30 augustus 2020

Zingen in de elleboog

Enfin, nu de kerken langzamerhand weer mensen mogen toelaten zitten we nog wel een beetje met hoe het samen zingen opgelost moet worden. In ons achterhoofd weten we dat het waarschijnlijk is dat het virus zich bij voorkeur via kleine druppeltjes door de lucht verplaats; de zogeheten aerogene transmissie. Natuurlijk zijn ook hier weer geleerden aan beide kanten van het welles/nietes debat en heeft daarnaast iedereen er ook nog eens een eigen mening over. Ook zij dus, die er geen bal verstand van hebben (ik hoor bij dit kamp) en zich laten leiden door een cocktail van gezond en ongezond verstand, intuïtie, emotie, vermeende zin en onzin, onverschilligheid of serieusheid met her en der nog wat additieven.

De behoefte om te zingen zit er bij veel gelovigen diep in. Hoewel ik zelf niet zo van de zang ben kan ik me er wel iets bij voorstellen. Onderzoek wijst uit dat het de hartslag vertraagt en zelfs synchroon laat lopen met de zangers in je directe omgeving. Er komt oxytocine vrij (het bekende knuffelhormoon) hetgeen het gevoel van saamhorigheid versterkt. Het helpt bij traumaverwerking en heb je als je aan het zingen bent geen tijd om te tobben (bron: Nederland zingt website). Misschien verklaren deze factoren dat we meestal niet al te kritisch kijken naar wat er gezongen wordt.

Het zingen is voor de gemiddelde kerkganger ook belangrijk omdat het een van de weinige manieren is om te participeren in de kerkdienst.

Een niet nader te identificeren kerk heeft het dilemma opgelost door het zingen aan te moedigen, maar dan wel in de elleboog. Dan heb je al het goede van het samenzingen en heb je, naast de anderhalve meter regel, loopjes en afgesloten sanitair, het nodige gedaan om de aerogene transmissie te beperken. Het klinkt wel raar hoor, tientallen mensen die uit volle borst hun ellebogen volzingen.

Na de dienst was het koffiedrinken. Buiten. Een plotseling losbrekende donderbui deed iedereen naar binnen vluchten, de kleine aula in. Als kippen in een legbatterij hokte men op, alle regels, voorschriften en vermaningen vergetend. Maslows piramide bleek sterker dan de elleboog. De overlevingsdrang zal het altijd winnen van alles wat pas daarna komt.

Zat Grapperhaus fout? Ik daag je uit om bij de eerstvolgende bruiloft waar je als gast of familie bent uitgenodigd consequent anderhalve meter afstand houden. Ik wil niet vervelend doen maar als je die anderhalve meter vast wil houden op een bruiloft is er maar een manier om dat vol te houden: niet gaan. 
Uiteindelijk sluiten we allemaal compromissen.

Trouwens, zingen in de elleboog? Dat gaat ‘m niet worden. Probeer het maar eens.

19 augustus 2020

Bankaardappelen in de nieuwe zuil

Vandaag kwam ik in de verleiding om te reageren op een advertentie die op mijn Facebookpagina verscheen. De algoritmes van Facebook hebben bepaald dat, op basis van de mij achtergelaten metadata, ik wellicht baat zou hebben bij het betreffende product.

Ik besloot in ieder geval de eraan gekoppelde website te raadplegen. Ik moet zeggen dat het wel een aantrekkelijk aanbod lijkt. Voor een kleine zes euro per maand kan ik onbeperkt christelijke films en documentaires kijken en heb ik toegang tot dagelijkse stichtelijke bonus overdenkingen. Alle films en documentaires zijn door de redactie van het geloofsnetwerk bekeken en veilig bevonden. 

Daar zat ik precies op te wachten: anderen die voor mij alle ingewikkelde morele, esthetische en inhoudelijke afwegingen maken zodat ik zonder zelf hoef na te denken denken kan gaan bankaardappelen.

Ik ben opgegroeid in een sterk verzuilde samenleving waarin de meeste dingen duidelijk waren. Je stemde, kerkte, geloofde en bleef binnen je zuil. Ook de niet kerkelijken hadden een zuil. Deze zuilen co-existeerden in redelijke harmonie, zij het met de nodige afstand tussen de zuilen. Die zuilen zijn de afgelopen jaren nagenoeg verdwenen hoewel er her en der nog flink wat marmer overeind staat. 

Is zo'n geloofszuil anno 2020 nu wel zo'n goed idee? De traditionele zuilen legden de zaken vast: dit geloven wij wel en niet, en dit doen wij wel en niet; de identiteit van de Nederlander lag voor een belangrijk deel verankerd in de zuil. Toen de ontzuiling grotendeels een feit was en de meeste Hollanders bevrijd van haar keurslijf, moest men weer voor zichzelf  gaan nadenken. Dat is lastig genoeg maar wel gezonder omdat het het gesprek tussen andersdenken bevordert of zelfs vereist. 

Nu blijkt dat dit geloofsnetwerk al sinds eind 2017 bestaat. Voor mij was en is het nieuw.

Wel een beetje pretentieus: "geef je geloof een nieuwe kans." Daarin lees ik impliciet de aanname dat de potentiële koper op een plek in zijn of haar leven is aangekomen waarin dat geloof niet zoveel, of in ieder geval onvoldoende voorstelt; ons netwerk geeft je nog een kans.

Ook pretendeert het "naadloos aan te sluiten op het leven van vandaag". Ik probeerde me voor te stellen hoe dat er dan uitziet. Films en documentaires waar geen enkele vloek, immorele of seksuele handeling of vocabulaire te horen en te zien is zou naadloos aansluiten op het leven van vandaag? Wie probeert wie voor de gek te houden?

Wat ik begrijp van en uit de lessen van Jezus Christus is dat hij zijn volgelingen bekwaamde en toerustte in het volgen van hem in een wereld die hem vijandig gezind was en is. Dat is toch wat anders dan een denkbeeldig veilig zuiltje creëren waarbinnen onmondigheid  wordt bestendigd en men alleen dingen te horen en te zien krijgt die de redactiecensuur zijn doorgekomen. Stel je voor dat mensen voor zichzelf gaan nadenken en dat doen in een wereld waarin immoraliteit, leugen, bedrog, misbruik, moord en doodslag de zaken zijn waarop het leven bijna naadloos op aansluit.

Ik weerhoud me dan ook wijselijk van enig commentaar en kies ervoor om verder maar niet te reageren op de advertentie.

Foto: eigen werk: Athene 2013

3 augustus 2020

Sta je daar toch met een mond vol tanden..

Met mijn vulpen in de aanslag staar ik naar het lege vel papier dat voor me ligt. Ik probeer woorden te vinden waar de vrouw van een goede vriend die onlangs is gestorven, misschien iets mee zou kunnen. Moeten dat dan troostende woorden zijn? Of bemoedigende? Moet het gaan over wat ik voel, vind en beleef of moet ik me proberen in haar situatie te verplaatsen? Of moet het juist over hem gaan? Of over God? Of gewoon lekker abstract houden zoals "hij is nu op een betere plek," of "hij heeft nu geen pijn meer," of wat dan ook met een dergelijke strekking?
Wat ik ook bedenk, het klinkt allemaal leeg en gekunsteld.
Het vel blijft leeg. Misschien lukt het morgen.

Naarmate ik ouder word, heb ik makkelijker vrede met een leeg vel. In die zin inspireren de drie vrienden van Job me wel die, nadat ze van Jobs rampspoed hebben gehoord, besluiten om hem op te zoeken om hun medeleven te betuigen en hem te troosten.
Ze beginnen goed: "Zeven dagen en nachten bleven ze naast hem op de grond zitten zonder iets tegen hem te zeggen, want ze zagen hoe vreselijk hij leed (2:13)". 
Da's een leeg vel. Een veelzeggend vel.
Wat ze vervolgens allemaal te zeggen hebben lijkt niet veel meer dan een kladje met een boel vlekken.
De mens rest niets anders dan toch die pen ter hand te vatten. Maar achter de woorden die volgen moet de gedeelde leegte tastbaar zijn. Een gedeelde smart maakt de smart van hem of haar die het zwaarste deel torst ietsiepietsie dragelijker.
Steeds vaker sta ik met een mond vol tanden.
Die brief? Die komt wel.