25 september 2019

Intimiteit in het egoverhaal


Intimiteit – een betrekkelijk hip fenomeen dat in relatie tot God in de 19e eeuw in drukwerken, pamfletten en boeken wordt beschreven en door de decennia heen aanzwelt tot een kakofonie aan ideeën, aannames, vanzelfsprekendheden en vooral lijstjes met stappen die de mens moet zetten om tot een gezonde beleving van die intimiteit met God te komen.

Sommige populaire schrijvers gaan zelfs zover dat gesteld wordt dat intimiteit met God Zijn hoogste plan is. Dat is best wel zielig voor al die mensen die tot, pak hem beet, begin 1600 het zonder intimiteit moesten doen. Het is namelijk pas rond 1630 dat het concept “intimus” zijn (of is het haar) intrede doet. Frappant, maar zeker niet toevallig is dat het idee van individualiteit rond dezelfde tijd voor het eerst aan het globale vocabulaire wordt toegevoegd. De lancering van het individu, nu toegerust met een nieuwe graadmeter, of norm, die we beleving noemen is daarmee een verklaarbaar feit. Daarvoor was het er ook al maar had het geen naam en daarmee geen legitimatie.
Nu heb ik niets tegen beleving en emoties. Deze maken immers integraal deel uit van wat we de totale mens kunnen noemen. Een gezonde balans tussen rede en beleving kan bijdragen aan een ‘evenwichtig in het leven staan’.

Een van de studenten vroeg me wat ik ervan vond dat er christenen zijn die psychologie studeren. Ze voegde er aan toe dat ze zo iemand kende en die was nu van het geloof afgevallen. Ik antwoordde dat ik vond dat er te weinig christenen zijn die psychologie studeren, of verwante vakken zoals filosofie, antropologie en wat dies meer zij. Het feit dat mensen van het geloof afvallen heeft weinig te doen met dat soort vakken maar alles met het onvermogen om hun geloof op een duidelijk manier te articuleren en te integreren met wetenschap. Voor veel christenen staan die twee namelijk tegenover elkaar en het ‘heulen met de vijand’ kan nooit tot een goede uitkomst leiden…

Juist omdat het geloof in de levens van velen gereduceerd is tot een beleving kan het niet op tegen de vermeende “harde bewijzen” van de wetenschap. Het idee dat geloof en wetenschap naast elkaar moeten bestaan is voor velen een brug te ver; dat voelt niet goed. Laat staan dat ze intiem met elkaar worden!

24 september 2019

Het egoverhaal

Een van de studenten wist ons te vertellen dat er een authentieke afbeelding van Jezus bestaat. Wat blijkt nu; iemand had Jezus in een vermeend visioen gezien en dat beeld middels verruf, canvas en penseel vastgelegd in een schilderij. Een ander iemand die in een ander vermeend visioen ook Jezus had gezien, zag dat schilderij en concludeerde dat de geportreteerde Jezus er precies zo uitzag als in zijn visioen. Aangezien op het getuigenis van twee iets vaststaat, hebben we nu ergens een afbeelding van Jezus. Iemand in mijn klas - ik geef deze week les in Ecuador - was wel benieuwd of iemand de helderheid van geest heeft gehad om er een foto van te maken. Helaas, die foto was er niet dus blijft iedereen overgeleverd aan zijn en haar eigen fantastische verbeelding.
Nu ging mijn les hier helemaal niet over en voor mij is het nog nooit een vraag geweest hoe Jezus er wel en niet uitziet.
Of ik ook iets meer licht kon laten schijnen op de vraag of Abraham letterlijk met God wandelde - er staat immers geschreven dat hij met God wandelde - besloot ik te beatwoorden met het politiek correcte "nee, Abraham wandelde niet letterlijk met God."
Best wel aardige thema's waar je gezellig rond de koffie over kunt keuvelen maar ook weer niet zo bijster interessant dat je er een of meerdere lessen aan zou besteden. Ik in ieder geval niet.

Met dat laatste 'wandelende Abraham' antwoord had ik mijn klas weer in het gareel en konden we het weer hebben over het "metaverhaal van God" en het belang daarvan voor ons leven in een tijd waarin het meer en meer draait om wat ik het "egoverhaal" noem. We zien ons leven daarbij niet langer in het licht van dat allesomvattende en mysterieuze verhaal dat God aan het schrijven is maar knippen we het stukje waar ik in voorkom eruit en laten dat vervolgens een eigen leven leiden; ja, die andere egoverhalen zijn belangrijk en waardevol maar wel met die aantekening dat mijn verhaal net ietsje belangrijker is. Toch?

Ik vroeg een van de studenten hoeveel bijbels zij persoonlijk in haar bezit had. "Meer dan tien", antwoordde ze. In de laatste 40, 50 jaar heeft het hebben van een eigen exemplaar van de bijbel een gigantische vlucht genomen. Voor die tijd was er de familiebijbel waar men als gezin uit las en voordat die familiebijbel de intrede deed moest je naar de kerk om het Woord van God te horen. Als je geluk had gebeurde dat in een taal die je zelf ook sprak maar hele generaties moesten het doen met het luisteren naar een taal die ze niet eens verstonden.
Een geweldige vooruitgang, die persoonlijke Bijbel in de vertaling die de lezer het beste vindt (dat "beste" is dan meer op grond van emotionele overwegingen dan wetenschappelijke of taalkundige). Maar met het dragen van een zakbijbeltje heeft ook het "egoverhaal" een vlucht genomen en hoor je preken over bijvoorbeeld 'intimiteit met God.'

Wordt vervolgd. "Mijn" klas wacht op nog meer verontrustend nieuws

19 september 2019

Gewoon jaloers of stikjaloers!

De belangrijkste drijfveer in het leven van de mens is afgunst, meent de Prediker. Dat is een nogal boude uitspraak, gebaseerd op zijn persoonlijke observatie. Het is namelijk onwaarschijnlijk dat hij een representatief psychologisch onderzoek heeft gedaan en hier zijn conclusies in een wetenschappelijk artikel presenteert.


Tja, persoonlijke observaties; natuurlijk tellen ze wel mee maar hoeveel gewicht worden die persoonlijke observaties nu eigenlijk toegekend in het echte leven? Als ik andermans observatie wel aardig vind, zeg ik er aardige dingen over. Als ik het wat minder vind, zeg ik al gauw dat iedereen recht heeft op een eigen mening en dat ik niet wil oordelen over iemands subjectieve beleving. Zeker in onze moderne tijd is het zaak om met je tengels van andermans gevoel en beleving af te blijven.

Goed, ik dwaal af. Ik denk dat Prediker's observatie op z'n minst aanleiding geeft tot reflectie op het eigen leven.
Is mijn diepste motivatie om iets te bereiken te vinden in jaloersheid? Er zit mijns inziens wel een harde kern van waarheid in.
Dat de mens geneigd is zich te vergelijken met de ander die meer of minder heeft, gekker of leuker is, slimmer of dommer, is iets wat ik wel bij mezelf herken. De mens oordeelt zichzelf en de ander op grond van door hem/haarzelf aangenomen normen. Waar die normen op gebaseerd zijn is een ander verhaal maar hoe dan ook, iedereen heeft nu eenmaal dat soort normen die de mens tot een bijna altoos vergelijken aanzet.
Als de ander beter, rijker, slimmer of wat dan ook in vergrotende of overtreffende trap is, voel ik een stekelige jaloersheid die ik prachtig glimlachend weet te verbergen: "ik gun het die ander van harte" (in de hoop dat die ander het mij ook gunt als ik bij dat meerdere terecht zou komen).
Ik ervaar die jaloersheid met name als het zaken betreft die voor mij belangrijk blijken te zijn. Wat ik bedoel is dat het mij niets doet als ik een goede voetballer aan het werk zie maar wel als ik iemand betere foto's zie maken (en dat zijn er nogal wat!). Ook voel ik die stekelige jaloersheid bij mensen die in een huis wonen waarin ik eigenlijk zou moeten wonen, of in een auto rijden die wat jonger is dan de mijne en minder onderhoud behoeft maar uiteraard wel met voldoende PK's (minimaal 200).
De jaloerse steek is het sterkst als ik mensen ontmoet die een uitzonderlijk opsluitingsvermogen hebben - die onthouden van alles en weten bijvoorbeeld morgen nog dat ze vandaag deze Blog schreven. Ik (mijn geheugen) is zo lek als een zeef. Het is om gek van te worden. Bij tijd en wijle scheld ik mezelf (heel erg hardop) uit om mijn gedemonstreerde onvermogen tot onthouden. Dat schelden helpt niet. Althans ik heb nog nooit gemerkt dat ik als gevolg van zo'n scheldpartij opeens beter kon onthouden. Ik heb nog geëxperimenteerd met geheugenpaleizen maar ben vergeten hoe het precies werkte. Nog erger, de paar paleizen die ik heb gebouwd, kan ik nu niet meer wissen en hebben een permanente plek in het landschap van mijn geheugen ingenomen!

Prediker is nog niet klaar en plaatst dat jaloerse gedoe in een heerlijk, ontnuchterend, relativerend perspectief: heb je eenmaal dat waar je zo jaloers op was; het is enkel lucht en najagen van de wind! (4:4-6)

Voordat ik aan de rest van de dag begin ga ik eerst nog even een luchtje scheppen. Wat zullen al die mensen die nu in de file staan  jaloers op mij zijn.

15 september 2019

De keer dat ik drie minuten stal

"Houd jij altijd je beloftes?" vroeg de man me na afloop na een kerkdienst waar ik had gesproken. Aan de manier waarop hij de vraag stelde en te lezen in zijn lichte, ietwat triomfantelijke grijns vermoedde ik dat ik beter voorzichtig kon zijn met hoe ik antwoordde en zei dat ik in principe mijn uiterste best doe om gedane beloftes na te komen en in het geval van het moeten breken van een belofte opnieuw "onderhandel". Wat had de beste man voor mij in petto? Het was duidelijk dat de vraag niets te doen had met een algemene interesse of een wetenschappelijk onderzoek. Hij had me kennelijk betrapt op een gebroken belofte. En net zulke werk! "Als je belooft dat je niet langer dan 25 minuten spreekt, dan moet je dat ook doen." En ja, hij had gelijk. Ik had namelijk 28 minuten gesproken.

Ik heb tegenwoordig een "timer" die na 25 minuten een signaal geeft en had een van de jongeren gevraagd om bij het afgaan van het signaal te zeggen: "ja, zo kan het wel weer - we hebben het nu wel gehoord. Kappen!"
Tien seconden voordat mijn 25 minuten vol waren realiseerde ik me dat ik nog een paar minuten nodig had om mijn over het publiek uitgestorte gedachtekronkels - sommigen noemen het een preek - af te ronden en vroeg het publiek en met name de uitverkoren jongere om toestemming om op mijn belofte terug te mogen komen en enkele minuten langer te spreken. De heldere collectieve reactie vanuit het publiek leerde me om niet halverwege een halve zin of gedachte amen te roepen maar mijn verhaal netjes af te ronden. Zo kwamen we uiteindelijk op 28 minuten.
Overigens ben ik die timer gaan gebruiken voor mezelf en niet zozeer voor mijn publiek. Ik heb namelijk de bijzondere gave van wauwelen: dooremmeren terwijl ik allang gezegd heb wat ik in wezen wilde zeggen. Houd het kort, knisperig en to-the-point. Dan hebben we daarna meer tijd om tijdens de koffie met elkaar te keuvelen - een essentieel onderdeel van het kerk zijn.

Nu heeft dat kort spreken ook z'n potentiële nadelen. De dienstleider kan unilateraal besluiten dat we veel te vroeg klaar zijn en dan ruimte bieden voor een open tijd van gebed en daar bovenop nog een stapeltje liedjes met als gevolg een dienst die toch weer lang duurt en zompig geworden speculaasjes bij de koffie. Die hebben te lang vocht uit de lucht liggen trekken. Hier is overigens niets van verzonnen en is echt gebeurd. Regelmatig zelfs. Alleen dat van die speculaasjes is ietwat overdreven.

Terug naar het je woord houden. Was het niet Jezus die zei "laat uw ja, ja zijn en uw nee, nee"? Ja, dat zei Hij en dat is ook de basis voor vertrouwen in elkaar, handel drijven en afspraken maken. In de praktijk zien we onszelf echter talloze keren opnieuw naar de onderhandelingstafel terugkeren, inclusief de grijnzende man (vermoed ik maar hij kan een uitzondering zijn). Veranderde omstandigheden zijn altijd voorhanden. Ziekte, files en prioriteiten zijn drie redelijk vaak voorkomende. Niemand vindt het raar om een afspraak te moeten verzetten en er is vrijwel altijd wel begrip voor de redenen die worden gegeven voor de verzetting of zelfs annulering.
Overigens had Jezus niet de drie minuten langer durende preek voor ogen of een te verzetten koffie afspraak. Hij had het over een diepere laag die te maken heeft met hoe mensen zich tot elkaar en de overheid verhouden. Het is tegenwoordig niet voldoende als ik zeg wie ik ben, ik moet bewijs meenemen want ik word niet op mijn woord geloofd. Het heeft dan ook meer te maken met hoe de mens geneigd lijkt te zijn tot liegen, bedriegen en jatten.
Ik droom regelmatig van een samenleving waarin niemand liegt, bedriegt of jat. Ik hoef dan geen slot meer op mijn deur, en krijg mijn zoekgeraakte portemonnee gewoon thuis afgeleverd en de boer krijgt een eerlijke prijs voor zijn kip, melk en koe. Dat is een basisprincipe van het Koninkrijk Gods. Helemaal niet zo'n gek idee, je zou er zomaar zin in krijgen.

En die drie minuten dan? Ik geeft toe dat ik feitelijk heb gelogen. Als verzachtende omstandigheid wil ik echter aanvoeren dat ik de toestemming van het collectief had gevraagd en gekregen. Of de grijnzende man zich op dat moment tot het collectief rekende, weet ik niet. Ik zag hem niet zitten tussen het volk. Ik hoop dat hij het mij vergeeft en me voor de rest van mijn level labelt als de "minutenjatter".

14 augustus 2019

Alles over de tong in één paragraaf

Zo heb ik me voorgenomen om, voordat ik me in een gesprek tussen mensen in een voor mij onbekend gezelschap meng, dit keer de wijste van het stel te zijn. Dat kan gerealiseerd worden door vooral te zwijgen. Omdat ik door mijn werk veelvuldig mensen ontmoet die ik niet ken, heb ik voldoende gelegenheid om dat te oefenen. Uiteraard hoop ik dat die mensen niet na afloop van de uitwisseling van meningen, nieuwtjes, diepe en ondiepere zaken en vooral veel luchtige niemendalletjes denken dat ik verlegen ben, introvert of terzake onkundig: een mysterieuze rare kwibus die je niet kunt plaatsen. Om dat te voorkomen en omdat ik mezelf niet kan helpen, trek ik binnen de kortste keren mijn scheur open en ben daarna niet meer te houden.

Het is opnieuw mijn vriend Jakobus die meldt dat het gebrabbel van de tong te vergelijken is met een bit dat een paard aanstuurt en een klein roer dat een groot schip de wil oplegt. Ik sluit mijn ogen en zie het gebeuren; het roer een fractie naar links en het schip gehoorzaamt. O mocht ik toch zo wijs zijn dat ik dat giftige, rusteloze rode dingetje in bedwang kon houden.

Zwijgen is pijnlijker dan spreken. Spreken kent vooral pijn achteraf die het gevolg is van het ondoordachte, het overvloedige, het vaak hoge gehalte aan onbenulligheid en onbezonnenheid, spijt en schaamte.


- Wie nooit iets fouts zegt, is een volmaakt mens, iemand die zichzelf helemaal in bedwang heeft - (Jacobus 3)

12 augustus 2019

Ik denk dat ik aan fatsoensillusie lijd.

Een van de spanningsvelden waar de mens in leeft is de afstand tussen wat men, op grond van een overtuiging, weet wat hem te doen staat en de daadwerkelijke uitvoering daarvan. Mijn vriend Jakobus zegt dat een geloof dat niet tot daden komt, een dood geloof is.

Een goede vriend, die inmiddels de kerk verlaten heeft, vertelde me een verhaal dat voor hem onderdeel was van een flinke stapel aan redeneren die tot dat besluit heeft geleid.
Een collega van hem was ernstig ziek en ten dode opgeschreven. Op een gegeven moment was hij te zwak om nog te kunnen werken en meldde zich ziek. Zijn baas vroeg hem een paar dagen later of hij het misschien op kon brengen om nog even langs het kantoor te komen om een dossier over te dragen. De zieke stemde toe. Op de afgesproken tijd op het kantoor aangekomen zat zijn baas op hem te wachten. Maar niet alleen. Er was ook een advocaat bij, zo eentje die het belang van het bedrijf behartigt. De overdracht van het dossier verliep anders dan verwacht.
Door op het werk te verschijnen bewees de zieke dat hij helemaal niet zo ziek was dat hij niet meer kon werken en werd dan ook op staande voet ontslagen. Korte tijd later overleed de zieke.

De betreffende baas zat de zondag erna en zoals te doen gebruikelijk een paar lichamen verder op dezelfde kerkbank als mijn vriend, vriendelijk glimlachend naar de mensen op hem heen.

Ligt mijn verwachting te hoog als ik aanneem dat een geroutineerde gelovige op de hoogte is van de gouden regel, ook wel bekend als het hoogste of koninklijke gebod zoals we dat vinden in het Grote Boek? Bij dat gebod – heb uw naaste lief als uzelf – zit volgens mij geen woord chinees.

Helaas, maar begrijpelijk, is dit voorbeeld koren op de molen van hen die besloten hebben dat christenen niet deugen, hypocriet zijn en hun geloof niet waarmaken. Met andere woorden, het is geen reclame voor de kringen waarin ik mij doorgaans begeef. Christenen hebben het wat dat betreft ook niet gemakkelijk omdat ook de rest van de wereld op de hoogte lijkt te zijn van hun voorgeschreven hoge idealen. De maat die zij belijden en nastreven is de lat die wereld om hen heen toepast om hen op te meten en te (dis)kwalificeren.

Tussen ideaal en werkelijkheid zit altijd wel een afstand(je) en enige afstand wordt ons niet al te zeer kwalijk genomen omdat de ander dat afstandje ook bij zichzelf herkent. Uiteraard zijn er uitzonderingen. Er zijn best wel mensen die zo blind zijn als een paard en het altijd beter weten dan en voor de ander. Die zijn gemakkelijk te herkennen omdat ze niet al te veel vrienden hebben.

Ooit Schindler’s list gezien? Er is niemand die Oskar Schindler verwijten zal dat hij het ‘naaste liefhebben als zichzelf’ onvoldoende in praktijk bracht. Integendeel. We prijzen en eren de man omdat hij zoveel meer heeft gedaan dan menigeen zichzelf in een vergelijkbare situatie zou zien doen. Wij twijfelen niet aan hem. Toch was er één die hem verwijten maakte. Dat was hij zelf. Hier een stukje uit het script van de film.

I could have got more out.
I could have got more.
I don't know.
If I just...
I could have got more.
Oskar, there are 1100 people who
are alive because of you. Look at them.
If I'd made more money.
I threw away so much money.
You have no idea.
If I had just...
There will be generations
because of what you did.
I didn't do enough

Kijk hier naar deze aangrijpende scenes op Youtube. Mannen  zoals Oskar Schindler geven de mensheid hoop.

Geef mij Oskar maar als baas.


5 augustus 2019

Stop de stapel - kinderwerkzomerstopkwakkeltijd

De kinderwerkzomerstop is aangebroken en dus zitten kinderen vanaf een jaar of acht de gehele kerkdienst uit. Gewapend met kleurplaten, boekjes en zelfs snoep hopen ouders voldoende munitie te hebben om hun kroost de anderhalf tot twee uur durende samenkomst te verpozen.
Ik vind het fantastisch dat de kinderen de samenkomst helemaal meemaken en bereid me daar als spreker dan ook met plezier op voor. Het is echt niet ingewikkeld om de kinderen te laten participeren in de overdenking/preek/mijmeringen.

Meestal word ik van te voren ingeseind dat de kinderen de dienst mee zullen maken en dat het "fijn zou zijn als ik daar rekening mee kan houden." Als ik niet word ingeseind maar er wel een vermoeden bestaat, neem ik contact op met de kerk om mijn vermoeden te verifieren.

Maar dan en helaas zonder uitzondering is mijn ervaring dat er verder niets is aangepast; de dienst duurt nog net zo lang, opgestapelde liederen in het gevoelsmatige nooit eindigende "aanbiddingsblokje," lange inleidingen en dan ook nog eens een ellenlang avondmaal dat afgesloten wordt met het door de traditie ingesleten "gebedsblokje". Op zichzelf niet zoveel mis mee maar het zijn ook zaken die met een minimum aan breinwerk in een betekenisvolle ervaring voor de kinderen  kunnen resulteren.

Het blijft toch vooral een grote mensen gebeuren waarbij de kinderen worden gereduceerd tot toeschouwers en/of of hun brein op een andere frequentie afstemmen (langzaam kleuren, ik moet er anderhalf uur over doen). Ik kan me voorstellen dat er heel wat gezinnen opteren om thuis te blijven (wellicht een beetje afhankelijk van de sprekert van de dag). Mijn sympathie hebben ze. Het kan echter anders. Suggesties  (na een minimum aan breinwerk):


  • Laat de kinderen deelnemen aan het avondmaal (de theologische/culturele/denominationele discussie dan wel achteraf voeren, anders komt het er nooit van.
  • Halveer de "blokjes" en stop de stapel.
  • Vraag kinderen wat hun favouriete liedjes zijn en zing er een paar.
  • Laat de dienst niet langer duren dan 65 minuten en laat een van de kinderen de tijd bewaken.

De zomertijd - de kerkkwakkeltijd - kan betekenisvol zijn voor iedereen, zelfs zozeer dat men er gedurende de rest van het jaar naar uitziet.