17 februari 2020

Gemeenschapsarmoede en er bleekjes uitzien

Hemoglobine, dat in onze rode bloedlichaampjes zit, heeft als taak om de levengevende zuurstof naar alle hoeken en gaten van ons lichaam te transporteren. Als we te weinig rode bloedlichaampjes hebben, en het bedrijf dat verantwoordelijk is voor het transport van de zuurstof in het bloed dus onderbezet is, hebben we bloedarmoede. Duizeligheid, vermoeidheid en er witjes uitzien zijn enkele van de symptomen.

Ik bedacht dat dit wel een aardige metafoor is voor wat ik gemeenschapsarmoede noem. De mensen om ons heen, de gemeenschap waar we deel van uitmaken, zijn als de rode bloedlichaampjes die ons voorzien van de onderdelen die we nodig hebben om als mens gezond te kunnen functioneren. Ze leveren de ijzer die nodig is voor een volle mep bloedlichaampjes en een gezond functionerend transportbedrijf.
Natuurlijk zitten er in die gemeenschap waar we deel van uitmaken allerlei Jutten en Jullen die we misschien liever kwijt dan rijk zijn. Ze stellen teleur, eisen teveel aandacht op, doen en zeggen domme dingen, delen onze normen en waarden niet en zo kan ik nog wel even doorgaan.

Toch hebben deze (in onze beleving) stoethaspels (Donald Duck is er een)* een belangrijke, levengevende functie. Ze confronteren mij met mezelf, irriteren mij (wellicht omdat ik meer van mezelf in hen zie dan me lief is of ik bereid ben te erkennen) en roepen reacties in mij op die niet wenselijk zijn en schadelijk kunnen zijn voor anderen. Met andere woorden, ze voorzien mij van een soms overdosis aan zuurstof die mij erbij bepaalt dat ik volop mens ben. Maar wil ik dat wel?

De natuurlijke reactie van de mens in ongewenste en bedreigende situaties is vluchten, of blijven (fight of flight). De optie vluchten is een keuze tot het zich terugtrekken in een minimale bubbel, een mini biotoop waarbinnen geen plaats meer is voor "checks and balances" - ik laat de polonaise aan mijn lijf voorbijgaan. Het probleem dat hier kan ontstaan is dat die mini bubbel van gesloten en beperkte gemeenschap een eigen waarheid  wordt die tot God verheven wordt. Is niet heel erg gezond en leidt op den duur tot "duizeligheid, vermoeidheid en bleekheid;" depressie, uitzichtloosheid en besluiteloosheid.
Het besluit om te blijven en de stoethaspels in mijn leven te omarmen leidt tot gezonde (zelf)reflectie, aanscherping van denken en doen en een afstappen van het altijd maar vergelijken en veroordelen.

Het afgelopen weekend was een voorbeeld van een forse stoot ijzer. Die Australiërs hier op het platteland nemen geen blad voor de mond, zeggen wat ze denken en gaan met open vizier de conflicten aan en in. De beperkte omvang van de gemeenschap laat hen ook geen andere optie. Je moet met elkaar werken, leven en bewegen. Er gaat zeg maar een hoop ijzer om in deze omgeving. Dat is wat anders in Rotterdam en de plaatsen in haar buurt. Daar kun je de stoethaspels uit je buurt houden of je van hen verwijderen door een ander clubje op te zoeken of te stoppen met deel zijn van wat voor clubje dan ook. Vroeger of later treden de symptomen van gemeenschapsarmoede op en kom je tot de ontdekking dat je een stoethaspel bent geworden.
Nee geef mij de hele mep maar. Niet altijd even prettig maar op de duur veel gezonder.

1) Dreutel 2) Klojang 3) Klojo 4) Klungelaar 5) Kluns 6) Kruk 7) Lummel 8) Oliekoek 9) Onbeholpen persoon 10) Onbehouwen persoon 11) Onhandig iemand 12) Onhandig lang mens 13) Onhandig mens 14) Onhandig persoon 15) Onhandige persoon 16) Stoetel 17) Stumper 18) Stuntel 19) Stuntelaar 20) Sufferd

10 februari 2020

Het kind is helemaal gelukkig

"Het kind is helemaal gelukkig;" een vaststelling die ik mijn nicht en reisgenoot nu een aantal keren heb horen mededelen Op die momenten dat al het goede en verwachtte jouw kant op waait en alles eventjes helemaal klopt, vatten die paar woorden de beleving van dat moment keurig samen. Dat het vaak maak eventjes duurt en dat windje van geluksbeleving makkelijk weer verder waait, doet niets af van het feit dat die momenten bestaan en het leven de moeite waard maken
.
Ik stel me zo voor dat die momenten van intense geluksbeleving constant zouden zijn. Daar zou je toch voor tekenen? Of kan het zijn dat je daar dan aan went en een nog intensere wind nodig is om dat eerste moment te herbeleven?

Ik moest hieraan denken toen ik zojuist het wel en wee van de afgelopen twee weken overdacht. Ik ben nu 15 dagen onderweg met nog 16 te gaan en realiseer me dat ik een bijzonder gelukkig mens ben en van mijn werk houd: dit is wat ik doe!
De mindere dingen - soms voel ik me een vreemdeling in mijn eigen club - neem ik voor lief. Die horen erbij.
Het afgelopen weekend vijf studies gegeven aan een groep jong volwassenen. Studies gingen over de Bergrede van Jezus. Het mooiste compliment dat ik, de eeuwige aan zichzelf twijfelende en best wel onzekere Jan den Ouden, kreeg was de vraag of ik volgende jaar terug wil komen voor meer.

Kijk, daar wordt dit kind helemaal gelukkig van.

6 februari 2020

God verzoeken om te vullen

Of de Heer de ruimte alsjeblieft wilde vullen met zijn tegenwoordigheid.
Iemand bad dat.
Maakte tegelijk een geruststellend verwelkomend gebaar met beide armen.
Zo'n gebaar waarbij je voelt dat de gebaarder probeert te zeggen: "mi casa es su casa."

"Ja Heer, we nodigen u echt uit," viel een ander de iemand bij.

Ik probeerde me het plaatje voor te stellen dat hierbij zou kunnen passen.
God bij de deur. Hij kijkt naar binnen waar een groep mensen in rijen achter elkaar in een soort brede bus zitten. Ze zingen liederen. Sommigen zitten, anderen staan. Een iemand kijkt ernstig, weer een ander kijkt met een hemelse glimlach naar het plafond. Weer een, ditmaal staande, ander kijkt met "een blikje" naar de persoon naast hem die zwijgend zittend voor zich uit staart. Eén iemand schiet een propje weg en weer een ander veegt met de duim snel iets van om of nabij de neus weg.
God aarzelt om naar binnen te gaan. Hij wacht op de officiele uitnodiging. Iedereen in de ruimte weet heus wel dat Hij er allang is maar het is beter te wachten op een formeel welkom.
De groep heeft zich warmgezongen en het moment is daar dat iemand die de band op het podium lijkt aan te sturen Zijn aanwezigheid bevestigt met een officieel welkom.
Natuurijk was Hij al aanwezig. Het verschil is dat Hij nu echt aanwezig is en aan het werk kan. Men is er klaar voor.

Mocht je je ooit onder een groep biddende mensen begeven, let dan eens op hoe vaak het woordje "echt" valt. Het voelt dan alsof tot het moment dat het woordje "echt" valt, alles wat daarvoor gebeden werd onder de noemer "gewoon" valt en dat alles wat na "echt" volgt pas echt menens is. Totdat "echt" nog een keer valt en daarmee impliciet het daarvoor gebedene en gezegde minder verklaart.

Zou God misschien een maatje groter kunnen zijn?
Leven we en begeven we ons immers niet in de ruimte die we Gods tegenwoordigheid noemen? "Ik ben," zo stelt Hij zich voor aan Mozes.
"Ik ben" laat zich onmogelijk vertalen in twee- en drie dimensionale beelden, of in schamele woorden, hoe vernuftig en knap dan ook gevonden.
Er valt niets uit te nodigen, of te smeken om te vullen.

Daar waar geen enkel beeld van God meer over is om op terug te vallen, of aan vast te houden of naar terug te grijpen; in die leegte en die stilte die volkomen gevuld is met "Ik ben," pas daar wordt geloof mogelijk.
De tranen die mensen schreien, de vragen die ze stellen, de wanhoop die ze voelen, het verlies dat ze lijden, de antwoorden die zich maar niet laten vinden; het beste van God dat we ze kunnen geven is "het er zijn." In dat "zijn" wordt de manifestatie van God wellicht het sterkst ervaren, ook al ontbreken de woorden om het te omschrijven.
Daarom ook is de centrale plaats van Christus in het Godgeloof essentieel. In Christus zien we het wezen van God gemanifesteerd. Zonder Christus is en blijft God de onzienlijke en de eeuwig abstracte. In Hem komt Gods wezen naar voren en naar boven (eigenlijk beneden).

Vormen, verwachtingen, systemen en structuren gebruiken we om God wat tastbaarder en het leven meetbaarder te maken. Schamele pogingen zijn het die zomaar de plaats van God in kunnen nemen en/of kunnen verworden tot een show. Als we dat loslaten en in dat schijnbare niets terechtkomen, daar waar geloof mogelijk wordt, zien we Christus.