12 januari 2021

Alleen een blauwe fiets kan deugen

Mijn meest gelezen Blog is die van "Theorie rondom de fiets" uit 2010. Ik heb me vaak afgevraagd waarom deze blog met haar vreemde titel zo vaak wordt aangeklikt. Ik denk dat ik er uit ben.

Stel je voor dat ik wat meer wil weten over fietsen. Dan zou een internet zoekopdracht met wat algemene woorden zoals fiets, theorie en alles de zoeker zomaar naar het betreffende blog kunnen leiden. Het is ook gewoon slim om eerst groot en breed te zoeken en vervolgens inzoomen op het onderdeel. Een speld laat zich immers pas vinden als je eerst de hooiberg overhoop haalt.

Wat mij op dit denkspoor zette is de populariteit van systemen in ons leven; op zich bestaande onderdelen die door hun onderlinge verbondenheid en samenhang in het resulterende grotere geheel betekenis en functie hebben en/of krijgen.

Als je een paar olijven, schijfjes komkommer, stukjes tomaat en wat velletjes ijsbergsla bij elkaar in een kom doet, dat door elkaar husselt en overgiet met honing-mosterd dressing, noemen we het resultaat van deze systematische oefening een salade.
Dat is wat een kookboek doet. Als je de stappen volgt en de juiste ingrediënten gebruikt ziet het er heel soms uit zoals op het plaatje.

Nu wil ik alles wat de Bijbel zegt over engelen weten. Alle teksten die iets over engelen zeggen knip en plak ik op een groot vel. Als ik ze allemaal heb gehad ga ik er ernstig naar staren en diep nadenken om ten slotte enkele algemene dingen over engelen te kunnen zeggen. Deze gedestilleerde waarheid kan vervolgens ingezet worden om anderen mee om de oren te slaan. 

Zo heb ik in mijn boekenkast verschillende Systematische Theologieën staan. Dat zijn dikke pillen en vaak in meerdere delen omdat daarin alle belangrijke Bijbelse begrippen, woorden en concepten systematische en ordentelijk zijn gerangschikt. Ik heb die van Wayne Grudem, Thomas Oden, Louis Berkhof, Millard Erickson en Ton Verleg. Nu kun je de vraag stellen of eentje niet genoeg is.

Daar zit hem de kneep. Objectieve systematische theologie bestaat niet. Alle auteurs en samenstellers van dergelijke lijvige werken hebben vooraf al keuzes gemaakt over wat zij denken over God, de mens, de zichtbare en onzichtbare wereld; het is onmogelijk om los te komen van de tijdgeest, cultuur en geschiedenis waar men deel van uitmaakt. Geeft niets, zolang men het maar niet ontkent. Gevaarlijker wordt het wanneer objectiviteit wordt geclaimd. Dan is het raadzaam om enige afstand in acht te nemen.

Systemen zijn overal en kunnen moordend zijn, getuige de recente kille toepassing van de regels en richtlijnen omtrent de toeslag kinderopvang en de boodschappen toeschuivende moeder van een bijstandstrekker. Verontwaardiging en boosheid alom. En terecht.

Christenen kunnen er ook wat van. Onlangs werd ik door een vriend op Facebook uitgenodigd om een bepaalde pagina te "liken". Nu "like" ik nooit pagina's om de hoeveelheid spam enigszins binnen de perken te houden maar ik besloot even op de betreffende pagina "Vrienden van Jezus Christus" te kijken. Nog voordat ik het einde van de eerste pagina met bijdragen had bereikt maakten twee vrienden van Jezus elkaar al uit voor rotte vis en wat dies meer zij. Wat potentieel opbouwend had kunnen zijn was letterlijk misselijkmakend.

Systematische theologie kan zomaar een afgod worden wanneer de oefening het academische niet weet te overstijgen, ingebed wordt in het grote verhaal van God en daarbij een gelijkwaardige plaats krijgt toegewezen naast onder andere Bijbelse, Historische, Historisch kritische, Bevrijdings, Dogmatische, en Moderne theologie. 

En waarom? Ik ken mezelf voldoende om te erkennen dat als ik dan toch moet fietsen, dat bij voorkeur op een blauwe doe. 

Zo! Ik heb mijn voorkeur uitgesproken. 

Alle volgende keuzes die ik maak moeten passen bij een blauwe fiets.

19 december 2020

De weerbidders onder u!

 De oproep verscheen in beeld en ik rolde het zo snel mogelijk van mijn scherm af zodat ik het niet echt zou kunnen zien of te lezen. Maar het was te laat, de schade al aangericht, mijn scherm te groot. Iemand riep vrienden op om God te bidden om een dik pak sneeuw. Dat zou fijn zijn voor de kinderen in de opgelegde lange thuisblijftijd. Of de oproeper had nagedacht over de gevolgen van een afgebeden pak sneeuw weet ik niet. Ik vermoed en hoop dat het in een spontane opwelling was gebeurd; “help, mijn kinderen zijn vijf weken thuis, ik moet iets bedenken waardoor het leuk voor hen en voor mij blijft.”
Een doordenker kijkt namelijk wel drie keer uit alvorens een weerbidder te worden:

  1. Hoeveel bidders zijn er nodig?
  2. Hoeveel geloof is er per centimeter sneeuw nodig?
  3. Wat als er geen sneeuw valt?
  4. Wat zegt het over mijn godsbeeld?
  5. Wat bid ik voor het vrachtverkeer dat vast komt te zitten waardoor zaken zoals WC papier op de A15 bij Arnhem ingevroren raakt? En dan hebben we het nog niet over de chauffeur die nu gedwongen in z’n uppie op een hotelkamer zit en probeert een pizza en een kapsalon te bestellen.

Aan het idee van weerbidden ligt waarschijnlijk het enigszins kinderlijke idee ten grondslag dat gebed Gods hand doet bewegen. Een soort van afstandsbediening die zich middels vurige pleidooien laat navigeren.

Als je slechts een beetje afstand neemt van het idee dat God bestaat voor mijn persoonlijke (okay, misschien ook dat van mijn familie en gezin) welzijn, welbevinden en genoegen zie je de enorme complexiteit en onmogelijkheid van een dergelijk godsbeeld dat eerder thuishoort in de mythologie waar goden met elkaar wedijverden en onverklaarbare zaken werden toegeschreven aan bijvoorbeeld de (weer)goden. Deze goden moeten door hun subjecten gunstig gestemd worden middels gebeden en tal van hulpmiddelen. De belangen van de miljoenen biddende kinderen van God, waarvan velen in wanhoop schreeuwende omdat er wel wat meer aan de hand is dan een vervelende lockdown, en hopen op een beweging van Zijn hand ten gunste van hun verzoek, zijn te tegenstrijdig. Je zou maar God zijn! Welk gebed wordt beloond met een handbeweging en wat en hoe wordt die beslissing gerechtvaardigd? Deze complexiteit wordt treffend uitgebeeld in de inmiddels klassieke film Bruce Almighty. Bruce mag de zaken een tijdje waarnemen terwijl God een wel verdiende vakantie houdt. Bruce komt al heel snel tot de ontdekking dat hij niet echt geknipt is voor de taak en de zaken lopen aardig uit de hand als hij besluit om voor het gemak iedereen te geven waarom ze vragen. Als hij dan ook nog eens tot de ontdekking komt dat hij de vrouw waar hij een oogje op heeft niet kan dwingen om van hem te houden, is zijn dilemma compleet.

Een handje sneeuw uit de hemel is een cadeau voor de een en een drama voor de ander. Wie kiest? Ik niet en ik ga er ook niet om vragen. De realiteit is dat we waarschijnlijk nog wel wat sneeuw krijgen deze winter. Als dat valt zullen we er het beste van moeten maken en passen we ons aan de zegeningen die daar het gevolg van zijn aan – mooi plaatjes en sleeën-, alsook aan het drama dat we er op de koop toe bijkrijgen - doden in het verkeer, hogere energierekening en tonnen zout die in het milieu terechtkomen.

Jezus kwam om het hart van God te verbinden met het hart van de mens. Dat is de bewegende hand van God en het staat mij vrij om het aangebodene, het Leven, te aanvaarden of mijn hoofd af te wenden.

8 december 2020

Je reinste zuiverheid

In het document dat ik las was een aantal keer het woord “zuiver” te lezen in relatie tot het uitleggen van de Bijbel. Misschien dat daarom mijn zuiverheidsantenne momenteel op scherp staat. Ik zie en hoor meer zuiver dan ooit. Onlangs nog iemand die het had over een zuivere Bijbelvertaling. Op mijn “iedere vertaling is wat het is: een vertaling en doet het origineel altijd tekort” volgde uiteraard een “ja maar….” Zelf heb ik geen voorkeur voor welke vertaling dan ook zolang het maar een zuivere vertaling is en - dat weet iedereen - dan blijft er uiteraard maar één vertaling over en dat is die van mijn voorkeur (die ik dus niet heb).

De apostel Paulus stelt dat ons kennen maar half is, evenals onze uitleg. Hij zegt het ongeveer zo: “we weten niet half wat we denken te weten en waar we het over hebben,” (1 Kor 13:9) en dat we, totdat het volmaakte zich aandient, we het met die onzuiverheid moeten doen. Dat wat ik zuiver noem is feitelijk niets meer of minder dan dingen te zien en horen krijgen waarvan ik van te voren al heb besloten dat het zuiver is. Je zou dit het zelfbedrog van leven in de zuivere straat kunnen noemen, of een bedriegelijke bevestiging van het ego.

Claims op een zuivere uitleg of zuiver zicht, zegt wat over de claimer. Gebrek aan zelfkennis, gepaard met een flinke dosis zelfoverschatting; ziehier een barbaar die maar weinig begrijpt van taal- en cultuurontwikkeling. Taal en cultuur verschuiven voortdurend waardoor betekenissen, normen en waarden, maar ook dat wat we weten,  geleidelijk aan verandert. Over de boom waar ik vandaag naar kijk zal ik je andere dingen vertellen dan toen ik deze op m’n zesde voor het eerst zag en inklom.

Maar het kan ook gewoon onzekerheid zijn. Een onzekere vindt houvast aan en troost bij zuivere strohalmen.

Dan zijn er ook claimers die menen dat hun directe verbinding met God middels de Heilige Geest al die onzuiver obstakels overwint en er een puur zicht en beeld overblijft. Deze claimers zijn zuiver ongeschikt als gesprekspartner.

Nee, een zuivere uitleg en een zuivere vertaling zijn meer wens dan werkelijkheid. We leven en werken in en vanuit een achterstand. Dat maakt de zoektocht een stuk interessanter.

Hoe je zuiverheid ook kunt duiden:


Vandaag was ik redelijk onder de indruk van een verklaring van de Nieuw-Zeelandse premier, Jacinda Ardern, die reageerde op de resultaten van een onderzoek naar vermeende tunnelvisie bij de dienst opsporing. Wat een verademing om een politiek leider zonder reserve  te zien en horen toegeven dat de overheid het verkeerd heeft gedaan en haar excuses aanbiedt. Niet alleen dat. Het onderzoek doet 44 aanbeveling die vervolgens door diezelfde overheid integraal worden  aanvaard en geïmplementeerd. Met wat Jacinda Ardern aan daadkracht en betrouwbaarheid heeft laten zien, zal dit niet slechts bij woorden blijven.

Komt op mij over als een iets zuivers…..

 ZUIVER, bn. bw. (-der, -st), vrij van alles wat er niet aan, bij of in behoort: helder, klaar: zuiver water; Van Dale 1898, GROOT WOORDENBOEK DER NEDERLANDSCHE TAAL

12 november 2020

God losjes loszingen

Wat gebeurt er met God na een nachtje in de biotex?

Nadat God in de moderne tijd verbannen werd naar het domein van de spiritualiteit en verwante ideeën die haaks staan op alles wat verklaard en gemeten kan worden, mocht Hij in de na-moderne tijd weer een beetje terugkomen; ook het onverklaarbare en niet meetbare, zo besloot men, met de kunstenaars voorop, maakt deel uit van de werkelijkheid.

Dus mag God toch een plekje hebben. Fijn. 

Voor de Verlichting en het tijdperk dat we duiden als Modernisme stonden geloof en wetenschap niet perse tegenover elkaar. Dat kwam deels door de (macht van de) kerk die voor de rest van de wereld bepaalde wat waar en niet waar was. Als je een wereldbeeld had dat enigszins afweek van wat de kerk dicteerde, liep je kans op de brandstapel terecht te komen, gevierendeeld, of onthoofd te worden. Je keek dus wel uit.

Er waren er die niet uitkeken; de wegbereiders van wat we nu Verlichting en Modernisme noemen. Zonder dat ze zich hier wellicht bewust van waren gaven ze gehoor aan de Bijbelse opdracht om te onderzoeken, vragen te stellen en zaken uit te pluizen; een opdracht die impliciet te vinden is in het setje instructies dat Adam en Eva meekregen.

De Verlichting en het Modernisme schoven God terzijde. Maar omdat God zich niet zomaar terzijde laat schuiven moet dat eerder gezien worden als het afwerpen van het juk van de kerk.

Een van de in deze tijd ontstane tegenstellingen - wetenschap versus geloof - is echter voor velen gebleven. Het is pas de laatste tien, twintig jaar dat volgelingen van Jezus mondjesmaat beginnen te ontdekken dat wetenschap en geloof niet elkaars vijanden zijn; niet tegenover elkaar staan en elkaar zelfs verrijken. Dat kan verwarrend zijn en over het algemeen zal de mens er de voorkeur aan geven om verwarring te vermijden.

Een natuurlijke reactie is dan om de tegenstelling koppig te handhaven en de polarisatie te versterken: nog scherper de wij's en de zij's duiden. Voeg daar het immer wassende invidualisme bij en we komen uit bij een situatie waarin zelfs het "Wij gevoel" stilaan verwordt tot een "ik en de rest".

Na een flinke tijd in de voorwas te hebben gelegen lukte het eindelijk om God los te weken van de rest en konden we met hem doen wat we wilden. Hij was immers niet langer verbonden met de armen, de weduwen, de wezen, de vervolgden, de slachtoffers van kwaadwillende demonen (de menselijk variant) en treffen we God eerder aan in de privésfeer van de individuele(*) gelovige waarbij alles draait om het geloof als persoonlijke beleving. Dan kan het zomaar zijn dat het geloof in God gereduceerd wordt tot een beleving van een nog ontluikende liefdesrelatie of kalverliefde. Ik hoor dat terug in veel moderne "aanbiddingsliederen" waar de verbinding met de aarde hoogstens losjes en/of abstract te vinden is. Er wordt geroepen, geclaimd, geproclameerd, herhaald, aangezwollen, herhaald, nog wat aangezwollen en tenslotte nog driemaal het koortje, of een stukje van de laatste regel herhaald. De vijand wordt ingepeperd dat hij is overwonnen, verslagen, op moet rotten, niets meer te zeggen heeft en tal van varianten hierop. Als overwinnaars juichen we in onze christelijke coconnetjes. Zogeheten "opwekkingen" zijn veelal niet meer dan  "feestjes binnenshuis" waarvan het effect bij de buitendeur al is opgedroogd.

Ik kijk om me heen en zie een andere wereld. Een wereld waarin onrecht, leugen en bedrog heersen en zo'n drie miljard mensen nog nooit het verhaal van Jezus hebben gehoord. Een wereld waarin de kindersterfte daalt maar nog steeds elke dag 15 duizend kinderen voor hun vijfde verjaardag sterven aan  ondervoeding, infectieziektes en andere oorzaken waar we hier in Nederland niet of nauwelijks nog bang voor hoeven te zijn. En zo kan ik nog even doorgaan.

Daarom zing ik nog maar moeilijk mee.

(*) Het idee van individu is betrekkelijk nieuw en krijgt rond 1830 als fenomeen (individualisme) voet aan de grond. Een definitie: De ontwikkeling in de samenleving waarbij het individu en zijn behoeften meer centraal komen te staan. Hierbij wordt een individueel persoon niet langer beschouwd als een lid van een groter geheel (zoals een gezin of maatschappij), maar ligt het accent op die persoon als zelfstandig en zelfbepalend wezen.

2 november 2020

Als je andere dingen doet dan wat je zou moeten doen, hoe erg is dat? (GU4)

 Blog vier in een serie over de Geboren Uitsteller (GU)

Nu kwam ik er achter dat een boek dat ene John Perry, een chronisch uitstellende professor filosofie, schreef over uitstellen, ook in het Nederlands is verschenen. Snel voor vier euro een gelezen exemplaar gevonden via bookfinder.com bij een boekenmagazijn in Capelle aan den IJssel. Snel opgehaald. Ik had het boek namelijk snel nodig voor deze Blog omdat ik geen zin had om  eventuele citaten vanuit het Engels naar het Nederlands te vertalen.

Snel het boek doorlezen dus. Dat was vier dagen geleden en het boek ligt nog ongeopend op mijn bureau. De drang om eerst Ik wil dat jij bent van Tomas Halik te lezen was sterker dan de relatieve noodzaak om John Perry te lezen. Ook moest het Communistische Manifest van Marx en Engels nog even worden doorgenomen en lees ik de kneedbare Geest van Howard Gardner totdat ik in slaap val. Maar nu ben ik er bijna klaar voor. Dat ik gewoon maar ben begonnen met het schrijven van deze Blog maakt de stap om het boek van Perry te openen nu wel wat makkelijker.

En hier hebben we meteen een illustratie van wat Perry in zijn boek "structureel uitstellen" noemt. De uitsteller doet niet niets maar is veelal bezig met het uitvoeren van andere nuttige en constructieve taken die best wel wat zouden kunnen opleveren.: "De uitsteller kan gemotiveerd worden moeilijke, tijdrovende en belangrijke taken te doen zolang deze taken maar een manier zijn om iets belangrijkers niet te doen." (1) Ja, ik heb het boek eindelijk opengeslagen.

Verderop in zijn boek doet Perry wat suggesties over manieren waarop je jezelf zo kunt manipuleren dat je toch dat doet wat echt belangrijk is en op dit moment bovenaan je prioriteitenlijstje staat. Daarover meer in een latere Blog.

Mensen die liever met een zak chips of bierworstsjes op de bank liggen dan dat schilderij eindelijk eens ophangen of de lekke band plakken, zijn in pricipe gewoon lui. Luiheid en uitstellen zijn echt twee andere grootheden! Als deze twee samenvallen heb je wat ik met het volgende moeilijke woord samen zou willen vatten: een probleem. Herpak je en als dat niet lukt zoek dan hulp.

Gestructureerd uitstellen is dus niet zo dramatisch want er gebeurt wel degelijk wat. Je loopt naar de schuur om de bandenplakspullen tevoorschijn te halen om die lekke band te gaan plakken. Drie uur later is de schuur opgeruimd, de gereedschapskoffer opnieuw ingedeeld, de oplaadbare batterijen van de schroefboormachine opgeladen, de kapotte stereoset uit 1968 en de box (na vier kinderen en zes kleinkinderen) bij de kringloop gebracht. De band is nog niet geplakt maar "who cares"; je bent immers behoorlijk constructief bezig geweest en er iets niets lekkerder dan straks een band te plakken in een opgeruimde schuur.

John Perry, De kunst van het uitstellen (Houten-Antwerpen: Spectrum, 2013), 21

23 oktober 2020

Doelenzetterij en de Geboren Uitsteller (GU3)

Een van de lessen in de Coach-Mentoring Essentials training die ik, samen met enkele collega’s al zo’n 15 jaar faciliteer is een inleiding tot en uitleg van SMART Goals. Belangrijk, vonden en vinden wij omdat het niet geheel onslim is om bij het stellen van doelen jezelf af te vragen of deze specifiek, meetbaar, uitvoerbaar en realistisch zijn, en voorzien van een tijdspad. In het Nederlands zou het acroniem SMURT zijn maar omdat dat niet zo sexy klinkt gebruiken we het Engelse acroniem. Ik zou er echter niets op tegen hebben om aan mensen die met fantastische doelen aan komen zetten te vragen of hun doel eigenlijk wel SMURT is. Lachuhh…

Ik heb die les nooit willen geven en het viel me op dat een van mijn collega’s daar blijkbaar ook geen warme gevoelens van leek te krijgen. We hadden het er samen eens over en, hoewel overtuigt van de logica en grondgedachte achter SMART, was de vraag waarom we er een zekere weerstand tegen voelden. Het antwoord was voor ons beiden hetzelfde: zo gaan wij niet te werk bij het stellen en bereiken van doelen.

Of dit nu ook typisch iets is voor een GU (de geboren uitsteller uit de vorige twee blogs), daar blijf ik even van af maar ik heb een sterk vermoeden dat dit zomaar zo zou kunnen zijn.

Wat is dan onze strategie bij het stellen en bereiken van doelen, vroegen we onszelf af?
SMART veronderstelt impliciet, nadat de vijf onderdelen groen zijn afgevinkt, een lineair pad naar dat betreffende doel.
Onze oude vriend Archimedes stelde al lang geleden vast dat de kortste afstand tussen twee punten een rechte lijn is. Duhhh. Voorwaarde is echter dat die twee punten zich 1) op een plat vlak bevinden en 2) de omstandigheden tijdens de reis van A naar B niet veranderen. Welnu, je doel kan dan wel keurig ‘SMURT proef’ zijn maar het leven is weerbarstig en speelt zich zeker niet af op een plat vlak. Onvermijdelijk dwingen ongewenste, ongeplande en bonkende omstandigheden voortdurend veranderingen af; het verschil tussen academische waarheid en het naakte leven.

We lazen een artikel van John Kay, in 2004 in de Financial Times gepubliceerd, met de voor velen nietszeggende titel “Obliquity”. Het is een term uit de astronomie en staat voor de axiale kanteling van grote en kleine spulletjes in de ruimte. Daar schieten we nog niets mee op en dat begreep John Kay blijkbaar ook. Vandaar dat hij dat keurig uitlegt in net iets minder dan 5000 woorden. Het betreffende artikel kun je hier downloaden (is in het Engels).

Hoewel “Obliquity” formeel voor “helling” staat, gebruikt Kay het in zijn artikel meer om aan te geven dat in bepaalde gevallen de snelste manier om van A naar B te reizen om een indirecte route vraagt: “Indirecte benaderingen zijn het meest effectief op oneffen terrein, of waar de uitkomst afhankelijk is van de interactie met anderen.”
Kijk, dat komt al wat dichterbij de beleving van het dagelijkse leven op deze aardkloot. Daar kan ik wat mee. Laten we wel wezen, de verschillende onderdelen van een SMART goal worden in werkelijkheid toch voortdurend bijgesteld en dat geeft ook niets, hoewel het wel in de papieren kan lopen. Neem bijvoorbeeld het Noord-Zuid traject van de  Amsterdamse Metro: 7 jaar later en twee keer zo duur dan SMART vanaf het papier dicteerde.

Ik weet dus best wel waar ik naar toe wil maar de route ernaartoe is indirect en de stappen worden meer intuïtief genomen.
Al die jaren heb ik gedacht dat mijn gebrek aan de SMART aanpak te maken had met het feit dat ik een GU ben. Nu begrijp ik dat het meer te maken had met de SMART goeroes die dit blijven gillen (sommigen hebben het nog erger gemaakt door de formulering van doelen SMARTER te maken maar daar moeten we het maar niet over hebben – je zou ze zo met terugwerkende kracht willen ontslaan) met te weinig oog voor de vraag hoe zo’n SMART aanpak zich in het echte leven ontvouwt.

Uiteindelijk hebben we SMART en OBLIQUE naast elkaar gezet en nu kan en wil ik de les wel geven.

We komen er wel.

10 oktober 2020

Oorlog in het brein! (GU2)

Dit keer doe ik het helemaal anders. De deadline voor de opdracht is over twee weken en ik heb een keurige planning gemaakt. Vandaag de eerste stap: voorbereidend onderzoek doen. Ik besluit Google, Wikipedia en E-sword daarbij in te zetten. Aan de linkerkant van het scherm staan de respectievelijke tabs open en aan de rechterkant een nog onbeschreven digitaal vel in Word.

De zoekopdracht wordt ingetoetst en ik begin vol verwachting en enthousiasme aan de reis. Ik voel me goed en geef mezelf een compliment: nog twee weken de tijd en toch al aan de slag gegaan.

Ongeveer 30 minuten later zit ik met Google Maps in te zoomen op Nova Scotia. Wat is er toch veel te zien en te leren over Nova Scotia! Het heeft wel niets met het onderwerp van mijn voorbereiding te maken en ik weet ook niet precies waarom ik hier terecht ben gekomen maar nu we er toch zijn toch maar even verder gekeken.

Afijn, na ongeveer een uur ben ik weer terug bij af en besluit alle hulp uit te schakelen en gewoon maar te gaan schrijven op dat witte digitale velletje waar nog steeds niets op staat.
Ik staar en denk, draai het velletje een kwartslag en weer terug en er komt niets. Geen gedachte, geen ingeving; alsof m'n brein op slot zit.

Iemand belt. Gelukkig, want dat geeft me het gevoel dat ik toch aan het werk ben. Of ik even snel een artikel wil schrijven over de geschiedenis, opkomst en naderde ondergang van het kerkorgel. Daar hoef ik niet over na te denken: Tuurlijk doe ik dat even. Wanneer moet het af? Morgen? Geen probleem; zeeën van tijd. Ik druk op het digitale rode knopje, sluit daarmee het gesprek af en zit inmiddels al met mijn hoofd tussen de pijpen van het orgel. Het brein werkt op volle toeren, laatjes in het geheugen worden als vanzelf opengetrokken, boeken worden uit kasten getrokken - hoe wist ik trouwens dat er in dit en dat boek iets over het thema te vinden was? - mogelijke creatieve aanvliegroutes worden overwogen en drie uur later is het artikel af.

Het contrast tussen deze twee scenario's zal menig GU (Geboren Uitsteller) waarschijnlijk niet vreemd voorkomen. 

Onderzoek toont aan dat uitstellers te maken hebben met een actieve worsteling tussen twee secties van de hersenen en dat uitstel niets te maken heeft met gebrek aan wilskracht, maar alles met emoties.

De amygdala, zeg maar ons overlevingsmechanisme, scant de omgeving voortdurend op mogelijk gevaar. Wanneer er sprake is van gevaar komen er hormonen vrij, voornamelijk adrenaline. Dat stelt ons beter in staat om te vluchten of een aanval te voorkomen. Het regelt onze emotionele reactie en gedrag in tijden van gevaar.

De worsteling is tussen die amygdala en de prefrontale cortex, het stukje van onze hersenen dat onze actieve functies regelt, ofwel het vermogen tot zelfregulering (schakelen tussen verschillende taken taken, plannen maken, ergens mee stoppen).

Een uitsteller ervaart het eerste scenario als onprettig of onaantrekkelijk; het is saai, frustrerend of levert weinig op.

Chronische uitstellers schijnen een groter dan normale amygdala te hebben. Kun je ze dat kwalijk nemen? En wat doe je eraan? Operatief doormidden knippen? Digitaal laten krimpen?

Er is veel over te zeggen en de beschreven worsteling tussen de twee breinfuncties wordt verschillend geduid. Sommigen gaan zelfs zover dat ze menen dat uitstellers die vinden en geloven dat ze onder druk beter presteren, zichzelf voor de gek houden en kinderachtige wezens zijn. Dat zijn vast mensen met een ieniemienie pietepeuterig kleine amygdala, waarbij blijkbaar ook nog eens van een ideaal wordt uitgegaan: iedereen leeft en werkt planmatig, volgens schema's en keurig lineair. Immers, onder de afstand tussen twee objecten wordt altijd de lengte van hun kortste verbindingslijn verstaan. Die afstand wil je natuurlijk efficiënt afleggen.

Wij, GU's weten wel beter.

Over die verbindingslijn volgende week meer!