25 september 2019

Intimiteit in het egoverhaal


Intimiteit – een betrekkelijk hip fenomeen dat in relatie tot God in de 19e eeuw in drukwerken, pamfletten en boeken wordt beschreven en door de decennia heen aanzwelt tot een kakofonie aan ideeën, aannames, vanzelfsprekendheden en vooral lijstjes met stappen die de mens moet zetten om tot een gezonde beleving van die intimiteit met God te komen.

Sommige populaire schrijvers gaan zelfs zover dat gesteld wordt dat intimiteit met God Zijn hoogste plan is. Dat is best wel zielig voor al die mensen die tot, pak hem beet, begin 1600 het zonder intimiteit moesten doen. Het is namelijk pas rond 1630 dat het concept “intimus” zijn (of is het haar) intrede doet. Frappant, maar zeker niet toevallig is dat het idee van individualiteit rond dezelfde tijd voor het eerst aan het globale vocabulaire wordt toegevoegd. De lancering van het individu, nu toegerust met een nieuwe graadmeter, of norm, die we beleving noemen is daarmee een verklaarbaar feit. Daarvoor was het er ook al maar had het geen naam en daarmee geen legitimatie.
Nu heb ik niets tegen beleving en emoties. Deze maken immers integraal deel uit van wat we de totale mens kunnen noemen. Een gezonde balans tussen rede en beleving kan bijdragen aan een ‘evenwichtig in het leven staan’.

Een van de studenten vroeg me wat ik ervan vond dat er christenen zijn die psychologie studeren. Ze voegde er aan toe dat ze zo iemand kende en die was nu van het geloof afgevallen. Ik antwoordde dat ik vond dat er te weinig christenen zijn die psychologie studeren, of verwante vakken zoals filosofie, antropologie en wat dies meer zij. Het feit dat mensen van het geloof afvallen heeft weinig te doen met dat soort vakken maar alles met het onvermogen om hun geloof op een duidelijk manier te articuleren en te integreren met wetenschap. Voor veel christenen staan die twee namelijk tegenover elkaar en het ‘heulen met de vijand’ kan nooit tot een goede uitkomst leiden…

Juist omdat het geloof in de levens van velen gereduceerd is tot een beleving kan het niet op tegen de vermeende “harde bewijzen” van de wetenschap. Het idee dat geloof en wetenschap naast elkaar moeten bestaan is voor velen een brug te ver; dat voelt niet goed. Laat staan dat ze intiem met elkaar worden!

24 september 2019

Het egoverhaal

Een van de studenten wist ons te vertellen dat er een authentieke afbeelding van Jezus bestaat. Wat blijkt nu; iemand had Jezus in een vermeend visioen gezien en dat beeld middels verruf, canvas en penseel vastgelegd in een schilderij. Een ander iemand die in een ander vermeend visioen ook Jezus had gezien, zag dat schilderij en concludeerde dat de geportreteerde Jezus er precies zo uitzag als in zijn visioen. Aangezien op het getuigenis van twee iets vaststaat, hebben we nu ergens een afbeelding van Jezus. Iemand in mijn klas - ik geef deze week les in Ecuador - was wel benieuwd of iemand de helderheid van geest heeft gehad om er een foto van te maken. Helaas, die foto was er niet dus blijft iedereen overgeleverd aan zijn en haar eigen fantastische verbeelding.
Nu ging mijn les hier helemaal niet over en voor mij is het nog nooit een vraag geweest hoe Jezus er wel en niet uitziet.
Of ik ook iets meer licht kon laten schijnen op de vraag of Abraham letterlijk met God wandelde - er staat immers geschreven dat hij met God wandelde - besloot ik te beatwoorden met het politiek correcte "nee, Abraham wandelde niet letterlijk met God."
Best wel aardige thema's waar je gezellig rond de koffie over kunt keuvelen maar ook weer niet zo bijster interessant dat je er een of meerdere lessen aan zou besteden. Ik in ieder geval niet.

Met dat laatste 'wandelende Abraham' antwoord had ik mijn klas weer in het gareel en konden we het weer hebben over het "metaverhaal van God" en het belang daarvan voor ons leven in een tijd waarin het meer en meer draait om wat ik het "egoverhaal" noem. We zien ons leven daarbij niet langer in het licht van dat allesomvattende en mysterieuze verhaal dat God aan het schrijven is maar knippen we het stukje waar ik in voorkom eruit en laten dat vervolgens een eigen leven leiden; ja, die andere egoverhalen zijn belangrijk en waardevol maar wel met die aantekening dat mijn verhaal net ietsje belangrijker is. Toch?

Ik vroeg een van de studenten hoeveel bijbels zij persoonlijk in haar bezit had. "Meer dan tien", antwoordde ze. In de laatste 40, 50 jaar heeft het hebben van een eigen exemplaar van de bijbel een gigantische vlucht genomen. Voor die tijd was er de familiebijbel waar men als gezin uit las en voordat die familiebijbel de intrede deed moest je naar de kerk om het Woord van God te horen. Als je geluk had gebeurde dat in een taal die je zelf ook sprak maar hele generaties moesten het doen met het luisteren naar een taal die ze niet eens verstonden.
Een geweldige vooruitgang, die persoonlijke Bijbel in de vertaling die de lezer het beste vindt (dat "beste" is dan meer op grond van emotionele overwegingen dan wetenschappelijke of taalkundige). Maar met het dragen van een zakbijbeltje heeft ook het "egoverhaal" een vlucht genomen en hoor je preken over bijvoorbeeld 'intimiteit met God.'

Wordt vervolgd. "Mijn" klas wacht op nog meer verontrustend nieuws

19 september 2019

Gewoon jaloers of stikjaloers!

De belangrijkste drijfveer in het leven van de mens is afgunst, meent de Prediker. Dat is een nogal boude uitspraak, gebaseerd op zijn persoonlijke observatie. Het is namelijk onwaarschijnlijk dat hij een representatief psychologisch onderzoek heeft gedaan en hier zijn conclusies in een wetenschappelijk artikel presenteert.


Tja, persoonlijke observaties; natuurlijk tellen ze wel mee maar hoeveel gewicht worden die persoonlijke observaties nu eigenlijk toegekend in het echte leven? Als ik andermans observatie wel aardig vind, zeg ik er aardige dingen over. Als ik het wat minder vind, zeg ik al gauw dat iedereen recht heeft op een eigen mening en dat ik niet wil oordelen over iemands subjectieve beleving. Zeker in onze moderne tijd is het zaak om met je tengels van andermans gevoel en beleving af te blijven.

Goed, ik dwaal af. Ik denk dat Prediker's observatie op z'n minst aanleiding geeft tot reflectie op het eigen leven.
Is mijn diepste motivatie om iets te bereiken te vinden in jaloersheid? Er zit mijns inziens wel een harde kern van waarheid in.
Dat de mens geneigd is zich te vergelijken met de ander die meer of minder heeft, gekker of leuker is, slimmer of dommer, is iets wat ik wel bij mezelf herken. De mens oordeelt zichzelf en de ander op grond van door hem/haarzelf aangenomen normen. Waar die normen op gebaseerd zijn is een ander verhaal maar hoe dan ook, iedereen heeft nu eenmaal dat soort normen die de mens tot een bijna altoos vergelijken aanzet.
Als de ander beter, rijker, slimmer of wat dan ook in vergrotende of overtreffende trap is, voel ik een stekelige jaloersheid die ik prachtig glimlachend weet te verbergen: "ik gun het die ander van harte" (in de hoop dat die ander het mij ook gunt als ik bij dat meerdere terecht zou komen).
Ik ervaar die jaloersheid met name als het zaken betreft die voor mij belangrijk blijken te zijn. Wat ik bedoel is dat het mij niets doet als ik een goede voetballer aan het werk zie maar wel als ik iemand betere foto's zie maken (en dat zijn er nogal wat!). Ook voel ik die stekelige jaloersheid bij mensen die in een huis wonen waarin ik eigenlijk zou moeten wonen, of in een auto rijden die wat jonger is dan de mijne en minder onderhoud behoeft maar uiteraard wel met voldoende PK's (minimaal 200).
De jaloerse steek is het sterkst als ik mensen ontmoet die een uitzonderlijk opsluitingsvermogen hebben - die onthouden van alles en weten bijvoorbeeld morgen nog dat ze vandaag deze Blog schreven. Ik (mijn geheugen) is zo lek als een zeef. Het is om gek van te worden. Bij tijd en wijle scheld ik mezelf (heel erg hardop) uit om mijn gedemonstreerde onvermogen tot onthouden. Dat schelden helpt niet. Althans ik heb nog nooit gemerkt dat ik als gevolg van zo'n scheldpartij opeens beter kon onthouden. Ik heb nog geëxperimenteerd met geheugenpaleizen maar ben vergeten hoe het precies werkte. Nog erger, de paar paleizen die ik heb gebouwd, kan ik nu niet meer wissen en hebben een permanente plek in het landschap van mijn geheugen ingenomen!

Prediker is nog niet klaar en plaatst dat jaloerse gedoe in een heerlijk, ontnuchterend, relativerend perspectief: heb je eenmaal dat waar je zo jaloers op was; het is enkel lucht en najagen van de wind! (4:4-6)

Voordat ik aan de rest van de dag begin ga ik eerst nog even een luchtje scheppen. Wat zullen al die mensen die nu in de file staan  jaloers op mij zijn.

15 september 2019

De keer dat ik drie minuten stal

"Houd jij altijd je beloftes?" vroeg de man me na afloop na een kerkdienst waar ik had gesproken. Aan de manier waarop hij de vraag stelde en te lezen in zijn lichte, ietwat triomfantelijke grijns vermoedde ik dat ik beter voorzichtig kon zijn met hoe ik antwoordde en zei dat ik in principe mijn uiterste best doe om gedane beloftes na te komen en in het geval van het moeten breken van een belofte opnieuw "onderhandel". Wat had de beste man voor mij in petto? Het was duidelijk dat de vraag niets te doen had met een algemene interesse of een wetenschappelijk onderzoek. Hij had me kennelijk betrapt op een gebroken belofte. En net zulke werk! "Als je belooft dat je niet langer dan 25 minuten spreekt, dan moet je dat ook doen." En ja, hij had gelijk. Ik had namelijk 28 minuten gesproken.

Ik heb tegenwoordig een "timer" die na 25 minuten een signaal geeft en had een van de jongeren gevraagd om bij het afgaan van het signaal te zeggen: "ja, zo kan het wel weer - we hebben het nu wel gehoord. Kappen!"
Tien seconden voordat mijn 25 minuten vol waren realiseerde ik me dat ik nog een paar minuten nodig had om mijn over het publiek uitgestorte gedachtekronkels - sommigen noemen het een preek - af te ronden en vroeg het publiek en met name de uitverkoren jongere om toestemming om op mijn belofte terug te mogen komen en enkele minuten langer te spreken. De heldere collectieve reactie vanuit het publiek leerde me om niet halverwege een halve zin of gedachte amen te roepen maar mijn verhaal netjes af te ronden. Zo kwamen we uiteindelijk op 28 minuten.
Overigens ben ik die timer gaan gebruiken voor mezelf en niet zozeer voor mijn publiek. Ik heb namelijk de bijzondere gave van wauwelen: dooremmeren terwijl ik allang gezegd heb wat ik in wezen wilde zeggen. Houd het kort, knisperig en to-the-point. Dan hebben we daarna meer tijd om tijdens de koffie met elkaar te keuvelen - een essentieel onderdeel van het kerk zijn.

Nu heeft dat kort spreken ook z'n potentiële nadelen. De dienstleider kan unilateraal besluiten dat we veel te vroeg klaar zijn en dan ruimte bieden voor een open tijd van gebed en daar bovenop nog een stapeltje liedjes met als gevolg een dienst die toch weer lang duurt en zompig geworden speculaasjes bij de koffie. Die hebben te lang vocht uit de lucht liggen trekken. Hier is overigens niets van verzonnen en is echt gebeurd. Regelmatig zelfs. Alleen dat van die speculaasjes is ietwat overdreven.

Terug naar het je woord houden. Was het niet Jezus die zei "laat uw ja, ja zijn en uw nee, nee"? Ja, dat zei Hij en dat is ook de basis voor vertrouwen in elkaar, handel drijven en afspraken maken. In de praktijk zien we onszelf echter talloze keren opnieuw naar de onderhandelingstafel terugkeren, inclusief de grijnzende man (vermoed ik maar hij kan een uitzondering zijn). Veranderde omstandigheden zijn altijd voorhanden. Ziekte, files en prioriteiten zijn drie redelijk vaak voorkomende. Niemand vindt het raar om een afspraak te moeten verzetten en er is vrijwel altijd wel begrip voor de redenen die worden gegeven voor de verzetting of zelfs annulering.
Overigens had Jezus niet de drie minuten langer durende preek voor ogen of een te verzetten koffie afspraak. Hij had het over een diepere laag die te maken heeft met hoe mensen zich tot elkaar en de overheid verhouden. Het is tegenwoordig niet voldoende als ik zeg wie ik ben, ik moet bewijs meenemen want ik word niet op mijn woord geloofd. Het heeft dan ook meer te maken met hoe de mens geneigd lijkt te zijn tot liegen, bedriegen en jatten.
Ik droom regelmatig van een samenleving waarin niemand liegt, bedriegt of jat. Ik hoef dan geen slot meer op mijn deur, en krijg mijn zoekgeraakte portemonnee gewoon thuis afgeleverd en de boer krijgt een eerlijke prijs voor zijn kip, melk en koe. Dat is een basisprincipe van het Koninkrijk Gods. Helemaal niet zo'n gek idee, je zou er zomaar zin in krijgen.

En die drie minuten dan? Ik geeft toe dat ik feitelijk heb gelogen. Als verzachtende omstandigheid wil ik echter aanvoeren dat ik de toestemming van het collectief had gevraagd en gekregen. Of de grijnzende man zich op dat moment tot het collectief rekende, weet ik niet. Ik zag hem niet zitten tussen het volk. Ik hoop dat hij het mij vergeeft en me voor de rest van mijn level labelt als de "minutenjatter".

14 augustus 2019

Alles over de tong in één paragraaf

Zo heb ik me voorgenomen om, voordat ik me in een gesprek tussen mensen in een voor mij onbekend gezelschap meng, dit keer de wijste van het stel te zijn. Dat kan gerealiseerd worden door vooral te zwijgen. Omdat ik door mijn werk veelvuldig mensen ontmoet die ik niet ken, heb ik voldoende gelegenheid om dat te oefenen. Uiteraard hoop ik dat die mensen niet na afloop van de uitwisseling van meningen, nieuwtjes, diepe en ondiepere zaken en vooral veel luchtige niemendalletjes denken dat ik verlegen ben, introvert of terzake onkundig: een mysterieuze rare kwibus die je niet kunt plaatsen. Om dat te voorkomen en omdat ik mezelf niet kan helpen, trek ik binnen de kortste keren mijn scheur open en ben daarna niet meer te houden.

Het is opnieuw mijn vriend Jakobus die meldt dat het gebrabbel van de tong te vergelijken is met een bit dat een paard aanstuurt en een klein roer dat een groot schip de wil oplegt. Ik sluit mijn ogen en zie het gebeuren; het roer een fractie naar links en het schip gehoorzaamt. O mocht ik toch zo wijs zijn dat ik dat giftige, rusteloze rode dingetje in bedwang kon houden.

Zwijgen is pijnlijker dan spreken. Spreken kent vooral pijn achteraf die het gevolg is van het ondoordachte, het overvloedige, het vaak hoge gehalte aan onbenulligheid en onbezonnenheid, spijt en schaamte.


- Wie nooit iets fouts zegt, is een volmaakt mens, iemand die zichzelf helemaal in bedwang heeft - (Jacobus 3)

12 augustus 2019

Ik denk dat ik aan fatsoensillusie lijd.

Een van de spanningsvelden waar de mens in leeft is de afstand tussen wat men, op grond van een overtuiging, weet wat hem te doen staat en de daadwerkelijke uitvoering daarvan. Mijn vriend Jakobus zegt dat een geloof dat niet tot daden komt, een dood geloof is.

Een goede vriend, die inmiddels de kerk verlaten heeft, vertelde me een verhaal dat voor hem onderdeel was van een flinke stapel aan redeneren die tot dat besluit heeft geleid.
Een collega van hem was ernstig ziek en ten dode opgeschreven. Op een gegeven moment was hij te zwak om nog te kunnen werken en meldde zich ziek. Zijn baas vroeg hem een paar dagen later of hij het misschien op kon brengen om nog even langs het kantoor te komen om een dossier over te dragen. De zieke stemde toe. Op de afgesproken tijd op het kantoor aangekomen zat zijn baas op hem te wachten. Maar niet alleen. Er was ook een advocaat bij, zo eentje die het belang van het bedrijf behartigt. De overdracht van het dossier verliep anders dan verwacht.
Door op het werk te verschijnen bewees de zieke dat hij helemaal niet zo ziek was dat hij niet meer kon werken en werd dan ook op staande voet ontslagen. Korte tijd later overleed de zieke.

De betreffende baas zat de zondag erna en zoals te doen gebruikelijk een paar lichamen verder op dezelfde kerkbank als mijn vriend, vriendelijk glimlachend naar de mensen op hem heen.

Ligt mijn verwachting te hoog als ik aanneem dat een geroutineerde gelovige op de hoogte is van de gouden regel, ook wel bekend als het hoogste of koninklijke gebod zoals we dat vinden in het Grote Boek? Bij dat gebod – heb uw naaste lief als uzelf – zit volgens mij geen woord chinees.

Helaas, maar begrijpelijk, is dit voorbeeld koren op de molen van hen die besloten hebben dat christenen niet deugen, hypocriet zijn en hun geloof niet waarmaken. Met andere woorden, het is geen reclame voor de kringen waarin ik mij doorgaans begeef. Christenen hebben het wat dat betreft ook niet gemakkelijk omdat ook de rest van de wereld op de hoogte lijkt te zijn van hun voorgeschreven hoge idealen. De maat die zij belijden en nastreven is de lat die wereld om hen heen toepast om hen op te meten en te (dis)kwalificeren.

Tussen ideaal en werkelijkheid zit altijd wel een afstand(je) en enige afstand wordt ons niet al te zeer kwalijk genomen omdat de ander dat afstandje ook bij zichzelf herkent. Uiteraard zijn er uitzonderingen. Er zijn best wel mensen die zo blind zijn als een paard en het altijd beter weten dan en voor de ander. Die zijn gemakkelijk te herkennen omdat ze niet al te veel vrienden hebben.

Ooit Schindler’s list gezien? Er is niemand die Oskar Schindler verwijten zal dat hij het ‘naaste liefhebben als zichzelf’ onvoldoende in praktijk bracht. Integendeel. We prijzen en eren de man omdat hij zoveel meer heeft gedaan dan menigeen zichzelf in een vergelijkbare situatie zou zien doen. Wij twijfelen niet aan hem. Toch was er één die hem verwijten maakte. Dat was hij zelf. Hier een stukje uit het script van de film.

I could have got more out.
I could have got more.
I don't know.
If I just...
I could have got more.
Oskar, there are 1100 people who
are alive because of you. Look at them.
If I'd made more money.
I threw away so much money.
You have no idea.
If I had just...
There will be generations
because of what you did.
I didn't do enough

Kijk hier naar deze aangrijpende scenes op Youtube. Mannen  zoals Oskar Schindler geven de mensheid hoop.

Geef mij Oskar maar als baas.


5 augustus 2019

Stop de stapel - kinderwerkzomerstopkwakkeltijd

De kinderwerkzomerstop is aangebroken en dus zitten kinderen vanaf een jaar of acht de gehele kerkdienst uit. Gewapend met kleurplaten, boekjes en zelfs snoep hopen ouders voldoende munitie te hebben om hun kroost de anderhalf tot twee uur durende samenkomst te verpozen.
Ik vind het fantastisch dat de kinderen de samenkomst helemaal meemaken en bereid me daar als spreker dan ook met plezier op voor. Het is echt niet ingewikkeld om de kinderen te laten participeren in de overdenking/preek/mijmeringen.

Meestal word ik van te voren ingeseind dat de kinderen de dienst mee zullen maken en dat het "fijn zou zijn als ik daar rekening mee kan houden." Als ik niet word ingeseind maar er wel een vermoeden bestaat, neem ik contact op met de kerk om mijn vermoeden te verifieren.

Maar dan en helaas zonder uitzondering is mijn ervaring dat er verder niets is aangepast; de dienst duurt nog net zo lang, opgestapelde liederen in het gevoelsmatige nooit eindigende "aanbiddingsblokje," lange inleidingen en dan ook nog eens een ellenlang avondmaal dat afgesloten wordt met het door de traditie ingesleten "gebedsblokje". Op zichzelf niet zoveel mis mee maar het zijn ook zaken die met een minimum aan breinwerk in een betekenisvolle ervaring voor de kinderen  kunnen resulteren.

Het blijft toch vooral een grote mensen gebeuren waarbij de kinderen worden gereduceerd tot toeschouwers en/of of hun brein op een andere frequentie afstemmen (langzaam kleuren, ik moet er anderhalf uur over doen). Ik kan me voorstellen dat er heel wat gezinnen opteren om thuis te blijven (wellicht een beetje afhankelijk van de sprekert van de dag). Mijn sympathie hebben ze. Het kan echter anders. Suggesties  (na een minimum aan breinwerk):


  • Laat de kinderen deelnemen aan het avondmaal (de theologische/culturele/denominationele discussie dan wel achteraf voeren, anders komt het er nooit van.
  • Halveer de "blokjes" en stop de stapel.
  • Vraag kinderen wat hun favouriete liedjes zijn en zing er een paar.
  • Laat de dienst niet langer duren dan 65 minuten en laat een van de kinderen de tijd bewaken.

De zomertijd - de kerkkwakkeltijd - kan betekenisvol zijn voor iedereen, zelfs zozeer dat men er gedurende de rest van het jaar naar uitziet.

2 augustus 2019

Een persoonlijke, enigszins melodramatische bekentenis

Zonder al te melodramatisch te willen zijn, word ik me daar toch overvallen door een overweldigend gevoel van onbekwaamheid en algehele domheid! Er is zoveel te lezen en te leren en zo weinig tijd.

De eerlijkheid gebied me om daaraan toe te voegen dat de discipline om dat leren en lezen te concretiseren regelmatig ontbreekt. Er is voldoende om me heen dat aanleiding geeft tot afleiding. De schutting en tuindeur die er moeten komen (afbreken en afvoeren van wat er van de vorige is overgebleven is al gebeurd), de deur naar de badkamer die verplaatst moet worden, ehhhhh de badkamer die helemaal verbouwd moet worden, een zoekopdracht in Google naar A en jezelf vervolgens verliezen in het ook wel interessante B, C en D en alles wat daar weer onder hangt, de preek die ik voor volgende week moet voorbereiden, het boek wat ik mezelf beloofd had te schrijven... Die laatste twee, daar gaat het me eigenlijk om. Wat heb ik nu eigenlijk te melden dat niet eerder al door anderen is gemeld? De prediker vat het tamelijk dramatisch samen:

Lucht en leegte, zegt Prediker, lucht en leegte, alles is leegte.
Welk voordeel heeft de mens van alles wat hij heeft verworven, al zijn moeizaam gezwoeg onder de zon?
Generaties gaan, generaties komen, maar de aarde blijft altijd bestaan.
De zon komt op, de zon gaat onder, en altijd snelt ze naar de plaats waar ze weer op zal gaan.
De wind waait naar het zuiden, dan draait hij naar het noorden.
Hij draait en waait en draait, en al draaiend waait de wind weer terug.
Alle rivieren stromen naar de zee, toch raakt de zee niet vol.
De rivieren keren om, ze gaan weer naar de plaats van waar ze komen, en beginnen weer opnieuw te stromen.
Alles is vermoeiend, zozeer dat er geen woorden voor te vinden zijn.
De ogen van een mens kijken, en vinden geen rust, zijn oren horen, en ze blijven horen.
Wat er was, zal er altijd weer zijn, wat er is gedaan, zal altijd weer worden gedaan.
Er is niets nieuws onder de zon.
Wanneer men van iets zegt: ‘Kijk, iets nieuws,’ dan is het altijd iets dat er sinds lang vervlogen tijden is geweest.
De vroegere generaties zijn vergeten, en ook de komende zullen weer worden vergeten.

Ik lees Erich Fromm's "Hebben of Zijn". Hij beveelt Gabriel Marcel's "Zijn en Hebben" aan. Dus lees ik dat ook. Marcel beveelt ook weer van alles en nog wat aan. Al lezend vraag ik me af wanneer ik genoeg weet of begrijp en realiseer me dat er geen moment bestaat dat je er een punt achter kunt zetten. Het gevoel dat "we" zo weinig weten neemt evenredig toe met het aantal woorden dat ik lees. Tenzij het een spannend boek is (Baldacci, Child, Grisham, Cussler, Connely) waarvan ik weet dat er in ieder geval iets van een ontknoping aan zit te komen.

Het leven en 's-mensens geloof - elk mens construeert een geloofssyteem dat het bestaan, het leven, het lijden en zelfs de dood een beetje poogt te duiden - laat zich niet ontknopen, hooguit ietwat ontrafelen waarbij aan het eind van alle rafels nog meer knoopjes blijken te zitten.

Gelukkig de mens die genoegen neemt met een bol Texelse schapenwol. Mij lukt het niet maar ik loof tien euro uit aan de man/vrouw die mij de aan-uit knop kan leveren.

Prediker, een van mij favouriete boeken in de Bijbel komt aan het eind van het laatste hoofdstuk met zijn concusie/samenvatting. Het is er een die de burger weer moed geeft en 's-levens melodrama in een nuchter jasje past:

Nu alles is gehoord, is dit de slotconclusie: heb ontzag voor de ware God en leef zijn geboden na, want dat is de hele verplichting van de mens. Van alles wat je doet, ook wat verborgen is, zal de ware God oordelen of het goed is of slecht

27 mei 2019

Aan uit knopje ontbreekt waardoor het niet aan kan


Markplaats is niet alleen de plek om dingen te kopen en te verkopen maar vooral de plek om op een vermakelijke manier inspiratie op te doen of je te verbazen over het onbenul waarmee menig advertentiemaker behept is. Zo las ik zojuist de volgende (en enige) opmerking bij een te koop aangeboden smartphone: 
aan uit knopje ontbreekt waardoor het niet aan kan. Verder werkt alles.

Deze absurde aantekening zal menig zoeker naar een dergelijk apparaat doen glimlachen. Ik stelde me zo voor dat ik mijn luie stoel, die mij jarenlang comfortabel, ontspannen momenten heeft geboden, maar nu een van de vier poten mist, als alternatief voor een plaatsje bij het grof vuil, probeer te verkopen: 

“Te koop: een unieke retro comfi chair. Zit ongelooflijk lekker. Binnen vijf minuten val je er op in slaap! Is waarschijnlijk door een Siberische meubelmaker gemaakt want er staat aan de onderkant een brandmerk (helaas niet te zien op de foto want de bekleding valt er net overheen). Zo worden ze niet meer gemaakt. Houdt er wel rekening mee dat er een poot ontbreekt, er twee nogal los zitten en dat de bekleding aan vernieuwing toe is. Kun je eenvoudig laten maken! Heb er zelf helaas geen tijd voor maar voor een tweede ronde gun ik hem aan de hoogste bieder. Nieuwprijs in 1985 ongeveer 2000 euro. Mag nu weg voor 400 euro! Om het transport te vergemakkelijken heb ik de stoel uit elkaar gehaald zodat je hem zo mee kunt nemen in een grote boodschappentas (zie foto). Het ziet er misschien uit als een eenvoudige stoel maar ik verzeker je dat het echt is zoals ik heb omschreven. Helaas komt dat er op de foto niet helemaal goed uit (sorry, ik heb slechts een eenvoudige telefoon (eerste generatie Nokia met Camera – is ook te koop, zie mijn andere advertenties) met een zeer bescheiden camera).
Ik reageer niet op onzinbiedingen!!!!! Vraagprijs is vanaf!!!!!!! prijs!

Dat we onze spullen mooier willen doen voorkomen dan ze eigenlijk zijn is tot daar aan toe. Het is kwalijker als we onszelf mooier, groter en beter presenteren dan we eigenlijk zijn. Dat we dat doen is wel begrijpelijk. Het zou maar een vreemde wereld zijn als iedereen zich met de eigen vuile was omkleedt in het menselijk verkeer zou begeven. Enige mate van het zichzelf omkleden met een waas van mysterie en geheimhouding is nodig als smeermiddel om dat menselijke verkeer in stand en in beweging te houden.

Zo ken ik wel mensen die aan de buitenkant wel vier poten lijken te hebben en altijd fris bekleed zijn. Veel (s)prekers komen zo op mij over. Soms doen ze een poging tot transparantie en kwetsbaarheid: “We hebben allemaal wel eens last van een los pootje. Ja, ik ook, daar ben ik heel eerlijk in.”
Bijna net zoveel (s)prekers komen niet verder dan dit niveau van belijden en denken daarmee de luisteraar een kijkje in hun ziel te hebben gegund. Zelf stel ik het op prijs als een (s)preker man en paard noemt, te beginnen bij zichzelf. Daardoor ontstaat er de nodige “rapport*” die communicatie mogelijk maakt: van hart tot hart en van ziel tot ziel. Dat is de aan en uit knop die wel moet werken. Als die niet werkt doen de appjes het echt niet.


* Rapport is een dynamische wisselwerking tussen mensen die betrokkenheid, respect, gelijkwaardigheid en openheid uitnodigt. Rapport is een kwaliteit van het contact tussen mensen, die gevoeld kan worden door de betrokkenen.

2 april 2019

Als je hoofd vol spaghetti zit

"In mijn hoofd was het altijd een bord spaghetti, een wirwar van gedachten, vragen, twijfels en onzekerheid. Deze week is de kluwen verdwenen. Voor het eerst lijkt het helder te zijn in mijn hoofd." Een andere student koppelde terug: "This was the cleanest teaching I have had in a long time."
Twee reacties op het Life Direction Seminar dat ik vorige week in Ecuador gaf. Wat "clean" onderwijs is, laten we dan maar even in het midden. In ieder geval associeerde de student dat met iets positiefs.

Het is altijd weer een uitdaging om studenten te prikkelen om voor zichzelf na te denken en het vooral met me oneens te zijn. Ze zijn zo gewend aan het hiërarchische systeem waarin zij die hoger in de pikorde staan geacht worden het beter te weten en het in ieder geval voor het zeggen hebben. Orde in de klas is het devies en ik kan er maar niet aan wennen dat een 25 jarige z'n vinger op steekt om te vragen of'ie even naar de wc mag....
Na twee dagen lesgeven ontspannen de studenten wat. Ik blaf niet als ze een vraag stellen en keur hun antwoorden ook niet af. Hooguit reageer ik met een wedervraag die hen uitnodigt om nog wat dieper na te denken.

Harvey Cox schrijft in zijn boek "The Future of Faith" hoe al vrij vroeg in de geschiedenis van de kerk het idee van een gemeenschap van gelovigen plaats maakte voor een "hiërarchie van gelovigen" en het oorspronkelijke idee van vertrouwen op God (Faith) werd ingeruild voor een systeem van
Giovanni Battista Bugatti,beëdigd
 beul die 516 executies uitvoerde.
meningen over dat vertrouwen (Belief(s))*. Die "meningen" leidden bijvoorbeeld tot de Spaanse Inquisitie (1478-1834) die in het leven werd geroepen om de Katholieke orthodoxie te handhaven en veilig te stellen. 50.000 processen werden gevoerd, duizenden verbannen, gevangen gezet of naar de galleien afgevoerd. Vele honderden werden tot de brandstapel veroordeeld of gewurgd. Tja, van je familie moet je het hebben. "Het Familiediner" kenden ze toen nog niet.

Al veel eerder werden gelovigen tot de dood veroordeeld omdat ze niet geheel in de pas liepen met wat de mannen hoger in de pikorde afgesproken hadden wat dat geloof volgens hen was en waar men zich aan diende te houden. Priscillianus (-ca 385) was zo'n man die niet geheel in de pas liep. Hij zwoer wijn en vlees af, stimuleerde het bestuderen van de Bijbel en was wat we nu een charismatische gelovige noemen (zong en bad in het openbaar!). Dit was onvergeeflijk en samen met zes volgelingen  werd hij voor dit wangedrag onthoofd. Voor zover we weten waren dit de eerste christenen die door medechristenen om een andere geloofsinvulling ter dood werden gebracht.

Gelukkig zijn we nu ietwat toleranter naar elkaar toe maar her en der doen de bestaande hiërarchische (kerk)structuren nog wel denken aan exclusief en naar sektarisme neigend gedrag van de hogeroppen.
Een van de studenten verzuchtte dat toen hij aan zijn predikant vertelde dat hij graag met OM wilde gaan werken de reactie was: "Daar komt niets van in, ik heb heel andere plannen met je." Het huilen stond de student nader dan het lachen. Ik snap best wel dat de hiërarchie sterk is verweven met de Latijnse cultuur maar de macht die veel voorgangers en predikanten uitoefenen op hun schaapjes staat dwars op de Bijbelse gedachte dat we "allen één zijn," en "weest elkaar onderdanig."

Wat we kunnen leren van de geschiedenis is dat het onderscheid tussen vertrouwen en geloof van belang is. Vertrouwen in en op God kent geen vaste vorm en laat zich niet in woorden vatten. Door middel van ons geloof proberen we daar een vorm aan te gaven en in taal uit te drukken. De vele vormen en woorden kunnen leiden tot spaghettivorming in ons hoofd en hart. Terug gaan naar de basis van "eenvoudig vertrouwen" is dan het devies. Christus zelf is daar het sterkste voorbeeld van. Hij valt niet te betrappen op de vorming van een blauwdruk voor het geloof en heeft zijn volgelingen dan ook geen catechismus nagelaten. Toch kunnen we niet anders dan dat abstracte vertrouwen concretiseren middels woorden, vormen en symbolen. Deze uitingen mogen echter niet het laatste woord hebben. Dan gaat er van alles fout, ontstaan er familieruzies en kan het zomaar zijn dat we op een dag een bord spaghetti in ons hoofd aantreffen.


* In ons taalgebruik kennen we in Nederland het onderscheid tussen vertrouwen en geloof niet zo sterk. Wij hebben het over het algemeen over geloof en daarbij bedoelen we beide aspecten. In het Engels is dat onderscheid duidelijk: Faith en Belief. Het is de moeite waard om dat te bestuderen, onder andere in het genoemde boek van Harvey Cox.

19 maart 2019

God de beste weerman van 't-heelal

Een enthousiaste gelovige gaf onlangs getuigenis van hoe wonderlijk goed God voor een groep was geweest en tussenbeide was gekomen in een wel zeer pernibele situatie. Tijdens een periode van een heleboel nattigheid was er een activiteit gepland en regen zou niet zo goed uitkomen. Daarom maar gebeden en God heeft in zijn oneindige goedheid het gebed verhoord. Tijdens de activiteit was het droog en er kon zowaar een vuurtje gestookt worden. Het getuigenis werd door een groot aantal aanwezigen beaamd met applaus: wat een geweldige God hebben we toch die zich bekommert om onze meest persoonlijke en basale wensen.

De orkaan die het afgelopen weekeinde huishield in Mozambique heeft tot nu toe 120 doden geeist en dit zou naar schattingen op kunnen lopen naar zo'n duizend slachtoffers.
De cynist in mij kan slechts concluderen dat er onder de slachoffers geen enkele oprecht gelovige geweest kan zijn. Anders zou het wel anders afgelopen zijn. God die een paar druppels water in Nederland tegenhoudt om een groepje gelovigen een leuke tijd te gunnen zou immers net zo goed in staat zijn om een orkaan tegen te houden?

Ik kan wel huilen om zo'n intens verwrongen, tot maatpak gereduceerd godsbeeld. Het is een geloof waarin het welzijn van de naaste plaats heeft gemaakt voor een god die onvoorwaardelijk mijn persoonlijk welzijn (en dat van de mijnen) bovenaan zijn agenda heeft staan.

Mozambique

Een orkaan!
Mensen roepen, schreeuwen, smeken
Om hun leven en dat van anderen
Tot God.
Tevergeefs. 
De orkaan slaat toe
Meedogenloos
Zonder te discrimineren
Dood, verderf, wanhoop
Gevloek, berusting en niets
De overlevenden begraven hun doden.

In Nederland bezingt een groepje
de goedheid van God
De regen week toen wij baden
Steekt een vuurtje.
Iemand nog een marshmallow?

In "onze" Westerse theologie zit het idee van voorspoed, als beloning op gebed en andere spirituele oefeningen, diep ingebakken. Met name de Evangelische theologie (als die er al is - probeer maar eens tot een eensluidende belijdenis te komen daar waar iedereen zijn eigen persoonlijke god heeft gecreëerd) leert het de kinderen al op jonge leeftijd.

Ik noem een voorbeeld dat model staat voor de algehele benadering.

Wat leren onze kinderen als ze het verhaal van David en Goliath naverteld krijgen? Conclusie van het verhaal is dat als je op God vertrouwt je alle vijanden en andere erge dingen in het leven aankan: God staat aan jouw kant en als je maar gelooft kunnen al deze erge dingen je niets doen. De kinderen worden geprogrammeerd door vertellers die zich ook hebben laten programmeren zonder ooit kritische vragen bij het programma te stellen. Gelukkig zijn er die dat wel doen.
Die algemeeen geaccepteerde toepassing is echter niet in het verhaal terug te vinden. De conclusie en toepassing is namelijk iets heel anders. Ik ga het hier niet uittypen maar zal je middels deze link naar de tekst leiden. Het antwoord staat aan het eind van 1 Samuel 17:46, achter de komma: "....zodat...."
Ik herinner me het liedje nog. Zit diep en vast in mijn geheugen en ik kom er nooit meer vanaf:

Reus Goliath, reus Goliath,
't is uit met jouw geweld,
want David heeft op God vertrouwd,
en David is een held.

De geloofspunten die David in zijn leven heeft opgespaard worden door God middels een overwinning op de vijand uitbetaald. Wat fijn dat David genoeg punten had gespaard! Hij had wel twee kaarten volgeplakt!

David's geloof wordt geroemd maar hoe verhoudt dat zich tot het veel grotere verhaal? Daar zingen we niets over. David wordt op het podium gehesen, maar waar het om gaat is wat we onder de streep van het verhaal vinden. Het gaat namelijk niet om David en zeker niet om de punten!

Vrijwel alle verhalen in het Oude Testament hebben een vergelijkbaar doel onder de streep staan.
Als dat inderdaad zo is en het niet zozeer gaat om wat ik er persoonlijk beter van word zullen we een generatie aan kleurplaten in de kliko moeten gooien en een kompleet nieuwe serie ontwikkelen die onze kinderen aan een nieuw programma blootstellen dat de topografie van hun geheugen gaat vormen naar een mijns inziens correctere vertelling en toepassing.

Met de nadruk  op de persoonlijke beleving die met de week meer aangewakkerd  en aangemoedigd wordt is er best wel wat werk te doen om het tij te keren. Pas als we oog krijgen voor het Grote Verhaal van God en onze bescheiden plaats daarin, krijgen zaken weer een beetje perspectief.
Het idee dat God te vergelijken is met een supergrote meldkamer waar miljarden dagelijks binnenkomende kleine en grote verzoekjes worden gesorteerd en eventueel worden ingewilligd op grond van de mate van het geloofsgewicht (of volgeplakte kaarten) dat aan het verzoekje hangt, is helaas net zo absurd als algemeen aanvaard.
De mens is niet het eindstation van de geloofsreis maar slechts een doorgeefluik.

Ik heb best wel geaarzeld alvorens deze blog te schrijven en publiceren. Lezers zouden zich persoonlijk aangevallen kunnen voelen. Het is geenszins mijn bedoeling om op de man te spelen of de indruk te wekken dat ik het allemaal wel op een rijtje heb. Ik blijf een zoeker. Vragen zijn er voldoende. Antwoorden zijn echter niet in evenredigheid te vinden.






21 februari 2019

Heel veel schrijven over vrijwel niets. Kan dat?

Ja, dat kan.
Zo vroeg iemand mij tot welke groep de zogenaamde Herdodianen behoorden. Dat was een groep lieden die samen met de Farizeeën wachtten op de juiste gelegenheid om Jezus een kopje kleiner te maken. Ze worden enkele keren in het Nieuwe Testament genoemd maar eigenlijk weten we niets meer dan dat ze er gewoon waren.
Vervolgens begint het grote speculeren.
Zo kan het gebeuren dat we uiteindelijk heel veel te weten komen als je maar konsekwent een speculatie of aanname blijft volgen en uitwerken. Zo kan niets best wel wat gaan lijken.
Het "probleem" met alle grotere en diepere vragen is dat je niet zonder bepaalde aannames kunt. Of het nu om geloofszaken, om wetenschap of het geloofsweten gaat, aannames zijn essentieel om theorieen te ontwikkelen en geloofshuizen te bouwen.
En ja, we ontdekken best wel nieuwe dingen. Dingen die we eerste niet wisten, weten we nu wel. Zo kan het zomaar zijn dat er een 2000 jaar geschiedenisboekje boven water komt dat het een en andere uit te doeken weet te doen over de Herodianen. Altijd verrassend als dat gebeurt omdat aan veel speculaties dan een voorgoed einde komt, terwijl anderen worden bevestigd. Altijd mooi als je niet langer hoeft te gissen en gewoon kunt weten.
Niet dat weten alles opeens beter en makkelijker maakt. Was dat maar zo. Dan konden we allemaal rustig gaan slapen.
Alle nieuwe weten roept weer een vers blik aan vragen op. Dat houdt het leven interessant.
Over de Herodianen waren we dus snel uitgepraat. Ik wist niet meer te vertellen dan dat ze er blijkbaar gewoon waren. Ook Google biedt in dezen geen uitkomst.

Goed, ik word gemaand om in te stappen; vliegen naar Perth voor een studieweekend. Ben benieuwd of ik daar bij kan dragen aan de groei in kennis en ontwikkeling van een groepje geloofsgenoten.
Heb trouwens net ontdekt dat het studieweekend plaatsvindt in een plaats waar een nog langere Jetty is. Dit is volgens 'de mensen" echt de langste op het zuidelijk halfrond.



18 februari 2019

Krijsende kinderen hinderen....

Ungarra, SA 5607

Pap en mam doen hun best om hun kinderen in het gareel te houden. De een ligt op de grond te kleuren, de ander trekt aan de paardenstaart van het meisje dat voor hem zit (met alle audio gevolgen van dien) en weer een ander ontsnapt uit vaders houdgreep en begint een slalom rondom de kerkbanken. Ook zie ik wat zoetere kinderen die mams iets duidelijk willen maken maar dat niet fluisterend of in gebarentaal doen.

Met zo'n twintig volwassenen en een kleine dertig kinderen (tot tien jaar) die met z'n allen de kerkdienst meemaken ervaar ik bijna fysiek wat het moet zijn om onderdeel te zijn van een kakofonie.

Nee, het is geen droom en ook geen fantasie. In deze werkelijkheid probeer ik de aanwezigen een of twee dingen aangaande de bekende Bergrede van Jezus duidelijk te maken. Veel ouderen zitten in de banken aantekeningen te maken. Dat is waarschijnlijk de enige manier om iets van wat gezegd wordt op te slaan en later op te kunnen broeden.

Gelukkig heb ik plaatjes bij mijn verhaal. Dat is, denk ik, een goede gewoonte: Zoek enkele en het liefst één enkele beeld waar het hele verhaal aan hangt en de kans dat de luisteraar je verhaal na kan vertellen neemt met lichtjaren toe.

Er wordt wel gezegd dat een beeld meer zegt dan duizend woorden maar dat is lichtelijk overdreven en als generalisatie zelfs niet geldig. Het tegenovergestelde kan namelijk ook waar zijn. Eén woord zegt soms meer dan duizend plaatjes. Daar gaat je generalisatie.
Generalisaties hebben we helaas nodig maar zijn altijd ontoereikend. Dom en meelijwekkend is de mens die leeft van generalisaties.
Of "ze" mijn plaatjes mochten houden. Die zouden ze dan de volgende zondag projecteren zodat de mensen (en kinderen) ze weer zouden zien en het verhaal zouden herinneren. Slim! Welke kerk in Nederland geeft voor de frisse preek van vandaaag wordt afgeleverd, eerst een korte samenvatting van de waarschijnlijk reeds diep weggezakte van vorige week? 
Goed, ik dwaal af.

Terug naar de kleine geloofsgemeenschap in Ungarra waar de totaalbeleving en inclusiviteit centraal lijkt te staan.
In mijn wereld worden de kinderen angstvallig weggehouden bij het hoogtepunt van de eredienst: "De verkondiging van het Woord." Terwijl de oudere mensen luisteren naar de hopelijk wijze en diepe woorden van de vermeende bijbelkundige, zijn de kinderen overgeleverd aan de goede zorgen en onderwijs dat hoofzakelijk door vrouwen wordt verleend en gegeven. Waarschijnlijk omdat het veelal gepaard gaat met knutselkneepjes en daar zijn vrouwen beter in dan mannen? Tot aan een bepaalde leeftijd, de grens is niet zo strikt, breekt de dag aan dat het kind de transitie maakt naar het serieuze publiek. Helaas is de vrouw, die tot dat moment zo'n belangrijke bijdrage heeft gehad in de vorming van het geloofsraamwerk en -fundament van het kind, nu in veel geloofsgemeenschappen uitgepraat. In dit plaatje klopt er iets niet.
Maar goed, ik dwaal (weer) af.

Opgroeien en gevormd worden in een kakofonie waarin niets in compartimenten wordt gedwongen, waar kerk, feest, leven en werk door elkaar lijken te lopen en onverbrekelijk met elkaar zijn verweven; ik mis dat wel een beetje. Hier zie ik het nog en het roept een heimwee op naar iets dat zou kunnen zijn.

15 februari 2019

Als ergens anders heen gaan wel heel erg ver is

Nog driehonderd kilometer rijden en dan kom in op mijn bestemming aan: Ungarra in Zuid Australie. Daar wonen vrienden die dat eerst niet waren. Ze zijn het wel geworden omdat ik er vaker kom. Onbekenden die al wel vrienden of familieleden van anderen zijn, worden kennissen en vervolgens rolt daar weer een percentage aan nieuwe vrienden uit waarvan een nog kleiner deel oude en/of dikke vrienden wordt. In Ungarra wonen relatief nieuwe vrienden van mij waarvan twee of drie oud. Maar niet dik. Dikke vrienden, daar heb ik er niet veel van. Misschien twee, drie?

Gisteren ben ik gaan rijden en heb met mezelf afgesproken dat ik geen haast heb. Zo stop ik wanneer ik wil en kom ik nog eens op plekken waar ik anders langs gereden zou zijn en de naam van de plaats meteen in de vergetelsectie van het brein wordt opgeslagen. Zo stopte ik gisteren bij Port Germein die zich trotst profileert met de (eens) langste "jetty" op het Zuidelijk halfrond (wij zouden die jetty gewoon steiger noemen): ruim anderhalve kilometer. Ja, dat is lang.

Zo lijkt elk zichzelf enigszins respecterend land, gewest, provincie, staat, stad, dorp of gehucht wel ergens het grootst, oudst of best in te zijn. Rotterdam heeft de Euromast en meent ook de op een na grootste (handels)haven te zijn.

Terug naar Ungarra. Waar is zij groot in?  Misschien in het klein zijn. Een klein gehuchtje dat deel uitmaakt van een schiereiland (Eyre Peninsula) dat vier keer zo groot is als Nederland maar slechts een fractie van het aantal mensen telt (60.000 = zeg maar 0,3%).
Nu zijn er wel wat kerkjes op het eiland, maar niet zoveel. Ungarra heeft welgeteld één kerkje en daar moeten de gelovigen het mee doen. Als die kerk de gelovige niet bevalt staat het afleggen van lange afstanden om een volgende geloofsgemeenschap die misschien wat meer aan de behoeften, wensen en eisen van de gelovige tegemoetkomt als lot het te wachten.

Wat mij bijzonder intrigeert is dat bij een dergelijke demografie en geografie het soort vragen dat de mensen zich stelt verandert. Een volgeling van Christus kan niet eens rustig om zich heen kijken en shoppen totdat de best mogelijke match tussen persoonlijk wensenpakket en aanbod van de verschillende kerken wordt bereikt.
De gelovige staat voor een heel ander soort vraag die we in het Westen nog maar spaarzaam tegenkomen: "Wat moet ik doen om bij deze gemeenschap te kunnen horen?"
Fascinerend!

Morgen spreek ik in deze grootste kerk van Ungarra. Tevens ook de kleinste. Zoals te doen gebruikelijk zullen ze morgen na de dienst besluiten dat er nog drie studieavonden volgen. Vrijwel niemand heeft een geldig excuus om die studies dan niet te bezoeken. Ze gaan toch nergens heen want ergens anders is eigenlijk anders heel ver.

Een voorrecht!

14 januari 2019

Geloof wordt het best beleefd

Stel je voor dat je iets gelooft maar dat geloof wordt niet beleefd, is dat dan een minder geloof, een afwezig geloof of maakt het niet uit?
Zo geloof ik, op basis van wetenschappelijke bewijzen, dat metaal uitzet als je het verwarmt. Metalen hebben een positieve uitzettingscoëffeicient die gemeten kan worden.
Ik moet eerlijk zeggen dat ik van die wetenschap koud noch warm word. Het doet niets met me en ik neem het als gegeven aan. Toch zou ik de waarheid omtrent uitzettingscoëfficienten met passie en zonder enige twijfel kunnen presenteren. Waarheid maakt mij meestal best wel blij.

Of ik nu wel of niet weet dat metaal uitzet bij verwarming, dit wel of niet goed kan (of wil) uitleggen en of ik dat met mindere of meerdere passie doe is irrelevant aan het gegeven dat metaal gewoon z'n dingetje zal blijven doen.

De vraag naar een alomtegenwoordige beleving van alles, laat ook de kerk niet koud en heeft de laatste decennia - door de kieren onder de deuren van de aan slijtage onderhevige leerstellige tochtstrippen - haar ruimte binnen die kerk opgeëist. De warme beleving is nu het bewijs dat het per individu op maat gemaakte geloof wel waar moet zijn, een persoonlijke beleving kun je namelijk niet ontkennen of er een constructief debat over houden; je blijft met je fikken van mijn god en geloof af.

Zo sprak onlangs iemand over de wat zachtere kant van God: trooster, barmhartige, Hij wiens ogen naar je uitgaan met daarin verweven de oproep om er werk van te maken als je het misschien wel weet of gelooft maar Hem niet echt als zodanig kent. Of dat "kennen" dan synoniem zou staan voor beleven, of dat het gaat om een ontdekken van een aspect aan God dat tot dan toe onbekend was, werd mij niet geheel duidelijk.
De vraag die mij opnieuw aan het denken zette over de plaats van de beleving (de alfa kant) in een geloofsbelijdenis (de bèta kant) was of het wel of niet voldoende is om gewoonweg te geloven, of dat het ontbreken van een beleving aangerekend moet worden als een ernstig gemis (of misschien wel ten diepste een geheel gemis). Wat ik wel weet is dat het wel of niet beleven niets verandert aan wie God is.

Jaren terug, toen ik wat meer aan de alfa kant van het geloof zat, sprak een vrouw me aan na een van mijn alfa preken (die overigens ergens diep in de krochten van een Cloud zijn verdwenen). Huilend vertelde me ze over haar aandoening. Het belevingsdingetje dat bij de meeste mensen aardig functioneert was bij haar kapot. Nu had ik daar een relativerende opmerking over kunnen maken aangezien ze huilend haar verhaal deed, maar deed er wijselijk het zwijgen toe. "Ben ik slecht? Geloof ik niet goed? Kom ik iets tekort?" Tja, als je iedereen om je heen zich ziet verliezen in verschillende maten van beleving voel je je best wel staan en zijn dit zeer wezenlijke vragen.

De soms kortzichtige manier waarop een of meer geïsoleerde regeltjes uit de Bijbel worden gebruikt als waarschuwend vingertje - zeg maar voorhamer - helpt daarbij niet. Jakobus 2:19 hebben veel evangelicalen wel in hun geestelijke EHBO paraattasje zitten, er overigens volkomen aan voorbijgaand dat dit niets te maken heeft met geloven versus beleven, maar hij bekt wel lekker: "U gelooft dat God de enige is? Daar doet u goed aan. Maar de demonen geloven dat ook, en ze sidderen." De meer bèta-achtige gelovigen zullen dit waarderen als een motie van afkeuring. Of ze dat ook als zodanig beleven laat ik maar in het midden.

Door de jaren heen is het raamwerk van mijn geloof een stuk kaler geworden. Ik kan er zowaar weer doorheen kijken. Het staat vaster. Althans, zo beleef ik het.

1 januari 2019

Enge mannetjes die alles (denken te) weten

Sprak ik toch onlangs iemand die tot drie cijfers achter de komma weet hoe het zit met Israel (vanuit een Bijbels perspectief).
Het gemak en de stelligheid waarmee Oud-Testamentische profetieën met behulp van een flinke dot rhetorisch glijmiddel vanuit de geschiedenis naar onze tijd gleden had een "open mond effect" op mij.
Totaal overdonderd kon ik vrijwel niets anders doen dan schaapachtige geluiden voortbrengen en langzaam wegglijden in een gevoel van hopeloosheid over mijn eigen domheid.

Mijn preek had blijkbaar het gevoel van "ik moet Jan den Ouden redden" bij de beste man opgeroepen.
Thuis vertelde ik aan Martha wat voor effect het op me heeft wanneer iemand mij hautain de les leest en de  indruk wekt op elke vraag een antwoord te hebben. Dat zijn bijna geen mensen meer, maar machines. Machines die hakken, breken en (soms) maken. Ze kunnen niet anders want ze zijn slechts voor die functie gemaakt.

De meeste mensen hebben geen moeite met een eerlijk, verkennend gesprek waarin je elkaar bevraagt en samen tot een dieper kennen en ontdekken komt. Maar met een machine kun je niet praten; slechts naar kijken, en luisteren naar de vaak monotone geluiden die met dat hakken, breken en maken gepaard gaan.
Kort samengevat (zo verwoordde ik het althans aan Martha): Wat een vervelende man was dat, zeg.

Mijn frustratie kan herleid worden tot de vraag wat die Bijbel nu eigenlijk is. Als je het ziet als een stap voor stap handleiding om een ingewikkeld LEGO ding in elkaar te zetten (dat doe ik met en voor mijn kleinzoons) en je hebt van te voren bepaald hoe jij vindt dat het ding eruit moet komen te zien dan kom je met LEGO een heel eind, er zijn immers voldoende onderdelen om ongeveer uit te komen waar je wil.

Je zou het ook kunnen zien als een goocheldoos. De Bijbel is immers dik genoeg om het allerlei trucjes te laten doen die jij leuk vindt, of je favouriet zijn.
Zo is bijvoorbeeld "God is liefde" de mantra van vele gelovigen; "alles wat God doet, doet Hij uit liefde." Geen wonder dat men (gelovigen en ongelovigen) zich over het algemeen stoort aan een dergelijk manifesterend simplisme. Het is waterskieen over slagroom en na afloop met een big smile aan je vrienden vertellen hoe heerlijk zoet het was. Dat God over talloze andere eigenschappen  beschikt die we ook moeten zien te verklaren geeft niet, daar fietsen we dan toch gewoon om heen. Hij is onder andere een "jaloers" God. Nou, daar sta je dan in je bergje slagroom. Begin d'r maar eens aan.

Ja, je mag mij ook een infantiel simplisme verwijten wanneer ik beweer dat de Bijbel gaat over hoe God zich tot de mens en de aarde wil verhouden en wat dit zegt over hoe wij ons op onze beurt weer tot Hem, elkaar en de aarde behoren te verhouden. Centraal daarin staat Christus die de verstoorde verhoudingen wil en kan herstellen. In en door Hem krijgt het e.e.a. pas betekenis en zin. Buiten hem om blijft het allemaal behoorlijk ingewikkeld.

Mocht je dit lezen en mij ooit zien afglijden richting machine-achtig gedrag; hou me dan tegen!

Een mooi, zoekend, verkennend en  niet opgeven voor 2019 toegewenst.