23 maart 2018

Deze ezel stoot zich willens en wetens telkens weer

Dankzij technologische ontwikkelingen hoeven de meesten van ons niet meer om vijf uur op om de koeien te melken, de varkens te voeren, eieren te rapen, of het land te bewerken. Industrialisatie en de filosofie achter het kapitalisme heeft de mens op het idee gebracht om meer koeien, varkens, kippen en land te verwerven dan men in z'n uppie kon onderhouden of bewerken. De particulier die een slecht jaar had omdat z'n land was ondergelopen, of z'n veestapel aan een of andere ziekte kwijtraakte, kon als dagloner bij de buurman aan de slag. De buurman vond dat wel wat; wie spreekt het idee van zelf minder doen en toch eenzelfde, of hoger inkomen te vergaren niet aan? De schaalvergroting deed z'n intrede waarvan het grootgrondbezit een klassiek voorbeeld is.

De grootgrondbezitter die zich vervolgens bezig kon houden met wat ik "werkbekijken en uitbuiten" noem - zoveel mogelijk winst maken tegen zo laag mogelijke kosten - dankte de eeuwige God voor de uitvinding van het mobiele fauteuil en later de vliegende buis. Nu was schaalvergroting niet langer gebonden aan geografische grenzen. De wereld lag aan zijn voeten.
Ondertussen ontwikkelde ook de loonslaaf zich. Werd mondiger, sloot zich aan bij gelijkgezinde en eveneens uitgebuite loonslaven (we noemen deze groep tegenwoordig eufemistisch ZZP-ers). Samen maakten ze een vuist tegen uitbuiting, verwoordden rechten en begonnen deze op te eisen en na jaren van inspanning werd een soort van wankele status quo bereikt die eens in de zoveel jaren wordt herzien en herijkt. Ook de loonslaaf kon zich nu een fauteuil op wielen permitteren en had de middelen om zich per vliegende cilinder naar de verste uithoeken van de aarde te verplaatsen om zich te vergapen aan hen die zich nog niet zo ver hebben kunnen ontwikkelen (wat heerlijk authentiek) en door de meer vermogenden uit moeten laten buiten om een dagelijkse boterham en een eitje te kunnen bemachtigen.

Hier moest ik aan denken toen ik deze week in de file stond. Als iemand mij echt wil leren kennen doe je dat het snelst door samen met mij te reizen. Dan komt de ergste versie van mij in full colour en hifi stereo naar boven. Eigenlijk wil je dat niet meemaken (vraag Martha maar eens).
In de file riep ik luidkeels, en keer op keer (tegen mezelf): dit doe ik nooit meer. De hele wereld is krankzinnig geworden en ik doe daar nog aan mee ook.

Waarom sluiten zovelen iedere dag weer aan in de rij? Het beeld van een hijgerige ezel die achter een bundeltje geld aanloopt drong zich aan mij op: De meesten zijn op weg naar hun loonzakje. Dat is de wortel die motiveert om dit telkens weer te doen. En zijn ze niet op weg naar hun loonzakje, dan zijn ze wel op weg naar een plek waar dat loonzakje geleegd kan worden. Een enkeling staat in de rij om de zuur verdiende vrijheid te vieren en de wereld te laten zien dat je ook een stoel op wielen kunt kopen zonder overkapping.

De interim rol die ik op me heb genomen vraagt van me dat ik een paar keer per week heen en weer reis van Rotterdam naar Hilversum of Emmeloord. Omdat OM Nederland zich nog ouderwets voegt naar standaard kantooruren ben ik dus de pineut en veroordeeld tot de rij. De oto is in vrijwel alle gevallen het meest logische vervoermiddel omdat de reizerij vaak het bezoeken van verschillende adressen behelst. Nu rijd ik die afstand niet om het geld maar om een ideaal waar ik in geloof. Niet dat ik daarvan opknap of dat het me een beter gevoel geeft. Integendeel. Het maakt allemaal niets uit en het is gewoonweg verschrikkelijk. Echter, als iemand anders rijd en ik gewoon door kan gaan met lezen, leren kan het me allemaal niet zoveel schelen.

Ideaal, loonzakje of het vieren van de vrijheid; ik voel me hoe dan ook een gigantische ezel en verlang naar de verwezenlijking van de romantische, niet realistische dagdroom van een huisje in het midden van niet al teveel. Met wat koeien, schapen, varkens en kippen, een stukje land en een breiende vrouw op de veranda.

Ik ben een ezel! De belofte aan mezelf "dit doe ik nooit meer," is een holle, betekenisloze frase. Maandag schuif ik gewoon weer aan.

7 maart 2018

G'd: bandbreedte of één frequentie?

"God" roept bij iedereen een beeld op. Ook iemand die besluit dat er geen God is, slechts een illusie is, zal met wat moeite erkennen dat ook de illusie een beeld is; een fata morgana, een idee, een in het leven geroepen idee van een macht die over de mens zou regeren of heersen zodat men iets heeft waaraan de verantwoordelijkheid of schuld voor rampspoed, voorspoed, tegenwind en wind mee, geluk en ongeluk en het onverklaarbare kan worden toegeschreven.
Dan de gelovigen. Die hebben ook een beeld bij hun idee van God. Een idee dat wordt gevormd door de optelsom van data (dat wat we in onder andere de Bijbel over God te weten kunnen komen), eigen overtuigingen, socialisatieproces, omgeving, cultuur, gemoedstoestand en rede, plus wat sommigen menen dat de Geest hen leert (men gebruikt daar het woord "openbaren" voor, of "laten zien"), als in een soort van persoonlijke exclusieve dimensie waar direct contact met God wordt verondersteld.

Bestaat er een correct of compleet zuiver beeld van God? Ik hoor sommigen van mijn medegelovigen roepen: "Ja, kijk maar naar Christus." Waar men dan voor het gemak aan voorbijgaat is dat ook het beeld van Christus gevormd wordt door eerdergenoemde aspecten. Alles is dus onderhevig aan de vraag hoe ik aan het een en ander betekenis, vorm en invulling geef. Dit alles vraagt om het matigen van mogelijke stelligheid die men kan ervaren: "Mijn God is niet zoals jij beschrijft." Zonder deze noodzakelijke matigheid ligt cluster- en sektevorming op de loer, waarbij groepen, gewoonlijk onder leiding van een leider die ten prooi is gevallen aan het vastvriezen aan een bepaalde zenderfrequentie, alles gaan zien vanuit die zenderfrequentie.

Een beeld van God kan ontleend worden aan één zo'n frequentie maar het is raadzamer om de gehele bandbreedte te gebruiken en af te tasten. Dat je dan af en toe op een frequentie blijft hangen waar toch wel heel mooie muziek gedraaid wordt, muziek waar je het bestaan niet van afwist, is onvermijdelijk. Mijn advies: geniet volop maar blijf er niet hangen. Zo ben ik de afgelopen weken blijven hangen bij de muziek van IQ: Alle albums en op de repeat. Wonderschone, magische, bombastische symfo-rock met zware mellotronaccenten en eeuwigdurende gitaarsoli, precies zoals goede symfo-rock betaamd. Alsof er geen andere muziek meer bestaat.... Morgen gewoon weer K3.

Alleen ben ik niet in staat om een beeld van God te vormen dat enigszins de juiste kant op gaat. Ik vermoed dat het beeld van God waarmee ik behept ben een grillige karikatuur is van wie Hij werkelijk en wezenlijk is. Het gesprek met anderen waarbij we ervaringen en aantekeningen vergelijken, samen leren, gummen, schetsen, krassen en kleuren is essentieel in het ontwikkelen van iets wat erop zou kunnen lijken. Blijft staan dat we, ongeacht de voorhanden zijnde hoeveelheid data, ideeën en interpretatie, een mysterie aan het uitvogelen zijn. Het mensenbrein en -hart is te klein om dat in alle diepte te doorgronden. Samen komen we echter verder. Op het moment dat ik claim het te hebben uitgevogeld, vliegt die vogel die ik, eenmaal te pakken, angstvallig omklem, zomaar weg.