19 mei 2020

Gelukkig ben ik nog gezond

Ik hoor het mensen, die een brok ellende te verhapstukken hebben gekregen, wel zeggen: "Gelukkig ben ik nog gezond. Daar ben ik dankbaar voor." Dat zou Job gezegd kunnen hebben nadat alle ellende zoals in de vorige blog opgesomd, zijn leven op z'n kop zette.
De meeste mensen lijken de psychologische en emotionele rek te hebben om rampspoed in een relatief kader te plaatsen. Dat geeft enig (breekbaar) houvast en het vergelijken draagt een steentje bij aan het leren hanteren: "ik denk maar zo, er zijn mensen die het nog veel erger hebben als ik." ("als ik" moet natuurlijk "dan ik" zijn, maar dat terzijde) Niet dat dit de ellende en rampspoed verdunt maar het creëert wat handvatten om het enigszins hanteerbaar te maken; lichtpuntjes om voorzichtig weer vooruit te kunnen kijken en/of overeind te krabbelen.

Er is rampspoed in overtreffende trap. De wereld van Job is ineengestort. Erger kan niet, zou je denken. Maar dan gaat vervolgens zijn eigen gezondheid naar de gallemiezen.
Ellende die letterlijk in je eigen botten gaat zitten; wat doe je daarmee? Het broze, betrekkelijk kader wat je met pijn, moeite en hulp van anderen voorzichtig hebt weten te construeren, valt uiteen. Je hebt niet langer je gezondheid! Waar hou je je dan nog aan vast?

Koppige Job luistert zelfs niet naar zijn vrouw die hem het volgende bemoedigende advies geeft: "Vervloek God toch en sterf." Maar Job luistert niet naar haar (wat op zich een wonder is) en houdt halsstarrig vast aan zijn "als we het goede aanvaarden van God, zouden we dan het kwade niet aanvaarden?" De zinsconstructie laat niet toe dat hij hier bedoelt te zeggen dat het kwade ook van God komt maar het is wel waarschijnlijk gezien zijn eerdere uitspraken (God geeft en neemt). Of dat godsbeeld correct is, daar zullen de volgende hoofdstukken in het boek Job hun licht op laten schijnen. 

De essentie van deze inleiding op de theologische verkenningen van Job en zijn vrienden is niet dat er een sluitend antwoord wordt gegeven op de theodicee (zie vorige blog) maar dat het gaat om de houding van Job temidden van ellende in overtreffende trap.

Regen, zonneschijn, droogte en watersnood zijn te verklaren vanuit de meteorologie en voor een deel de interactie tussen mens en aarde. Het idee dat God vanuit een regiekamer een buitje hier, een droogte daar, pokken hier, mazelen daar en Covid-19 overal tot in het kleinste detail al voor het ontstaan van de aarde heeft vastgelegd is uitermate absurde en reduceert hem tot een karikatuur; een boos mannetje dat ter meerde eer en glorie van zichzelf zegen en vloek het leven van de mens in- en uitschuift.

Omstandigheden beïnvloeden mijn humeur. Ik heb een gruwelijke hekel aan regen; waarom moet het, als ik dan al een keer ga fietsen, uitgerekend (daar heb je diep verborgen de goddelijke regisseur) dan zo gruwelijk hard waaien en regenen?

Als humeur het laatste woord heeft, de trein daar stopt, ben ik beklagenswaardig.
Zie ik nog iets door de bui en kan ik verder kijken dan mijn humeur me op dat moment in staat stelt?
En dat is wat voor Job spreekt. Hij blijft kijken en achter de ellende blijft hij God zien.

Als je dat kan ben je denk ik een gelovige.

17 mei 2020

Het weggewuifde schaafwondje en de cliché van het licht

Een schaafwondje wuif ik weg. Daar denk ik niet al te diep over na of vraag me af waarom dit mij moest overkomen. Een ernstige ziekte of verlies is een ander verhaal. Gewild of ongewild ga ik mijn best doen om een aanleiding te vinden en het betekenis te geven.  Als dat dan ook nog eens in overtreffende trap gebeurd dan wordt de vraag over de verhouding tussen goed en kwaad en bij wie of wat de schuld kan worden neergelegd op scherp gezet.

Vanmorgen las ik de krant en een stukje uit het boek Job en zette deze foto naast dat hoofdstuk.


Het archetypische verhaal van Job, waarin we de overtreffende trap van schaafwondjes in een bizar geschetst scenario tegenkomen, dringt de vraag naar het waarom, op vol volume en in alle mogelijke donkere kleuren, het leven van de lezer binnen.
Op één dag worden 7000 schapen en geiten, 3000 kamelen, 1000 koeien, 500 ezelinnen geroofd en alle personeel dat nodig was om deze omvangrijke veestapel te verzorgen, gedood. Alsof dat nog niet genoeg was komen op dezelfde dag zijn tien kinderen om als het huis waarin ze aan het feesten waren instort: verlies in overtreffende trap.
Je kan op zo'n moment niet doorfietsen, ook al zou je misschien wel willen.

De vraag over de verhouding tussen goed en kwaad wordt ingeluid door Jobs reactie: "De Heer heeft gegeven, de Heer heeft genomen, de naam van de Heer zij geprezen."
Daar zit een wereld achter. Zien we hier een God die naar Zijn wil deurtjes van voorspoed en rampspoed in ons leven open en dicht doet? Omdat Hij dat kan?
In de aanloop naar de rampspoed lezen we dat de satan tijdens een blijkbaar terugkerend overleg met God, waarin God met trots over Job had gesproken, had gereageerd met een: "ja, da's lekker makkelijk. Als de voorspoed deur wagenwijd openstaat en het rampspoed deurtje potdicht is het logisch dat Job helemaal fan van U is." 
Vervolgens krijgt de satan van God de ruimte om die toewijding van Job eens danig op de proef te stellen met het onwerkelijke scenario zoals hierboven gemeld als gevolg. Het wordt trouwens nog erger maar voor nu is dit even voldoende. De vraag is nu helder.

Wat volgt zijn 35 hoofdstukken theologie, eigenlijk theodicee: een argumentatie die een rechtvaardiging moet zijn voor (het geloof in het bestaan van) een God die zowel volmaakt goed als almachtig is, terwijl er toch kwaad in de wereld bestaat (het probleem van het lijden).


Het lukte hen toen niet, en ons nu nog steeds niet om dit vraagstuk op te lossen. Wat wel duidelijk wordt is dat het de mens aan inzicht en begrip ontbreekt om dit belangrijke vraagstuk op te lossen. We zijn in belangrijke mate overgeleverd aan onze eigen subjectieve duiding. In alle bestaande en nog te ontstane verhandelingen vinden we uiteindelijk wel iets dat de nodige ruimte geeft, de extra lucht geeft die de mens nodig heeft om toch weer op de fiets te stappen.

De dubbelzinnigheid waar de theodicee ons mee confronteert zou de mens kunnen verleiding om voor een enkelzijdige schijnbare oplossing te kiezen. Zij die toegeven aan deze verleiding noemen we sektarisch; de zaak is dicht gesmeerd, de dop kan op de fles. Deze schijnoplossing vinden we bij aanhangers van wat voor religie of esoterie dan ook en aanhangers van dit soort fratsen zijn niet de meest aangename gesprekspartners. Velen van hen zullen zichzelf later keihard tegenkomen als ze ontdekken dat de dop lekte en het smeersel forst erodeert.

Leven met ambiguïteit heeft een aantrekkelijk gevolg. We voegen ons bij de vrienden van Job en schrijven het 36ste en 37ste hoofdstuk. Zoeken en tastend vinden we houvast in de dialoog en zien we dat er licht is aan het eind van de tunnel zonder dat licht echt te begrijpen.

Nu had ik hier een foto willen plaatse van een tunnel met licht aan het eind maar besloot om het niet te doen omdat het teveel cliché is, een quasi antwoord op een te complexe vraag. Iemand schreef ergens "Het licht aan het eind van de tunnel is geen illusie, de tunnel is de illusie." Daar word je toch lichtelijk onpasselijk van! Probeer dat cliché eens uit op mensen voor wie de tunnel toch wel heel echt is en het licht even niet te zien.

Voor mij persoonlijk is het licht niet aan het eind te vinden maar daar waar ik op dit moment ben. Het Licht van de wereld, Christus, is des mensen enige troost, beide in leven en sterven.

15 mei 2020

De boze boef, roeien met pollepels en een modern sprookje

Tja, denk je rustig thuis te zitten, deels gedwongen, gebeurd er plotseling iets wat ik niet zag aankomen. Lees het moderne sprookje in deze nieuwsbrief.

21 april 2020

Gevoelig geloof



Het is opmerkelijk dat in de huidige tijd de beleving centraler is komen te staan en/of zelfs leidend in de individuele en collectieve geloofspraktijk. “Het voelde gewoon goed;” zo motiveren velen hun beslissingen waarbij de serieuze gelovige God er ook bij haalt: “De He(e)r(e) bevestigde het in mijn hart.” De Bijbel maakt het de mens niet gemakkelijk door het overdadige gebruik van “het hart.”
De een ziet daar een aanleiding in om de stem van zijn/haar hart te volgen omdat God daar door zijn Geest intrek genomen terwijl een ander, zoals ondergetekende, aanleiding ziet om dat hart (arglistig en dodelijk – Jeremia 17:9) slechts te wantrouwen.

De strijd tussen wat er voorrang moet krijgen, de rede of de beleving, is nog lang niet gestreden en kan denk ik niet echt opgelost worden; er bestaat geen definitief antwoord: ze co-existeren. De voortdurende dialoog tussen beide grootheden is en blijft de weg voorwaarts.
Beleving is onderhevig aan meerdere interne en externe factoren. Een minimaal kortsluitinkje in het menselijk brein kan een tot dan toe bestendige beleving radicaal veranderen. Beleving is daarmee een grillig dingetje. 

Een te zwaar accent op de rede is echter ook geen betrouwbare leidraad voor het geloof. Daar waar in verleden en heden de (vermeende) rede een pleit moe(s)t beslechten mondde en mondt dat in veel gevallen uit in een bloedbad. De geschiedenis van de reformatie is daar een beschamende getuige van met wereldwijd letterlijk miljoenen doden over een periode van zo’n 150-200 jaar waarin het protestantisme terrein veroverde. Al weken lang loop ik rond met plaatsvervangende schaamte bij het lezen van de geschiedenis van het protestantisme (overigens een geweldig boek van Alec Ryrie “Protestanten”). Ten grondslag aan al die strijd ligt de ene keer de rede, de andere keer de beleving en weer een andere keer economische, financiële of sociale belangen. Al met al weinig of niets om trots op te zijn of de Heer voor te loven en te prijzen.

Hoewel bij mij de rede centraler staat (mijn gevoel speelt spelletjes met me en kent een grillig verloop) is het geloof en de beleving ervan een interactie tussen wat ik weet (of denk te weten) en de zintuigen. Het sterke van gevoel is dat het persoonlijk is, heel diep gaat en me niet ontnomen kan worden – ik kan het niet eens of oneens zijn met jouw gevoel. Wel kunnen we het hebben over waar die gevoelens vandaan komen en welke factoren een rol spelen bij de totstandkoming van een beleving.

De rede heeft als voordeel dat je het kunt beargumenteren, bevragen en bekritiseren. Je kunt er een boom over opzetten.
In Jezus’ interactie met zijn volgelingen die, net als wij, de neiging hadden zaken behoorlijk complex te maken, wist Hij regelmatig de zaken scherp te zetten: “Heb God lief bovenal en je naaste als jezelf.” Waar deze gouden regel leidend is voor de praktijk van het (geloofs)leven kunnen we vervolgens praten over rede versus gevoel, in het besef dat zelfs deze cruciale discussie een secundaire is.

7 maart 2020

Ondergoed en Australie

De nieuwsbrief met de allerlaatste roddels en andere niet zo spectaculaire ontwikkelingen. Over Australië, FC Barcelona ondergoed en andere parafernalia in de kerk en daarbuiten.

Klik hier.

17 februari 2020

Gemeenschapsarmoede en er bleekjes uitzien

Hemoglobine, dat in onze rode bloedlichaampjes zit, heeft als taak om de levengevende zuurstof naar alle hoeken en gaten van ons lichaam te transporteren. Als we te weinig rode bloedlichaampjes hebben, en het bedrijf dat verantwoordelijk is voor het transport van de zuurstof in het bloed dus onderbezet is, hebben we bloedarmoede. Duizeligheid, vermoeidheid en er witjes uitzien zijn enkele van de symptomen.

Ik bedacht dat dit wel een aardige metafoor is voor wat ik gemeenschapsarmoede noem. De mensen om ons heen, de gemeenschap waar we deel van uitmaken, zijn als de rode bloedlichaampjes die ons voorzien van de onderdelen die we nodig hebben om als mens gezond te kunnen functioneren. Ze leveren de ijzer die nodig is voor een volle mep bloedlichaampjes en een gezond functionerend transportbedrijf.
Natuurlijk zitten er in die gemeenschap waar we deel van uitmaken allerlei Jutten en Jullen die we misschien liever kwijt dan rijk zijn. Ze stellen teleur, eisen teveel aandacht op, doen en zeggen domme dingen, delen onze normen en waarden niet en zo kan ik nog wel even doorgaan.

Toch hebben deze (in onze beleving) stoethaspels (Donald Duck is er een)* een belangrijke, levengevende functie. Ze confronteren mij met mezelf, irriteren mij (wellicht omdat ik meer van mezelf in hen zie dan me lief is of ik bereid ben te erkennen) en roepen reacties in mij op die niet wenselijk zijn en schadelijk kunnen zijn voor anderen. Met andere woorden, ze voorzien mij van een soms overdosis aan zuurstof die mij erbij bepaalt dat ik volop mens ben. Maar wil ik dat wel?

De natuurlijke reactie van de mens in ongewenste en bedreigende situaties is vluchten, of blijven (fight of flight). De optie vluchten is een keuze tot het zich terugtrekken in een minimale bubbel, een mini biotoop waarbinnen geen plaats meer is voor "checks and balances" - ik laat de polonaise aan mijn lijf voorbijgaan. Het probleem dat hier kan ontstaan is dat die mini bubbel van gesloten en beperkte gemeenschap een eigen waarheid  wordt die tot God verheven wordt. Is niet heel erg gezond en leidt op den duur tot "duizeligheid, vermoeidheid en bleekheid;" depressie, uitzichtloosheid en besluiteloosheid.
Het besluit om te blijven en de stoethaspels in mijn leven te omarmen leidt tot gezonde (zelf)reflectie, aanscherping van denken en doen en een afstappen van het altijd maar vergelijken en veroordelen.

Het afgelopen weekend was een voorbeeld van een forse stoot ijzer. Die Australiërs hier op het platteland nemen geen blad voor de mond, zeggen wat ze denken en gaan met open vizier de conflicten aan en in. De beperkte omvang van de gemeenschap laat hen ook geen andere optie. Je moet met elkaar werken, leven en bewegen. Er gaat zeg maar een hoop ijzer om in deze omgeving. Dat is wat anders in Rotterdam en de plaatsen in haar buurt. Daar kun je de stoethaspels uit je buurt houden of je van hen verwijderen door een ander clubje op te zoeken of te stoppen met deel zijn van wat voor clubje dan ook. Vroeger of later treden de symptomen van gemeenschapsarmoede op en kom je tot de ontdekking dat je een stoethaspel bent geworden.
Nee geef mij de hele mep maar. Niet altijd even prettig maar op de duur veel gezonder.

1) Dreutel 2) Klojang 3) Klojo 4) Klungelaar 5) Kluns 6) Kruk 7) Lummel 8) Oliekoek 9) Onbeholpen persoon 10) Onbehouwen persoon 11) Onhandig iemand 12) Onhandig lang mens 13) Onhandig mens 14) Onhandig persoon 15) Onhandige persoon 16) Stoetel 17) Stumper 18) Stuntel 19) Stuntelaar 20) Sufferd

10 februari 2020

Het kind is helemaal gelukkig

"Het kind is helemaal gelukkig;" een vaststelling die ik mijn nicht en reisgenoot nu een aantal keren heb horen mededelen Op die momenten dat al het goede en verwachtte jouw kant op waait en alles eventjes helemaal klopt, vatten die paar woorden de beleving van dat moment keurig samen. Dat het vaak maak eventjes duurt en dat windje van geluksbeleving makkelijk weer verder waait, doet niets af van het feit dat die momenten bestaan en het leven de moeite waard maken
.
Ik stel me zo voor dat die momenten van intense geluksbeleving constant zouden zijn. Daar zou je toch voor tekenen? Of kan het zijn dat je daar dan aan went en een nog intensere wind nodig is om dat eerste moment te herbeleven?

Ik moest hieraan denken toen ik zojuist het wel en wee van de afgelopen twee weken overdacht. Ik ben nu 15 dagen onderweg met nog 16 te gaan en realiseer me dat ik een bijzonder gelukkig mens ben en van mijn werk houd: dit is wat ik doe!
De mindere dingen - soms voel ik me een vreemdeling in mijn eigen club - neem ik voor lief. Die horen erbij.
Het afgelopen weekend vijf studies gegeven aan een groep jong volwassenen. Studies gingen over de Bergrede van Jezus. Het mooiste compliment dat ik, de eeuwige aan zichzelf twijfelende en best wel onzekere Jan den Ouden, kreeg was de vraag of ik volgende jaar terug wil komen voor meer.

Kijk, daar wordt dit kind helemaal gelukkig van.