12 november 2020

God losjes loszingen

Wat gebeurt er met God na een nachtje in de biotex?

Nadat God in de moderne tijd verbannen werd naar het domein van de spiritualiteit en verwante ideeën die haaks staan op alles wat verklaard en gemeten kan worden, mocht Hij in de na-moderne tijd weer een beetje terugkomen; ook het onverklaarbare en niet meetbare, zo besloot men, met de kunstenaars voorop, maakt deel uit van de werkelijkheid.

Dus mag God toch een plekje hebben. Fijn. 

Voor de Verlichting en het tijdperk dat we duiden als Modernisme stonden geloof en wetenschap niet perse tegenover elkaar. Dat kwam deels door de (macht van de) kerk die voor de rest van de wereld bepaalde wat waar en niet waar was. Als je een wereldbeeld had dat enigszins afweek van wat de kerk dicteerde, liep je kans op de brandstapel terecht te komen, gevierendeeld, of onthoofd te worden. Je keek dus wel uit.

Er waren er die niet uitkeken; de wegbereiders van wat we nu Verlichting en Modernisme noemen. Zonder dat ze zich hier wellicht bewust van waren gaven ze gehoor aan de Bijbelse opdracht om te onderzoeken, vragen te stellen en zaken uit te pluizen; een opdracht die impliciet te vinden is in het setje instructies dat Adam en Eva meekregen.

De Verlichting en het Modernisme schoven God terzijde. Maar omdat God zich niet zomaar terzijde laat schuiven moet dat eerder gezien worden als het afwerpen van het juk van de kerk.

Een van de in deze tijd ontstane tegenstellingen - wetenschap versus geloof - is echter voor velen gebleven. Het is pas de laatste tien, twintig jaar dat volgelingen van Jezus mondjesmaat beginnen te ontdekken dat wetenschap en geloof niet elkaars vijanden zijn; niet tegenover elkaar staan en elkaar zelfs verrijken. Dat kan verwarrend zijn en over het algemeen zal de mens er de voorkeur aan geven om verwarring te vermijden.

Een natuurlijke reactie is dan om de tegenstelling koppig te handhaven en de polarisatie te versterken: nog scherper de wij's en de zij's duiden. Voeg daar het immer wassende invidualisme bij en we komen uit bij een situatie waarin zelfs het "Wij gevoel" stilaan verwordt tot een "ik en de rest".

Na een flinke tijd in de voorwas te hebben gelegen lukte het eindelijk om God los te weken van de rest en konden we met hem doen wat we wilden. Hij was immers niet langer verbonden met de armen, de weduwen, de wezen, de vervolgden, de slachtoffers van kwaadwillende demonen (de menselijk variant) en treffen we God eerder aan in de privésfeer van de individuele(*) gelovige waarbij alles draait om het geloof als persoonlijke beleving. Dan kan het zomaar zijn dat het geloof in God gereduceerd wordt tot een beleving van een nog ontluikende liefdesrelatie of kalverliefde. Ik hoor dat terug in veel moderne "aanbiddingsliederen" waar de verbinding met de aarde hoogstens losjes en/of abstract te vinden is. Er wordt geroepen, geclaimd, geproclameerd, herhaald, aangezwollen, herhaald, nog wat aangezwollen en tenslotte nog driemaal het koortje, of een stukje van de laatste regel herhaald. De vijand wordt ingepeperd dat hij is overwonnen, verslagen, op moet rotten, niets meer te zeggen heeft en tal van varianten hierop. Als overwinnaars juichen we in onze christelijke coconnetjes. Zogeheten "opwekkingen" zijn veelal niet meer dan  "feestjes binnenshuis" waarvan het effect bij de buitendeur al is opgedroogd.

Ik kijk om me heen en zie een andere wereld. Een wereld waarin onrecht, leugen en bedrog heersen en zo'n drie miljard mensen nog nooit het verhaal van Jezus hebben gehoord. Een wereld waarin de kindersterfte daalt maar nog steeds elke dag 15 duizend kinderen voor hun vijfde verjaardag sterven aan  ondervoeding, infectieziektes en andere oorzaken waar we hier in Nederland niet of nauwelijks nog bang voor hoeven te zijn. En zo kan ik nog even doorgaan.

Daarom zing ik nog maar moeilijk mee.

(*) Het idee van individu is betrekkelijk nieuw en krijgt rond 1830 als fenomeen (individualisme) voet aan de grond. Een definitie: De ontwikkeling in de samenleving waarbij het individu en zijn behoeften meer centraal komen te staan. Hierbij wordt een individueel persoon niet langer beschouwd als een lid van een groter geheel (zoals een gezin of maatschappij), maar ligt het accent op die persoon als zelfstandig en zelfbepalend wezen.

2 november 2020

Als je andere dingen doet dan wat je zou moeten doen, hoe erg is dat? (GU4)

 Blog vier in een serie over de Geboren Uitsteller (GU)

Nu kwam ik er achter dat een boek dat ene John Perry, een chronisch uitstellende professor filosofie, schreef over uitstellen, ook in het Nederlands is verschenen. Snel voor vier euro een gelezen exemplaar gevonden via bookfinder.com bij een boekenmagazijn in Capelle aan den IJssel. Snel opgehaald. Ik had het boek namelijk snel nodig voor deze Blog omdat ik geen zin had om  eventuele citaten vanuit het Engels naar het Nederlands te vertalen.

Snel het boek doorlezen dus. Dat was vier dagen geleden en het boek ligt nog ongeopend op mijn bureau. De drang om eerst Ik wil dat jij bent van Tomas Halik te lezen was sterker dan de relatieve noodzaak om John Perry te lezen. Ook moest het Communistische Manifest van Marx en Engels nog even worden doorgenomen en lees ik de kneedbare Geest van Howard Gardner totdat ik in slaap val. Maar nu ben ik er bijna klaar voor. Dat ik gewoon maar ben begonnen met het schrijven van deze Blog maakt de stap om het boek van Perry te openen nu wel wat makkelijker.

En hier hebben we meteen een illustratie van wat Perry in zijn boek "structureel uitstellen" noemt. De uitsteller doet niet niets maar is veelal bezig met het uitvoeren van andere nuttige en constructieve taken die best wel wat zouden kunnen opleveren.: "De uitsteller kan gemotiveerd worden moeilijke, tijdrovende en belangrijke taken te doen zolang deze taken maar een manier zijn om iets belangrijkers niet te doen." (1) Ja, ik heb het boek eindelijk opengeslagen.

Verderop in zijn boek doet Perry wat suggesties over manieren waarop je jezelf zo kunt manipuleren dat je toch dat doet wat echt belangrijk is en op dit moment bovenaan je prioriteitenlijstje staat. Daarover meer in een latere Blog.

Mensen die liever met een zak chips of bierworstsjes op de bank liggen dan dat schilderij eindelijk eens ophangen of de lekke band plakken, zijn in pricipe gewoon lui. Luiheid en uitstellen zijn echt twee andere grootheden! Als deze twee samenvallen heb je wat ik met het volgende moeilijke woord samen zou willen vatten: een probleem. Herpak je en als dat niet lukt zoek dan hulp.

Gestructureerd uitstellen is dus niet zo dramatisch want er gebeurt wel degelijk wat. Je loopt naar de schuur om de bandenplakspullen tevoorschijn te halen om die lekke band te gaan plakken. Drie uur later is de schuur opgeruimd, de gereedschapskoffer opnieuw ingedeeld, de oplaadbare batterijen van de schroefboormachine opgeladen, de kapotte stereoset uit 1968 en de box (na vier kinderen en zes kleinkinderen) bij de kringloop gebracht. De band is nog niet geplakt maar "who cares"; je bent immers behoorlijk constructief bezig geweest en er iets niets lekkerder dan straks een band te plakken in een opgeruimde schuur.

John Perry, De kunst van het uitstellen (Houten-Antwerpen: Spectrum, 2013), 21

23 oktober 2020

Doelenzetterij en de Geboren Uitsteller (GU3)

Een van de lessen in de Coach-Mentoring Essentials training die ik, samen met enkele collega’s al zo’n 15 jaar faciliteer is een inleiding tot en uitleg van SMART Goals. Belangrijk, vonden en vinden wij omdat het niet geheel onslim is om bij het stellen van doelen jezelf af te vragen of deze specifiek, meetbaar, uitvoerbaar en realistisch zijn, en voorzien van een tijdspad. In het Nederlands zou het acroniem SMURT zijn maar omdat dat niet zo sexy klinkt gebruiken we het Engelse acroniem. Ik zou er echter niets op tegen hebben om aan mensen die met fantastische doelen aan komen zetten te vragen of hun doel eigenlijk wel SMURT is. Lachuhh…

Ik heb die les nooit willen geven en het viel me op dat een van mijn collega’s daar blijkbaar ook geen warme gevoelens van leek te krijgen. We hadden het er samen eens over en, hoewel overtuigt van de logica en grondgedachte achter SMART, was de vraag waarom we er een zekere weerstand tegen voelden. Het antwoord was voor ons beiden hetzelfde: zo gaan wij niet te werk bij het stellen en bereiken van doelen.

Of dit nu ook typisch iets is voor een GU (de geboren uitsteller uit de vorige twee blogs), daar blijf ik even van af maar ik heb een sterk vermoeden dat dit zomaar zo zou kunnen zijn.

Wat is dan onze strategie bij het stellen en bereiken van doelen, vroegen we onszelf af?
SMART veronderstelt impliciet, nadat de vijf onderdelen groen zijn afgevinkt, een lineair pad naar dat betreffende doel.
Onze oude vriend Archimedes stelde al lang geleden vast dat de kortste afstand tussen twee punten een rechte lijn is. Duhhh. Voorwaarde is echter dat die twee punten zich 1) op een plat vlak bevinden en 2) de omstandigheden tijdens de reis van A naar B niet veranderen. Welnu, je doel kan dan wel keurig ‘SMURT proef’ zijn maar het leven is weerbarstig en speelt zich zeker niet af op een plat vlak. Onvermijdelijk dwingen ongewenste, ongeplande en bonkende omstandigheden voortdurend veranderingen af; het verschil tussen academische waarheid en het naakte leven.

We lazen een artikel van John Kay, in 2004 in de Financial Times gepubliceerd, met de voor velen nietszeggende titel “Obliquity”. Het is een term uit de astronomie en staat voor de axiale kanteling van grote en kleine spulletjes in de ruimte. Daar schieten we nog niets mee op en dat begreep John Kay blijkbaar ook. Vandaar dat hij dat keurig uitlegt in net iets minder dan 5000 woorden. Het betreffende artikel kun je hier downloaden (is in het Engels).

Hoewel “Obliquity” formeel voor “helling” staat, gebruikt Kay het in zijn artikel meer om aan te geven dat in bepaalde gevallen de snelste manier om van A naar B te reizen om een indirecte route vraagt: “Indirecte benaderingen zijn het meest effectief op oneffen terrein, of waar de uitkomst afhankelijk is van de interactie met anderen.”
Kijk, dat komt al wat dichterbij de beleving van het dagelijkse leven op deze aardkloot. Daar kan ik wat mee. Laten we wel wezen, de verschillende onderdelen van een SMART goal worden in werkelijkheid toch voortdurend bijgesteld en dat geeft ook niets, hoewel het wel in de papieren kan lopen. Neem bijvoorbeeld het Noord-Zuid traject van de  Amsterdamse Metro: 7 jaar later en twee keer zo duur dan SMART vanaf het papier dicteerde.

Ik weet dus best wel waar ik naar toe wil maar de route ernaartoe is indirect en de stappen worden meer intuïtief genomen.
Al die jaren heb ik gedacht dat mijn gebrek aan de SMART aanpak te maken had met het feit dat ik een GU ben. Nu begrijp ik dat het meer te maken had met de SMART goeroes die dit blijven gillen (sommigen hebben het nog erger gemaakt door de formulering van doelen SMARTER te maken maar daar moeten we het maar niet over hebben – je zou ze zo met terugwerkende kracht willen ontslaan) met te weinig oog voor de vraag hoe zo’n SMART aanpak zich in het echte leven ontvouwt.

Uiteindelijk hebben we SMART en OBLIQUE naast elkaar gezet en nu kan en wil ik de les wel geven.

We komen er wel.

10 oktober 2020

Oorlog in het brein! (GU2)

Dit keer doe ik het helemaal anders. De deadline voor de opdracht is over twee weken en ik heb een keurige planning gemaakt. Vandaag de eerste stap: voorbereidend onderzoek doen. Ik besluit Google, Wikipedia en E-sword daarbij in te zetten. Aan de linkerkant van het scherm staan de respectievelijke tabs open en aan de rechterkant een nog onbeschreven digitaal vel in Word.

De zoekopdracht wordt ingetoetst en ik begin vol verwachting en enthousiasme aan de reis. Ik voel me goed en geef mezelf een compliment: nog twee weken de tijd en toch al aan de slag gegaan.

Ongeveer 30 minuten later zit ik met Google Maps in te zoomen op Nova Scotia. Wat is er toch veel te zien en te leren over Nova Scotia! Het heeft wel niets met het onderwerp van mijn voorbereiding te maken en ik weet ook niet precies waarom ik hier terecht ben gekomen maar nu we er toch zijn toch maar even verder gekeken.

Afijn, na ongeveer een uur ben ik weer terug bij af en besluit alle hulp uit te schakelen en gewoon maar te gaan schrijven op dat witte digitale velletje waar nog steeds niets op staat.
Ik staar en denk, draai het velletje een kwartslag en weer terug en er komt niets. Geen gedachte, geen ingeving; alsof m'n brein op slot zit.

Iemand belt. Gelukkig, want dat geeft me het gevoel dat ik toch aan het werk ben. Of ik even snel een artikel wil schrijven over de geschiedenis, opkomst en naderde ondergang van het kerkorgel. Daar hoef ik niet over na te denken: Tuurlijk doe ik dat even. Wanneer moet het af? Morgen? Geen probleem; zeeën van tijd. Ik druk op het digitale rode knopje, sluit daarmee het gesprek af en zit inmiddels al met mijn hoofd tussen de pijpen van het orgel. Het brein werkt op volle toeren, laatjes in het geheugen worden als vanzelf opengetrokken, boeken worden uit kasten getrokken - hoe wist ik trouwens dat er in dit en dat boek iets over het thema te vinden was? - mogelijke creatieve aanvliegroutes worden overwogen en drie uur later is het artikel af.

Het contrast tussen deze twee scenario's zal menig GU (Geboren Uitsteller) waarschijnlijk niet vreemd voorkomen. 

Onderzoek toont aan dat uitstellers te maken hebben met een actieve worsteling tussen twee secties van de hersenen en dat uitstel niets te maken heeft met gebrek aan wilskracht, maar alles met emoties.

De amygdala, zeg maar ons overlevingsmechanisme, scant de omgeving voortdurend op mogelijk gevaar. Wanneer er sprake is van gevaar komen er hormonen vrij, voornamelijk adrenaline. Dat stelt ons beter in staat om te vluchten of een aanval te voorkomen. Het regelt onze emotionele reactie en gedrag in tijden van gevaar.

De worsteling is tussen die amygdala en de prefrontale cortex, het stukje van onze hersenen dat onze actieve functies regelt, ofwel het vermogen tot zelfregulering (schakelen tussen verschillende taken taken, plannen maken, ergens mee stoppen).

Een uitsteller ervaart het eerste scenario als onprettig of onaantrekkelijk; het is saai, frustrerend of levert weinig op.

Chronische uitstellers schijnen een groter dan normale amygdala te hebben. Kun je ze dat kwalijk nemen? En wat doe je eraan? Operatief doormidden knippen? Digitaal laten krimpen?

Er is veel over te zeggen en de beschreven worsteling tussen de twee breinfuncties wordt verschillend geduid. Sommigen gaan zelfs zover dat ze menen dat uitstellers die vinden en geloven dat ze onder druk beter presteren, zichzelf voor de gek houden en kinderachtige wezens zijn. Dat zijn vast mensen met een ieniemienie pietepeuterig kleine amygdala, waarbij blijkbaar ook nog eens van een ideaal wordt uitgegaan: iedereen leeft en werkt planmatig, volgens schema's en keurig lineair. Immers, onder de afstand tussen twee objecten wordt altijd de lengte van hun kortste verbindingslijn verstaan. Die afstand wil je natuurlijk efficiënt afleggen.

Wij, GU's weten wel beter.

Over die verbindingslijn volgende week meer!


3 oktober 2020

Tijd om uit de kast te komen (GU1)

Vandaag, de dag voor onze nationale dierendag, is een mooie dag om uit de kast te komen. Zolang ik me kan herinneren word ik geplaagd door schuldgevoelens, schaamte, de gedachte dat ik een fraudeur ben en vooral het voornemen dat ik het de volgende keer anders ga doen en dat voornemen dan zie falen. Keer op keer op keer. Aangezien er de afgelopen jaren weinig tekenen van enige verandering te zien zijn geweest en ik al redelijk ver in het tweede deel van mijn levensboek ben aanbeland, dacht ik het er nu maar eens uit te gooien: ik ben een GU! Of dat heel erg is en of ik dat überhaupt wil veranderen is niet de vraag. Het is een vaststelling dat het deel is van mijn wezen: Ik ben GU en kan (wil?) niet anders.

Een GU is iemand die iets toezegt te gaan doen, of iets moet doen en dat ook wil doen en het ook wel doet maar altijd op het laatste moment. Het schrijven van een stuk (paper, opstel, boek, blog enz..), het voorbereiden op een examen, het grondwerk doen voor een preek of lezing; de Geboren Uitsteller zal het (vrijwel) altijd op het laatste moment doen en zich ook altijd voornemen de volgende keer planmatiger te werk te gaan en de taak over een bepaalde periode te spreiden, wat vervolgens natuurlijk niet gebeurt hetgeen de GU eigenlijk al lang wist. Zo zit de GU gevangen in een zich almaar herhalende cyclus met alle gevoelens die dat weer oproept.

Het bizarre is dat veel GU's juist veel voor elkaar krijgen en behoorlijk productief kunnen zijn. Toch voelen ze zich schuldig over al die tijd die ze in hun beleving weg laten lekken.

De komende tijd wil ik hier wat Blogs over schrijven. Er is namelijk best wel het een en ander over te zeggen en ik wil de lezer een kijkje gunnen in het brein, acties en overwegingen van de GU.


Vandaag nummer 1 (en ik heb er nogal wat): 

Er is altijd wel iets te doen dat ook belangrijk is maar feitelijk een excuus is om niet aan dat wat net iets belangrijker is te werken.

Voorbeeld: De reden dat ik nu deze blog schrijf is eigenlijk een legitimering voor het niet bezig zijn met het schrijven aan mijn boek. De deadline voor het boek is 1 November dus heb ik nog 28 dagen en ik weet dat ik makkelijk uitstel kan krijgen tot 31 december. De blog wilde ik schrijven maar natuurlijk moet dan eerst mijn bureau opgeruimd zijn en zie ik ook dat het zeepbakje boven het aanrecht wel eens lekker geschrobd mag worden. Als het zeepbakje schoon is (check) en mijn bureau opgeruimd (check) kan ik mijn Blog gaan schrijven (check) zodat de hele middag beschikbaar is voor het boek. Ik weet nu al dat ik iets anders zal vinden om te doen dat natuurlijk ook belangrijk is. Hoe lang het nog duurt tot het punt dat ik niet langer niet kan schrijven, weet ik niet precies. De GU weet pas wanneer dat punt aanbreekt als hij/zij daar aankomt. Zoiets valt niet te plannen.

Is het nu zo dat de GU tijdens het almaar uitstellen van het werken aan, of uitvoeren van opdracht A niets met A doet? Daarover de volgende keer

Nu het hoge woord er uit is en middels deze Blog in de openbaarheid gebracht wil ik alle medeGUers een hart onder de riem steken: Je bent niet alleen en ik ben je vriend! Wat de wereld om ons heen niet begrijpt is dat het spreekwoord "van uitstel komt afstel" in onze beleving en praktijk:

1) niet noodzakelijkerwijs waar is 

2) een waardeoordeel over ons uitspreekt dat 

3) ons diep raakt en in belangrijke mate de schuld is van hoe wij ons voelen over ons GU zijn.

Houd moed!

Update 15 uur: Heb net een film gekeken.


28 september 2020

Mag opa ook zijn plasje leggen op de boekjes in de Happy Meals?

Ik dacht er niet teveel over na maar was blij verrast dat ik bij het samenstellen van het Happy Meal voor kleinzoon Nelson (bijna twee jaar) kon kiezen tussen of een speelgoedje, of een boekje. Nu heb ik sowieso geen enkel goed woord over voor die verderfelijke speeltjes die al jaar en dag vooral om marketingtechnische redenen in zo'n doosje worden gestopt, en met mijn voorliefde voor lezen was het eigenlijk geen keuze. Zo hebben we één deel van de twaalfdelige serie "De Boomptop-Tweelingen" in huis en is dit deeltje is inmiddels door Oma aan Nelson voorgelezen. Of we de hele serie gaan sparen? Ik denk het niet want vandaag las ik in de krant dat het hier gaat om een tijdelijke actie gedurende de Kinderboekenweek van 30 September tot 11 Oktober. Bovendien heeft Nelson nog niet om "meer" gevraagd.
Een beetje terzijde maar ik denk dat het door ons bezochte filiaal van McDonalds de spelregels nog niet had gelezen want ons bezoek vond plaats op Woensdag 23 September.

McDonalds bezocht, boekje gekregen, boekje gelezen en weer door met het leven. Maar nee, niet in Nederland waar iedereen die zichzelf wat vindt of door anderen wat gevonden wordt zich tegen zo'n actie aan moeten bemoeien en er zijn/haar plasje op moet leggen. Nederland kent inmiddels zoveel platforms en podia die gevuld moeten worden met mensen die iets vinden dat de spoeling van hen die iets wezenlijks te melden hebben zo dun is dat willekeurig wie dan ook met a) enige druk op de blaas en b) meer dan 100 volgers zijn of haar plasje mag komen leggen. Sommigen mogen het de volgende dag weer op komen dweilen. 

Goed, ik dwaal af. Terug naar de hoofdgedachte (of waren het er meer?).

De directeur van de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB) stelt dat het doel van de stunt het aanwakkeren van de leeshonger is en dat het ongetwijfeld (ook) negatieve reacties gaat oproepen. Ene Frans Kok, hoogleraar (in ruste) voeding en gezondheid vindt het bieden van een podium aan McDonalds om reclame te maken "potentieel niet onschuldig." Ook zou het Nederlandse volk McDonalds opeens als partner van (serieuze) CPNB gaan zien. Kok zou niet al teveel bezwaren zien als het boekje gepaard zou gaan met een supergezonde, duurzame hamburger. (Bron: Volkskrant 28 september).

De stelling door een woordvoerder van het CPNB, dat het effect op lange termijn is dat meer mensen boekhandels en bibliotheken gaan bezoeken (bron: NU.NL), is naar mijn bescheiden mening een potentieel riskante aanname. Niet te riskant natuurlijk want niemand gaat het lange termijn effect van de actie meten. De woordvoeder zal zijn/haar baan kunnen behouden.

Met of zonder boekje in het Happy Meal zal McDonalds ook deze week weer zo'n drie miljoen eters mogen verwelkomen. Hoeveel families zullen daaronder zijn die zich naar deze wereldkeuken snellen omdat een of meerdere leden van het kroost net zo lang zeuren om een Happy Meal dat ouders inbinden? Ik heb geen flauw idee. Waar ik me, eerst als ouder en nu als opa, aan erger is de bereidheid van het concern om volkomen nutteloze, waardeloze, milieubelastende en maximaal kliko gehalte typerende kolerezooi in zo'n doosje te stoppen. Het is bijna net zo erg als de slechts tot diep verdriet leidende zooi die Kinder in haar chocolade eieren stopt. Nog voordat het chocolade omhulsel opgegeten is, is dat speeltje al kapot en de potentiele nasmaak van de chocola vergald. En toch komt het kind, aan de hand van Opa terug voor een volgende ei. Het vorige spleetje al lang vergeten en geklikoodt en met de hoop op eindelijk iets dat wel werkt en twee dagen functioneert.

Voorspelling: Zowel McDonalds als Kinder gaan door met het distribueren van volkomen nutteloze troep. Waarom: Omdat het werkt: de kinderen willen het en wat de kinderen willen, willen de (meeste) ouders ook.

Af en toe een paar weken lang de troep vervangen door iets dat potentieel kan bijdragen aan een gezonde fysieke en mentale ontwikkeling, is een niet al te heftig prijskaartje voor het instandhouden van een systeem dat door en door ziek is.

Maarrrruh, ik ben blij dat ze het doen en hoop van harte dat het wezenlijk bijdraagt aan de grote en almaar groeiende groep van kinderen (en laten we de ouders niet vergeten) die gewoon geen zin hebben om te lezen en liever meeliften op de fantasie en het vermaak door anderen gecreëerd.

14 september 2020

De dag dat de man zich meer kanarie voelde

Afgelopen week keek ik tevee. Ik weet niet meer wat ik keek en wanneer het precies was. Maar dit zag ik en bleef me bij:

Aan het eind van het interview staarde de geinterviewde naar een denkbeeldig punt voorbij de horizon.

Met een blik die iets weg had van gelukzaligheid stelde het dat, eenmaal op dat punt aangekomen, er geen verschil meer zou zijn tussen man en vrouw.

Deed me denken aan de oester, die in de evolutie van de soorten de mens ver vooruit is. Afhankelijk van de omstandigheden is de oester mannelijk of vrouwelijk en kan in zijn/haar leven enkele keren heen en weer hoppen. Cool! Een van nature vloeibaar geslachtelijke dus, niet te verwarren met non-binair, of a-, bi- en/of demi geslachtelijk, of een andere van een groeiende lijst met duidingen en typeringen. Iedereen wil immers uniek zijn en zich op een of meerdere punten van anderen onderscheiden.

En dat deed me weer denken aan de tijd dat de wereld slechts bewoond werd door mannen en kanaries. Dat ging heel lang goed. De man was een man en de kanarie was een kanarie.
Op een dag voelde één man zich meer kanarie dan man en beschreef die gevoelens in een gedicht.

Wat nou man?

Wat nou kanarie?

We zijn allen gelijk.

dus,

hou op met dat gezeik.


Vervolgens vloog de man uit.

En viel te pletter.

Niemand durfde er iets van te zeggen. De man leefde zoals hij voelde dat hij wilde leven en was bereid de prijs ervoor te betalen. Dacht hij echt te kunnen vliegen? Ach we hebben allemaal wel eens een waantje hier of daar: wie vleugels heeft werpe de eerste steen. Met een gevoel kun je niet argumenteren en als gevoelens verheven worden boven de rede wordt de wereld gereduceerd tot een maalstroom waarin ieder druppeltje het recht om te zijn claimt en bevecht.

Iemand moet mij helpen want ik snap er helemaal niets meer van en ben bang dat ik eindig met het slechts meedrijven in die kolk van gevoelens. Want voelen mag als het maar niet te dicht bij vinden komt.

Kaders voor een enigszins geslaagde identiteitsvorming lijken zoek. Het loslaten van welk kader dan ook lijkt het moderne devies te zijn; de nieuwe rebellie. Zonder kaders leven (nee, gevoelens zijn geen kaders)  levert slechts een schijnvrijheid op. Enig houvast is noodzakelijk om te (over)leven. Bij gebrek aan of ontbreken van kaders zal zich onherroepelijk het fenomeen voordoen dat de verkregen schijnvrijheid tot wet wordt verheven. En omdat die kaders gestoeld zijn op gevoelens die tamelijk vloeibaar zijn schepen we onszelf met iets op waar niemand meer iets mee kan. Misschien is dat wat de geinterviewde zag? 

De waardigheid van het individu staat op het spel en dat moet in alle discussies over gelijkheid (een illusie) bovenaan blijven staan. Mijn liefde voor de ander is zo vaak voorwaardelijk (hoewel ik dat natuurlijk nooit zou toegeven). Moet ik die voorwaarden voorrang geven of het kader dat God mij aanreikt waarbinnen geen plaats is voor die voorwaardelijkheid van mij? Ik denk dat de mensen om mij heen er de voorkeur aan geven dat ik kies voor het kader van Gods onvoorwaardelijke, niet discriminerende liefde. Onder die streep kunnen we het over al die andere zaken hebben, inclusief vermeende stippen aan of voorbij de horizon.