ze zagen hoe vreselijk hij leed (2:13)". 
Da's een leeg vel. Een veelzeggend vel.
Wat ze vervolgens allemaal te zeggen hebben lijkt niet veel meer dan een kladje met een boel vlekken.
De mens rest niets anders dan toch die pen ter hand te vatten. Maar achter de woorden die volgen moet de gedeelde leegte tastbaar zijn. Een gedeelde smart maakt de smart van hem of haar die het zwaarste deel torst ietsiepietsie dragelijker.
Steeds vaker sta ik met een mond vol tanden.
Die brief? Die komt wel.

24 juli 2020

God van de leg

Het beeld van een God met een kort lontje die bij het minste en geringste van de leg raakt, in toorn ontbrandt, vuur en zwavel over Jan en alleman uitstrooit totdat die woede bekoelt, is hardnekkig en redelijk prominent aanwezig in de Bijbel. Daar hoef je echt geen geleerde voor te zijn. Die geleerden zijn er om dat beeld weg te poetsen (zij die voor hem zijn) of juist te benadrukken en versterken (zij die tegen hem zijn).

In het boek Job wordt tegen het eind een nieuwe speler opgevoerd die zicht voorstelt als een tamelijk jong persoon die uit beleefdheid en respect tot nu toe z’n mond heeft gehouden en zich voelt als jonge wijn die niet kan ademen en met een buik als een volle wijnzak die bijna openbarst. De kurk gaat eraf en Elihu mag zes hoofdstukken lang ademen en openbarsten. Elihu is een beetje een opschepper die Job en z’n vrienden de les leest en daarmee feitelijk niet onderdoet voor de manier waarop Job en zijn vrienden elkaar voor rotte vis, lege woorden sprekers, zwetsers, dwazen en dergelijke om de oren slaan.

“Ik denk, ik vind, ik weet, God is dit, God is dat…”; ze geven allemaal vol gas zonder rem te beroeren.

Het probleem is en blijft dat de mens niet anders kan dan zich God voorstellen als een twee-, of driedimensionaal persoon en hem dezelfde eigenschappen toekennen als de mens. Met deze platte God komen we echter niet veel verder. Elihu doet een retorische poging om van dat beeld af te stappen: "Wordt God koud of warm van als de mens zondigt of wanneer je hem een handje vol goede daden als cadeautje aanbiedt?" Het verwachte antwoord van een weldenkend mens hierop zou (kunnen) zijn: “wel, als dat Hem allemaal iets zou doen zoals het ons aardlingen iets doet, doen we Hem waarschijnlijk tekort. Is God immers niet meer dan de mens?”

Puntje voor Elihu (mag ik ook iets vinden..?) Nee, zegt Elihu, “je goddeloosheid raakt mensen als jezelf, je rechtvaardigheid helpt anderen.” Ware godsdienst lijkt zich dus af te spelen op het horizontale speelveld van de aardlingen en is een vertaling van de horizontale relatie met de Eeuwige. Daarom is een boek als Job van belang. Het voorziet de zoektocht van de mens om God te duiden van de noodzakelijke brandstof en is een inleiding op de voortdurende dialoog hierover.

Het plussen en minnen waarbij de mens zich inspant om een denkbeeldige balans te verkrijgen en in stand te houden; God niet te boos of te blij te maken, is een zinloze bezigheid en leidt slechts tot onzekerheid, twijfel en angst. En als  mijn hart daar vol van is, zal zich dat vertalen naar mijn verhouding met mezelf, mijn medemens, de aarde en uiteraard God.

Ondanks z’n opschepperij ziet Elihu ook wel dat hij het vraagstuk niet kan oplossen: “als Job nu eens een pleitbezorger had, een die zijn voorspraak is, één uit duizenden”?

Voor zover ik weet en begrijp is die pleitbezorger er ook. Niet alleen voor Job, maar voor iedereen.

19 juli 2020

Help: ik word niet vervolgd!

Gisteren at ik met Ali bij de Ethiopiër aan het Hudsonplein. Ali komt uit Iran. Zijn visum verloopt vandaag. Een speciaal visum; hij woont en werkt al vijf jaar in Schengenlanden middels een vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA). Ali is slim en werkt in de IT. Werkte, moet ik zeggen. Covid-19 betekende het einde van zijn contract waarbij automatisch de bijzondere vergunning verloopt.

Morgen gaat Ali naar het AZC in Ter Apel. Na vijf jaar werken in Schengen, premies en belastingen te hebben betaald en effectief te hebben bijgedragen aan onze Europese welvaart is hij met ingang van vandaag asielzoeker en moet hij door de bureaucratische molen. Uiteindelijk zal iemand beslissen of Ali wel of niet terug moet/kan naar Iran.

Wat is Ali’s probleem? Een jaar geleden heeft hij het besluit genomen om Christus te volgen. Dat weten ze inmiddels wel in Iran. Je hoeft zijn naam maar in een zoekmachine in te voeren en de eerste hit is een link naar zijn doop. Het is algemeen bekend dat de Iraanse overheid daar niet meteen een fles champagne bij opentrekt. Integendeel. Iran staat in de top tien van een totaal van 73 landen waar christenen worden vervolgd om hun geloof. Ali neemt de juiste stap om hier asiel aan te vragen.

In de beginjaren van mijn geloofsreis heb ik me regelmatig afgevraagd of ik die reis eigenlijk wel goed aflegde. Ik werd namelijk niet vervolgd en vervolging was volgens sommige bijbelleraars het bewijs dat je een waarachtige volgeling van Christus bent. Dat heeft Hij immers zelf gezegd. Bijvoorbeeld in Johannes 15: “Als ze mij vervolgd hebben zullen ze ook u vervolgen.”

Niet alleen individuele gelovigen maar ook landen zoals Nederland en Engeland werden naast economische belangen, pure expansiedrift en hebzucht ook door deze Bijbelse gedachte gemotiveerd. Zozeer zelfs dat tegenstand gezien werd als een bevestiging van God dat ze het juiste deden. Geïnspireerd en aangemoedigd door hun theologen hebben bijvoorbeeld Afrikaners lange tijd geloofd dat ze “scheppers van een nieuw volk, een ander Israël waren, een paradijs dat God voor hen had bestemd,” en “een natie die hen toekomt omdat zij ons gegeven is door de architect van het universum.” (1)

Alec Ryrie schrijft hierover in zijn boek Protestanten:

Aangezien het martelaarschap de hoogst mogelijke eer voor een christen was, was vervolgd worden paradoxaal genoeg een bewijs van Gods liefde. Deze paradox heeft het christendom een ongelooflijke veerkracht verleend. Hoe harder iemands vijanden hem slaan, hoe sterker zijn overtuigingen worden. Staatsgeweld houdt meestal in dat de staat zijn slachtoffers zo intimideert dat ze zich onderwerpen. De eerste christenen ontdekten echter dat het martelaarschap hun spirituele kracht gaf, en vooral door het feit dat ze werden vervolgd. Het bloed van de martelaren was de spreekwoordelijke voedingsbodem van de kerk (2). 

Zo werd en wordt in de naam van God veel geweld gelegitimeerd. Geweld in Gods naam is echter nooit legitiem. Een leerzaam boek is Niet in Gods naam van Rabbi Jonathan Sacks die hierin ook uitgebreid ingaat op het schijnbaar door God opgedragen geweld in het Oude Testament.

Zo ontstaat een bizarre wereld: regimes, sekten en individuen die menen God een plezier te doen en punten te scoren door andersdenkenden en andersgelovigen te vervolgen of te doden terwijl, in het geval van christenen, de slachtoffers van diezelfde vervolging een bewijs zien van hun eigen zuiverheid en toewijding. 

Het idee dat we met elkaar in dezelfde wereld leven die we met elkaar leefbaar moeten houden lijkt voor menigeen te groot en niet te doen. Hebzucht, de andere het licht in de ogen misgunnen, Wij tegen Zij; ik zou haast de moed opgeven en me terugtrekken in mijn (denkbeeldige) mancave en de boel de boel laten. 

Het antwoord begint echter bij het van je afschudden van die machteloosheid en beginnen waar alle verandering begint: in het eigen hart en in de directe omgeving. We geven ons leven niet aan een regime, ideologie of systeem maar investeren het in de ander.

Het eten was goed! Enige minpuntje is dat mijn Leffe Trippel werd geserveerd in een Bavaria glas.

(1) Protestanten, Alec Ryrie, Hfdst 13)

(2) Ibid. Hfdst 4


10 juli 2020

De kunst van het fileren

Complotdenkers zijn er nooit plotseling. Het vermoeden van een complot begint bij een of meerdere aannames die voortkomen uit een bepaald wereldbeeld. Als dat wereldbeeld eenmaal voldoende houvast heeft gevonden in het denken van de mens, ziet en vindt men  her en der bewijs voor het vermoeden dat vervolgens soepeltjes wordt opgewaardeerd tot een feit. Medestanders worden gevonden en een nieuw "wij en zij" denken is ontstaan. Afhankelijk van de mate van overtuiging en strijdlust gaat men de bressen op, uiteraard met veel liefde en geduld, om de dommen en onwetenden te overtuigen: "ik zie ik zie wat jij niet ziet want je staat aan de verkeerde kant."

Als ik bijvoorbeeld geloof - een geloof dat me gewild en ongewild is opgedrongen door rethorisch begaafde manipulators - dat de wereld bestuurd wordt door een klein goepje stinkend rijke en/of invloedrijke mannen (en misschien een vrouw of twee) dan zal ik daar bewijs voor zien en vinden in het journaal, de krant en, vooral in de moderne tijd, sociale media.

Als ik geloof in de slechtheid van de mens (niemand is rechtvaardig, zelfs niet één; de rechtvaardigheden van de mens zijn als een bezoedeld kleed) en dat die slechtheid wordt bestuurd door een hogere macht (satan, a.k.a. de duivel, de boze, de slang, de vader van de leugen, enz.) dan zal ik al het menselijk handelen daaraan verbinden. Altruisme van weldoeners kan dan niet worden vertrouwd of gewaardeerd en moet worden verbonden aan dat wereldbeeld - de weldoener is niet meer dan een marionet in de hand van de grote leugenaar, zonder dat zelf te hoeven weten.

Onze overheid tracht middels bepaalde maatregelen de verspreiding van het Covid-19 virus in te dammen. Als mijn aanname is dat onze overheid uit is op controle van haar burgers en deze op slinkse wijze haar vrijheden poogt te beperken of zelfs af te nemen, dan haak ik aan bij demonstrerende hordetjes en kom ik in verzet. Ook leer ik vrij vlot om alle maatregelen te interpreteren als verder bewijs voor een bestaand groot globaal complot, onderdeel van de strategie van de rijken en/of de duivel tot alleenheerschappij en  grenzeloze zelfverrijking

Zou het echter mogelijk zijn dat onze overheid bezig is met het treffen van maatregelen waarvan sommige, als we over vijf jaar terugkijken op de Corona periode, gunstig bleken uit te werken en andere wat minder slim, zeg maar dom bleken te zijn?

Hier komt "het scheermes van Hanlon"* om de hoek kijken; een frisse, realistiche en relativerende reflectie op situaties en processen: "Schrijf nooit aan kwade opzet toe wat afdoende verklaard kan worden door domheid." 
De tv-serie "De rijdende rechter" is een treffend voorbeeld. Als de klagers eens zouden stoppen met het zoeken en vinden van bewijs voor kwaad opzet, zou er slechts een mager serietje overblijven. Soms doen de buren gewoon domme dingen en is er geen sprake van een complot. Veel familievetes zouden oplossen als sneeuw voor de zon als men stopt met geloven in een moedwillige strategie tot  vervreemding of uitsluiting (hoewel dat natuurlijk best wel voorkomt). Sommige familieleden zijn gewoon niet slimmer.
Het scherpe scheermes is nodig om te onderscheiden tussen strategie en domheid.

Veel christenen geloven ook in een complot waarbij zij degenen zijn (althans, zij die het zien) die dat complot een halt toe kunnen roepen door (een bepaalde versie van) De Waarheid te proclameren. Hierbij wordt de grote duivel behoorlijk wat macht en invloed toegeschreven. De grote leugenaar a.k.a. de Briesende Leeuw, is er voortdurend op uit om het plan van God te dwarsbomen en de gelovigen pootje te haken.
Daarbij meent men de Bijbel zuiver te lezen en te interpreteren zonder in de gaten te hebben dat men bij het lezen en het interpreteren ook al begint met bepaalde aannames.
Waarom ik hier een wat wee gevoel bij krijg is dat ik al die tijd heb gedacht dat Christus aan het kruis de boze heeft overwonnen.
Maar ja, dat is misschien wel een verkeerde aanname.


* Wikipedia:
Het scheermes van Hanlon (of Hanlons scheermes) luidt:

"Never attribute to malice what can be adequately explained by stupidity"
Vertaling: "Schrijf nooit aan kwade opzet toe wat afdoende verklaard kan worden door domheid."
Waar de term vandaan komt, is niet bekend; een vergelijkbaar epigram wordt onder andere toegeschreven aan William James Laidley. Een mogelijke oorsprong is de gelijkenis met Ockhams scheermes. De website Status-Q schrijft het toe aan Robert J. Hanlon, die het kennelijk bijdroeg aan een boek over de Wet van Murphy.

4 juli 2020

Het weursjip trauma van 2009

Eigenlijk had ik het aan moeten zien komen maar er was in eerste instantie geen alarmbelletje afgegaan. De professor systematische theologie vroeg ons, de studenten, welke auteurs we zoal beliefden. Ik meldde "Oden". Pas later realiseerde ik me dat de prof allergisch was voor Oden. Niet openlijk, maar door te zwijgen en door het zenuwtrekje in z'n oog dat bij het horen van de naam Oden leidde tot een oprisping van het ooglid; een soort van kort bibbertje. 
Tja, waarom Oden? Kan het me niet goed herinneren. Was waarschijnlijk een aanbieding of omdat het op Ouden lijkt? Ik heb ook Erickson, Grudhem,Verleg en zelfs Berkhof (om me ervoor te behoeden teveel af te dwalen van de rechte reformatorische leer).
Het, naar later bleek, meest populaire jongetje van deze klas, bleek het juiste antwoord te hebben: Grudhem! De prof kon zijn vreugde nauwelijks verbergen; amper begonnen aan 30 lesuren en deze jongen begreep het al. "Waarom Grudhem?", vroeg de prof. "Grudhem is meer "weursjippie", was het antwoord. "Weursjippie, inderdaad!". De prof maakte een vreugdedansje.
Het slimste jongetje van de klas kreeg aan het eind de hoogst mogelijke beoordeling. Een A+. Ik moest het met een C- doen. En wel om het volgende:

Een van de "papers" die we moesten produceren was "het belang en de betekenis van de zeven woorden (uitspraken) van Jezus aan het kruis."
De Bijbel op deze manier benaderen is typerend voor een bepaalde school van denken en interpreteren binnen het christendom waarbij het geloof in God allereerst gereduceerd wordt tot één woord waaraan alles (en iedereen) wordt gemeten: "weursjip." Vervolgens wijst alles wat geschreven is naar maar één ding: weursjip.
In dit geval moet je de uitspraken van Jezus die de vier evangelisten in hun respectievelijke versies van het Evangelie opvoeren, bij elkaar optellen om tot een totaal van zeven uitspraken te komen.

In mijn "paper" voerde ik redenen aan dat de Bijbel geen wiskundeboek is en dat het best wel eenzijdig en zelfs gevaarlijk is om het vanuit één kijkhoek te benaderen. Daar was de prof niet blij mee. Dat wilde hij niet horen en droeg mij op om mijn "paper" wat te verdiepen door een verbinding te leggen tussen de zeven uitspraken van Jezus en de zeven scheppingsdagen. Eerst wilde ik een gat in mijn paper boren en er, ter verdieping een gekleurd velletje achter plakken. Niet gedaan, zou flauw zijn en een beetje doorzichtig. Wat ik toen geschreven heb noopte de prof echter om met rood in de kantlijn te schrijven: "Jan, ik wil je aanmoedigen om je positie in gebed te heroverwegen". 
Ik kan me niet herinneren of ik God heb gevraagd of Hij me alsjeblieft wilde helpen om "het" te zien zoals de prof "het" zag, maar ik denk het niet.

De betreffende prof is het jaar daarop ontslagen wegens een te grote nadruk op een bepaalde "geloofsschool" (die van de weursjip - alles draait om weursjip). Nu is een bepaalde nadruk niet erg. Die heeft iedereen maar als je de professionaliteit niet kan opbrengen om ruimte te laten voor andere interpretaties, dan heb je een verkeerd vak gekozen.

Er zijn er niet weinigen die helemaal opgewonden raken van cijfers, nummers, jaartallen, jaren, dagen, uren, maanden, tellen en seizoenen die in Bijbel voorkomen. Het zal allemaal wel iets te betekenen hebben maar ik kan er niet echt van in extase raken. Voordat je het weet ga ik uitspraken doen zoals "ik geloof dat Jezus terugkomt en dat dit ergens in de komende vijftien jaar gaat gebeuren". HOU ME TEGEN!

Ik liep net terug van de supermarkt waar ik een knabbeltje kocht voor vanavond en moest weer denken aan dit trauma dat ik in 2009 opliep. Het feit dat ik er nog regelmatig aan denk en de betreffende prof af en toe zelfs Google (en hem iets kleins toewens),  toont dat het misschien wel makkelijk is luidkeels "let it go" (ja, die uit Frozen) te zingen maar om het dan ook te doen?? Het is echt geen kwestie van een knop omzetten. Ik denk wel eens dat ik, naarmate ik ouder word, steeds verknipter raak.

Nu hoop ik natuurlijk dat U, beminde lezer, nu denkt van "Jan, je hebt helemaal gelijk, wat zie je heerlijk scherp". Op dat verknipte na, uiteraard. 

28 juni 2020

Het gefluister Gods

Iemand zei iets over God op JijKanaal. Reacties zijn lovend: "Eindelijk iemand die zegt wat ik altijd al vond en dacht; ik ga je volgen. Blijf doorgaan met dit goede werk. De waarheid moet verteld worden." Deze reactie staat model voor een interessant fenomeen.

De sociaal mediaconsument zoekt dat op wat hij/zij wil horen of zien. Eenmaal gevonden bevestigt en versterkt het zijn/haar ideeën over de wereld, de mens, de politiek, God en wat dies meer zij: er zijn anderen die net zo denken als ik dus moet ik wel gelijk hebben.
De sociale media dragen bij aan het terugdringen van het vermogen van de mens om kritisch te denken en om te gaan met tegenstellingen. In plaats van een gedegen weerwoord te formuleren lijkt polarisatie al wat de klok slaat. Tegenstellingen worden uitvergroot, resulterend in een versterkt "wij en zij" denken dat vervolgens weer aanleiding is voor her en der oplaaiende brandjes en branden.
Niet helemaal nieuw natuurlijk want het fenomeen bestond ook al bij de oude en traditionele media; het vraagt durf om een boek te lezen waarvan je weet dat het niet per se jouw ideeën verwoordt. 

Grote woorden over God. Ik heb ze gehoord en zal ze blijven horen. Het liefst zoek ik aansluiting bij de grote woorden die weergeven wat ik voel, vind of denk. Da's de veiligste optie en verkleint de kans op verwarring in mijn denken. Dat laatste kan ik niet gebruiken naast alle verwarring die het leven in z'n algemeenheid al op m'n bordje presenteert, dus laat alsjeblieft mijn beeld van God intact.
Lezend en peinzend over het boek Job dringt het tot me door dat dit precies is wat Job's vrienden doen. Ze spreken grote woorden over God en over Job. Die grote woorden maken God nog onbereikbaarder dan Hij al is en zetten Job op zijn plek naast de maden en de mieren; de afstand tussen hen zo groot dat overbruggen een illusie is. Het gesprek tussen Job en zijn vrienden ontaardt op geregelde tijden in moddergevechten waarbij ze niet schromen elkaar voor rotte vis uit te maken.
Dan zegt Job iets opvallends dat alles in een perspectief plaatst waardoor een constructieve dialoog weer mogelijk wordt: "... wij vangen van Zijn woorden slechts gefluister op (26:14)."

In 1978 besloot ik Jezus te gaan volgen en deze zomer heb ik er 42 jaar volgelingschap op zitten. Ik heb grote woorden gehoord, omarmd, (luid) gesproken en geclaimd om uiteindelijk te ontdekken dat God daarin niet te vinden is. Waar ik Hem vind is in het gefluister, op een plek waar alle stemmen verstommen en alle beelden vervagen. Zonder die verstomming en vervaging kan ik Hem niet vinden: teveel lawaai en schreeuwende kleuren.

Hier een link naar mijn youtube clip (ja, ja): Het gefluister Gods



18 juni 2020

Tante Eva moet dood!

Iedereen in de familie weet dat tante Eva de oorzaak is geweest van een heleboel ellende. Ze zette familieleden tegen elkaar op en kreeg het zelfs voor elkaar ze zover uiteen te drijven dat zelfs broers en zussen elkaar niet meer wilden zien, laat staan spreken. Naar verluidt deed tante Eva zelf natuurlijk nooit iets. Het was altijd de ander. Zij kwam slechts voor haar rechten als slachtoffer op en, nog veel belangrijker, het belang en welzijn van anderen.

Zelf heb ik tante Eva nooit in levende lijve ontmoet. Ze houdt zich op in de schaduwen van het bestaan van waaruit ze opereert. Een prikje hier, een suggestie daar plus een zakje twijfelzaad bij de jaarlijkse kerstgroet. Ook werkt ze nauw samen met oom Evert.

Het vreemde is dat iedereen in de familie van haar bestaan afweet maar niemand het lef heeft om over haar te praten en het gif dat ze verspreidt te noemen wat het is: gif. We praten liever om haar heen zodat we niet hoeven te praten over waar het echt om gaat.

Ik denk dat de reden voor het niet noemen van tante Eva gelegen is in het feit dat wat ze doet zo lekker aansluit op mijn gevoel van eigen gelijk. Het gevaar is dat, als tante Eva het onderwerp van het gesprek wordt, de deelnemers aan dat gesprek zich gaandeweg onprettiger gaan voelen; het eigen gelijk blijkt een flinke dosis ongelijk te bevatten. En wie wil nou erkennen dat slachtofferschap en daderschap zomaar ik elkaars verlengde kunnen liggen. 
De idealistische strijder tegen onrecht kan zich zomaar ontpoppen als een wrede, niets en niemand ontziende demagoog wanneer hij de ruimte van de onrecht vertegenwoordigende en nu gewipte heerser inneemt. De geschiedenisboeken spreken hier voor zich. Ik zou dat uiteraard natuurlijk nooit doen.

Als familie hebben we onlangs de koe bij de horens gevat en het besluit genomen om tante Eva en elke herinnering aan haar bestaan uit te vagen. Fotoalbums zijn ontdaan van beeltenissen van tante en we hebben haar naam door laten halen in het bevolkingsregister. Wat ons betreft heeft tante Eva nooit bestaan en hoeven we het noemen van haar naam niet langer angstvallig te vermijden. Tante Eva? Nooit van gehoord. Tante Eva? Slechts een mythe.

Tot onze ontsteltenis is er vorige week iets in de familie gebeurd wat niemand had verwacht. We hadden ons zo verheugd op een leven vol pais en vree waarin we allemaal gelijk zijn en niemand wordt voor- of achter getrokken. Nu blijkt dat er een verre neef is die overduidelijk de genen van tante Eva heeft geërfd. Maar nog erger was dat bij het laatste familieberaad en tijdens een zeldzaam moment van eerlijkheid en zwakte, we allemaal erkenden dat (iets van) tante Eva in ons leeft.

Iedereen huilen natuurlijk maar ik dacht bij mezelf dat die ontdekking eigenlijk helemaal zo slecht niet was. Een leefbare wereld begint pas bij dit besef: tante Eva, dat ben ik.

13 juni 2020

Leugenstoffeerders

Als iemand diepe donkerte, donkerste duister, diepzwarte chaos, nachtzwart licht noemt, zou je het idee kunnen krijgen dat er iets aan de hand is.
Als de weg uit het lijden eeuwige duisternis is en dat het enige lichtpunt is waar reikhalzend naar wordt uitgezien, heb je het niet langer over een verrekte spier. Dan hebben we het over uitzichtloos lijden.

De jongens die langs zijn gekomen om Job een hart onder de riem te steken en om uit te vogelen wat Job allemaal wel niet gedaan moet hebben om zo'n lijden te moeten ondergaan, spreken hem toe met enkele bemoedigende woorden:

  • Job, je bent een winderige wetenschapper en je buik is gevuld met oostenwind.
  • Job, als jij je mond opendoet hoor ik dat achter jouw woorden een flinke portie schuld schuilgaat.
  • Job, je kent het gezegde "waar rook is, is vuur". Ook al zegt God zelf van jou dat je rechtschapen en onberispelijk bent, het kan niet anders of je moet wel iets verkeerds hebben gedaan. Anders zou dit je niet overkomen. Het beste is dat je je dus bekeert. 

Job weet echter niet waarvan hij zich zou moeten bekeren en smeekt God om dat aan hem te laten zien: "Laat het me zien of laat me met rust, dan zal ik nog een beetje plezier hebben van de dagen die ik nog op aarde heb."

Job zelf is echter niet van gisteren en put uit een heerlijk arsenaal aan metaforen. Zijn vrienden noemt hij leugenstofeerders en kwakzalvers die beter hun mond kunnen houden; dan komen ze wijzer over dan wanneer ze hun scheur opentrekken.

Ze zijn vijftien hoofdstukken onderweg en nog geen steek verder. Ze maken elkaar uit voor rotte vis en menen stuk voor stuk dan hun beeld van God juister is dan dat van de ander.


De theodicee is een eindeloze dialoog en moet dat volgens mij ook zijn.. Het trachten plaatsen van God in het wereldgebeuren en het individuele leven is een oefening zonder sluitend einde. De mensheid probeert het wel sluitend te krijgen maar op het moment dat iemand een sluitend einde voorstelt, is hij/zij zich meteen bewust van de ontoereikendheid ervan. De regelmatig te horen cliche's klinken zelfs als schamele pogingen om de grote paradox dicht te smeren met lucht.

  • Alles wat God doet, doet hij ten diepste uit liefde.
  • Hij kan er wel wat aan doen, maar staat het toe.
  • We verdienen niet beter.
  • Hij staat het toe om de mens iets te leren.
  • We moeten het maar aanvaarden zoals het is.
  • In Christus is het allemaal opgelost.
  • We moeten ruimte laten voor het mysterie.
  • En meer.

Ondertussen gaat het lijden door. Volgens berekeningen van de wereldgezondheidsorganisatie pleegt er iedere 40 seconden iemand ergens op de wereld zelfmoord. Persoonlijk ken ik zo'n diep lijden niet maar als ik het verhaal van Job lees kan ik me voorstellen dat de dood omarmt wordt als het licht aan het eind van een inktzwarte tunnel. Velen vertellen hun verhaal niet. Wellicht uit schaamte, schuld of gebrek aan woorden maar ik denk vooral omdat elk woord van troost in dat lijden als luchtig zout in de wonde wordt ervaren.
Ze begonnen goed, die vrienden van Job. Ze kwamen en waren er voor Job in een woordeloos zijn. We lezen niet hoe Job dat ervaren heeft en het is moeilijk een boek te schrijven over niet zo heel veel. Na zeven dagen van "zijn" is het Job zelf die de stilte doorbreekt. De dialoog begint en er komt geen einde aan. Wat als God nu zelf eens zou spreken en uiteen zou zetten hoe het nu precies in elkaar steekt. Ik kan niet wachten!

5 juni 2020

De Job van God a.k.a. De kop van jut

De jongens (Job met z'n maten) beginnen op dreef te komen in hun poging om de onhoudbare tegenstelling van een liefdevolle God die het kwaad alle ruimte geeft, te verklaren.
De God die Job schetst is er een waar je alleen maar kwaad op kan worden. Die God houdt zijn boosheid niet in en vernietigt de rechtvaardigen samen met de goddelozen. Enige vorm van gesprek met die God is onmogelijk (niet een op de duizend maal een weerwoord) en ook al zou je onschuldig zijn, Hij zal je toch schuldig verklaren.
Een duivels dilemma dus.
Het zou een volmaakte God niet passen om een fout te maken. Dat zou een nieuw dilemma creëren dus wordt de onvolmaaktheid lenig afgewenteld op zijn beelddrager. Job dus, en met Job de gehele mensheid waarmee de mens de Job van God is geworden.
Wat is er mis met een God die de verantwoordelijkheid niet neemt voor een fout die duidelijk op zijn conto kan worden bijgeschreven. Daar is heel wat mis mee, zeker als die verantwoordelijkheid ook nog eens wordt afgewenteld op dat wat Hij eerst zo graag wilde en nu klakkeloos aan de kant lijkt te zetten. Doet me denken aan de huidige president van Amerika. Die maakt ook geen fouten. Het is altijd de ander en als er geen ander voorhanden is, is er altijd nog de pers. Weerzinwekkend.

Bij het lezen van dit negende hoofdstuk in het boek Job voel ik me letterlijk onpasselijk worden borrelt er een diepe boosheid op.
Job wil terug praten; een weerwoord hebben maar weet dat hij bij voorbaat geen kans maakt. Dus doet hij wat de meeste weldenkende mensen zouden doen: hij plaatst een oproep op Facebook:


Ik ben benieuwd hoe dit gaat aflopen.

1 juni 2020

De apostel met z'n kijkdoos

Tegen beter weten in (want ik word er veelal niet wijzer of vrolijker van) heb ik gisteren Youtube afgestruind en kwam terecht bij een gristelijke tijdenduider, door derden wel geïntroduceerd als een "man met een zalving" en een "apostel". Deze vermeende apostel duidt in een miniserie de tijd waarin we leven en schetst als het ware een kijkdoos naar de toekomst. Behendig neemt hij heersende complottheorieën - waarin machten en krachten een systeem creëren (en dat eigenlijk al hebben gedaan) waarbij totale controle over de mensheid wordt verkregen middels een microchip die meelift op het vaccin tegen Corona dat door de mensheid gretig zal worden verwelkomt - en plaatst deze in zijn bedelingen(*) kijkdoos. Ook de rol die 5G daarbij speelt en Bill Gates als een van de hoofdrolspelers wordt uiteraard niet vergeten; het wordt niet eens voorzichtig gesuggereerd maar als werkelijkheid gepresenteerd. Gelukkig, zo stelt de gezalfde apostel, houdt de kerk dit alles nog tegen....

De uitdaging bij het trachten te duiden van de tijd waarin we leven en de mogelijk daaruit voortvloeiende toekomstscenario's, is om je niet te laten verleiden  dit te doen vanuit een korte termijn perspectief en/of slechts het heden als uitgangspunt te nemen.
Pas als je ver en breed terugkijkt kun je wellicht iets wezenlijks zeggen over morgen. Maar dat doet men over het algemeen niet. Toen de bedelingenleer in de 18e eeuw nieuw leven werd ingeblazen was de Paus de grote boze man (en is het voor velen nog steeds). In de jaren zeventig van de vorige eeuw waren het de Russen, daarna China en nu blijkbaar Bill Gates.

Viktor Vasnetsov, de vier ruiters van de Apocalyps
Mensen hebben kennelijk behoefte aan die duiding en zijn gevoelig voor stemmen die dat op luidruchtige, quasi intelligente, quasi-wetenschappelijke, met de hand op de Bijbel en overtuigende wijze weten te brengen.
De stelligheid waarmee we om de oren worden geslagen met doemscenario's betreffende de opwarming van de aarde is hiervan ook ander voorbeeld. Kijk verder en breder terug en het perspectief verandert hoewel het niets afdoet aan onze verantwoordelijkheid om goed rentmeesterschap te bedrijven.


Ik denk dat een wezenlijk probleem is dat niemand met een lege kijkdoos begint. Als ik mijn kijkdoos ga vullen met fenomenen die zich vandaag voordoen, realiseer ik me dat er al heel wat in mijn kijkdoos zit. Aannames en ideeën over wat ik denk dat de Bijbel en anderen over de toekomst, God en de mens zegt; ik zal onbewust dat wat ik nu zie, vind of voel, zo in mijn kijkdoos plaatsen dat het beeld dat er al is, wordt bevestigd. Dat is ook de reden dat complottheorieën worden ontwikkeld en door velen gretig worden afgenomen; "kijk eens hoe mooi het allemaal past in mijn kijkdoos!"

Toch getuigt het wel van moed om zo'n serie op Youtube te plaatsen. Ik vind het wel stoer hoewel de beste man in mijn beleving een karikatuur van zichzelf maakt en ik het niet anders kan zien dan een Jiskefet sketch of een aflevering van "man bijt hond." Anderen daarentegen zullen hem en zijn stelligheden omarmen als een godsgeschenk omdat het zo fijn in hun kijkdoosje past.

Hoop heeft alles met de toekomst te maken. Hoop kun je niet zien, hooguit omschrijven als een beleving, een soort van  "diep weten" dat als een anker heden en toekomst met elkaar verbindt. Dat de mens die hoop wat handen en voeten probeert te geven is een eigenschap die ons onderscheidt van de dieren. Hoop echter die tastbaar wordt en je als het ware vast kunt houden kan je ontnomen worden en daarmee een illusie armer maken.
Nee, geef mij een toekomst die gemotiveerd wordt door die onzichtbare hoop. Die verwacht ik met een volharding die sterker is dan welk mogelijk toekomstscenario dan ook.


(*) De bedelingenleer (of dispensationalisme) is een systematisch-theologisch kader, dat ervan uitgaat dat Gods plan met de wereld kan worden opgedeeld in verschillende bedelingen. Zo hebben christenen het vaak over "de eindtijd," zeg maar dat we aan het eind gekomen zijn van een reeks bedelingen waarbij men reikhalzend uitziet naar een dramatische, bovennatuurlijk ingrijpen van God dat pas zal gebeuren nadat de tegenstander van God een tijdje gigantische te keer kan gaan. Met andere woorden, het moet eerste veel erger worden voordat een nieuwe tijd aanbreekt. In deze context worden dan Corona, Gate en 5G geplaatst.


19 mei 2020

Gelukkig ben ik nog gezond

Ik hoor het mensen, die een brok ellende te verhapstukken hebben gekregen, wel zeggen: "Gelukkig ben ik nog gezond. Daar ben ik dankbaar voor." Dat zou Job gezegd kunnen hebben nadat alle ellende zoals in de vorige blog opgesomd, zijn leven op z'n kop zette.
De meeste mensen lijken de psychologische en emotionele rek te hebben om rampspoed in een relatief kader te plaatsen. Dat geeft enig (breekbaar) houvast en het vergelijken draagt een steentje bij aan het leren hanteren: "ik denk maar zo, er zijn mensen die het nog veel erger hebben als ik." ("als ik" moet natuurlijk "dan ik" zijn, maar dat terzijde) Niet dat dit de ellende en rampspoed verdunt maar het creëert wat handvatten om het enigszins hanteerbaar te maken; lichtpuntjes om voorzichtig weer vooruit te kunnen kijken en/of overeind te krabbelen.


Er is rampspoed in overtreffende trap. De wereld van Job is ineengestort. Erger kan niet, zou je denken. Maar dan gaat vervolgens zijn eigen gezondheid naar de gallemiezen.
Ellende die letterlijk in je eigen botten gaat zitten; wat doe je daarmee? Het broze, betrekkelijk kader wat je met pijn, moeite en hulp van anderen voorzichtig hebt weten te construeren, valt uiteen. Je hebt niet langer je gezondheid! Waar hou je je dan nog aan vast?

Koppige Job luistert zelfs niet naar zijn vrouw die hem het volgende bemoedigende advies geeft: "Vervloek God toch en sterf." Maar Job luistert niet naar haar (wat op zich een wonder is) en houdt halsstarrig vast aan zijn "als we het goede aanvaarden van God, zouden we dan het kwade niet aanvaarden?" De zinsconstructie laat niet toe dat hij hier bedoelt te zeggen dat het kwade ook van God komt maar het is wel waarschijnlijk gezien zijn eerdere uitspraken (God geeft en neemt). Of dat godsbeeld correct is, daar zullen de volgende hoofdstukken in het boek Job hun licht op laten schijnen. 

De essentie van deze inleiding op de theologische verkenningen van Job en zijn vrienden is niet dat er een sluitend antwoord wordt gegeven op de theodicee (zie vorige blog) maar dat het gaat om de houding van Job temidden van ellende in overtreffende trap.

Regen, zonneschijn, droogte en watersnood zijn te verklaren vanuit de meteorologie en voor een deel de interactie tussen mens en aarde. Het idee dat God vanuit een regiekamer een buitje hier, een droogte daar, pokken hier, mazelen daar en Covid-19 overal tot in het kleinste detail al voor het ontstaan van de aarde heeft vastgelegd is uitermate absurde en reduceert hem tot een karikatuur; een boos mannetje dat ter meerde eer en glorie van zichzelf zegen en vloek het leven van de mens in- en uitschuift.

Omstandigheden beïnvloeden mijn humeur. Ik heb een gruwelijke hekel aan regen; waarom moet het, als ik dan al een keer ga fietsen, uitgerekend (daar heb je diep verborgen de goddelijke regisseur) dan zo gruwelijk hard waaien en regenen?

Als humeur het laatste woord heeft, de trein daar stopt, ben ik beklagenswaardig.
Zie ik nog iets door de bui en kan ik verder kijken dan mijn humeur me op dat moment in staat stelt?
En dat is wat voor Job spreekt. Hij blijft kijken en achter de ellende blijft hij God zien.

Als je dat kan ben je denk ik een gelovige.

17 mei 2020

Fietser bekeurd voor trappen

Een schaafwondje wuif ik weg. Daar denk ik niet al te diep over na of vraag me af waarom dit mij moest overkomen. Een ernstige ziekte of verlies is een ander verhaal. Gewild of ongewild ga ik mijn best doen om een aanleiding te vinden en het betekenis te geven.  Als dat dan ook nog eens in overtreffende trap gebeurd dan wordt de vraag over de verhouding tussen goed en kwaad en bij wie of wat de schuld kan worden neergelegd op scherp gezet.

Vanmorgen las ik de krant en een stukje uit het boek Job en zette deze foto naast dat hoofdstuk.


Het archetypische verhaal van Job, waarin we de overtreffende trap van schaafwondjes in een bizar geschetst scenario tegenkomen, dringt de vraag naar het waarom, op vol volume en in alle mogelijke donkere kleuren, het leven van de lezer binnen.
Op één dag worden 7000 schapen en geiten, 3000 kamelen, 1000 koeien, 500 ezelinnen geroofd en alle personeel dat nodig was om deze omvangrijke veestapel te verzorgen, gedood. Alsof dat nog niet genoeg was komen op dezelfde dag zijn tien kinderen om als het huis waarin ze aan het feesten waren instort: verlies in overtreffende trap.
Je kan op zo'n moment niet doorfietsen, ook al zou je misschien wel willen.

De vraag over de verhouding tussen goed en kwaad wordt ingeluid door Jobs reactie: "De Heer heeft gegeven, de Heer heeft genomen, de naam van de Heer zij geprezen."
Daar zit een wereld achter. Zien we hier een God die naar Zijn wil deurtjes van voorspoed en rampspoed in ons leven open en dicht doet? Omdat Hij dat kan?
In de aanloop naar de rampspoed lezen we dat de satan tijdens een blijkbaar terugkerend overleg met God, waarin God met trots over Job had gesproken, had gereageerd met een: "ja, da's lekker makkelijk. Als de voorspoed deur wagenwijd openstaat en het rampspoed deurtje potdicht is het logisch dat Job helemaal fan van U is." 
Vervolgens krijgt de satan van God de ruimte om die toewijding van Job eens danig op de proef te stellen met het onwerkelijke scenario zoals hierboven gemeld als gevolg. Het wordt trouwens nog erger maar voor nu is dit even voldoende. De vraag is nu helder.

Wat volgt zijn 35 hoofdstukken theologie, eigenlijk theodicee: een argumentatie die een rechtvaardiging moet zijn voor (het geloof in het bestaan van) een God die zowel volmaakt goed als almachtig is, terwijl er toch kwaad in de wereld bestaat (het probleem van het lijden).


Het lukte hen toen niet, en ons nu nog steeds niet om dit vraagstuk op te lossen. Wat wel duidelijk wordt is dat het de mens aan inzicht en begrip ontbreekt om dit belangrijke vraagstuk op te lossen. We zijn in belangrijke mate overgeleverd aan onze eigen subjectieve duiding. In alle bestaande en nog te ontstane verhandelingen vinden we uiteindelijk wel iets dat de nodige ruimte geeft, de extra lucht geeft die de mens nodig heeft om toch weer op de fiets te stappen.

De dubbelzinnigheid waar de theodicee ons mee confronteert zou de mens kunnen verleiding om voor een enkelzijdige schijnbare oplossing te kiezen. Zij die toegeven aan deze verleiding noemen we sektarisch; de zaak is dicht gesmeerd, de dop kan op de fles. Deze schijnoplossing vinden we bij aanhangers van wat voor religie of esoterie dan ook en aanhangers van dit soort fratsen zijn niet de meest aangename gesprekspartners. Velen van hen zullen zichzelf later keihard tegenkomen als ze ontdekken dat de dop lekte en het smeersel forst erodeert.

Leven met ambiguïteit heeft een aantrekkelijk gevolg. We voegen ons bij de vrienden van Job en schrijven het 36ste en 37ste hoofdstuk. Zoeken en tastend vinden we houvast in de dialoog en zien we dat er licht is aan het eind van de tunnel zonder dat licht echt te begrijpen.

Nu had ik hier een foto willen plaatse van een tunnel met licht aan het eind maar besloot om het niet te doen omdat het teveel cliché is, een quasi antwoord op een te complexe vraag. Iemand schreef ergens "Het licht aan het eind van de tunnel is geen illusie, de tunnel is de illusie." Daar word je toch lichtelijk onpasselijk van! Probeer dat cliché eens uit op mensen voor wie de tunnel toch wel heel echt is en het licht even niet te zien.

Voor mij persoonlijk is het licht niet aan het eind te vinden maar daar waar ik op dit moment ben. Het Licht van de wereld, Christus, is des mensen enige troost, beide in leven en sterven.

15 mei 2020

De boze boef, roeien met pollepels en een modern sprookje

Tja, denk je rustig thuis te zitten, deels gedwongen, gebeurd er plotseling iets wat ik niet zag aankomen. Lees het moderne sprookje in deze nieuwsbrief.

21 april 2020

Gevoelig geloof



Het is opmerkelijk dat in de huidige tijd de beleving centraler is komen te staan en/of zelfs leidend in de individuele en collectieve geloofspraktijk. “Het voelde gewoon goed;” zo motiveren velen hun beslissingen waarbij de serieuze gelovige God er ook bij haalt: “De He(e)r(e) bevestigde het in mijn hart.” De Bijbel maakt het de mens niet gemakkelijk door het overdadige gebruik van “het hart.”
De een ziet daar een aanleiding in om de stem van zijn/haar hart te volgen omdat God daar door zijn Geest intrek genomen terwijl een ander, zoals ondergetekende, aanleiding ziet om dat hart (arglistig en dodelijk – Jeremia 17:9) slechts te wantrouwen.

De strijd tussen wat er voorrang moet krijgen, de rede of de beleving, is nog lang niet gestreden en kan denk ik niet echt opgelost worden; er bestaat geen definitief antwoord: ze co-existeren. De voortdurende dialoog tussen beide grootheden is en blijft de weg voorwaarts.
Beleving is onderhevig aan meerdere interne en externe factoren. Een minimaal kortsluitinkje in het menselijk brein kan een tot dan toe bestendige beleving radicaal veranderen. Beleving is daarmee een grillig dingetje. 

Een te zwaar accent op de rede is echter ook geen betrouwbare leidraad voor het geloof. Daar waar in verleden en heden de (vermeende) rede een pleit moe(s)t beslechten mondde en mondt dat in veel gevallen uit in een bloedbad. De geschiedenis van de reformatie is daar een beschamende getuige van met wereldwijd letterlijk miljoenen doden over een periode van zo’n 150-200 jaar waarin het protestantisme terrein veroverde. Al weken lang loop ik rond met plaatsvervangende schaamte bij het lezen van de geschiedenis van het protestantisme (overigens een geweldig boek van Alec Ryrie “Protestanten”). Ten grondslag aan al die strijd ligt de ene keer de rede, de andere keer de beleving en weer een andere keer economische, financiële of sociale belangen. Al met al weinig of niets om trots op te zijn of de Heer voor te loven en te prijzen.

Hoewel bij mij de rede centraler staat (mijn gevoel speelt spelletjes met me en kent een grillig verloop) is het geloof en de beleving ervan een interactie tussen wat ik weet (of denk te weten) en de zintuigen. Het sterke van gevoel is dat het persoonlijk is, heel diep gaat en me niet ontnomen kan worden – ik kan het niet eens of oneens zijn met jouw gevoel. Wel kunnen we het hebben over waar die gevoelens vandaan komen en welke factoren een rol spelen bij de totstandkoming van een beleving.

De rede heeft als voordeel dat je het kunt beargumenteren, bevragen en bekritiseren. Je kunt er een boom over opzetten.
In Jezus’ interactie met zijn volgelingen die, net als wij, de neiging hadden zaken behoorlijk complex te maken, wist Hij regelmatig de zaken scherp te zetten: “Heb God lief bovenal en je naaste als jezelf.” Waar deze gouden regel leidend is voor de praktijk van het (geloofs)leven kunnen we vervolgens praten over rede versus gevoel, in het besef dat zelfs deze cruciale discussie een secundaire is.

7 maart 2020

Ondergoed en Australie

De nieuwsbrief met de allerlaatste roddels en andere niet zo spectaculaire ontwikkelingen. Over Australië, FC Barcelona ondergoed en andere parafernalia in de kerk en daarbuiten.

Klik hier.

17 februari 2020

Gemeenschapsarmoede en er bleekjes uitzien

Hemoglobine, dat in onze rode bloedlichaampjes zit, heeft als taak om de levengevende zuurstof naar alle hoeken en gaten van ons lichaam te transporteren. Als we te weinig rode bloedlichaampjes hebben, en het bedrijf dat verantwoordelijk is voor het transport van de zuurstof in het bloed dus onderbezet is, hebben we bloedarmoede. Duizeligheid, vermoeidheid en er witjes uitzien zijn enkele van de symptomen.

Ik bedacht dat dit wel een aardige metafoor is voor wat ik gemeenschapsarmoede noem. De mensen om ons heen, de gemeenschap waar we deel van uitmaken, zijn als de rode bloedlichaampjes die ons voorzien van de onderdelen die we nodig hebben om als mens gezond te kunnen functioneren. Ze leveren de ijzer die nodig is voor een volle mep bloedlichaampjes en een gezond functionerend transportbedrijf.
Natuurlijk zitten er in die gemeenschap waar we deel van uitmaken allerlei Jutten en Jullen die we misschien liever kwijt dan rijk zijn. Ze stellen teleur, eisen teveel aandacht op, doen en zeggen domme dingen, delen onze normen en waarden niet en zo kan ik nog wel even doorgaan.

Toch hebben deze (in onze beleving) stoethaspels (Donald Duck is er een)* een belangrijke, levengevende functie. Ze confronteren mij met mezelf, irriteren mij (wellicht omdat ik meer van mezelf in hen zie dan me lief is of ik bereid ben te erkennen) en roepen reacties in mij op die niet wenselijk zijn en schadelijk kunnen zijn voor anderen. Met andere woorden, ze voorzien mij van een soms overdosis aan zuurstof die mij erbij bepaalt dat ik volop mens ben. Maar wil ik dat wel?

De natuurlijke reactie van de mens in ongewenste en bedreigende situaties is vluchten, of blijven (fight of flight). De optie vluchten is een keuze tot het zich terugtrekken in een minimale bubbel, een mini biotoop waarbinnen geen plaats meer is voor "checks and balances" - ik laat de polonaise aan mijn lijf voorbijgaan. Het probleem dat hier kan ontstaan is dat die mini bubbel van gesloten en beperkte gemeenschap een eigen waarheid  wordt die tot God verheven wordt. Is niet heel erg gezond en leidt op den duur tot "duizeligheid, vermoeidheid en bleekheid;" depressie, uitzichtloosheid en besluiteloosheid.
Het besluit om te blijven en de stoethaspels in mijn leven te omarmen leidt tot gezonde (zelf)reflectie, aanscherping van denken en doen en een afstappen van het altijd maar vergelijken en veroordelen.

Het afgelopen weekend was een voorbeeld van een forse stoot ijzer. Die Australiërs hier op het platteland nemen geen blad voor de mond, zeggen wat ze denken en gaan met open vizier de conflicten aan en in. De beperkte omvang van de gemeenschap laat hen ook geen andere optie. Je moet met elkaar werken, leven en bewegen. Er gaat zeg maar een hoop ijzer om in deze omgeving. Dat is wat anders in Rotterdam en de plaatsen in haar buurt. Daar kun je de stoethaspels uit je buurt houden of je van hen verwijderen door een ander clubje op te zoeken of te stoppen met deel zijn van wat voor clubje dan ook. Vroeger of later treden de symptomen van gemeenschapsarmoede op en kom je tot de ontdekking dat je een stoethaspel bent geworden.
Nee geef mij de hele mep maar. Niet altijd even prettig maar op de duur veel gezonder.

1) Dreutel 2) Klojang 3) Klojo 4) Klungelaar 5) Kluns 6) Kruk 7) Lummel 8) Oliekoek 9) Onbeholpen persoon 10) Onbehouwen persoon 11) Onhandig iemand 12) Onhandig lang mens 13) Onhandig mens 14) Onhandig persoon 15) Onhandige persoon 16) Stoetel 17) Stumper 18) Stuntel 19) Stuntelaar 20) Sufferd

10 februari 2020

Het kind is helemaal gelukkig

"Het kind is helemaal gelukkig;" een vaststelling die ik mijn nicht en reisgenoot nu een aantal keren heb horen mededelen Op die momenten dat al het goede en verwachtte jouw kant op waait en alles eventjes helemaal klopt, vatten die paar woorden de beleving van dat moment keurig samen. Dat het vaak maak eventjes duurt en dat windje van geluksbeleving makkelijk weer verder waait, doet niets af van het feit dat die momenten bestaan en het leven de moeite waard maken
.
Ik stel me zo voor dat die momenten van intense geluksbeleving constant zouden zijn. Daar zou je toch voor tekenen? Of kan het zijn dat je daar dan aan went en een nog intensere wind nodig is om dat eerste moment te herbeleven?

Ik moest hieraan denken toen ik zojuist het wel en wee van de afgelopen twee weken overdacht. Ik ben nu 15 dagen onderweg met nog 16 te gaan en realiseer me dat ik een bijzonder gelukkig mens ben en van mijn werk houd: dit is wat ik doe!
De mindere dingen - soms voel ik me een vreemdeling in mijn eigen club - neem ik voor lief. Die horen erbij.
Het afgelopen weekend vijf studies gegeven aan een groep jong volwassenen. Studies gingen over de Bergrede van Jezus. Het mooiste compliment dat ik, de eeuwige aan zichzelf twijfelende en best wel onzekere Jan den Ouden, kreeg was de vraag of ik volgende jaar terug wil komen voor meer.

Kijk, daar wordt dit kind helemaal gelukkig van.

6 februari 2020

God verzoeken om te vullen

Of de Heer de ruimte alsjeblieft wilde vullen met zijn tegenwoordigheid.
Iemand bad dat.
Maakte tegelijk een geruststellend verwelkomend gebaar met beide armen.
Zo'n gebaar waarbij je voelt dat de gebaarder probeert te zeggen: "mi casa es su casa."

"Ja Heer, we nodigen u echt uit," viel een ander de iemand bij.

Ik probeerde me het plaatje voor te stellen dat hierbij zou kunnen passen.
God bij de deur. Hij kijkt naar binnen waar een groep mensen in rijen achter elkaar in een soort brede bus zitten. Ze zingen liederen. Sommigen zitten, anderen staan. Een iemand kijkt ernstig, weer een ander kijkt met een hemelse glimlach naar het plafond. Weer een, ditmaal staande, ander kijkt met "een blikje" naar de persoon naast hem die zwijgend zittend voor zich uit staart. Eén iemand schiet een propje weg en weer een ander veegt met de duim snel iets van om of nabij de neus weg.
God aarzelt om naar binnen te gaan. Hij wacht op de officiele uitnodiging. Iedereen in de ruimte weet heus wel dat Hij er allang is maar het is beter te wachten op een formeel welkom.
De groep heeft zich warmgezongen en het moment is daar dat iemand die de band op het podium lijkt aan te sturen Zijn aanwezigheid bevestigt met een officieel welkom.
Natuurijk was Hij al aanwezig. Het verschil is dat Hij nu echt aanwezig is en aan het werk kan. Men is er klaar voor.

Mocht je je ooit onder een groep biddende mensen begeven, let dan eens op hoe vaak het woordje "echt" valt. Het voelt dan alsof tot het moment dat het woordje "echt" valt, alles wat daarvoor gebeden werd onder de noemer "gewoon" valt en dat alles wat na "echt" volgt pas echt menens is. Totdat "echt" nog een keer valt en daarmee impliciet het daarvoor gebedene en gezegde minder verklaart.

Zou God misschien een maatje groter kunnen zijn?
Leven we en begeven we ons immers niet in de ruimte die we Gods tegenwoordigheid noemen? "Ik ben," zo stelt Hij zich voor aan Mozes.
"Ik ben" laat zich onmogelijk vertalen in twee- en drie dimensionale beelden, of in schamele woorden, hoe vernuftig en knap dan ook gevonden.
Er valt niets uit te nodigen, of te smeken om te vullen.

Daar waar geen enkel beeld van God meer over is om op terug te vallen, of aan vast te houden of naar terug te grijpen; in die leegte en die stilte die volkomen gevuld is met "Ik ben," pas daar wordt geloof mogelijk.
De tranen die mensen schreien, de vragen die ze stellen, de wanhoop die ze voelen, het verlies dat ze lijden, de antwoorden die zich maar niet laten vinden; het beste van God dat we ze kunnen geven is "het er zijn." In dat "zijn" wordt de manifestatie van God wellicht het sterkst ervaren, ook al ontbreken de woorden om het te omschrijven.
Daarom ook is de centrale plaats van Christus in het Godgeloof essentieel. In Christus zien we het wezen van God gemanifesteerd. Zonder Christus is en blijft God de onzienlijke en de eeuwig abstracte. In Hem komt Gods wezen naar voren en naar boven (eigenlijk beneden).

Vormen, verwachtingen, systemen en structuren gebruiken we om God wat tastbaarder en het leven meetbaarder te maken. Schamele pogingen zijn het die zomaar de plaats van God in kunnen nemen en/of kunnen verworden tot een show. Als we dat loslaten en in dat schijnbare niets terechtkomen, daar waar geloof mogelijk wordt, zien we Christus.

31 januari 2020

De Kristen en de Knijper

Kom ik toch iemand tegen die èn in de Heer is èn beweert dat God waarschijnlijk niet alles weet. "Hè", dacht ik zo bij mezelf, "sinds wanneer kunnen die twee naast elkaar bestaan?"  "Kijk zelf maar" zei hij; "God veranderde zijn plan nadat Mozes hartstikke lang had gebeden, had er spijt van dat hij Saul koning had gemaakt en vernietigde Nineve niet zoals Hij eerst wel beloofd had, en zo kan ik nog wel even doorgaan."
Ik overwoog even om wat klein geweld toe te passen om de man weer bij zijn positieven te brengen door hem, zoals Martha altijd doet als ik niet doe wat ze wil, heel hard en gemeen in de arm te knijpen of goedkope Action verf in z'n gezicht en haar te smeren.
Ik moest die man helpen zien dat dit soort verhalen slechts de schijn wekken dat God iets niet zou weten want natuurlijk weten we dat een God die niet alles zou weten never nooit niet een, laat staan ONZE, God zou kunnen zijn. Stel je voor zeg, dat het roepen  van de mens tot God ook maar enig effect zou hebben op Zijn plan; het roepen en bidden was gepland, Zijn antwoord al voor de schepping van de wereld verwoord en in een actieplan uitgewerkt en samen met het creëren van de suggestie dat wij, domme, kleine mensen, die nooit iets echt snappen of iets echt goed kunnen doen invloed zouden kunnen hebben op het hart en de wil van God.
Harder knijpen! Hij snapt het niet. Meer verf.

Dit scenario is niet alleen maar denkbeeldig. Het raakt het hart van een van de grote mysteries aangaande God. Ondanks de vele pogingen om het naar links of rechts of zelfs het midden te verklaren, is het een illusie te hopen of te denken dat we er ooit uitkomen.

Nu laat God zich ook niet zomaar in een hoekje zetten of een beeldje drukken, hoe graag ik het ook zou willen.
Geen man, geen mens, maar Geest. En Geest laat zich maar moeilijk vormen, vangen en/of knijpen.

Waar te beginnen? Het enige, enigszins tastbare dat de wereld van God heeft gekregen, waar we iets mee kunnen, is Jezus.

"Ja", hoor ik een andere en om andere redenen in een velletje te knijpen man zeggen, "maar Jezus is toch ook maar een afbeelding, een soort van gestripte verzie van God?" Kan zijn, maar als Hij de ware aard van God belichaamt, kan ik er wel wat mee. Dan spijker ik hem of als godsdienstwaanzinnige, terrorist of bedreiging voor de openbare veiligheid  aan het kruis, of ik besluit hem te volgen om te ontdekken of Hij werkelijk de verbinding is tussen de geknepen, of de te knijpen man,  en de ongrijpbare Geest.

30 januari 2020

De achterkant van het alles van tevoren regelen

Een pakketreis is handig. Alles geregeld dus kun je meer zien. In 24 uur de molens van Kinderdijk, de Keukenhof, Anne Frankhuis, Rijksmuseum en als kers op de taart nog even naar Brussel.
Wat als je wat meer ruimte laat voor nietsdoen? Vanuit dat nietsdoen zou zomaar iets kunnen ontstaan wat zich op geen enkele manier van tevoren laat plannen of organiseren.

Naast me zit mijn nicht Lou-Anne. Aan de andere kan van me zit een nog onbekend persoon. Ik kan ervoor kiezen om te negeren wat er om me heen gebeurt. Misschien zit ik zo niet in elkaar want dat is bijna onmogelijk voor me, behalve in een vliegtuig waar ik zonder moeite 12 uur kan zwijgen.
Shauna, want zo heet de nu niet langer geheel onbekende, is onderweg naar haar ouderlijk huis in Ierland. Ze heeft drie jaar door Australië rondgereisd en zit vol met tips, suggesties en contacten.
Ik had mijn nicht van tevoren aangeraden om niet teveel te willen organiseren omdat de meeste dingen, inclusief volgende stappen in het leven, zich meestal ontvouwen vanuit contacten en relaties. Ik zie dat als als deel van de (scheppings)orde der dingen. Dat geldt voor ontmoetingen met anderen maar begint vooral met het oog hebben voor je omgeving.
Het zou zomaar kunnen zijn dat in een wereld waarin de mens zich meer en meer lijkt te isoleren van anderen en zich binnen een eigen gecreëerd leefding (zal best wel een term voor zijn) beweegt - home is where wifi is - eigenlijk best wel veel mist.
Leven doe je vooral met elkaar. Door de directe omgeving niet te negeren heeft nicht Lou-Anne al een contact die haar, zo verzekerde ze stellig, aan werk kan helpen. Dat belooft wat met nog weken te gaan en ontmoetingen met letterlijk honderden vrienden en kennissen die ik in Australië heb. En dan hebben we het nog niet eens over de toevallige Shaunas.

p.s. Tip voor de dag: geen. Als je dat wat karig vindt: kijk om je heen en reageer.
p.s. 2 Shauna is mijn meest recente BFF. Kosten: 20 minuten aandacht geven.

29 januari 2020

Dah pastor is in dah House

Als je er even over nadenkt is het relatief nieuwe gebruik van de titel "senior pastor" of "lead pastor" op z'n minst eigenaardig te noemen. Het feit dat we in Nederland weer een Engels begrip omarmen, er groepen van gelovigen mee associëren en betreffende personen het op hun visitekaartje afdrukken, zou op z'n minst een fronsje op het gezicht van de gemiddelde gelovige moeten produceren zonder dat het nu meteen op de agenda gezet zou moeten worden. Waarom wordt alleen de pastor naar zijn baan vernoemd? Oké, natuurlijk is er de secretaris of secretaresse en misschien een Youth Pastor of een Hoofd van  iets. Maar waar het gaat om de gaven die Christus heeft gegeven (Ef. 4) en die samen als fundament van een plaatselijke kerk fungeren wordt alleen de "herder" betiteld. We vragen namelijk niet: is de junior profeet toevallig op kantoor aanwezig, of de interim apostel? Nee? Dan de hoofdevangelist misschien, of iemand anders met Senior in zijn/haar titel? O, alleen de junior herder is er? Dan bel ik later wel terug. Dahaag.

Waarschijnlijk heeft men gekozen voor pastor omdat 1) men dat in Amerika en Azie ook doet, dus zal het wel goed zijn en 2) het Nederlandse woord voor pastor te makkelijk associaties oproept met schapen. Pastor bekt lekkerder en verkoopt beter dan "herder", laat staan "oude herder" of "hoofdherder".
Of men het nu doet tijdens, postuum of nadat de pastor/voorganger/predikant zijn ambtstermijn heeft volgemaakt en zijn foto naast die van de vorige herder een plekje krijgt in het kerkgebouw, wat blijft staan is het mysterie van de opwaardering van die ene gave boven de andere gaven. Dat mysterie gaat overigens veel verder terug dan het gebruik van de titel pastor in onze moderne tijd.

Nu steeds meer kerken neigen naar een structuur die duidelijke parallellen vertoont met een bedrijf kan het zomaar zijn dat de pastor een manager blijkt te zijn. In statig pak of, in de hippere kerken, in spijkerbroek en overhemd los over de broek.
Helaas gaat de opwaardering van dat specifieke ambt gepaard met een onuitgesproken degradering van al het andere, hoewel ik de eerste nog tegen moet komen die dit volmondig zou erkennen. Niet dat de pastor daar schuldig aan is; het is inherent aan het systeem. Binnen dat systeem is ook het accent op wat men aanbidding is gaan noemen (vroeger heette dat gewoon samenzang) opgestuwd en heeft een prominente rol gekregen.
Het geheel lijkt wel wat af te drijven van het idee dat de kerk een gemeenschap is waarin alle leden van die gemeenschap bijdragen aan het welzijn, de groei, en de ontwikkeling van die gemeenschap.

Heb ik iets tegen pastors? Nee, daar zit ik niet zo mee. De kerk heeft herders nodig. En evangelisten. En leraars. En profeten en misschien zelfs apostelen. O wacht. Natuurlijk heeft de kerk die nodig. Alleen noemen we ze niet meer zo.

Ongeacht hoe we dingen noemen, welke titels we mensen en onszelf geven, de kerk blijft een groot mysterie waarbinnen men op elkaar en op God is aangewezen om er samen iets van te maken.

28 januari 2020

De bel gaat, er staan schuldgevoelens aan de deur

De grote Boeing 777 wordt van de gate weggeduwd en de motoren gestart. Langzaam taxiet vlucht GA89 naar de startbaan en een kwartier later zijn we los, op weg naar Indonesië, eigenlijk een tussenstop want de bestemming is Australië. Naast me een lege stoel, daarnaast mijn nichtje Lou-Anne, een van de dochters van mijn jongste broer. Die vergezelt me de komende 30 dagen waarna ik naar huis terugkeer en zij haar backpakking avontuur alleen zal voortzetten. Omdat haar leven niet wars is geweest van enig tumult hoopt ze dat de komende maanden haar zullen helpen om het een en ander op een rijtje te krijgen.


Bij het terugduwen overviel me een gevoel van schuld. Mijn schema in Australië zit niet zo vol als "normaal". Ik bedoel daarmee "propvol." Het zwaartepunt ligt op drie weekenden. Het eerste weekend verloopt niet zoals oorspronkelijk gepland. Ik zou spreken in een grote gemeente in Melbourne maar daar was men vergeten dat het komende weekend de start is van hun kerkelijk jaar. De senior pastor hoort dat natuurlijk in te leiden; dag Jan.

Ja, een schuldgevoel. Ik denk dat dat is wat ik voel. Ik sluit geen zakelijke deals, ik los geen organisatorische problemen (meer) op, ik verkoop niets, kortom, ik produceer in de drie-dimensionale wereld niets tastbaars, meetbaars of zichtbaars. Een stemmetje in mij roept dat ik het niet goed doe, dat ik feitelijk "niets" doe - want niet propvol - en dus een slechte calvinist ben (dat laatste wist ik al).
Hoeveel mag "beïnvloeding" (dat vat in een woord samen wat ik doe) kosten? Er zijn mensen die de invloed op ons denken en gedrag van reclameblokjes, waarmee we op radio, tv en internet worden doodgegooid, betwijfelen of bagatelliseren. Reclamemakers zijn zich echter zeer wel bewust van de kracht en macht van beïnvloeding en betalen grof geld om op ons netvlies, in onze hoofden en vooral ons onderbewustzijn te kunnen komen.

De afgelopen twee, drie jaar heb ik me afgevraagd of dat, wat ik doe, wel zin heeft, gewenst is, ertoe doet. Iemand vatte het ooit zo samen: beetje reizen, beetje spreken, beetje lesgeven, beetje coachen, beetje mentoren, beetje trainen - doe mij ook zo'n baan - het is vooral dat "beetje" dat de meeste impact op me heeft. De cynische ondertoon behoefde verder geen nadere uitleg om mij te laten weten wat de persoon daar nu allemaal van vond en waarschijnlijk nog steeds vindt (meende ik nu tussen de zinnen ook vleugen van jaloersheid te horen?). Ik zie mezelf precies hetzelfde zeggen en dat was precies wat ik voelde bij het terugduwen.
Ik heb me verzoend met mijn lot (sommigen zouden het edeler "roeping" hier gebruiken maar dan klinkt het meteen weer zo buitenaards): dit is wat ik doe en ik doe het met veel plezier. De impact op de levens van mensen is niet altijd meetbaar maar dat zij dan maar zo. De twijfel en de pessimistische gevoelens die ik vaak heb over het eigen zijn en functioneren zullen altijd om me heen blijven hangen.
We zijn inmiddels ver genoeg weggeduwd. We kunnen nu vooruit, de lucht in. Ik ga mee. M'n nichie ook. Dat wordt vast een bijzonder verhaal.
Met of zonder schuldgevoel; ik ben een bijzonder bevoorrecht mens.

Morgen: de senior, junior en aspirant pastor