10 oktober 2020

Oorlog in het brein!

Dit keer doe ik het helemaal anders. De deadline voor de opdracht is over twee weken en ik heb een keurige planning gemaakt. Vandaag de eerste stap: voorbereidend onderzoek doen. Ik besluit Google, Wikipedia en E-sword daarbij in te zetten. Aan de linkerkant van het scherm staan de respectievelijke tabs open en aan de rechterkant een nog onbeschreven digitaal vel in Word.

De zoekopdracht wordt ingetoetst en ik begin vol verwachting en enthousiasme aan de reis. Ik voel me goed en geef mezelf een compliment: nog twee weken de tijd en toch al aan de slag gegaan.

Ongeveer 30 minuten later zit ik met Google Maps in te zoomen op Nova Scotia. Wat is er toch veel te zien en te leren over Nova Scotia! Het heeft wel niets met het onderwerp van mijn voorbereiding te maken en ik weet ook niet precies waarom ik hier terecht ben gekomen maar nu we er toch zijn toch maar even verder gekeken.

Afijn, na ongeveer een uur ben ik weer terug bij af en besluit alle hulp uit te schakelen en gewoon maar te gaan schrijven op dat witte digitale velletje waar nog steeds niets op staat.
Ik staar en denk, draai het velletje een kwartslag en weer terug en er komt niets. Geen gedachte, geen ingeving; alsof m'n brein op slot zit.

Iemand belt. Gelukkig, want dat geeft me het gevoel dat ik toch aan het werk ben. Of ik even snel een artikel wil schrijven over de geschiedenis, opkomst en naderde ondergang van het kerkorgel. Daar hoef ik niet over na te denken: Tuurlijk doe ik dat even. Wanneer moet het af? Morgen? Geen probleem; zeeën van tijd. Ik druk op het digitale rode knopje, sluit daarmee het gesprek af en zit inmiddels al met mijn hoofd tussen de pijpen van het orgel. Het brein werkt op volle toeren, laatjes in het geheugen worden als vanzelf opengetrokken, boeken worden uit kasten getrokken - hoe wist ik trouwens dat er in dit en dat boek iets over het thema te vinden was? - mogelijke creatieve aanvliegroutes worden overwogen en drie uur later is het artikel af.

Het contrast tussen deze twee scenario's zal menig GU (Geboren Uitsteller) waarschijnlijk niet vreemd voorkomen. 

Onderzoek toont aan dat uitstellers te maken hebben met een actieve worsteling tussen twee secties van de hersenen en dat uitstel niets te maken heeft met gebrek aan wilskracht, maar alles met emoties.

De amygdala, zeg maar ons overlevingsmechanisme, scant de omgeving voortdurend op mogelijk gevaar. Wanneer er sprake is van gevaar komen er hormonen vrij, voornamelijk adrenaline. Dat stelt ons beter in staat om te vluchten of een aanval te voorkomen. Het regelt onze emotionele reactie en gedrag in tijden van gevaar.

De worsteling is tussen die amygdala en de prefrontale cortex, het stukje van onze hersenen dat onze actieve functies regelt, ofwel het vermogen tot zelfregulering (schakelen tussen verschillende taken taken, plannen maken, ergens mee stoppen).

Een uitsteller ervaart het eerste scenario als onprettig of onaantrekkelijk; het is saai, frustrerend of levert weinig op.

Chronische uitstellers schijnen een groter dan normale amygdala te hebben. Kun je ze dat kwalijk nemen? En wat doe je eraan? Operatief doormidden knippen? Digitaal laten krimpen?

Er is veel over te zeggen en de beschreven worsteling tussen de twee breinfuncties wordt verschillend geduid. Sommigen gaan zelfs zover dat ze menen dat uitstellers die vinden en geloven dat ze onder druk beter presteren, zichzelf voor de gek houden en kinderachtige wezens zijn. Dat zijn vast mensen met een ieniemienie pietepeuterig kleine amygdala, waarbij blijkbaar ook nog eens van een ideaal wordt uitgegaan: iedereen leeft en werkt planmatig, volgens schema's en keurig lineair. Immers, onder de afstand tussen twee objecten wordt altijd de lengte van hun kortste verbindingslijn verstaan. Die afstand wil je natuurlijk efficiënt afleggen.

Wij, GU's weten wel beter.

Over die verbindingslijn volgende week meer!


3 oktober 2020

Tijd om uit de kast te komen

Vandaag, de dag voor onze nationale dierendag, is een mooie dag om uit de kast te komen. Zolang ik me kan herinneren word ik geplaagd door schuldgevoelens, schaamte, de gedachte dat ik een fraudeur ben en vooral het voornemen dat ik het de volgende keer anders ga doen en dat voornemen dan zie falen. Keer op keer op keer. Aangezien er de afgelopen jaren weinig tekenen van enige verandering te zien zijn geweest en ik al redelijk ver in het tweede deel van mijn levensboek ben aanbeland, dacht ik het er nu maar eens uit te gooien: ik ben een GU! Of dat heel erg is en of ik dat überhaupt wil veranderen is niet de vraag. Het is een vaststelling dat het deel is van mijn wezen: Ik ben GU en kan (wil?) niet anders.

Een GU is iemand die iets toezegt te gaan doen, of iets moet doen en dat ook wil doen en het ook wel doet maar altijd op het laatste moment. Het schrijven van een stuk (paper, opstel, boek, blog enz..), het voorbereiden op een examen, het grondwerk doen voor een preek of lezing; de Geboren Uitsteller zal het (vrijwel) altijd op het laatste moment doen en zich ook altijd voornemen de volgende keer planmatiger te werk te gaan en de taak over een bepaalde periode te spreiden, wat vervolgens natuurlijk niet gebeurt hetgeen de GU eigenlijk al lang wist. Zo zit de GU gevangen in een zich almaar herhalende cyclus met alle gevoelens die dat weer oproept.

Het bizarre is dat veel GU's juist veel voor elkaar krijgen en behoorlijk productief kunnen zijn. Toch voelen ze zich schuldig over al die tijd die ze in hun beleving weg laten lekken.

De komende tijd wil ik hier wat Blogs over schrijven. Er is namelijk best wel het een en ander over te zeggen en ik wil de lezer een kijkje gunnen in het brein, acties en overwegingen van de GU.


Vandaag nummer 1 (en ik heb er nogal wat): 

Er is altijd wel iets te doen dat ook belangrijk is maar feitelijk een excuus is om niet aan dat wat net iets belangrijker is te werken.

Voorbeeld: De reden dat ik nu deze blog schrijf is eigenlijk een legitimering voor het niet bezig zijn met het schrijven aan mijn boek. De deadline voor het boek is 1 November dus heb ik nog 28 dagen en ik weet dat ik makkelijk uitstel kan krijgen tot 31 december. De blog wilde ik schrijven maar natuurlijk moet dan eerst mijn bureau opgeruimd zijn en zie ik ook dat het zeepbakje boven het aanrecht wel eens lekker geschrobd mag worden. Als het zeepbakje schoon is (check) en mijn bureau opgeruimd (check) kan ik mijn Blog gaan schrijven (check) zodat de hele middag beschikbaar is voor het boek. Ik weet nu al dat ik iets anders zal vinden om te doen dat natuurlijk ook belangrijk is. Hoe lang het nog duurt tot het punt dat ik niet langer niet kan schrijven, weet ik niet precies. De GU weet pas wanneer dat punt aanbreekt als hij/zij daar aankomt. Zoiets valt niet te plannen.

Is het nu zo dat de GU tijdens het almaar uitstellen van het werken aan, of uitvoeren van opdracht A niets met A doet? Daarover de volgende keer

Nu het hoge woord er uit is en middels deze Blog in de openbaarheid gebracht wil ik alle medeGUers een hart onder de riem steken: Je bent niet alleen en ik ben je vriend! Wat de wereld om ons heen niet begrijpt is dat het spreekwoord "van uitstel komt afstel" in onze beleving en praktijk:

1) niet noodzakelijkerwijs waar is 

2) een waardeoordeel over ons uitspreekt dat 

3) ons diep raakt en in belangrijke mate de schuld is van hoe wij ons voelen over ons GU zijn.

Houd moed!

Update 15 uur: Heb net een film gekeken.


28 september 2020

Mag opa ook zijn plasje leggen op de boekjes in de Happy Meals?

Ik dacht er niet teveel over na maar was blij verrast dat ik bij het samenstellen van het Happy Meal voor kleinzoon Nelson (bijna twee jaar) kon kiezen tussen of een speelgoedje, of een boekje. Nu heb ik sowieso geen enkel goed woord over voor die verderfelijke speeltjes die al jaar en dag vooral om marketingtechnische redenen in zo'n doosje worden gestopt, en met mijn voorliefde voor lezen was het eigenlijk geen keuze. Zo hebben we één deel van de twaalfdelige serie "De Boomptop-Tweelingen" in huis en is dit deeltje is inmiddels door Oma aan Nelson voorgelezen. Of we de hele serie gaan sparen? Ik denk het niet want vandaag las ik in de krant dat het hier gaat om een tijdelijke actie gedurende de Kinderboekenweek van 30 September tot 11 Oktober. Bovendien heeft Nelson nog niet om "meer" gevraagd.
Een beetje terzijde maar ik denk dat het door ons bezochte filiaal van McDonalds de spelregels nog niet had gelezen want ons bezoek vond plaats op Woensdag 23 September.

McDonalds bezocht, boekje gekregen, boekje gelezen en weer door met het leven. Maar nee, niet in Nederland waar iedereen die zichzelf wat vindt of door anderen wat gevonden wordt zich tegen zo'n actie aan moeten bemoeien en er zijn/haar plasje op moet leggen. Nederland kent inmiddels zoveel platforms en podia die gevuld moeten worden met mensen die iets vinden dat de spoeling van hen die iets wezenlijks te melden hebben zo dun is dat willekeurig wie dan ook met a) enige druk op de blaas en b) meer dan 100 volgers zijn of haar plasje mag komen leggen. Sommigen mogen het de volgende dag weer op komen dweilen. 

Goed, ik dwaal af. Terug naar de hoofdgedachte (of waren het er meer?).

De directeur van de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB) stelt dat het doel van de stunt het aanwakkeren van de leeshonger is en dat het ongetwijfeld (ook) negatieve reacties gaat oproepen. Ene Frans Kok, hoogleraar (in ruste) voeding en gezondheid vindt het bieden van een podium aan McDonalds om reclame te maken "potentieel niet onschuldig." Ook zou het Nederlandse volk McDonalds opeens als partner van (serieuze) CPNB gaan zien. Kok zou niet al teveel bezwaren zien als het boekje gepaard zou gaan met een supergezonde, duurzame hamburger. (Bron: Volkskrant 28 september).

De stelling door een woordvoerder van het CPNB, dat het effect op lange termijn is dat meer mensen boekhandels en bibliotheken gaan bezoeken (bron: NU.NL), is naar mijn bescheiden mening een potentieel riskante aanname. Niet te riskant natuurlijk want niemand gaat het lange termijn effect van de actie meten. De woordvoeder zal zijn/haar baan kunnen behouden.

Met of zonder boekje in het Happy Meal zal McDonalds ook deze week weer zo'n drie miljoen eters mogen verwelkomen. Hoeveel families zullen daaronder zijn die zich naar deze wereldkeuken snellen omdat een of meerdere leden van het kroost net zo lang zeuren om een Happy Meal dat ouders inbinden? Ik heb geen flauw idee. Waar ik me, eerst als ouder en nu als opa, aan erger is de bereidheid van het concern om volkomen nutteloze, waardeloze, milieubelastende en maximaal kliko gehalte typerende kolerezooi in zo'n doosje te stoppen. Het is bijna net zo erg als de slechts tot diep verdriet leidende zooi die Kinder in haar chocolade eieren stopt. Nog voordat het chocolade omhulsel opgegeten is, is dat speeltje al kapot en de potentiele nasmaak van de chocola vergald. En toch komt het kind, aan de hand van Opa terug voor een volgende ei. Het vorige spleetje al lang vergeten en geklikoodt en met de hoop op eindelijk iets dat wel werkt en twee dagen functioneert.

Voorspelling: Zowel McDonalds als Kinder gaan door met het distribueren van volkomen nutteloze troep. Waarom: Omdat het werkt: de kinderen willen het en wat de kinderen willen, willen de (meeste) ouders ook.

Af en toe een paar weken lang de troep vervangen door iets dat potentieel kan bijdragen aan een gezonde fysieke en mentale ontwikkeling, is een niet al te heftig prijskaartje voor het instandhouden van een systeem dat door en door ziek is.

Maarrrruh, ik ben blij dat ze het doen en hoop van harte dat het wezenlijk bijdraagt aan de grote en almaar groeiende groep van kinderen (en laten we de ouders niet vergeten) die gewoon geen zin hebben om te lezen en liever meeliften op de fantasie en het vermaak door anderen gecreëerd.

14 september 2020

De dag dat de man zich meer kanarie voelde

Afgelopen week keek ik tevee. Ik weet niet meer wat ik keek en wanneer het precies was. Maar dit zag ik en bleef me bij:

Aan het eind van het interview staarde de geinterviewde naar een denkbeeldig punt voorbij de horizon.

Met een blik die iets weg had van gelukzaligheid stelde het dat, eenmaal op dat punt aangekomen, er geen verschil meer zou zijn tussen man en vrouw.

Deed me denken aan de oester, die in de evolutie van de soorten de mens ver vooruit is. Afhankelijk van de omstandigheden is de oester mannelijk of vrouwelijk en kan in zijn/haar leven enkele keren heen en weer hoppen. Cool! Een van nature vloeibaar geslachtelijke dus, niet te verwarren met non-binair, of a-, bi- en/of demi geslachtelijk, of een andere van een groeiende lijst met duidingen en typeringen. Iedereen wil immers uniek zijn en zich op een of meerdere punten van anderen onderscheiden.

En dat deed me weer denken aan de tijd dat de wereld slechts bewoond werd door mannen en kanaries. Dat ging heel lang goed. De man was een man en de kanarie was een kanarie.
Op een dag voelde één man zich meer kanarie dan man en beschreef die gevoelens in een gedicht.

Wat nou man?

Wat nou kanarie?

We zijn allen gelijk.

dus,

hou op met dat gezeik.


Vervolgens vloog de man uit.

En viel te pletter.

Niemand durfde er iets van te zeggen. De man leefde zoals hij voelde dat hij wilde leven en was bereid de prijs ervoor te betalen. Dacht hij echt te kunnen vliegen? Ach we hebben allemaal wel eens een waantje hier of daar: wie vleugels heeft werpe de eerste steen. Met een gevoel kun je niet argumenteren en als gevoelens verheven worden boven de rede wordt de wereld gereduceerd tot een maalstroom waarin ieder druppeltje het recht om te zijn claimt en bevecht.

Iemand moet mij helpen want ik snap er helemaal niets meer van en ben bang dat ik eindig met het slechts meedrijven in die kolk van gevoelens. Want voelen mag als het maar niet te dicht bij vinden komt.

Kaders voor een enigszins geslaagde identiteitsvorming lijken zoek. Het loslaten van welk kader dan ook lijkt het moderne devies te zijn; de nieuwe rebellie. Zonder kaders leven (nee, gevoelens zijn geen kaders)  levert slechts een schijnvrijheid op. Enig houvast is noodzakelijk om te (over)leven. Bij gebrek aan of ontbreken van kaders zal zich onherroepelijk het fenomeen voordoen dat de verkregen schijnvrijheid tot wet wordt verheven. En omdat die kaders gestoeld zijn op gevoelens die tamelijk vloeibaar zijn schepen we onszelf met iets op waar niemand meer iets mee kan. Misschien is dat wat de geinterviewde zag? 

De waardigheid van het individu staat op het spel en dat moet in alle discussies over gelijkheid (een illusie) bovenaan blijven staan. Mijn liefde voor de ander is zo vaak voorwaardelijk (hoewel ik dat natuurlijk nooit zou toegeven). Moet ik die voorwaarden voorrang geven of het kader dat God mij aanreikt waarbinnen geen plaats is voor die voorwaardelijkheid van mij? Ik denk dat de mensen om mij heen er de voorkeur aan geven dat ik kies voor het kader van Gods onvoorwaardelijke, niet discriminerende liefde. Onder die streep kunnen we het over al die andere zaken hebben, inclusief vermeende stippen aan of voorbij de horizon.

7 september 2020

Oer: voer voor verder onderhoud

Ik las Oer; Het grote verhaal van nul tot nu. Over botsende neutronen en andere kleine dingetjes die met elkaar de basis van alle leven vormen. Persoonlijk geloof ik niet dat schepping en wetenschap tegenover elkaar staan maar elkaar steunen en zelfs kunnen versterken. Wie ooit heeft bedacht dat het geloof in de schepping lijnrecht zou staan tegenover wetenschappelijke verklaringen en uitgangspunten, zou met terugwerkende kracht ontslagen moeten worden. Aan de basis van zowel het scheppingsidee als bestaande wetenschappelijke modellen liggen aannames. Het bestaan van God kan niet worden bewezen en geen enkel wetenschappelijk model aangaande de genesis van het leven is waterdicht te krijgen. Aannames zijn nodig om aan een verhaal te kunnen beginnen; "er was eens" is een noodzakelijk begin. Vervolgens kan het alle kanten op. 

Maar goed, terug naar Oer waarin neutronen, protonen, quarks, atomen en de rest van de bende als personen worden opgevoerd die in gesprek zijn met elkaar, het tijdrovende proces van organisatie en uiteindelijk orde observeren en er verslag van doen. Mij pakt het niet. De schrijfstijl grijpt me niet bij de lurven. Ik kan me voorstellen dat het anderen wel aanspreekt. Het feit dat het sinds de eerste druk in Mei 2020 al een negende druk (Augustus 2020) beleeft, spreekt boekdelen. Inhoudelijk is het een goede inleiding op het impliciet voorgestelde huwelijk tussen schepping en wetenschap. Het slaat een belangrijke en noodzakelijk brug voor hen die de twee modellen beleven als elkaar uitsluitend; de Loesjes onder ons die het gesprek hierover bij voorbaat al dichttimmeren met hun echt niet zo vindingrijke eerst was er niks en toen is dat ook nog ontploft. Ik vind dat een beetje sneu.

Nu staan christenen niet bepaald bekend om hun vermogen om eenheid te bevorderen en te praktiseren. Eenheid tref je vooral aan in proclamaties, wensdenken en (vaak tijdelijke) lokale groepjes. Helaas valt hen de eer ten deel dat ze zeer bekwaam zijn in het articuleren van verschillen die zelfs van (eeuwig) levensbelang kunnen zijn. Toen ik eens opperde dat het niet zo heel erg interessant is of de zeven dagen van de schepping, zoals beschreven in het boek Genesis, nu wel of niet letterlijke dagen van 24 uur waren en ik suggereerde dat het me zelfs zeer onwaarschijnlijk leek, kon mijn gesprekspartner zijn verontwaardiging maar moeilijk verbergen: "als je niet in letterlijk zeven dagen gelooft, heeft dat direct gevolgen voor je redding. Wat die gevolgen dan precies waren en welke redding hij bedoelde, hebben we verder niet kunnen bespreken. Het gesprek was afgelopen en mijn gesprekspartner vertrok.

Nu is het vermogen om verdeeldheid te zaaien niet voorbehouden aan christenen. Het is een universeel fenomeen. De drie plaatselijke biljartverenigingen in het 600 zielen tellende dorp wil ik graag ter illustrie hiervan opvoeren.

Zeven tellen, uren, dagen maanden, jaren, eeuwen, lichtjaren: secundaire zaken.

Wat mij verbindt met andere gelovigen is wat hieraan ten grondslag ligt: "in den beginne: God". Hij sprak en uit chaos schept Hij orde. De rest is koffietafelpraat, brandstof voor serieus en quasi serieus wetenschappelijk onderzoek en her en der voor splijtzwammen.

N.a.v. " Oer; het grote verhaal van nul tot nu" 
Corien Oranje, Cees Dekker, Gijsbert van den Brink
Ark Media, Heerenveen
ISBN: 9789033802188

30 augustus 2020

Zingen in de elleboog

Enfin, nu de kerken langzamerhand weer mensen mogen toelaten zitten we nog wel een beetje met hoe het samen zingen opgelost moet worden. In ons achterhoofd weten we dat het waarschijnlijk is dat het virus zich bij voorkeur via kleine druppeltjes door de lucht verplaats; de zogeheten aerogene transmissie. Natuurlijk zijn ook hier weer geleerden aan beide kanten van het welles/nietes debat en heeft daarnaast iedereen er ook nog eens een eigen mening over. Ook zij dus, die er geen bal verstand van hebben (ik hoor bij dit kamp) en zich laten leiden door een cocktail van gezond en ongezond verstand, intuïtie, emotie, vermeende zin en onzin, onverschilligheid of serieusheid met her en der nog wat additieven.

De behoefte om te zingen zit er bij veel gelovigen diep in. Hoewel ik zelf niet zo van de zang ben kan ik me er wel iets bij voorstellen. Onderzoek wijst uit dat het de hartslag vertraagt en zelfs synchroon laat lopen met de zangers in je directe omgeving. Er komt oxytocine vrij (het bekende knuffelhormoon) hetgeen het gevoel van saamhorigheid versterkt. Het helpt bij traumaverwerking en heb je als je aan het zingen bent geen tijd om te tobben (bron: Nederland zingt website). Misschien verklaren deze factoren dat we meestal niet al te kritisch kijken naar wat er gezongen wordt.

Het zingen is voor de gemiddelde kerkganger ook belangrijk omdat het een van de weinige manieren is om te participeren in de kerkdienst.

Een niet nader te identificeren kerk heeft het dilemma opgelost door het zingen aan te moedigen, maar dan wel in de elleboog. Dan heb je al het goede van het samenzingen en heb je, naast de anderhalve meter regel, loopjes en afgesloten sanitair, het nodige gedaan om de aerogene transmissie te beperken. Het klinkt wel raar hoor, tientallen mensen die uit volle borst hun ellebogen volzingen.

Na de dienst was het koffiedrinken. Buiten. Een plotseling losbrekende donderbui deed iedereen naar binnen vluchten, de kleine aula in. Als kippen in een legbatterij hokte men op, alle regels, voorschriften en vermaningen vergetend. Maslows piramide bleek sterker dan de elleboog. De overlevingsdrang zal het altijd winnen van alles wat pas daarna komt.

Zat Grapperhaus fout? Ik daag je uit om bij de eerstvolgende bruiloft waar je als gast of familie bent uitgenodigd consequent anderhalve meter afstand houden. Ik wil niet vervelend doen maar als je die anderhalve meter vast wil houden op een bruiloft is er maar een manier om dat vol te houden: niet gaan. 
Uiteindelijk sluiten we allemaal compromissen.

Trouwens, zingen in de elleboog? Dat gaat ‘m niet worden. Probeer het maar eens.

19 augustus 2020

Bankaardappelen in de nieuwe zuil

Vandaag kwam ik in de verleiding om te reageren op een advertentie die op mijn Facebookpagina verscheen. De algoritmes van Facebook hebben bepaald dat, op basis van de mij achtergelaten metadata, ik wellicht baat zou hebben bij het betreffende product.

Ik besloot in ieder geval de eraan gekoppelde website te raadplegen. Ik moet zeggen dat het wel een aantrekkelijk aanbod lijkt. Voor een kleine zes euro per maand kan ik onbeperkt christelijke films en documentaires kijken en heb ik toegang tot dagelijkse stichtelijke bonus overdenkingen. Alle films en documentaires zijn door de redactie van het geloofsnetwerk bekeken en veilig bevonden. 

Daar zat ik precies op te wachten: anderen die voor mij alle ingewikkelde morele, esthetische en inhoudelijke afwegingen maken zodat ik zonder zelf hoef na te denken denken kan gaan bankaardappelen.

Ik ben opgegroeid in een sterk verzuilde samenleving waarin de meeste dingen duidelijk waren. Je stemde, kerkte, geloofde en bleef binnen je zuil. Ook de niet kerkelijken hadden een zuil. Deze zuilen co-existeerden in redelijke harmonie, zij het met de nodige afstand tussen de zuilen. Die zuilen zijn de afgelopen jaren nagenoeg verdwenen hoewel er her en der nog flink wat marmer overeind staat. 

Is zo'n geloofszuil anno 2020 nu wel zo'n goed idee? De traditionele zuilen legden de zaken vast: dit geloven wij wel en niet, en dit doen wij wel en niet; de identiteit van de Nederlander lag voor een belangrijk deel verankerd in de zuil. Toen de ontzuiling grotendeels een feit was en de meeste Hollanders bevrijd van haar keurslijf, moest men weer voor zichzelf  gaan nadenken. Dat is lastig genoeg maar wel gezonder omdat het het gesprek tussen andersdenken bevordert of zelfs vereist. 

Nu blijkt dat dit geloofsnetwerk al sinds eind 2017 bestaat. Voor mij was en is het nieuw.

Wel een beetje pretentieus: "geef je geloof een nieuwe kans." Daarin lees ik impliciet de aanname dat de potentiële koper op een plek in zijn of haar leven is aangekomen waarin dat geloof niet zoveel, of in ieder geval onvoldoende voorstelt; ons netwerk geeft je nog een kans.

Ook pretendeert het "naadloos aan te sluiten op het leven van vandaag". Ik probeerde me voor te stellen hoe dat er dan uitziet. Films en documentaires waar geen enkele vloek, immorele of seksuele handeling of vocabulaire te horen en te zien is zou naadloos aansluiten op het leven van vandaag? Wie probeert wie voor de gek te houden?

Wat ik begrijp van en uit de lessen van Jezus Christus is dat hij zijn volgelingen bekwaamde en toerustte in het volgen van hem in een wereld die hem vijandig gezind was en is. Dat is toch wat anders dan een denkbeeldig veilig zuiltje creëren waarbinnen onmondigheid  wordt bestendigd en men alleen dingen te horen en te zien krijgt die de redactiecensuur zijn doorgekomen. Stel je voor dat mensen voor zichzelf gaan nadenken en dat doen in een wereld waarin immoraliteit, leugen, bedrog, misbruik, moord en doodslag de zaken zijn waarop het leven bijna naadloos op aansluit.

Ik weerhoud me dan ook wijselijk van enig commentaar en kies ervoor om verder maar niet te reageren op de advertentie.

Foto: eigen werk: Athene 2013