27 oktober 2018

Knippen en Plakken met de Bijbel. Dit vinden we helemaal niet "leuk" om te lezen.

Met enige passie gaf ik een voorbeeld: "Stel je voor dat na lang voor België te hebben gebeden en het land te hebben geclaimd overeenkomstig de belofte in Psalm 2:9 (Vraag het mij en ik geef je de volken in bezit, de einden der aarde in eigendom), God op een dag besluit dat je, door je aanhoudende gebed te hebben bewezen echt geïnteresseerd te zijn in België, het land mag hebben.
Een aantal dilemma's dringt zich meteen op. 
1. Ik had nooit gedacht dat ik het land zou krijgen.
2. Heb ik het toch gekregen, maar wat moet ik met een onbestuurbaar land?

Ik vraag om raad.
Iemand stelt voor dat diezelfde Bijbel in diezelfde Psalm wellicht een verborgen hint bevat die uitsluitsel geeft over de volgende stap.
En jawel, meteen het volgende vers geeft helderheid, en is nog specifiek ook: "Jij kunt ze breken met een ijzeren staf, ze stukslaan als een aarden pot."

Daar sta je dan met je honkbalknuppel en een onbestuurbaar land.

Het eerste vers plakken we op T-shirts, ansichtkaarten en koffiemokken.
Het tweede vers wordt genegeerd want knippers en plakkers hebben niets met context. Stel je voor dat we aandacht moeten gaan geven aan het verhaal om het geknipte vers heen; niet dus!
Ik ga een Tweede Vers Beweging  (TVB) beginnen als doel Knippers en Plakkers een halt toe te roepen. Knippers en Plakkers laten de Bijbel zeggen wat ze willen. Gevaarlijk.

Een dag later lopen we met de groep door Tirana om een ijsje te eten. Breed grijnzend wijst een collega me op z'n T-shirt. Staat uitgerekend die tekst uit Psalm 2 op z'n shirt!  Blijkt het "Vraag het mij" versje het motto van een zomeractie te zijn. Uiteraard staat er geen afbeelding van een honkbalknuppel naast.
Ik schaam me diep en ben licht verontwaardigd. Ik had toch echt gedacht dat OMers de Bijbel met dieper respect behandelden. Echter, ook binnen onze club wordt regelmatig en ook wel structureel geknipt en geplakt.

Het loslaten van het grote verhaal van God leidt onherroepelijk tot het construeren van eigen verhaaltjes die nog maar zijdelings met Zijn grote verhaal te maken hebben. 
Het toeëigenen en claimen van willekeurige en/of nauwkeurig geselecteerde Woorden die in het grotere verhaal nauwelijks iets met mij te maken hebben is een typische vrucht van de immer wassende centraalstelling van het individu.

Na het T-shirt incident had ik wel een somber moment. Als mijn gepassioneerde pleidooi voor het respecteren en eerbiedigen van de onmiddellijke en bredere context van een Woord of Vers een dergelijke provocerende "I don't give a shit" reactie oproept, kan ik er wellicht beter het zwijgen toe doen.



15 oktober 2018

FF terug naar waar het allemaal begon

Den Ouden Nieuws
Oktober 2018, nummer 162

Door de deuren na de douane en immigratie lopend, spotte ik al snel mijn OM collega die me in de aankomsthal van het vliegveld in Santiago de Chili op stond te wachten. Na aankomst op de OM basis kon ik meteen aan de bak. De vijfdaagse training in Mentoring die ik samen met een collega uit Canada gaf had van tevoren wel wat vragen opgeroepen. Hoe zal de dynamiek zijn als je studenten, staf en leidinggevenden bij elkaar in een klasje zet? Durft men open en eerlijk te zijn? Is de hiërarchie voelbaar en een belemmering? Wat ik echter aantrof was een diep onderling respect en vriendschappen. Dat creëert een veilig klimaat waarin men zich bevestigd en gewaardeerd weet. Ik had een vrijwilliger gevraagd om mijn "slachtoffer" te zijn in een Mentoringsessie. De echtgenote van de man die zich aanbood vertelde me later dat het best wel heftig was om haar man publiekelijk zo kwets-baar en eerlijk te zien. De als eenmalig bedoelde sessie is uiteindelijk een langer durende Mentoringreis geworden en we spreken elkaar nu maandelijks via Skype. Een steeds groter deel van mijn tijd gaat in dit soort Mentoring en coaching zitten. Met veel genoegen, kan ik wel zeggen.

Een maand later gaf ik in Ecuador een week les aan een klasje van vijftien jongeren die zich drie maanden lang voorbereidden om ergens op de wereld door woord en daad ver-antwoording af te leggen van de levende hoop die ze hebben gevonden in Christus. Het jonge echtpaar dat de training leidde viel op door hun enthousiasme, toewijding en des-kundigheid. Hun passie is training en mentoring. Ik besloot ze uit te nodigen om verant-woordelijkheid voor coaching en Mentoring binnen OM Latijns America op zich te nemen. Voor het echtpaar (Daniel en Anita) betekent dit dat een langgekoesterde droom, begint uit te komen. Het grootste obstakel vormen de financiën. Veel Latino's kampen met de-zelfde realiteit en tenzij ze "sponsors" vinden kunnen ze hun vleugels niet uitslaan. In ver-trouwen heb ik hun tickets geboekt om de clinic en training later dit jaar mee te kunnen maken.

Van Februari tot half September ben ik intensiever betrokken geweest bij OM Nederland. Het "Team Mobilisatie" zat onverwachts zonder leider. Meteen "ja" gezegd toen ik werd gevraagd om het ontstane gat te dichten. Het team is de afgelopen maanden aardig ge-groeid en er is een ontspannen sfeer ontstaan waar creatieve energie vrijelijk kan stromen. Deze "buitendienst" (re)presenteert OM in kerken en groepen en heeft als focus het mobili-seren (optrommelen en inschakelen, actiebereid maken) van volgelingen van Christus in de breedste zin van het woord. Ik blijf bij het team betrokken maar niet als leidinggevende zodat ik mijn aandacht meer op de opdracht vanuit OM Internationaal kan geven.

Het zendingslandschap is de afgelopen dertig jaar behoorlijk veranderd. Toen werden we door kerken en groepen gebeld met de vraag een presentatie of (s)preekbeurt te komen verzorgen. Anno 2018 moeten wij bellen met de vraag of we misschien iets mogen komen vertellen waarbij we aansluiten bij de talloze mini-stichtingen, grote en kleinere organisa-ties, en particuliere initiatieven zoals sponsorlopen, bergbeklimmingen, hongermarathons. Allemaal geweldige en loffelijke doelen die zendtijd willen.
Dertig jaar geleden moest je ook wel iemand laten opdraven als je specifieke informatie over bijvoorbeeld het schepenwerk van OM wilde hebben. Dan kwam er een mannetje met diaprojectors en een verhaal. Dia's laten we al lang niet meer zien en als je iets wilt weten over OM en LogosHope is Google je startpunt. Een aantal muisklikken en je hebt toegang tot meer informatie dan je lief is.

Hadden we toch onze twee kleinzoons, Noël en Isaac, tien dagen over de vloer. Ik heb er een fietszitje, een zandbak en 100 liter speelzand voor aangeschaft. Ook een "Cars" tent waar ze vijf minuten mee hebben gespeeld en verder de overige 9 dagen, 23 uur en 55 minuten genegeerd. Opa Jan bracht de belhamels weer terug naar Barcelona. Onvergetelijke dagen met de mooiste herinneringen!


Martha is aan haar tweede jaar aan de Nieuwe Akademie Utrecht (kunstonderwijs) begonnen. Ze schildert, knipt, plakt alsof het een lieve lust is. Als je haar zoekt is de kans groot dat ze op de zolder te vinden is in haar "She Shed."

De komende maanden zit er weer wat reizerij in de planning. Zin in! Het blijft toch het mooiste om te (s)preken. Mensen prikkelen, aanmoedigen, stimuleren en uitdagen. De afgelopen dagen had ik het genoegen om de Short Term staf van OM Europa mee te nemen in een reis naar en rondom de zogenaamde Bergrede. Omdat ik niet echt een lineaire spreker ben was het vooral rondom.
Financieel gaan we een spannend kwartaal tegemoet. Enkele financiële supporters kunnen de steun die ze gaven door veranderde omstandigheden niet langer continueren en we kijken aan tegen een gat van zo'n 350 euro per maand.

We zijn trouwens in blijde verwachting van ons vijfde kleinkind. Martijn en Janne verwachten hun eerste kindje ongeveer nu.

Martha en ik willen jullie bedanken voor alle bemoedigingen en concrete (financiële)  support. Daardoor kunnen we dit werk al 31 jaar doen en hopen we nog lang voort te kunnen zetten.

8 oktober 2018

Voedsel en Onderdak? Graag met een nieuwe leasebak

Een goede vriend van me stelde vragend voor : "Waarom begin je niet voor jezelf? Die training voor mentors en coaches die jullie hebben ontwikkeld zit gewoon goed in elkaar en daar is zeker een markt voor, nog los van alle ervaring die je hebt in training, het ontwikkelen van mensen en noem maar op."
Bij tijd en wijle denk ik daar wel eens over na en droom dan hoe het geld als bijna vanzelf binnenstroomt, ik mijn negentien jaar oude Volvo in kan ruilen voor een electrische leasebak en vooral dat ik dan helemaal VRIJ zou zijn!
Dat laatste, plus nog een ander dingetje houden me echter zo tegen dat ik die stap waarschijnlijk nooit zal zetten.
Het zogenaamde "vrij" zijn is namelijk nogal betrekkelijk. Sinds de regering het volk is gaan stimuleren om het juk van de knellende arbeidsovereenkomst van zich af te werpen en als zelfstandige hetzelfde werk te gaan en blijven doen en bedrijven hun personeel aanmoedigen om ontslag te nemen om zich vervolgens op uur- of klusbasis door datzelfde bedrijf in te laten huren, zijn we teruggekeerd naar de tijd van de dagloners.

Vincent van Gogh "Going out to Work,"  1890
De vroegere dagloner was vooral de man die zelf geen land en/of boederij had en tegen een dagloon arbeid verrichte voor de persoon die een te grote boerderij had, teveel land en/of vee om in z'n uppie te kunnen onderhouden en bewerken. Als er werk was had de dagloner inkomen en als er geen werk was werd het behelpen met aardappelschillen, aardappelsoep of gewoon niets.

De tegenwoordige dagloner heet ZZP-er en er zijn er niet weinigen die tegen de aardappelsoepgrens aan leven: inkomen is niet gegarandeerd, bescherming en rechten zijn er niet of nauwelijks en men moet de boer op om zichzelf te verkopen.

Ik ben op LinkedIn te vinden, evenals veel van mijn vrienden, kennisen en vooral nieuwe (oude) potentiele vrienden en kennissen die graag willen "connecten". Niet zozeer omdat ze in mij de lang verloren gewaande oude schoolvriend hebben gevonden maar omdat ze iets te verkopen hebben: zichzelf. Deze ontwikkeling wordt ten onrechte onder de noemer "vooruitgang" geschaard terwijl het niets anders is dan een in een modern jasje gestoken nekkartonnetje  met "ik zoek werk" erop gekalkt. Je weet wel, die arme mannen en vrouwen die 's-morgens op verzamelpunten bij elkaar komen in de hoop dat er een busje komt met een manier die werk voor een dag aanbiedt.
Dat is één.

Het andere dingetje is het feit dat ik vreselijk slecht ben in het verkopen van mezelf. Jezelf neerzetten met een opsomming van je geweldige en lange ervaring, expertise, know-how, toffe persoonlijkheid en temperament, plus de hemelhoge aanbevelingen van vrienden wier levens zo geraakt en veranderd zijn door jou en jouw produkt.... ik kan het gewoonweg niet. En misschien, diep van binnen, wil ik het ook niet.
Maar misschien zit er nog iets anders achter. Een tijd terug kreeg ik tijdens een training, bedoeld om mij te helpen nog beter te worden in wat ik denk dat ik aan het doen ben, de opdracht om op papier te zetten waar ik over vijf jaar wil zijn. Daar was ik snel mee klaar. Ik had opgeschreven: "Als ik over vijf jaar in staat ben om te doen wat ik vandaag doe, ben ik een van de meest gelukkige en prijzenswaardige mensen op aarde." De trainer vond dat overigens geen goed antwoord en verweet me gebrek aan persoonlijke visie.
Het markteconomische denken (consumptiegoederen worden door anderen gemaakt en middels handel verdeeld) heeft de wereld veel goed gebracht maar kan ook doorslaan. Het is juist dat denken dat vooruitgang  (altijd maar meer en groter) tot god heeft verklaard en fnuikend doet over hen die genoegen nemen met dat wat er nu is. Vandaag applaudiseert mijn hart voor die laatste groep.
Natuurlijk is er veel en veel meer over te zeggen maar dat doe ik niet. Vandaag vier ik mijn vrijheid door eens flink aan de slag te gaan!

"Want wij hebben niets op de wereld medegebracht; wij kunnen er ook niets uit medenemen. Als wij echter onderhoud en onderdak hebben, dan moet ons dat genoeg zijn." (Apostel Paulus)

1 oktober 2018

't Schiet nu echt op: de wereld naar de hel

Ja, ik rijd in een gele auto. Je ziet ze niet zo heel veel maar ze zijn er wel. Ze vallen op en kennen een aantal voordelen. Gele auto's worden het minst gestolen. Ze vallen wat meer op, zowel overdag als 's-nachts, wat meteen een aannemelijke reden kan zijn dat ze het minst gestolen worden. Nu loopt mijn auto nog minder risico om gestolen te worden omdat hij tegen de twintig jaar oud is.
Zomaar een statistiekje waarin wat harde feiten gepresenteerd worden. De meeste mensen hebben niet zo'n hoge pet op van onderzoek, feiten en statistieken en geloven liever wat hun onderbuik hen influistert. Selectief lezen, kijken en luisteren bevestigt vervolgens hun gelijk.

Zo had ik de afgelopen weken wat gesprekjes waarin terloops het eind der tijden aan bod kwam. "Het duurt niet lang meer, alle puzzelstukjes die aan de komst van Christus voorafgaan liggen nu zo'n beetje op hun plaats. En kijk nu eens naar de toename van het aantal rampen, er is elke week wel iets en dan hebben we het nog niet eens over al die oorlogen. Je ziet de liefde tussen mensen verkillen. Nee, het duurt niet lang meer."

Viktor Vasnetsov, de vier ruiters van de Apocalyps
Ik doe mijn best om de ander tot een dialoog te verleiden: "René Pache stelde hetzelfde in 1955 (De Komende Christus) en ook Hal Lindsey (De planeet die aarde heette) zette in 1970 de zogenaamde eindtijd ook weer eens heerlijk op de kaart, daarbij de nodige controverse veroorzakend." "Trouwens, de eerste generatie christenen was ervan overtuigd dat zij de laatste generatie waren." 
Ik vermoed dat iedere generatie op zoek gaat naar tekenen en bewijzen dat het nu niet lang meer kan duren. Sommige christelijke coryfeeën gooien nog eens olie op het vuur die de controverse verder aanwakkert. Zo liet onlangs ene O. B. te D. zich op de vaderlandse televisie verleiden om er een x aantal jaren aan te verbinden. Dat was niet handig en het heeft hem vast heel wat energie en tijd gekost om verontruste volgelingen die hem ter verantwoording riepen te kalmeren. Zo blijft de kerk lekker in beweging maar of die beweging nu onder de categorie gewenste bewegingen van de kerk bijgeschreven kan worden? Ik vrees van niet.
Naast dat Paché en Lindsey miljoenen christenen hebben gewezen op de mogelijkheid van een komende Apocalyps hebben ze diezelfde miljoenen ook opgezadeld met een specifieke manier van Bijbellezen en -begrijpen. Zo hebben ze miljoenen semi-literalisten voortgebracht. Ik schrijf semi, want literalisten zijn vrijwel altijd selectief, behalve Leo Tolstoi maar die is er dood aan gegaan. 

Ik kom nog even in de verleiding om te verwijzen naar het Human Security Report (Google, lees en huiver) over de dramatische terugloop in het aantal slachtoffers van oorlogen (we leven in de meest vredige tijd ooit!) of naar Steven Pinker's "Ons betere ik, waarom de mens steeds minder geweld gebruikt". Niet dat ik meteen een Steven Pinker fan ben maar hij onderbouwt zijn stellingen met heldere statistieken.
Ik zie ervan af omdat ik het waarschijnlijk alleen maar erger maak en waarschijnlijk het label ketter opgeplakt krijg.
Het aantal aardbevingen en tsunami's neemt niet toe: "Over een langere tijd is het aantal aardbevingen constant. Gemiddeld zijn er jaarlijks 17 met een kracht van 7 à 8. Vanaf het jaar 2000 ligt het aantal iets lager" (Bron: wibnet.nl). We denken dat het vaker voorkomt, of willen dat denken maar het heeft meer met perceptie te maken veroorzaakt door moderne technologie. De aardbevingen en tsunami's stromen vrijwel in werkelijke tijd onze smartphones, tv's en pc's binnen. Vroeger lazen we er af en toe over, nu zien we ze allemaal, met alle gevolgen ervan, in fullcolour en stereo.

Is het misschien typisch menselijk om koppig vast te houden aan een onderbuikgevoel en harde feiten gewoonweg negeren? Is het echt teveel gevraagd om van mensen te verwachten dat ze naar het grotere plaatje, Gods metaverhaal, kijken? In dat verhaal zou het zomaar mogelijk zijn dat het einde (dat al 2000 jaar nabij is) morgen is. Maar ook over 1000, of zelfs 10.000 jaar.
Ik ben maar een miniem puntje in dat verhaal. Dat puntje krijgt slechts betekenis in de grote context. Vanuit die context kan ik oprecht zeggen dat ik hoopvol gestemd ben. Anders had ik wel een andere kleur auto gereden.
Zwart of zo.

24 september 2018

Satan's Fluytencast

In de tachtiger jaren van de vorige eeuw speelde ik gitaar in een gospelkoor. Ik zong ook. Tenor. Ik kon best wel hoog.

We hadden geen drumstel. Dat zou teveel afleiden en bovendien deden obscure theorieen rondom de "beat" de ronde. Die zouden een hypnotiserend effect hebben en het publiek wel eens een roesje kunnen bezorgen. Inleidend- en tussenspel was ook altijd summier en dienden vooral als een vier tellen voorafje en/of adempauze. De instrumenten hadden slechts ten doel de tekst te dragen en ingetogen te presenteren, zoals een koekenpan slechts dient om dat waar het echt om draait, te presenteren.
Ik hoorde wel eens andere bandjes en koren. Sommigen hadden wel een drumstel en ik droomde ervan dat de Heer ook ons als gospelkoor op een dag zou laten zien dat je best wel klappen tot Zijn eer kon uitdelen.

Nu we (eindelijk) op een punt in onze kerkgeschiedenis zijn aangekomen dat de aanbiddingsteams van de hippere kerken tot twee cijfers achter de komma de filosofie, psychologie, aanpak, strategie, tactiek en zelfs theologie van aanbidding (inclusief "afstemming") hebben uitgedokterd, hoeven we alleen maar te wachten tot de wat langzamere kerken volgen.
Trouwens, ik moet de eerste kerk nog tegenkomen waar niet bij grote regelmaat gedoe is rondom de samenzang en/of volume van het PA systeem.

Het gebruik van instrumenten in de kerk kent een kleurrijke geschiedenis. In de vroege kerk was er niet echt ruimte voor instrumenten. De kerkvader Chrisostomos noemde de muziek een Joodse instelling en gaf aan de in de Bijbel genoemde instrumenten een symbolische betekenis. Langzamerhand vinden pauken, trommels en fluiten hun weg naar de kerk en komen bij elkaar in het orgel. Zo werd het orgel een dingetje dat, door de achterdeur van de reformatie binnengesijpeld, een leuke duit in de toen toch al overvolle agendazak deed. Dat die discussie er af en toe fel aan toeging illustreert het voorbeeld van de Dordtse Synode die in 1578, onder leiding van Petrus Datheen besliste dat kerkorgels afgebroken moesten worden.

"Satan's Fluytencast" werd het kerkorgel wel genoemd. Het zou de aandacht wegtrekken van het gepredikte woord en het was ook nog eens Roomse uitwas! Bovendien vonden wereldse invloeden (lees: melodien) zo hun weg naar de kerk.
Je kunt er op wachten maar moderne ontwikkelingen binnen de muziek vinden na 15 tot 20 jaar hun weg naar de kerk. Het is gewoonweg niet tegen de houden.
Ik droom wel eens dat het andersom is; de kerk die de maat slaat in plaats van achter de band aan te sukkelen; een kerk die anticipeert in plaats van reageert.
Reageren en meedeinen op de golven van moderniteit is het scenario dat gedoemd is te mislukken. Vorige week heb ik alle boeken en Artikelen die de afgelopen twinti jaar zijn verschenen en die gaan over hoe de kerk zou moeten reageren op maatschappelijke, culturele en sociale ontwuikkelingen (of dat daadwerkelijk doen) in de container gegooid. Zo noem ik (en nee, ik zuig dit niet uit mijn duim): Hybrid church, Organic church, Transformational church, Essential church, Total church, Vertical church, Church worth getting up for, Purpose driven church, Simple church, Church shift, The emotionally healthy church, Rechurch, Sticky church, Center church, Deep and wide, Dangerous church, Church zero, Wow church, The externally focused church.

Misschien is de kerk teveel bezig met haar structuur, strategie, organisatie, uitstraling en intern gedoe. Een antwoord heb ik niet. Als dat zo was had ik al lang dat boek met daarin het antwoord geschreven en was ik mijn model nu aan het verkopen in binnen- en buitenland.
Tenor zingen kan ik niet meer. Hoogstens bas ik nog wat op de achtergond. Ik hou echt wel van een goed stukkie muziek (Bach is mijn nummer 1). Alleen die semi-serieuze flapdrollerij eromheen kan me gestolen worden.

17 september 2018

En toen stopte het orgel met trekken

Er is best wel wat te doen om het kerkorgel. Sommige kerken willen en zullen er niet vanaf. Hippere kerken die oude gebouwen kopen waar zo'n machine in zit slopen het er helaas maar al te vaak en veel te voorbarig uit. Daar maken ze best wel haast mee en het slopen of verkopen is dan ook een van de eerste bouw/breekklussen. Mocht het bij verkoop nog iets opleveren kan dat fijn worden geïnvesteerd in een hooguit matige PA installatie die nieuwe, hippe instrumenten gaat versterken die de zangers niet langer in het lied meezeulen maar 'dragen' (lekker basje...).

Naast dat een kerkorgel gewoon een gaaf ding is kent het een aantal functies.
Een van die functies is het meetrekken van het volk in liederen. Het loopt zeg maar een metertje voor de zingende aanwezigen uit. Dat vraagt wat kundigheid van de organist die een extra tel aan het being van de maat in moet passen. Dat gaat eigenlijk altijd wel goed, zeker waar het de wat 'gedragener' psalmen en gezangen betreft. Waar het mis kan gaan is bij iets te hippe liederen die niet langer één tot vier tellen in een vierkwartje verlangen maar acht, of zelfs uitschieters naar zestien.

Zo zongen we onlangs in een kerkdienst in Friesland de hippere verzie van Psalm 100. Vier coupletten met na ieder couplet vier keer "Halleluja, Glorie Halleluja." Omdat ik dat toch wel een heleboel "Halleluja, Glorie Halleluja's" vond, stelde ik de gemeente voor om eerst de vier verzen achter elkaar te zingen om vervolgens het geheel af te ronden met één keer vier keer "Halleluja, Glorie Halleluja."
Ik vond dat een redelijk voorstel maar de organist blijkbaar niet. Die riep vanaf het balkon acherin de kerk waar de klavieren zich bevinden: "Nee, gewoon het refrein na ieder couplet." Omdat ik daar als voorganger te gast was dacht ik dat het slim was om geen discussie te beginnen dus wierp ik mijn armen in overgave omhoog en zei: "De organist heeft besloten en ik wil geen ruzie met hem dus zingen we een totaal van 16 "Halleluja, Glorie halleluja's."
Met verve ging de organist van start en trok de gemeente het lied in. Dat ging goed tot aan het refrein. Om de een of andere mysterieuze reden besloot hij de gemeente te trakteren op een bonus-tel tussen de vier "Halleluja, Glorie Halleluja's" in. Verwarring alom. De gemeente op de automaat; doorzingen en doen alsof er niets aan de hand is terwijl de organist gewoon zijn eigen dingetje deed. Het resultaat was dat het orgel drie tellen na de gemeente bij de finish aankwam.
Gelukkig is daar het tussenspel waarmee de schade wordt hersteld en de boel weer wordt gesynchroniseerd. Nadat de organist terugkeerde van zijn geïmproviseerde uitstapje herhaalde het geheel zich dus nog eens drie keer. Om de spanning die was ontstaan enigszins op te heffen en er een niet al te serieuze zaak van te maken besloot ik met een "broeders en zusters, de vergelijking met de elfstendetocht dringt zich aan me op; we kwamen allemaal aan, maar wel op verschillende tijden." Dat kon de gemeente wel waarderen en het bood de gelegenheid om 'het rare' van zich af te lachen. De rest van de liturgie konden we zonder al te veel extra maten en tellen afronden.
Altijd wat te beleven in de kerk.

Moraal van het verhaal: altijd op je tellen blijven passen

10 september 2018

Waarom 'waarom?' eigenlijk niet mag en ik het toch doe.

In mijn 'tak van sport' is het ongewenst om de waarom vraag te stellen. Het schijnt ongepast en politiek incorrect te zijn om iemand te vragen waarom men iets vindt, denkt, doet, of laat. Het zou te confronterend en te pretentieus zijn; wie ben ik dat ik de ander ter verantwoording roep.
Om boze blikken van collega cursusleiders, trainers, personeelswerkers en agogen te voorkomen beweeg ik al jaren op deze trend mee en gebruik taal en vorm die de waarom vraag (on)kundig vermijdt.
"Kun je me helpen begrijpen wat deze reactie veroorzaakte?"
"Ik krijg de indruk dat ik ergens een zenuw bij je heb geraakt. Klopt dat?" Vervolgens laat je een stilte laten vallen waarbij er een kans is dat je gesprekspartner het waarom van zijn/haar reactie poogt te verwoorden.
"Kun je andere mogelijke reacties bedenken in een dergelijke situatie?"

De lijst is lang. Heel lang.

Gisteren, op de vroege zondagochtend, tijdens een twee uur durende rit naar Friesland waarbij ik vrijwel alle asfalft voor mezelf had en niets anders te doen had dan naar dat asfalt te staren, mijmerde ik daar over door en heb het besluit genomen om niet langer die zachte golf te besurfen. Ik ga weer waarom vragen. Niet te pas en te onpas maar daar waar gepast.
De indirecte benadering van de waarom vraag is net zo pretentieus, zeker als er geen relatie aan ten grondslag ligt want ook een antwoord op de zachte, indirecte, naar beweegredenen zoekende vragen vereist enige mate van vertrouwen. En hoe je de vraag naar de beweegredenen ook aanvliegt, het is en blijftt een synoniem van waarom.
Een vriend mag mij de directe waarom vraag stellen. Geen probleem.
Ook drie waaroms achter elkaar ervaar ik niet als een probleem of als bemoeizucht. Een antwoord op de eerste waarom kan zomaar aanleiding zijn om de motieven wat verder af te pellen en tot de kern van een probleem te komen.

Grote zaken, die de Eeuwige aangaan, snap ik niet en ik loop dan ook met het een en ander aan waaroms rond. Is dat erg? Welke theologische of filosofische antwoorden op de waarom vraag dan ook, ze rammelen allemaal en kunnen de zaak niet dichttimmeren. Achter de komma blijft een emmer vol aan mysterie over. Vraag maar eens door als iemand het denkt te weten; waarom geloof je dat? Waarom denk je dat dit de juiste visie of benadering is? Waar je waarschijnlijk uitkomt (wel blijven doorwaarommen) is een subjectieve beleving met gaatjes.


Onlangs bekeek ik het interview dat J. John had met Andrew White. Andrew White was tot 2014 predikant in Irak en heeft als bijnaam "Vicar of Bhagdad." Een zeer markant persoon die de donkere kant van het leven heeft ervaren. Hier is een kort fragment (1 minuut) waar hij ingaat op de vraag hoeveel van zijn stafleden (en kinderen) gedurende zijn leiderschap zijn vermoord. Als je tijd hebt bekijk dan hier het hele interview van een uur. Ik kan je beloven dat het je ziel diep zal raken!
Ter verheldering: Andrew Ahite heeft al jaren MS en dat heeft zijn spraak aangetast (vandaar dat je je afvroeg: "Waarom praat die man zo eigenaardig?)

Met de waarom vraag raken we het leven daar waar het ertoe doet en verdoezelen we de zaak niet meer. Waarom confronteert ons met de harde werkelijkheid van zaken die we niet begrijpen of kunnen doorgronden. En als het dan om grote dingen gaat waar we echt geen antwoord op hebben is het beter om er gewoon maar voor de ander te zijn, zonder het op proberen te lossen of een atwoord in elkaar te fabrieken. Een arm om de schouder is beter dan een lek antwoord.

Nu zijn er ook wel mensen die uit zelfbehoud woorden gebruiken als "het moest zo zijn,"  of "Gods wegen zijn ondoorgrondelijk." Ik denk echter dat deze berusting in het lot (want dat is het) niet de beste optie zijn. Als copingmechanisme werkt het voor een tijdje maar onherroepelijk komt men uiteindelijk weer uit bij waarom. Waarom dat zo is? Omdat het lot uiterst willekeurig en onbetrouwbaar is. Met dat soort gedoe willen we toch zeker niets van doen hebben?