23 oktober 2020

Doelenzetterij en de Geboren Uitsteller (GU3)

Een van de lessen in de Coach-Mentoring Essentials training die ik, samen met enkele collega’s al zo’n 15 jaar faciliteer is een inleiding tot en uitleg van SMART Goals. Belangrijk, vonden en vinden wij omdat het niet geheel onslim is om bij het stellen van doelen jezelf af te vragen of deze specifiek, meetbaar, uitvoerbaar en realistisch zijn, en voorzien van een tijdspad. In het Nederlands zou het acroniem SMURT zijn maar omdat dat niet zo sexy klinkt gebruiken we het Engelse acroniem. Ik zou er echter niets op tegen hebben om aan mensen die met fantastische doelen aan komen zetten te vragen of hun doel eigenlijk wel SMURT is. Lachuhh…

Ik heb die les nooit willen geven en het viel me op dat een van mijn collega’s daar blijkbaar ook geen warme gevoelens van leek te krijgen. We hadden het er samen eens over en, hoewel overtuigt van de logica en grondgedachte achter SMART, was de vraag waarom we er een zekere weerstand tegen voelden. Het antwoord was voor ons beiden hetzelfde: zo gaan wij niet te werk bij het stellen en bereiken van doelen.

Of dit nu ook typisch iets is voor een GU (de geboren uitsteller uit de vorige twee blogs), daar blijf ik even van af maar ik heb een sterk vermoeden dat dit zomaar zo zou kunnen zijn.

Wat is dan onze strategie bij het stellen en bereiken van doelen, vroegen we onszelf af?
SMART veronderstelt impliciet, nadat de vijf onderdelen groen zijn afgevinkt, een lineair pad naar dat betreffende doel.
Onze oude vriend Archimedes stelde al lang geleden vast dat de kortste afstand tussen twee punten een rechte lijn is. Duhhh. Voorwaarde is echter dat die twee punten zich 1) op een plat vlak bevinden en 2) de omstandigheden tijdens de reis van A naar B niet veranderen. Welnu, je doel kan dan wel keurig ‘SMURT proef’ zijn maar het leven is weerbarstig en speelt zich zeker niet af op een plat vlak. Onvermijdelijk dwingen ongewenste, ongeplande en bonkende omstandigheden voortdurend veranderingen af; het verschil tussen academische waarheid en het naakte leven.

We lazen een artikel van John Kay, in 2004 in de Financial Times gepubliceerd, met de voor velen nietszeggende titel “Obliquity”. Het is een term uit de astronomie en staat voor de axiale kanteling van grote en kleine spulletjes in de ruimte. Daar schieten we nog niets mee op en dat begreep John Kay blijkbaar ook. Vandaar dat hij dat keurig uitlegt in net iets minder dan 5000 woorden. Het betreffende artikel kun je hier downloaden (is in het Engels).

Hoewel “Obliquity” formeel voor “helling” staat, gebruikt Kay het in zijn artikel meer om aan te geven dat in bepaalde gevallen de snelste manier om van A naar B te reizen om een indirecte route vraagt: “Indirecte benaderingen zijn het meest effectief op oneffen terrein, of waar de uitkomst afhankelijk is van de interactie met anderen.”
Kijk, dat komt al wat dichterbij de beleving van het dagelijkse leven op deze aardkloot. Daar kan ik wat mee. Laten we wel wezen, de verschillende onderdelen van een SMART goal worden in werkelijkheid toch voortdurend bijgesteld en dat geeft ook niets, hoewel het wel in de papieren kan lopen. Neem bijvoorbeeld het Noord-Zuid traject van de  Amsterdamse Metro: 7 jaar later en twee keer zo duur dan SMART vanaf het papier dicteerde.

Ik weet dus best wel waar ik naar toe wil maar de route ernaartoe is indirect en de stappen worden meer intuïtief genomen.
Al die jaren heb ik gedacht dat mijn gebrek aan de SMART aanpak te maken had met het feit dat ik een GU ben. Nu begrijp ik dat het meer te maken had met de SMART goeroes die dit blijven gillen (sommigen hebben het nog erger gemaakt door de formulering van doelen SMARTER te maken maar daar moeten we het maar niet over hebben – je zou ze zo met terugwerkende kracht willen ontslaan) met te weinig oog voor de vraag hoe zo’n SMART aanpak zich in het echte leven ontvouwt.

Uiteindelijk hebben we SMART en OBLIQUE naast elkaar gezet en nu kan en wil ik de les wel geven.

We komen er wel.

10 oktober 2020

Oorlog in het brein! (GU2)

Dit keer doe ik het helemaal anders. De deadline voor de opdracht is over twee weken en ik heb een keurige planning gemaakt. Vandaag de eerste stap: voorbereidend onderzoek doen. Ik besluit Google, Wikipedia en E-sword daarbij in te zetten. Aan de linkerkant van het scherm staan de respectievelijke tabs open en aan de rechterkant een nog onbeschreven digitaal vel in Word.

De zoekopdracht wordt ingetoetst en ik begin vol verwachting en enthousiasme aan de reis. Ik voel me goed en geef mezelf een compliment: nog twee weken de tijd en toch al aan de slag gegaan.

Ongeveer 30 minuten later zit ik met Google Maps in te zoomen op Nova Scotia. Wat is er toch veel te zien en te leren over Nova Scotia! Het heeft wel niets met het onderwerp van mijn voorbereiding te maken en ik weet ook niet precies waarom ik hier terecht ben gekomen maar nu we er toch zijn toch maar even verder gekeken.

Afijn, na ongeveer een uur ben ik weer terug bij af en besluit alle hulp uit te schakelen en gewoon maar te gaan schrijven op dat witte digitale velletje waar nog steeds niets op staat.
Ik staar en denk, draai het velletje een kwartslag en weer terug en er komt niets. Geen gedachte, geen ingeving; alsof m'n brein op slot zit.

Iemand belt. Gelukkig, want dat geeft me het gevoel dat ik toch aan het werk ben. Of ik even snel een artikel wil schrijven over de geschiedenis, opkomst en naderde ondergang van het kerkorgel. Daar hoef ik niet over na te denken: Tuurlijk doe ik dat even. Wanneer moet het af? Morgen? Geen probleem; zeeën van tijd. Ik druk op het digitale rode knopje, sluit daarmee het gesprek af en zit inmiddels al met mijn hoofd tussen de pijpen van het orgel. Het brein werkt op volle toeren, laatjes in het geheugen worden als vanzelf opengetrokken, boeken worden uit kasten getrokken - hoe wist ik trouwens dat er in dit en dat boek iets over het thema te vinden was? - mogelijke creatieve aanvliegroutes worden overwogen en drie uur later is het artikel af.

Het contrast tussen deze twee scenario's zal menig GU (Geboren Uitsteller) waarschijnlijk niet vreemd voorkomen. 

Onderzoek toont aan dat uitstellers te maken hebben met een actieve worsteling tussen twee secties van de hersenen en dat uitstel niets te maken heeft met gebrek aan wilskracht, maar alles met emoties.

De amygdala, zeg maar ons overlevingsmechanisme, scant de omgeving voortdurend op mogelijk gevaar. Wanneer er sprake is van gevaar komen er hormonen vrij, voornamelijk adrenaline. Dat stelt ons beter in staat om te vluchten of een aanval te voorkomen. Het regelt onze emotionele reactie en gedrag in tijden van gevaar.

De worsteling is tussen die amygdala en de prefrontale cortex, het stukje van onze hersenen dat onze actieve functies regelt, ofwel het vermogen tot zelfregulering (schakelen tussen verschillende taken taken, plannen maken, ergens mee stoppen).

Een uitsteller ervaart het eerste scenario als onprettig of onaantrekkelijk; het is saai, frustrerend of levert weinig op.

Chronische uitstellers schijnen een groter dan normale amygdala te hebben. Kun je ze dat kwalijk nemen? En wat doe je eraan? Operatief doormidden knippen? Digitaal laten krimpen?

Er is veel over te zeggen en de beschreven worsteling tussen de twee breinfuncties wordt verschillend geduid. Sommigen gaan zelfs zover dat ze menen dat uitstellers die vinden en geloven dat ze onder druk beter presteren, zichzelf voor de gek houden en kinderachtige wezens zijn. Dat zijn vast mensen met een ieniemienie pietepeuterig kleine amygdala, waarbij blijkbaar ook nog eens van een ideaal wordt uitgegaan: iedereen leeft en werkt planmatig, volgens schema's en keurig lineair. Immers, onder de afstand tussen twee objecten wordt altijd de lengte van hun kortste verbindingslijn verstaan. Die afstand wil je natuurlijk efficiënt afleggen.

Wij, GU's weten wel beter.

Over die verbindingslijn volgende week meer!


3 oktober 2020

Tijd om uit de kast te komen (GU1)

Vandaag, de dag voor onze nationale dierendag, is een mooie dag om uit de kast te komen. Zolang ik me kan herinneren word ik geplaagd door schuldgevoelens, schaamte, de gedachte dat ik een fraudeur ben en vooral het voornemen dat ik het de volgende keer anders ga doen en dat voornemen dan zie falen. Keer op keer op keer. Aangezien er de afgelopen jaren weinig tekenen van enige verandering te zien zijn geweest en ik al redelijk ver in het tweede deel van mijn levensboek ben aanbeland, dacht ik het er nu maar eens uit te gooien: ik ben een GU! Of dat heel erg is en of ik dat überhaupt wil veranderen is niet de vraag. Het is een vaststelling dat het deel is van mijn wezen: Ik ben GU en kan (wil?) niet anders.

Een GU is iemand die iets toezegt te gaan doen, of iets moet doen en dat ook wil doen en het ook wel doet maar altijd op het laatste moment. Het schrijven van een stuk (paper, opstel, boek, blog enz..), het voorbereiden op een examen, het grondwerk doen voor een preek of lezing; de Geboren Uitsteller zal het (vrijwel) altijd op het laatste moment doen en zich ook altijd voornemen de volgende keer planmatiger te werk te gaan en de taak over een bepaalde periode te spreiden, wat vervolgens natuurlijk niet gebeurt hetgeen de GU eigenlijk al lang wist. Zo zit de GU gevangen in een zich almaar herhalende cyclus met alle gevoelens die dat weer oproept.

Het bizarre is dat veel GU's juist veel voor elkaar krijgen en behoorlijk productief kunnen zijn. Toch voelen ze zich schuldig over al die tijd die ze in hun beleving weg laten lekken.

De komende tijd wil ik hier wat Blogs over schrijven. Er is namelijk best wel het een en ander over te zeggen en ik wil de lezer een kijkje gunnen in het brein, acties en overwegingen van de GU.


Vandaag nummer 1 (en ik heb er nogal wat): 

Er is altijd wel iets te doen dat ook belangrijk is maar feitelijk een excuus is om niet aan dat wat net iets belangrijker is te werken.

Voorbeeld: De reden dat ik nu deze blog schrijf is eigenlijk een legitimering voor het niet bezig zijn met het schrijven aan mijn boek. De deadline voor het boek is 1 November dus heb ik nog 28 dagen en ik weet dat ik makkelijk uitstel kan krijgen tot 31 december. De blog wilde ik schrijven maar natuurlijk moet dan eerst mijn bureau opgeruimd zijn en zie ik ook dat het zeepbakje boven het aanrecht wel eens lekker geschrobd mag worden. Als het zeepbakje schoon is (check) en mijn bureau opgeruimd (check) kan ik mijn Blog gaan schrijven (check) zodat de hele middag beschikbaar is voor het boek. Ik weet nu al dat ik iets anders zal vinden om te doen dat natuurlijk ook belangrijk is. Hoe lang het nog duurt tot het punt dat ik niet langer niet kan schrijven, weet ik niet precies. De GU weet pas wanneer dat punt aanbreekt als hij/zij daar aankomt. Zoiets valt niet te plannen.

Is het nu zo dat de GU tijdens het almaar uitstellen van het werken aan, of uitvoeren van opdracht A niets met A doet? Daarover de volgende keer

Nu het hoge woord er uit is en middels deze Blog in de openbaarheid gebracht wil ik alle medeGUers een hart onder de riem steken: Je bent niet alleen en ik ben je vriend! Wat de wereld om ons heen niet begrijpt is dat het spreekwoord "van uitstel komt afstel" in onze beleving en praktijk:

1) niet noodzakelijkerwijs waar is 

2) een waardeoordeel over ons uitspreekt dat 

3) ons diep raakt en in belangrijke mate de schuld is van hoe wij ons voelen over ons GU zijn.

Houd moed!

Update 15 uur: Heb net een film gekeken.