19 maart 2019

God de beste weerman van 't-heelal

Een enthousiaste gelovige gaf onlangs getuigenis van hoe wonderlijk goed God voor een groep was geweest en tussenbeide was gekomen in een wel zeer pernibele situatie. Tijdens een periode van een heleboel nattigheid was er een activiteit gepland en regen zou niet zo goed uitkomen. Daarom maar gebeden en God heeft in zijn oneindige goedheid het gebed verhoord. Tijdens de activiteit was het droog en er kon zowaar een vuurtje gestookt worden. Het getuigenis werd door een groot aantal aanwezigen beaamd met applaus: wat een geweldige God hebben we toch die zich bekommert om onze meest persoonlijke en basale wensen.

De orkaan die het afgelopen weekeinde huishield in Mozambique heeft tot nu toe 120 doden geeist en dit zou naar schattingen op kunnen lopen naar zo'n duizend slachtoffers.
De cynist in mij kan slechts concluderen dat er onder de slachoffers geen enkele oprecht gelovige geweest kan zijn. Anders zou het wel anders afgelopen zijn. God die een paar druppels water in Nederland tegenhoudt om een groepje gelovigen een leuke tijd te gunnen zou immers net zo goed in staat zijn om een orkaan tegen te houden?

Ik kan wel huilen om zo'n intens verwrongen, tot maatpak gereduceerd godsbeeld. Het is een geloof waarin het welzijn van de naaste plaats heeft gemaakt voor een god die onvoorwaardelijk mijn persoonlijk welzijn (en dat van de mijnen) bovenaan zijn agenda heeft staan.

Mozambique

Een orkaan!
Mensen roepen, schreeuwen, smeken
Om hun leven en dat van anderen
Tot God.
Tevergeefs. 
De orkaan slaat toe
Meedogenloos
Zonder te discrimineren
Dood, verderf, wanhoop
Gevloek, berusting en niets
De overlevenden begraven hun doden.

In Nederland bezingt een groepje
de goedheid van God
De regen week toen wij baden
Steekt een vuurtje.
Iemand nog een marshmallow?

In "onze" Westerse theologie zit het idee van voorspoed, als beloning op gebed en andere spirituele oefeningen, diep ingebakken. Met name de Evangelische theologie (als die er al is - probeer maar eens tot een eensluidende belijdenis te komen daar waar iedereen zijn eigen persoonlijke god heeft gecreëerd) leert het de kinderen al op jonge leeftijd.

Ik noem een voorbeeld dat model staat voor de algehele benadering.

Wat leren onze kinderen als ze het verhaal van David en Goliath naverteld krijgen? Conclusie van het verhaal is dat als je op God vertrouwt je alle vijanden en andere erge dingen in het leven aankan: God staat aan jouw kant en als je maar gelooft kunnen al deze erge dingen je niets doen. De kinderen worden geprogrammeerd door vertellers die zich ook hebben laten programmeren zonder ooit kritische vragen bij het programma te stellen. Gelukkig zijn er die dat wel doen.
Die algemeeen geaccepteerde toepassing is echter niet in het verhaal terug te vinden. De conclusie en toepassing is namelijk iets heel anders. Ik ga het hier niet uittypen maar zal je middels deze link naar de tekst leiden. Het antwoord staat aan het eind van 1 Samuel 17:46, achter de komma: "....zodat...."
Ik herinner me het liedje nog. Zit diep en vast in mijn geheugen en ik kom er nooit meer vanaf:

Reus Goliath, reus Goliath,
't is uit met jouw geweld,
want David heeft op God vertrouwd,
en David is een held.

De geloofspunten die David in zijn leven heeft opgespaard worden door God middels een overwinning op de vijand uitbetaald. Wat fijn dat David genoeg punten had gespaard! Hij had wel twee kaarten volgeplakt!

David's geloof wordt geroemd maar hoe verhoudt dat zich tot het veel grotere verhaal? Daar zingen we niets over. David wordt op het podium gehesen, maar waar het om gaat is wat we onder de streep van het verhaal vinden. Het gaat namelijk niet om David en zeker niet om de punten!

Vrijwel alle verhalen in het Oude Testament hebben een vergelijkbaar doel onder de streep staan.
Als dat inderdaad zo is en het niet zozeer gaat om wat ik er persoonlijk beter van word zullen we een generatie aan kleurplaten in de kliko moeten gooien en een kompleet nieuwe serie ontwikkelen die onze kinderen aan een nieuw programma blootstellen dat de topografie van hun geheugen gaat vormen naar een mijns inziens correctere vertelling en toepassing.

Met de nadruk  op de persoonlijke beleving die met de week meer aangewakkerd  en aangemoedigd wordt is er best wel wat werk te doen om het tij te keren. Pas als we oog krijgen voor het Grote Verhaal van God en onze bescheiden plaats daarin, krijgen zaken weer een beetje perspectief.
Het idee dat God te vergelijken is met een supergrote meldkamer waar miljarden dagelijks binnenkomende kleine en grote verzoekjes worden gesorteerd en eventueel worden ingewilligd op grond van de mate van het geloofsgewicht (of volgeplakte kaarten) dat aan het verzoekje hangt, is helaas net zo absurd als algemeen aanvaard.
De mens is niet het eindstation van de geloofsreis maar slechts een doorgeefluik.

Ik heb best wel geaarzeld alvorens deze blog te schrijven en publiceren. Lezers zouden zich persoonlijk aangevallen kunnen voelen. Het is geenszins mijn bedoeling om op de man te spelen of de indruk te wekken dat ik het allemaal wel op een rijtje heb. Ik blijf een zoeker. Vragen zijn er voldoende. Antwoorden zijn echter niet in evenredigheid te vinden.






21 februari 2019

Heel veel schrijven over vrijwel niets. Kan dat?

Ja, dat kan.
Zo vroeg iemand mij tot welke groep de zogenaamde Herdodianen behoorden. Dat was een groep lieden die samen met de Farizeeën wachtten op de juiste gelegenheid om Jezus een kopje kleiner te maken. Ze worden enkele keren in het Nieuwe Testament genoemd maar eigenlijk weten we niets meer dan dat ze er gewoon waren.
Vervolgens begint het grote speculeren.
Zo kan het gebeuren dat we uiteindelijk heel veel te weten komen als je maar konsekwent een speculatie of aanname blijft volgen en uitwerken. Zo kan niets best wel wat gaan lijken.
Het "probleem" met alle grotere en diepere vragen is dat je niet zonder bepaalde aannames kunt. Of het nu om geloofszaken, om wetenschap of het geloofsweten gaat, aannames zijn essentieel om theorieen te ontwikkelen en geloofshuizen te bouwen.
En ja, we ontdekken best wel nieuwe dingen. Dingen die we eerste niet wisten, weten we nu wel. Zo kan het zomaar zijn dat er een 2000 jaar geschiedenisboekje boven water komt dat het een en andere uit te doeken weet te doen over de Herodianen. Altijd verrassend als dat gebeurt omdat aan veel speculaties dan een voorgoed einde komt, terwijl anderen worden bevestigd. Altijd mooi als je niet langer hoeft te gissen en gewoon kunt weten.
Niet dat weten alles opeens beter en makkelijker maakt. Was dat maar zo. Dan konden we allemaal rustig gaan slapen.
Alle nieuwe weten roept weer een vers blik aan vragen op. Dat houdt het leven interessant.
Over de Herodianen waren we dus snel uitgepraat. Ik wist niet meer te vertellen dan dat ze er blijkbaar gewoon waren. Ook Google biedt in dezen geen uitkomst.

Goed, ik word gemaand om in te stappen; vliegen naar Perth voor een studieweekend. Ben benieuwd of ik daar bij kan dragen aan de groei in kennis en ontwikkeling van een groepje geloofsgenoten.
Heb trouwens net ontdekt dat het studieweekend plaatsvindt in een plaats waar een nog langere Jetty is. Dit is volgens 'de mensen" echt de langste op het zuidelijk halfrond.



18 februari 2019

Krijsende kinderen hinderen....

Ungarra, SA 5607

Pap en mam doen hun best om hun kinderen in het gareel te houden. De een ligt op de grond te kleuren, de ander trekt aan de paardenstaart van het meisje dat voor hem zit (met alle audio gevolgen van dien) en weer een ander ontsnapt uit vaders houdgreep en begint een slalom rondom de kerkbanken. Ook zie ik wat zoetere kinderen die mams iets duidelijk willen maken maar dat niet fluisterend of in gebarentaal doen.

Met zo'n twintig volwassenen en een kleine dertig kinderen (tot tien jaar) die met z'n allen de kerkdienst meemaken ervaar ik bijna fysiek wat het moet zijn om onderdeel te zijn van een kakofonie.

Nee, het is geen droom en ook geen fantasie. In deze werkelijkheid probeer ik de aanwezigen een of twee dingen aangaande de bekende Bergrede van Jezus duidelijk te maken. Veel ouderen zitten in de banken aantekeningen te maken. Dat is waarschijnlijk de enige manier om iets van wat gezegd wordt op te slaan en later op te kunnen broeden.

Gelukkig heb ik plaatjes bij mijn verhaal. Dat is, denk ik, een goede gewoonte: Zoek enkele en het liefst één enkele beeld waar het hele verhaal aan hangt en de kans dat de luisteraar je verhaal na kan vertellen neemt met lichtjaren toe.

Er wordt wel gezegd dat een beeld meer zegt dan duizend woorden maar dat is lichtelijk overdreven en als generalisatie zelfs niet geldig. Het tegenovergestelde kan namelijk ook waar zijn. Eén woord zegt soms meer dan duizend plaatjes. Daar gaat je generalisatie.
Generalisaties hebben we helaas nodig maar zijn altijd ontoereikend. Dom en meelijwekkend is de mens die leeft van generalisaties.
Of "ze" mijn plaatjes mochten houden. Die zouden ze dan de volgende zondag projecteren zodat de mensen (en kinderen) ze weer zouden zien en het verhaal zouden herinneren. Slim! Welke kerk in Nederland geeft voor de frisse preek van vandaaag wordt afgeleverd, eerst een korte samenvatting van de waarschijnlijk reeds diep weggezakte van vorige week? 
Goed, ik dwaal af.

Terug naar de kleine geloofsgemeenschap in Ungarra waar de totaalbeleving en inclusiviteit centraal lijkt te staan.
In mijn wereld worden de kinderen angstvallig weggehouden bij het hoogtepunt van de eredienst: "De verkondiging van het Woord." Terwijl de oudere mensen luisteren naar de hopelijk wijze en diepe woorden van de vermeende bijbelkundige, zijn de kinderen overgeleverd aan de goede zorgen en onderwijs dat hoofzakelijk door vrouwen wordt verleend en gegeven. Waarschijnlijk omdat het veelal gepaard gaat met knutselkneepjes en daar zijn vrouwen beter in dan mannen? Tot aan een bepaalde leeftijd, de grens is niet zo strikt, breekt de dag aan dat het kind de transitie maakt naar het serieuze publiek. Helaas is de vrouw, die tot dat moment zo'n belangrijke bijdrage heeft gehad in de vorming van het geloofsraamwerk en -fundament van het kind, nu in veel geloofsgemeenschappen uitgepraat. In dit plaatje klopt er iets niet.
Maar goed, ik dwaal (weer) af.

Opgroeien en gevormd worden in een kakofonie waarin niets in compartimenten wordt gedwongen, waar kerk, feest, leven en werk door elkaar lijken te lopen en onverbrekelijk met elkaar zijn verweven; ik mis dat wel een beetje. Hier zie ik het nog en het roept een heimwee op naar iets dat zou kunnen zijn.

15 februari 2019

Als ergens anders heen gaan wel heel erg ver is

Nog driehonderd kilometer rijden en dan kom in op mijn bestemming aan: Ungarra in Zuid Australie. Daar wonen vrienden die dat eerst niet waren. Ze zijn het wel geworden omdat ik er vaker kom. Onbekenden die al wel vrienden of familieleden van anderen zijn, worden kennissen en vervolgens rolt daar weer een percentage aan nieuwe vrienden uit waarvan een nog kleiner deel oude en/of dikke vrienden wordt. In Ungarra wonen relatief nieuwe vrienden van mij waarvan twee of drie oud. Maar niet dik. Dikke vrienden, daar heb ik er niet veel van. Misschien twee, drie?

Gisteren ben ik gaan rijden en heb met mezelf afgesproken dat ik geen haast heb. Zo stop ik wanneer ik wil en kom ik nog eens op plekken waar ik anders langs gereden zou zijn en de naam van de plaats meteen in de vergetelsectie van het brein wordt opgeslagen. Zo stopte ik gisteren bij Port Germein die zich trotst profileert met de (eens) langste "jetty" op het Zuidelijk halfrond (wij zouden die jetty gewoon steiger noemen): ruim anderhalve kilometer. Ja, dat is lang.

Zo lijkt elk zichzelf enigszins respecterend land, gewest, provincie, staat, stad, dorp of gehucht wel ergens het grootst, oudst of best in te zijn. Rotterdam heeft de Euromast en meent ook de op een na grootste (handels)haven te zijn.

Terug naar Ungarra. Waar is zij groot in?  Misschien in het klein zijn. Een klein gehuchtje dat deel uitmaakt van een schiereiland (Eyre Peninsula) dat vier keer zo groot is als Nederland maar slechts een fractie van het aantal mensen telt (60.000 = zeg maar 0,3%).
Nu zijn er wel wat kerkjes op het eiland, maar niet zoveel. Ungarra heeft welgeteld één kerkje en daar moeten de gelovigen het mee doen. Als die kerk de gelovige niet bevalt staat het afleggen van lange afstanden om een volgende geloofsgemeenschap die misschien wat meer aan de behoeften, wensen en eisen van de gelovige tegemoetkomt als lot het te wachten.

Wat mij bijzonder intrigeert is dat bij een dergelijke demografie en geografie het soort vragen dat de mensen zich stelt verandert. Een volgeling van Christus kan niet eens rustig om zich heen kijken en shoppen totdat de best mogelijke match tussen persoonlijk wensenpakket en aanbod van de verschillende kerken wordt bereikt.
De gelovige staat voor een heel ander soort vraag die we in het Westen nog maar spaarzaam tegenkomen: "Wat moet ik doen om bij deze gemeenschap te kunnen horen?"
Fascinerend!

Morgen spreek ik in deze grootste kerk van Ungarra. Tevens ook de kleinste. Zoals te doen gebruikelijk zullen ze morgen na de dienst besluiten dat er nog drie studieavonden volgen. Vrijwel niemand heeft een geldig excuus om die studies dan niet te bezoeken. Ze gaan toch nergens heen want ergens anders is eigenlijk anders heel ver.

Een voorrecht!

14 januari 2019

Geloof wordt het best beleefd

Stel je voor dat je iets gelooft maar dat geloof wordt niet beleefd, is dat dan een minder geloof, een afwezig geloof of maakt het niet uit?
Zo geloof ik, op basis van wetenschappelijke bewijzen, dat metaal uitzet als je het verwarmt. Metalen hebben een positieve uitzettingscoëffeicient die gemeten kan worden.
Ik moet eerlijk zeggen dat ik van die wetenschap koud noch warm word. Het doet niets met me en ik neem het als gegeven aan. Toch zou ik de waarheid omtrent uitzettingscoëfficienten met passie en zonder enige twijfel kunnen presenteren. Waarheid maakt mij meestal best wel blij.

Of ik nu wel of niet weet dat metaal uitzet bij verwarming, dit wel of niet goed kan (of wil) uitleggen en of ik dat met mindere of meerdere passie doe is irrelevant aan het gegeven dat metaal gewoon z'n dingetje zal blijven doen.

De vraag naar een alomtegenwoordige beleving van alles, laat ook de kerk niet koud en heeft de laatste decennia - door de kieren onder de deuren van de aan slijtage onderhevige leerstellige tochtstrippen - haar ruimte binnen die kerk opgeëist. De warme beleving is nu het bewijs dat het per individu op maat gemaakte geloof wel waar moet zijn, een persoonlijke beleving kun je namelijk niet ontkennen of er een constructief debat over houden; je blijft met je fikken van mijn god en geloof af.

Zo sprak onlangs iemand over de wat zachtere kant van God: trooster, barmhartige, Hij wiens ogen naar je uitgaan met daarin verweven de oproep om er werk van te maken als je het misschien wel weet of gelooft maar Hem niet echt als zodanig kent. Of dat "kennen" dan synoniem zou staan voor beleven, of dat het gaat om een ontdekken van een aspect aan God dat tot dan toe onbekend was, werd mij niet geheel duidelijk.
De vraag die mij opnieuw aan het denken zette over de plaats van de beleving (de alfa kant) in een geloofsbelijdenis (de bèta kant) was of het wel of niet voldoende is om gewoonweg te geloven, of dat het ontbreken van een beleving aangerekend moet worden als een ernstig gemis (of misschien wel ten diepste een geheel gemis). Wat ik wel weet is dat het wel of niet beleven niets verandert aan wie God is.

Jaren terug, toen ik wat meer aan de alfa kant van het geloof zat, sprak een vrouw me aan na een van mijn alfa preken (die overigens ergens diep in de krochten van een Cloud zijn verdwenen). Huilend vertelde me ze over haar aandoening. Het belevingsdingetje dat bij de meeste mensen aardig functioneert was bij haar kapot. Nu had ik daar een relativerende opmerking over kunnen maken aangezien ze huilend haar verhaal deed, maar deed er wijselijk het zwijgen toe. "Ben ik slecht? Geloof ik niet goed? Kom ik iets tekort?" Tja, als je iedereen om je heen zich ziet verliezen in verschillende maten van beleving voel je je best wel staan en zijn dit zeer wezenlijke vragen.

De soms kortzichtige manier waarop een of meer geïsoleerde regeltjes uit de Bijbel worden gebruikt als waarschuwend vingertje - zeg maar voorhamer - helpt daarbij niet. Jakobus 2:19 hebben veel evangelicalen wel in hun geestelijke EHBO paraattasje zitten, er overigens volkomen aan voorbijgaand dat dit niets te maken heeft met geloven versus beleven, maar hij bekt wel lekker: "U gelooft dat God de enige is? Daar doet u goed aan. Maar de demonen geloven dat ook, en ze sidderen." De meer bèta-achtige gelovigen zullen dit waarderen als een motie van afkeuring. Of ze dat ook als zodanig beleven laat ik maar in het midden.

Door de jaren heen is het raamwerk van mijn geloof een stuk kaler geworden. Ik kan er zowaar weer doorheen kijken. Het staat vaster. Althans, zo beleef ik het.

1 januari 2019

Enge mannetjes die alles (denken te) weten

Sprak ik toch onlangs iemand die tot drie cijfers achter de komma weet hoe het zit met Israel (vanuit een Bijbels perspectief).
Het gemak en de stelligheid waarmee Oud-Testamentische profetieën met behulp van een flinke dot rhetorisch glijmiddel vanuit de geschiedenis naar onze tijd gleden had een "open mond effect" op mij.
Totaal overdonderd kon ik vrijwel niets anders doen dan schaapachtige geluiden voortbrengen en langzaam wegglijden in een gevoel van hopeloosheid over mijn eigen domheid.

Mijn preek had blijkbaar het gevoel van "ik moet Jan den Ouden redden" bij de beste man opgeroepen.
Thuis vertelde ik aan Martha wat voor effect het op me heeft wanneer iemand mij hautain de les leest en de  indruk wekt op elke vraag een antwoord te hebben. Dat zijn bijna geen mensen meer, maar machines. Machines die hakken, breken en (soms) maken. Ze kunnen niet anders want ze zijn slechts voor die functie gemaakt.

De meeste mensen hebben geen moeite met een eerlijk, verkennend gesprek waarin je elkaar bevraagt en samen tot een dieper kennen en ontdekken komt. Maar met een machine kun je niet praten; slechts naar kijken, en luisteren naar de vaak monotone geluiden die met dat hakken, breken en maken gepaard gaan.
Kort samengevat (zo verwoordde ik het althans aan Martha): Wat een vervelende man was dat, zeg.

Mijn frustratie kan herleid worden tot de vraag wat die Bijbel nu eigenlijk is. Als je het ziet als een stap voor stap handleiding om een ingewikkeld LEGO ding in elkaar te zetten (dat doe ik met en voor mijn kleinzoons) en je hebt van te voren bepaald hoe jij vindt dat het ding eruit moet komen te zien dan kom je met LEGO een heel eind, er zijn immers voldoende onderdelen om ongeveer uit te komen waar je wil.

Je zou het ook kunnen zien als een goocheldoos. De Bijbel is immers dik genoeg om het allerlei trucjes te laten doen die jij leuk vindt, of je favouriet zijn.
Zo is bijvoorbeeld "God is liefde" de mantra van vele gelovigen; "alles wat God doet, doet Hij uit liefde." Geen wonder dat men (gelovigen en ongelovigen) zich over het algemeen stoort aan een dergelijk manifesterend simplisme. Het is waterskieen over slagroom en na afloop met een big smile aan je vrienden vertellen hoe heerlijk zoet het was. Dat God over talloze andere eigenschappen  beschikt die we ook moeten zien te verklaren geeft niet, daar fietsen we dan toch gewoon om heen. Hij is onder andere een "jaloers" God. Nou, daar sta je dan in je bergje slagroom. Begin d'r maar eens aan.

Ja, je mag mij ook een infantiel simplisme verwijten wanneer ik beweer dat de Bijbel gaat over hoe God zich tot de mens en de aarde wil verhouden en wat dit zegt over hoe wij ons op onze beurt weer tot Hem, elkaar en de aarde behoren te verhouden. Centraal daarin staat Christus die de verstoorde verhoudingen wil en kan herstellen. In en door Hem krijgt het e.e.a. pas betekenis en zin. Buiten hem om blijft het allemaal behoorlijk ingewikkeld.

Mocht je dit lezen en mij ooit zien afglijden richting machine-achtig gedrag; hou me dan tegen!

Een mooi, zoekend, verkennend en  niet opgeven voor 2019 toegewenst.

16 december 2018

Verwaterde duurzaamheid

Nederland wil haar CO2 uitstoot in 2030 gehalveerd zien. Dat is besloten toen belangrijke mensen in 2015 in Parijs bij elkaar kwamen en dat vonden.
Ik vind dat ook belangrijk en draag mijn steentje bij. Zo ben ik een paar maanden geleden begonnen met minder vaak te ademen. Niet dat ik daar elk moment bewust mee bezig ben. Zo moet ik nog een oplossing vinden voor het reduceren van mijn CO2 uitstoot als ik slaap.
Ik heb wel het gevoel dat de mediacampagnes succes hebben, al zou het alleen al zijn omdat ik merk mij schuldig te voelen over het feit dat ik leef en door in en uit te ademen direct bijdraag aan de opwarming van de aarde. Zo is dagblad Trouw aan een moralistische en indirect vingerwijzende serie begonnen waarbij de lezer kompleet murw wordt gemaakt; eens in de week een koude douche moet toch kunnen. Alle koeien, varkens en andere eetbare dieren de wereld uit, te beginnen min mijn keuken. Jezelf naar een faillissement toewerken door 100 meter de grond in te boren, je dak vol leggen met zonnepanelen en je vervuilende auto weg te doen of te vervangen door een elektrieke voiture. Dat laatste is een knap staaltje van zelfbedrog aangezien iets en iemand die energie op moeten wekken en dat gaat eigenlijk altijd gepaard met het verbranden van dingen. Dat laatste gaat maar moeilijk zonder CO2 uitstoot.

Duurzaam is het sleutelwoord; een gezond evenwicht tussen economie, ecologie en 's-mensen wensen. Eenvoudig gezegd gaat het over de balans tussen wat ik wil, wat de ander aan mij wil verdienen en de rekening die het milieu daarvoor krijgt gepresenteerd. Ik ben geen profeet maar weet zeker dat het milieu het onderspit delft. Dat heeft namelijk niets te willen en heeft ook geen rechten waar het aanspraak op kan maken. Het enige waarop een beroep kan worden gedaan is de verantwoordelijkheid van de mens. Maar daaar is niet iedereen even gevoelig voor.
Omdat duurzaamheid erg hip is kom je het vrijwel overal tegen. Alsof mensen beter luisteren als je het woord duurzaam gebruikt. Het tegenoversgetelde is volgens mij waar. Als ik het woord duurzaam ergens tegenkom sla ik het artikel, of het boek snel en enigszins geirriteerd over.
De politiek, de architectur, de psychologie  - overal kom je deze illusie van "dit gaat echt langer dan vier jaar mee" tegen.


Ook de kerk heeft duurzaam ontdekt. Verkoopt beter en het klinkt lekker hip. Er is al een boek met de titel "de duurzame kerk," (niets nieuws te horen, alleen de taal is hip - tel het aantal keren "sustainable") en zijn er duurzame bedieningen (alleen nog in het engels, maar het komt vanzelf onze kant op). Ook in de organisatie waaroor ik met plezier werk hebben we het over duurzame bedieningen, trainingen, systemen en wat dies meer zij. Deze duurzaamheid heeft echter niets te maken met een gezonde balans tussen mens, milieu en economie maar met de verwachte toekomstbestendigheid van nieuwe initiatieven; alsof het toevoegen van "duurzaam" de voorspelbaarheid betreffende de houdbaarheid in de toekomst vergroot. Om daarover te praten vliegen velen de wereld ettelijke keren rond. Verre van echt duurzaam dus.
In Nederland zijn er overigens wel kerken bezig met duurzaamheid in de oorspronkelijk betekenis.

Dit is de eerste keer dat ik in een Blog over duurzaamheid mijmer. Meer voor mezelf dan voor anderen omdat het eigenlijk niet zo voor me leeft. Ik maak me eerder druk over het fenomeen dat een, op zich goede en noodzakelijk discussie, door jan en alleman gekidnapt wordt en vervolgens een geheel eigen leven gaat leiden waardoor de oorspronkelijke discussie verwatert.