27 oktober 2018

Knippen en Plakken met de Bijbel. Dit vinden we helemaal niet "leuk" om te lezen.

Met enige passie gaf ik een voorbeeld: "Stel je voor dat na lang voor België te hebben gebeden en het land te hebben geclaimd overeenkomstig de belofte in Psalm 2:9 (Vraag het mij en ik geef je de volken in bezit, de einden der aarde in eigendom), God op een dag besluit dat je, door je aanhoudende gebed te hebben bewezen echt geïnteresseerd te zijn in België, het land mag hebben.
Een aantal dilemma's dringt zich meteen op. 
1. Ik had nooit gedacht dat ik het land zou krijgen.
2. Heb ik het toch gekregen, maar wat moet ik met een onbestuurbaar land?

Ik vraag om raad.
Iemand stelt voor dat diezelfde Bijbel in diezelfde Psalm wellicht een verborgen hint bevat die uitsluitsel geeft over de volgende stap.
En jawel, meteen het volgende vers geeft helderheid, en is nog specifiek ook: "Jij kunt ze breken met een ijzeren staf, ze stukslaan als een aarden pot."

Daar sta je dan met je honkbalknuppel en een onbestuurbaar land.

Het eerste vers plakken we op T-shirts, ansichtkaarten en koffiemokken.
Het tweede vers wordt genegeerd want knippers en plakkers hebben niets met context. Stel je voor dat we aandacht moeten gaan geven aan het verhaal om het geknipte vers heen; niet dus!
Ik ga een Tweede Vers Beweging  (TVB) beginnen als doel Knippers en Plakkers een halt toe te roepen. Knippers en Plakkers laten de Bijbel zeggen wat ze willen. Gevaarlijk.

Een dag later lopen we met de groep door Tirana om een ijsje te eten. Breed grijnzend wijst een collega me op z'n T-shirt. Staat uitgerekend die tekst uit Psalm 2 op z'n shirt!  Blijkt het "Vraag het mij" versje het motto van een zomeractie te zijn. Uiteraard staat er geen afbeelding van een honkbalknuppel naast.
Ik schaam me diep en ben licht verontwaardigd. Ik had toch echt gedacht dat OMers de Bijbel met dieper respect behandelden. Echter, ook binnen onze club wordt regelmatig en ook wel structureel geknipt en geplakt.

Het loslaten van het grote verhaal van God leidt onherroepelijk tot het construeren van eigen verhaaltjes die nog maar zijdelings met Zijn grote verhaal te maken hebben. 
Het toeëigenen en claimen van willekeurige en/of nauwkeurig geselecteerde Woorden die in het grotere verhaal nauwelijks iets met mij te maken hebben is een typische vrucht van de immer wassende centraalstelling van het individu.

Na het T-shirt incident had ik wel een somber moment. Als mijn gepassioneerde pleidooi voor het respecteren en eerbiedigen van de onmiddellijke en bredere context van een Woord of Vers een dergelijke provocerende "I don't give a shit" reactie oproept, kan ik er wellicht beter het zwijgen toe doen.



15 oktober 2018

FF terug naar waar het allemaal begon

Den Ouden Nieuws
Oktober 2018, nummer 162

Door de deuren na de douane en immigratie lopend, spotte ik al snel mijn OM collega die me in de aankomsthal van het vliegveld in Santiago de Chili op stond te wachten. Na aankomst op de OM basis kon ik meteen aan de bak. De vijfdaagse training in Mentoring die ik samen met een collega uit Canada gaf had van tevoren wel wat vragen opgeroepen. Hoe zal de dynamiek zijn als je studenten, staf en leidinggevenden bij elkaar in een klasje zet? Durft men open en eerlijk te zijn? Is de hiërarchie voelbaar en een belemmering? Wat ik echter aantrof was een diep onderling respect en vriendschappen. Dat creëert een veilig klimaat waarin men zich bevestigd en gewaardeerd weet. Ik had een vrijwilliger gevraagd om mijn "slachtoffer" te zijn in een Mentoringsessie. De echtgenote van de man die zich aanbood vertelde me later dat het best wel heftig was om haar man publiekelijk zo kwets-baar en eerlijk te zien. De als eenmalig bedoelde sessie is uiteindelijk een langer durende Mentoringreis geworden en we spreken elkaar nu maandelijks via Skype. Een steeds groter deel van mijn tijd gaat in dit soort Mentoring en coaching zitten. Met veel genoegen, kan ik wel zeggen.

Een maand later gaf ik in Ecuador een week les aan een klasje van vijftien jongeren die zich drie maanden lang voorbereidden om ergens op de wereld door woord en daad ver-antwoording af te leggen van de levende hoop die ze hebben gevonden in Christus. Het jonge echtpaar dat de training leidde viel op door hun enthousiasme, toewijding en des-kundigheid. Hun passie is training en mentoring. Ik besloot ze uit te nodigen om verant-woordelijkheid voor coaching en Mentoring binnen OM Latijns America op zich te nemen. Voor het echtpaar (Daniel en Anita) betekent dit dat een langgekoesterde droom, begint uit te komen. Het grootste obstakel vormen de financiën. Veel Latino's kampen met de-zelfde realiteit en tenzij ze "sponsors" vinden kunnen ze hun vleugels niet uitslaan. In ver-trouwen heb ik hun tickets geboekt om de clinic en training later dit jaar mee te kunnen maken.

Van Februari tot half September ben ik intensiever betrokken geweest bij OM Nederland. Het "Team Mobilisatie" zat onverwachts zonder leider. Meteen "ja" gezegd toen ik werd gevraagd om het ontstane gat te dichten. Het team is de afgelopen maanden aardig ge-groeid en er is een ontspannen sfeer ontstaan waar creatieve energie vrijelijk kan stromen. Deze "buitendienst" (re)presenteert OM in kerken en groepen en heeft als focus het mobili-seren (optrommelen en inschakelen, actiebereid maken) van volgelingen van Christus in de breedste zin van het woord. Ik blijf bij het team betrokken maar niet als leidinggevende zodat ik mijn aandacht meer op de opdracht vanuit OM Internationaal kan geven.

Het zendingslandschap is de afgelopen dertig jaar behoorlijk veranderd. Toen werden we door kerken en groepen gebeld met de vraag een presentatie of (s)preekbeurt te komen verzorgen. Anno 2018 moeten wij bellen met de vraag of we misschien iets mogen komen vertellen waarbij we aansluiten bij de talloze mini-stichtingen, grote en kleinere organisa-ties, en particuliere initiatieven zoals sponsorlopen, bergbeklimmingen, hongermarathons. Allemaal geweldige en loffelijke doelen die zendtijd willen.
Dertig jaar geleden moest je ook wel iemand laten opdraven als je specifieke informatie over bijvoorbeeld het schepenwerk van OM wilde hebben. Dan kwam er een mannetje met diaprojectors en een verhaal. Dia's laten we al lang niet meer zien en als je iets wilt weten over OM en LogosHope is Google je startpunt. Een aantal muisklikken en je hebt toegang tot meer informatie dan je lief is.

Hadden we toch onze twee kleinzoons, Noël en Isaac, tien dagen over de vloer. Ik heb er een fietszitje, een zandbak en 100 liter speelzand voor aangeschaft. Ook een "Cars" tent waar ze vijf minuten mee hebben gespeeld en verder de overige 9 dagen, 23 uur en 55 minuten genegeerd. Opa Jan bracht de belhamels weer terug naar Barcelona. Onvergetelijke dagen met de mooiste herinneringen!


Martha is aan haar tweede jaar aan de Nieuwe Akademie Utrecht (kunstonderwijs) begonnen. Ze schildert, knipt, plakt alsof het een lieve lust is. Als je haar zoekt is de kans groot dat ze op de zolder te vinden is in haar "She Shed."

De komende maanden zit er weer wat reizerij in de planning. Zin in! Het blijft toch het mooiste om te (s)preken. Mensen prikkelen, aanmoedigen, stimuleren en uitdagen. De afgelopen dagen had ik het genoegen om de Short Term staf van OM Europa mee te nemen in een reis naar en rondom de zogenaamde Bergrede. Omdat ik niet echt een lineaire spreker ben was het vooral rondom.
Financieel gaan we een spannend kwartaal tegemoet. Enkele financiële supporters kunnen de steun die ze gaven door veranderde omstandigheden niet langer continueren en we kijken aan tegen een gat van zo'n 350 euro per maand.

We zijn trouwens in blijde verwachting van ons vijfde kleinkind. Martijn en Janne verwachten hun eerste kindje ongeveer nu.

Martha en ik willen jullie bedanken voor alle bemoedigingen en concrete (financiële)  support. Daardoor kunnen we dit werk al 31 jaar doen en hopen we nog lang voort te kunnen zetten.

8 oktober 2018

Voedsel en Onderdak? Graag met een nieuwe leasebak

Een goede vriend van me stelde vragend voor : "Waarom begin je niet voor jezelf? Die training voor mentors en coaches die jullie hebben ontwikkeld zit gewoon goed in elkaar en daar is zeker een markt voor, nog los van alle ervaring die je hebt in training, het ontwikkelen van mensen en noem maar op."
Bij tijd en wijle denk ik daar wel eens over na en droom dan hoe het geld als bijna vanzelf binnenstroomt, ik mijn negentien jaar oude Volvo in kan ruilen voor een electrische leasebak en vooral dat ik dan helemaal VRIJ zou zijn!
Dat laatste, plus nog een ander dingetje houden me echter zo tegen dat ik die stap waarschijnlijk nooit zal zetten.
Het zogenaamde "vrij" zijn is namelijk nogal betrekkelijk. Sinds de regering het volk is gaan stimuleren om het juk van de knellende arbeidsovereenkomst van zich af te werpen en als zelfstandige hetzelfde werk te gaan en blijven doen en bedrijven hun personeel aanmoedigen om ontslag te nemen om zich vervolgens op uur- of klusbasis door datzelfde bedrijf in te laten huren, zijn we teruggekeerd naar de tijd van de dagloners.

Vincent van Gogh "Going out to Work,"  1890
De vroegere dagloner was vooral de man die zelf geen land en/of boederij had en tegen een dagloon arbeid verrichte voor de persoon die een te grote boerderij had, teveel land en/of vee om in z'n uppie te kunnen onderhouden en bewerken. Als er werk was had de dagloner inkomen en als er geen werk was werd het behelpen met aardappelschillen, aardappelsoep of gewoon niets.

De tegenwoordige dagloner heet ZZP-er en er zijn er niet weinigen die tegen de aardappelsoepgrens aan leven: inkomen is niet gegarandeerd, bescherming en rechten zijn er niet of nauwelijks en men moet de boer op om zichzelf te verkopen.

Ik ben op LinkedIn te vinden, evenals veel van mijn vrienden, kennisen en vooral nieuwe (oude) potentiele vrienden en kennissen die graag willen "connecten". Niet zozeer omdat ze in mij de lang verloren gewaande oude schoolvriend hebben gevonden maar omdat ze iets te verkopen hebben: zichzelf. Deze ontwikkeling wordt ten onrechte onder de noemer "vooruitgang" geschaard terwijl het niets anders is dan een in een modern jasje gestoken nekkartonnetje  met "ik zoek werk" erop gekalkt. Je weet wel, die arme mannen en vrouwen die 's-morgens op verzamelpunten bij elkaar komen in de hoop dat er een busje komt met een manier die werk voor een dag aanbiedt.
Dat is één.

Het andere dingetje is het feit dat ik vreselijk slecht ben in het verkopen van mezelf. Jezelf neerzetten met een opsomming van je geweldige en lange ervaring, expertise, know-how, toffe persoonlijkheid en temperament, plus de hemelhoge aanbevelingen van vrienden wier levens zo geraakt en veranderd zijn door jou en jouw produkt.... ik kan het gewoonweg niet. En misschien, diep van binnen, wil ik het ook niet.
Maar misschien zit er nog iets anders achter. Een tijd terug kreeg ik tijdens een training, bedoeld om mij te helpen nog beter te worden in wat ik denk dat ik aan het doen ben, de opdracht om op papier te zetten waar ik over vijf jaar wil zijn. Daar was ik snel mee klaar. Ik had opgeschreven: "Als ik over vijf jaar in staat ben om te doen wat ik vandaag doe, ben ik een van de meest gelukkige en prijzenswaardige mensen op aarde." De trainer vond dat overigens geen goed antwoord en verweet me gebrek aan persoonlijke visie.
Het markteconomische denken (consumptiegoederen worden door anderen gemaakt en middels handel verdeeld) heeft de wereld veel goed gebracht maar kan ook doorslaan. Het is juist dat denken dat vooruitgang  (altijd maar meer en groter) tot god heeft verklaard en fnuikend doet over hen die genoegen nemen met dat wat er nu is. Vandaag applaudiseert mijn hart voor die laatste groep.
Natuurlijk is er veel en veel meer over te zeggen maar dat doe ik niet. Vandaag vier ik mijn vrijheid door eens flink aan de slag te gaan!

"Want wij hebben niets op de wereld medegebracht; wij kunnen er ook niets uit medenemen. Als wij echter onderhoud en onderdak hebben, dan moet ons dat genoeg zijn." (Apostel Paulus)

1 oktober 2018

't Schiet nu echt op: de wereld naar de hel

Ja, ik rijd in een gele auto. Je ziet ze niet zo heel veel maar ze zijn er wel. Ze vallen op en kennen een aantal voordelen. Gele auto's worden het minst gestolen. Ze vallen wat meer op, zowel overdag als 's-nachts, wat meteen een aannemelijke reden kan zijn dat ze het minst gestolen worden. Nu loopt mijn auto nog minder risico om gestolen te worden omdat hij tegen de twintig jaar oud is.
Zomaar een statistiekje waarin wat harde feiten gepresenteerd worden. De meeste mensen hebben niet zo'n hoge pet op van onderzoek, feiten en statistieken en geloven liever wat hun onderbuik hen influistert. Selectief lezen, kijken en luisteren bevestigt vervolgens hun gelijk.

Zo had ik de afgelopen weken wat gesprekjes waarin terloops het eind der tijden aan bod kwam. "Het duurt niet lang meer, alle puzzelstukjes die aan de komst van Christus voorafgaan liggen nu zo'n beetje op hun plaats. En kijk nu eens naar de toename van het aantal rampen, er is elke week wel iets en dan hebben we het nog niet eens over al die oorlogen. Je ziet de liefde tussen mensen verkillen. Nee, het duurt niet lang meer."

Viktor Vasnetsov, de vier ruiters van de Apocalyps
Ik doe mijn best om de ander tot een dialoog te verleiden: "René Pache stelde hetzelfde in 1955 (De Komende Christus) en ook Hal Lindsey (De planeet die aarde heette) zette in 1970 de zogenaamde eindtijd ook weer eens heerlijk op de kaart, daarbij de nodige controverse veroorzakend." "Trouwens, de eerste generatie christenen was ervan overtuigd dat zij de laatste generatie waren." 
Ik vermoed dat iedere generatie op zoek gaat naar tekenen en bewijzen dat het nu niet lang meer kan duren. Sommige christelijke coryfeeën gooien nog eens olie op het vuur die de controverse verder aanwakkert. Zo liet onlangs ene O. B. te D. zich op de vaderlandse televisie verleiden om er een x aantal jaren aan te verbinden. Dat was niet handig en het heeft hem vast heel wat energie en tijd gekost om verontruste volgelingen die hem ter verantwoording riepen te kalmeren. Zo blijft de kerk lekker in beweging maar of die beweging nu onder de categorie gewenste bewegingen van de kerk bijgeschreven kan worden? Ik vrees van niet.
Naast dat Paché en Lindsey miljoenen christenen hebben gewezen op de mogelijkheid van een komende Apocalyps hebben ze diezelfde miljoenen ook opgezadeld met een specifieke manier van Bijbellezen en -begrijpen. Zo hebben ze miljoenen semi-literalisten voortgebracht. Ik schrijf semi, want literalisten zijn vrijwel altijd selectief, behalve Leo Tolstoi maar die is er dood aan gegaan. 

Ik kom nog even in de verleiding om te verwijzen naar het Human Security Report (Google, lees en huiver) over de dramatische terugloop in het aantal slachtoffers van oorlogen (we leven in de meest vredige tijd ooit!) of naar Steven Pinker's "Ons betere ik, waarom de mens steeds minder geweld gebruikt". Niet dat ik meteen een Steven Pinker fan ben maar hij onderbouwt zijn stellingen met heldere statistieken.
Ik zie ervan af omdat ik het waarschijnlijk alleen maar erger maak en waarschijnlijk het label ketter opgeplakt krijg.
Het aantal aardbevingen en tsunami's neemt niet toe: "Over een langere tijd is het aantal aardbevingen constant. Gemiddeld zijn er jaarlijks 17 met een kracht van 7 à 8. Vanaf het jaar 2000 ligt het aantal iets lager" (Bron: wibnet.nl). We denken dat het vaker voorkomt, of willen dat denken maar het heeft meer met perceptie te maken veroorzaakt door moderne technologie. De aardbevingen en tsunami's stromen vrijwel in werkelijke tijd onze smartphones, tv's en pc's binnen. Vroeger lazen we er af en toe over, nu zien we ze allemaal, met alle gevolgen ervan, in fullcolour en stereo.

Is het misschien typisch menselijk om koppig vast te houden aan een onderbuikgevoel en harde feiten gewoonweg negeren? Is het echt teveel gevraagd om van mensen te verwachten dat ze naar het grotere plaatje, Gods metaverhaal, kijken? In dat verhaal zou het zomaar mogelijk zijn dat het einde (dat al 2000 jaar nabij is) morgen is. Maar ook over 1000, of zelfs 10.000 jaar.
Ik ben maar een miniem puntje in dat verhaal. Dat puntje krijgt slechts betekenis in de grote context. Vanuit die context kan ik oprecht zeggen dat ik hoopvol gestemd ben. Anders had ik wel een andere kleur auto gereden.
Zwart of zo.

24 september 2018

Satan's Fluytencast

In de tachtiger jaren van de vorige eeuw speelde ik gitaar in een gospelkoor. Ik zong ook. Tenor. Ik kon best wel hoog.

We hadden geen drumstel. Dat zou teveel afleiden en bovendien deden obscure theorieen rondom de "beat" de ronde. Die zouden een hypnotiserend effect hebben en het publiek wel eens een roesje kunnen bezorgen. Inleidend- en tussenspel was ook altijd summier en dienden vooral als een vier tellen voorafje en/of adempauze. De instrumenten hadden slechts ten doel de tekst te dragen en ingetogen te presenteren, zoals een koekenpan slechts dient om dat waar het echt om draait, te presenteren.
Ik hoorde wel eens andere bandjes en koren. Sommigen hadden wel een drumstel en ik droomde ervan dat de Heer ook ons als gospelkoor op een dag zou laten zien dat je best wel klappen tot Zijn eer kon uitdelen.

Nu we (eindelijk) op een punt in onze kerkgeschiedenis zijn aangekomen dat de aanbiddingsteams van de hippere kerken tot twee cijfers achter de komma de filosofie, psychologie, aanpak, strategie, tactiek en zelfs theologie van aanbidding (inclusief "afstemming") hebben uitgedokterd, hoeven we alleen maar te wachten tot de wat langzamere kerken volgen.
Trouwens, ik moet de eerste kerk nog tegenkomen waar niet bij grote regelmaat gedoe is rondom de samenzang en/of volume van het PA systeem.

Het gebruik van instrumenten in de kerk kent een kleurrijke geschiedenis. In de vroege kerk was er niet echt ruimte voor instrumenten. De kerkvader Chrisostomos noemde de muziek een Joodse instelling en gaf aan de in de Bijbel genoemde instrumenten een symbolische betekenis. Langzamerhand vinden pauken, trommels en fluiten hun weg naar de kerk en komen bij elkaar in het orgel. Zo werd het orgel een dingetje dat, door de achterdeur van de reformatie binnengesijpeld, een leuke duit in de toen toch al overvolle agendazak deed. Dat die discussie er af en toe fel aan toeging illustreert het voorbeeld van de Dordtse Synode die in 1578, onder leiding van Petrus Datheen besliste dat kerkorgels afgebroken moesten worden.

"Satan's Fluytencast" werd het kerkorgel wel genoemd. Het zou de aandacht wegtrekken van het gepredikte woord en het was ook nog eens Roomse uitwas! Bovendien vonden wereldse invloeden (lees: melodien) zo hun weg naar de kerk.
Je kunt er op wachten maar moderne ontwikkelingen binnen de muziek vinden na 15 tot 20 jaar hun weg naar de kerk. Het is gewoonweg niet tegen de houden.
Ik droom wel eens dat het andersom is; de kerk die de maat slaat in plaats van achter de band aan te sukkelen; een kerk die anticipeert in plaats van reageert.
Reageren en meedeinen op de golven van moderniteit is het scenario dat gedoemd is te mislukken. Vorige week heb ik alle boeken en Artikelen die de afgelopen twinti jaar zijn verschenen en die gaan over hoe de kerk zou moeten reageren op maatschappelijke, culturele en sociale ontwuikkelingen (of dat daadwerkelijk doen) in de container gegooid. Zo noem ik (en nee, ik zuig dit niet uit mijn duim): Hybrid church, Organic church, Transformational church, Essential church, Total church, Vertical church, Church worth getting up for, Purpose driven church, Simple church, Church shift, The emotionally healthy church, Rechurch, Sticky church, Center church, Deep and wide, Dangerous church, Church zero, Wow church, The externally focused church.

Misschien is de kerk teveel bezig met haar structuur, strategie, organisatie, uitstraling en intern gedoe. Een antwoord heb ik niet. Als dat zo was had ik al lang dat boek met daarin het antwoord geschreven en was ik mijn model nu aan het verkopen in binnen- en buitenland.
Tenor zingen kan ik niet meer. Hoogstens bas ik nog wat op de achtergond. Ik hou echt wel van een goed stukkie muziek (Bach is mijn nummer 1). Alleen die semi-serieuze flapdrollerij eromheen kan me gestolen worden.

17 september 2018

En toen stopte het orgel met trekken

Er is best wel wat te doen om het kerkorgel. Sommige kerken willen en zullen er niet vanaf. Hippere kerken die oude gebouwen kopen waar zo'n machine in zit slopen het er helaas maar al te vaak en veel te voorbarig uit. Daar maken ze best wel haast mee en het slopen of verkopen is dan ook een van de eerste bouw/breekklussen. Mocht het bij verkoop nog iets opleveren kan dat fijn worden geïnvesteerd in een hooguit matige PA installatie die nieuwe, hippe instrumenten gaat versterken die de zangers niet langer in het lied meezeulen maar 'dragen' (lekker basje...).

Naast dat een kerkorgel gewoon een gaaf ding is kent het een aantal functies.
Een van die functies is het meetrekken van het volk in liederen. Het loopt zeg maar een metertje voor de zingende aanwezigen uit. Dat vraagt wat kundigheid van de organist die een extra tel aan het being van de maat in moet passen. Dat gaat eigenlijk altijd wel goed, zeker waar het de wat 'gedragener' psalmen en gezangen betreft. Waar het mis kan gaan is bij iets te hippe liederen die niet langer één tot vier tellen in een vierkwartje verlangen maar acht, of zelfs uitschieters naar zestien.

Zo zongen we onlangs in een kerkdienst in Friesland de hippere verzie van Psalm 100. Vier coupletten met na ieder couplet vier keer "Halleluja, Glorie Halleluja." Omdat ik dat toch wel een heleboel "Halleluja, Glorie Halleluja's" vond, stelde ik de gemeente voor om eerst de vier verzen achter elkaar te zingen om vervolgens het geheel af te ronden met één keer vier keer "Halleluja, Glorie Halleluja."
Ik vond dat een redelijk voorstel maar de organist blijkbaar niet. Die riep vanaf het balkon acherin de kerk waar de klavieren zich bevinden: "Nee, gewoon het refrein na ieder couplet." Omdat ik daar als voorganger te gast was dacht ik dat het slim was om geen discussie te beginnen dus wierp ik mijn armen in overgave omhoog en zei: "De organist heeft besloten en ik wil geen ruzie met hem dus zingen we een totaal van 16 "Halleluja, Glorie halleluja's."
Met verve ging de organist van start en trok de gemeente het lied in. Dat ging goed tot aan het refrein. Om de een of andere mysterieuze reden besloot hij de gemeente te trakteren op een bonus-tel tussen de vier "Halleluja, Glorie Halleluja's" in. Verwarring alom. De gemeente op de automaat; doorzingen en doen alsof er niets aan de hand is terwijl de organist gewoon zijn eigen dingetje deed. Het resultaat was dat het orgel drie tellen na de gemeente bij de finish aankwam.
Gelukkig is daar het tussenspel waarmee de schade wordt hersteld en de boel weer wordt gesynchroniseerd. Nadat de organist terugkeerde van zijn geïmproviseerde uitstapje herhaalde het geheel zich dus nog eens drie keer. Om de spanning die was ontstaan enigszins op te heffen en er een niet al te serieuze zaak van te maken besloot ik met een "broeders en zusters, de vergelijking met de elfstendetocht dringt zich aan me op; we kwamen allemaal aan, maar wel op verschillende tijden." Dat kon de gemeente wel waarderen en het bood de gelegenheid om 'het rare' van zich af te lachen. De rest van de liturgie konden we zonder al te veel extra maten en tellen afronden.
Altijd wat te beleven in de kerk.

Moraal van het verhaal: altijd op je tellen blijven passen

10 september 2018

Waarom 'waarom?' eigenlijk niet mag en ik het toch doe.

In mijn 'tak van sport' is het ongewenst om de waarom vraag te stellen. Het schijnt ongepast en politiek incorrect te zijn om iemand te vragen waarom men iets vindt, denkt, doet, of laat. Het zou te confronterend en te pretentieus zijn; wie ben ik dat ik de ander ter verantwoording roep.
Om boze blikken van collega cursusleiders, trainers, personeelswerkers en agogen te voorkomen beweeg ik al jaren op deze trend mee en gebruik taal en vorm die de waarom vraag (on)kundig vermijdt.
"Kun je me helpen begrijpen wat deze reactie veroorzaakte?"
"Ik krijg de indruk dat ik ergens een zenuw bij je heb geraakt. Klopt dat?" Vervolgens laat je een stilte laten vallen waarbij er een kans is dat je gesprekspartner het waarom van zijn/haar reactie poogt te verwoorden.
"Kun je andere mogelijke reacties bedenken in een dergelijke situatie?"

De lijst is lang. Heel lang.

Gisteren, op de vroege zondagochtend, tijdens een twee uur durende rit naar Friesland waarbij ik vrijwel alle asfalft voor mezelf had en niets anders te doen had dan naar dat asfalt te staren, mijmerde ik daar over door en heb het besluit genomen om niet langer die zachte golf te besurfen. Ik ga weer waarom vragen. Niet te pas en te onpas maar daar waar gepast.
De indirecte benadering van de waarom vraag is net zo pretentieus, zeker als er geen relatie aan ten grondslag ligt want ook een antwoord op de zachte, indirecte, naar beweegredenen zoekende vragen vereist enige mate van vertrouwen. En hoe je de vraag naar de beweegredenen ook aanvliegt, het is en blijftt een synoniem van waarom.
Een vriend mag mij de directe waarom vraag stellen. Geen probleem.
Ook drie waaroms achter elkaar ervaar ik niet als een probleem of als bemoeizucht. Een antwoord op de eerste waarom kan zomaar aanleiding zijn om de motieven wat verder af te pellen en tot de kern van een probleem te komen.

Grote zaken, die de Eeuwige aangaan, snap ik niet en ik loop dan ook met het een en ander aan waaroms rond. Is dat erg? Welke theologische of filosofische antwoorden op de waarom vraag dan ook, ze rammelen allemaal en kunnen de zaak niet dichttimmeren. Achter de komma blijft een emmer vol aan mysterie over. Vraag maar eens door als iemand het denkt te weten; waarom geloof je dat? Waarom denk je dat dit de juiste visie of benadering is? Waar je waarschijnlijk uitkomt (wel blijven doorwaarommen) is een subjectieve beleving met gaatjes.


Onlangs bekeek ik het interview dat J. John had met Andrew White. Andrew White was tot 2014 predikant in Irak en heeft als bijnaam "Vicar of Bhagdad." Een zeer markant persoon die de donkere kant van het leven heeft ervaren. Hier is een kort fragment (1 minuut) waar hij ingaat op de vraag hoeveel van zijn stafleden (en kinderen) gedurende zijn leiderschap zijn vermoord. Als je tijd hebt bekijk dan hier het hele interview van een uur. Ik kan je beloven dat het je ziel diep zal raken!
Ter verheldering: Andrew Ahite heeft al jaren MS en dat heeft zijn spraak aangetast (vandaar dat je je afvroeg: "Waarom praat die man zo eigenaardig?)

Met de waarom vraag raken we het leven daar waar het ertoe doet en verdoezelen we de zaak niet meer. Waarom confronteert ons met de harde werkelijkheid van zaken die we niet begrijpen of kunnen doorgronden. En als het dan om grote dingen gaat waar we echt geen antwoord op hebben is het beter om er gewoon maar voor de ander te zijn, zonder het op proberen te lossen of een atwoord in elkaar te fabrieken. Een arm om de schouder is beter dan een lek antwoord.

Nu zijn er ook wel mensen die uit zelfbehoud woorden gebruiken als "het moest zo zijn,"  of "Gods wegen zijn ondoorgrondelijk." Ik denk echter dat deze berusting in het lot (want dat is het) niet de beste optie zijn. Als copingmechanisme werkt het voor een tijdje maar onherroepelijk komt men uiteindelijk weer uit bij waarom. Waarom dat zo is? Omdat het lot uiterst willekeurig en onbetrouwbaar is. Met dat soort gedoe willen we toch zeker niets van doen hebben?

3 september 2018

Kattenkop met hondenlijf en paardenstaart

Een verhaal lijkt wel wat op een dier: kop, lijf, staart. Die drie samen maken het tot een herkenbaar geheel.
Een van de vreemde trekjes die ik heb, trekjes waarvan sommigen zich maar moeilijk laten plooien, is dat als ik tijdsdruk ervaar de (on)bewuste neiging heb om "minuten te winnen." Zo wilde het geval dat er onlangs in de samenkomst waar ik sprak er al bijna een uur voorbij was toen mij het podium gegund werd. Omdat er na de preek ook avondmaal gevierd zou worden (wat vrijwel altijd en overal minimaal een half uur in beslag neemt) en ik mededogen met het publiek wilde tonen, besloot ik de kop van het dier te hakken. Vervolgens construeerde ik hapsnap een andere korte kop in de veronderstelling hiermee tijd te winnen. Daarna ging het bergafwaarts. Het lijf had nog wel wat te bieden maar de staart hing er vervolgens wat losjes bij. De mist tussen mij en het publiek trok langzaam en dik op. Dat zie je en dat voel je. Dus doe ik er vervolgens alles aan om de zaak te repareren om de mist te zien verdampen. Maar nu duurt het hele verhaal zelfs langer dan gepland en het publiek drijft verder en verder van me af en ik voel me meer en meer alleen staan; dit komt niet meer goed!

Nu krijg ik na mijn preken slechts zelden directe feedback. Nu wel: "ik heb geen idee waar je mee naar toe wilde nemen," was een terechte reactie. Omdat ik in deze kerk in de loop der jaren wel wat krediet heb opgebouwd zullen ze het waarschijnlijk wel door de vingers zien en me een volgende keer weer met een glimlach welkom heten maar een beste beurt was het niet.

Vraag: Wat heeft de spelende vrouw hiervan geleerd?
Antwoord: Nooit met de kop van een dier rommelen!

Ik lees graag en veel. Het soort boeken dat ik bij voorkeur lees (theologie, filosofie, psychologie) hebben vaak een behoorlijk lange inleiding of introductie. Vroeger sloeg ik die (om tijd te winnen?) over en ging direct door naar het "echte" werk. Dat heb ik inmiddels wel afgeleerd. Een inleiding lees ik nu vaak zelfs twee keer en wel om de volgende reden: als ik een antwoord lees zonder dat ik de vraag weet dan zegt dat antwoord niet zoveel, of leg ik verbindingen die de schrijver helemaal niet bedoelde.
Een goeie kop zet de vraag helder neer. Het lijf blijft keurig verbonden met de kop en de staart maakt het verhaal netjes af. Het resultaat is dat je gewoon een mooi beest hebt.
Tegen dat principe heb ik gezondigd en mijn doel (minuten winnen) niet gehaald.

20 augustus 2018

Een patatje zonderling

Na de samenkomst doolde ik met mijn automatenkoffie nog wat rond tussen de druk met elkaar in gesprek zijnde gemeenteleden. Iemand prikte me met een vinger in mijn rug. Ik draaide me om en een semi-bejaarde meneer stelde vragend vast dat ik dus uit Rotterdam kwam. Een betere openingszin is moeilijk te bedenken. Mijn verse gespreksgenoot kwam daar dus ook vandaan, hoewel hij ten zuiden van de rivier woont. Da's toch anders.

Wat bracht hem hier? Komt u hier vaker?
"De Heer" en "nee," waren de antwoorden.
Mijn "wat bracht u hier, meneer" was de vraag waar hij blijkbaar op had zitten wachten.
Wat volgde was een verhaal van het uit twee kerken te zijn gezet en hoe de Heer hem vervolgens duidelijk had gemaakt dat de beste man uitverkoren was om privéonderwijs van de levende God te ontvangen; "zoals de Heer van aangezicht tot aangezicht met zijn dienstknecht Mozes sprak, zo spreekt hij ook met mij."

Ik realiseerde me meteen dat ik in bijzonder gezelschap verkeerde. Iemand die een directe verbinding met God heeft, daar moet je zuinig op zijn en heel goed naar luisteren. Het gehalte aan openbaring dat volgde viel me enigszins tegen. Wat ik kreeg was een relaas over de zuiverheid van de Statenvertaling en hoe God zich slechts openbaart middels de zuiverste vertaling. Juist ja.
Hoewel de Heer hem dus duidelijk had gemaakt dat hij in de dienst moest zijn waar ik die morgen toevallig sprak, werd me al snel duidelijk dat hij niet de opdracht had gekregen om naar de preek te luisteren. Anders had mijn verhaal over hoe de mens geneigd is om secundaire zaken gemakkelijk te promoveren tot primaire zaken om er vervolgens mee aan de haal te gaan om het tot kernpunt van een persoonlijk missie te maken, wellicht wat irritatie bij hem gewekt. Nee, het was helder dat het idee dat een vertaling, of het verliefd zijn op eigen kennis en interpretatie een afgod kon worden bij hem aan dovemansoren was gericht. Een kenmerk van dit soort lieden is dat ze slecht of niet langer naar anderen luisteren. De kerk kan een afgod worden, zo ook de liturgie, de samenzang, de eigen ervaring, een leider of predikant en ga zo maar door.

Omdat ik mensen zoals hierboven beschreven regelmatig tegenkom en spreek, houdt de vraag wat hen bezielt mij regelmatig bezig. Ik ben tot de voorzichtige conclusie komen dat, als ze verder normaal functioneren en er geen sprake is van enige chemische onbalans in de hersenen, de stellige,  doch begoochelde ideeën een resultaat zijn van onzekerheid. De onzekere klampt zich redelijk gemakkelijk vast aan het vermeende zekere. Het geeft namelijk het houvast dat men buiten dat geloof mist.
Het geloof heeft met de wetenschap gemeen dat het steunt op dogma's, de fundamenten waarop de bouwstenen van de geloofsconstructie, of wetenschapsconstructie worden geplaatst die uiteindelijk tot een "logisch" geheel leiden.
Het idee dat taal en beeld (zie ook mijn vorige blog) slechts uitdrukkingen zijn van iets dat veel groter, dieper, onbegrijpelijker, en ondoorzichtiger is, gaat er bij sommigen niet in. Het vraagt echter niet al te veel verbeeldingskracht en redeneringsvermogen om in te zien dat beeld en taal altijd beperkt zijn in hun vermogen om dat diepere te vertalen. Vandaar dat we bijvoorbeeld zeggen: "woorden schieten tekort." Als het gevonden woord of het gecreëerde beeld wordt verabsoluteerd, is er sprake van een afgod.
Het wezen van geloof en wetenschap is dat ze nooit "uitgedogmaad" zijn. Dat is ook de schoonheid en aantrekkingskracht van zowel geloof als wetenschap. Dat wat we menen te weten dient voortdurend  te worden blootgesteld aan de werkelijkheid en onderworpen aan tests. Dat is geen bedreiging en kan slechts leiden tot een treffender beeld of woord en een robuuster "weten,"

Ik wens mijn gespreksgenoot het allerbeste (en zo weinig mogelijk slachtoffers) toe en mijzelf meer geduld. Ja, ik verlies mijn geduld vrij snel. Helaas komt dat de zaak niet ten goede.

14 augustus 2018

Zing, zing, zingen maakt blij



Na uren in vliegende buizen met vleugels te hebben doorgebracht spuwen de tientallen passagiersbruggen die de vliegmachines met het luchthavengebouw verbinden hun honderden passagiers uit. Vermoeid, enigszins gedesoriënteerd, geïrriteerd, een enkeling nog enigszins fris, volgt de massa de bordjes die naar de verlossende uitgang, toiletten of (minder verlossende) doorverbinding wijzen. Aan het eind van de tunnel zingt een man. De breed glimlachende Afro-Amerikaan zingt de passagiers een welkom toe en dirigeert de uitgang zoekende passagiers naar links en de doorverbindende passagiers naar rechts. Met weidse gebaren onderstreept hij zijn woorden. De tot dan toe redelijk in zichzelf gekeerde massa verandert zichtbaar. Hoofden gaan omhoog, irritaties verdwijnen als sneeuw voor de zon en het aanstekelijke optimisme van de zanger tovert bij de meeste een glimlach op het gezicht. 

Ik had al enkele keren het voorrecht gehad om bij aankomst in New York de beste man bij mijn aankomst te treffen. Tijdens het landen vroeg ik me af of hij er vandaag weer zou staan. Ik hoopte het van harte, temeer ik zo'n passagier ben die gemakkelijk door irritatie en andere gevolgen van reisstress overmand wordt. Het besef drong tot me door dat deze vriendelijke man in mijn hoofd was gaan zitten.
Ja, hij stond er weer en ik kon mezelf niet helpen of tegenhouden; zijn optimisme en vriendelijkheid spoelden alle stress van me af zoals een welkome douche het zweet en vuil van het lichaam spoelt. Na zo'n douche voel je je weer helemaal mens.

Na zonder al te veel moeite alle vliegtuigvoedsel dat me gedurende de reis was aangeboden te hebben geweerd, was ik nu wel aan een gezonde hamburger met frietjes toe en parkeerde mezelf bij de eerste de beste fastfood tent die ik in de aankomsthal tegenkwam. Net toen ik de hamburger in een houdgreep had en richting mijn gezicht bewoog zonder dat er al te veel spul van tussen de broodjes wegsijpelde, vroeg een man of de stoel naast me vrij was. 
Hé, die man ken ik. Dat is de man die passagiers al zingend welkom heet in het land waar alle dromen (kunnen) uitkomen. Het was zijn lunchpauze en uiteraard greep ik de gelegenheid aan om hem eens ernstig te ondervragen.
Zijn optimisme was voor hem een logische gevolg van zijn geloof en hij vertelde me hoeveel voldoening het gaf om een lach op het gezicht van vermoeide passagiers te zien verschijnen: "Dit is mijn missie en ik heb dit tientallen jaren met veel genoegen en voldoening mogen doen." 
"Hoezo, mogen doen?"
"Wel, jongeman, vandaag is mijn laatste dag. Ik ga met pensioen."
Fijn voor hem, een verlies voor New York!

Nu, jaren later zit hij nog steeds in mijn hoofd en ik realiseer me dat er niet zo bar veel nodig is om deze wereld een iets betere plek te maken. Ik denk regelmatig aan hem als ik weer eens in de reisstress dreig te geraken (of er middenin zit). Op zo'n moment zeg ik dan stilletjes "sorry," en het gewicht dat ik draag wordt wat lichter. 
  
Spreuken 16:24 Vriendelijke woorden zijn als honing voor de ziel en als medicijn voor het lichaam.


7 augustus 2018

Behelpen met beelden

Her en der ontmoet ik ze; mensen die claimen God te hebben gezien, of gehoord. Ik voel altijd iets van jaloezie als ik bijvoorbeeld hoor: "God zei tegen me....", of "God verscheen aan mij in een droom." Het blijft echter altijd wel in wat abstracte vaagheid hangen. Ik moet de eerste nog tegenkomen die vertelt dat hij in een café een cola light aan het drinken was en dat God naast hem kwam zitten en een gesprekje met hem begon. Als ik doorvraag over het hoe, wat, waar en de omstandigheden en of, als ik er bij was geweest ik precies hetzelfde gehoord of gezien zou hebben, blijkt het een "sterke indruk" te zijn geweest; "het klonk, leek heel echt".
Het "probleem" met het horen en/of zien van God is dat dit altijd plaatsvindt binnen de overweldigende beperkingen die inherent zijn aan beeld en taal. Voor zover we weten is God een "ondoordringbaar licht", of "woont in een ontoegankelijk licht" (1 Tim. 6:16).
Licht kun je niet zien, hoewel we in het gangbare taalgebruik wel zeggen "ik zag een licht." Dat laatste kunnen we alleen maar zeggen omdat het betreffende licht de omgeving zichtbaar maakt. Licht kun je slechts beschrijven en daarvoor gebruiken we taal en beelden.
Licht als metafoor voor God is wellicht het sterkst beschikbare beeld: als object onzichtbaar en tegelijk alles zichtbaar makend.

Credit: Atelier Ed Boelaarts
Een tijd terug vertelde iemand me dat hij Jezus in een droom had gezien; "althans, ik denk dat het Jezus was want hij leek er precies op". Dit nu is een klassiek voorbeeld van wat we als mensen doen; we vormen beelden in onze gedachten. Helemaal niets mis mee want we kunnen niets anders dan werken met wat we aan beeld en taal voorhanden hebben. Het wordt een "issue" wanneer we in het beeld dat we hebben gevormd gaan geloven - de basis voor fundamentalisme in alle verschijningsvormen en de vrijwel altijd daarmee gepaard gaande zendingsdrang  (economisch, sociaal, politiek, spiritueel, enz.).

Beelden spelen een belangrijke rol in hoe we naar de wereld kijken. Ze zijn zelfs essentieel. Beelden zijn dan ook onmisbaar voor onze geloofsvorming. Een beeld kan echter nooit het geloof vervangen. Sterker nog, beelden kunnen zomaar een obstakel zijn voor het geloof in God. Wellicht dat geloof pas mogelijk is na een radicale beeldenstorm! Zonder beelden kan ik me nergens meer aan vast houden. Het enige dat overblijft is vertrouwen op en in dat Licht!
Een van de redenen dat Jezus zo belangrijk is in het christelijke geloof is dat, wat niemand ooit gezien heeft, door Hem zichtbaar en tastbaar is gemaakt.

23 juni 2018

Waar moet dat heen met al die room (in Jezus naam)?

Het Evangelie is niet het beste verdienmodel hoewel sommigen de bekwaamheid hebben ontwikkelt om er een of meerdere vliegende slaatjes uit te slaan. Geen enkel argument dat deze lieden aanvoeren om deze spilzucht te rechtvaardigen, die feitelijk niets anders is dan het voeden van hun narcistische ego, houdt stand. De misplaatste 'geest van grandeur' bestaat al sinds mensenheugenis en wordt op alle terreinen en in alle lagen van de samenleving gevonden.
Herkenbaar is de massale verbazing en verontwaardiging van de ene groep over deze verkapte vorm van indulgentia*, waartoe de andere groep zich toe laat verleiden.

Er zijn verschillende manieren waarop men toch aan het Goede Nieuws van God weet te verdienen. Het "seedgift" fenomeen is een creatieve en vergeestelijkte vorm van het piramidespel. De predikanten die de goedgelovige en argeloze toehoorder voorhoudt dat het tientje dat vandaag gezaaid wordt toch zeker door God vermeerderd zal worden tot minimaal het tienvoudige zal, omdat hij aan de top van de piramide staat en zeer 'afroomkundig' is, de waarheid van deze belofte kunnen aantonen aan de hand van zijn persoonlijke getuigenis; voilà, het werkt! De mindere goden onder hem zullen, daar de meeste room al is weggeschept, het met een beduidend lager rendement moeten doen. Helemaal onderaan de piramide wachten de gelovigen voor wie dat tientje best wel veel geld is, geduldig en gelovig af op de inlossing van de belofte van bovenaf.

Als het om geld gaat zijn gelovige leiders er snel bij om uit het Oude Testament te putten en hun oproep om te geven dik onderstrepen met verhalen en principes die daar te vinden zijn. Een typisch Nederlandse discussie is dan de vraag of de voorgeschreven weg te geven tien procent van het bruto of van het netto salaris dient te worden afgeleid. Daar waar het gaat om sancties op andere in het Oude Testament voorgeschreven overtredingen van gewenst gedrag, wordt sneller naar het Nieuwe Testament gekeken. Met andere woorden, de druk en aanmoediging om te geven wordt zwaarder gevoeld dan de aanmoediging om overspeligen te stenigen, om even een dwarsstraat te noemen. 

Bovenstaande gedachten en andere fladderende hersenspinsels kwamen als vanzelf bovendrijven toen ik enkele weken terug een gesprek had met een jong echtpaar waar ik in Ecuador bij verbleef.
"We zijn op God aan het wachten," was het antwoord op mijn vraag wat hun volgende stap was. Mijn nieuwe vrienden hadden met veel passie uit de doeken gedaan wat ze graag met hun leven, hun talenten, gaven en passies wilden doen. Het klonk allemaal realistisch en in principe haalbaar en ik werd er lichtelijk enthousiast over. Het antwoord op mijn vraag klinkt best wel geestelijk en spreekt van een vertrouwen op God dat voorbeeldig is. Wat houdt dat wachten dan precies in? Wel, in vrijwel 99% van dit soort situaties staat het gelijk aan "mijn portemonnee is leeg en die moet eerst gevuld worden." Ik kom al ruim 20 jaar een of meerdere keren per jaar in Latijns America en dit is zo'n beetje het standaard antwoord: "I am waiting on the Lord." Op mijn vervolgvraag "bedoel je te zeggen dat je geen geld hebt?," krijg ik dan de reactie: "ja, zo zou je het ook kunnen zeggen."

 Als de kerk geeft zou dat zo min mogelijk aan zichzelf, of de instandhouding van zichzelf moeten zijn. De uitbreiding van die kerk middels het handen en voeten geven aan het Goede Nieuws in alle mogelijke vormen binnen het Woord en Daad continuüm, zou haar prioriteit moeten zijn. Voor de meeste kerken is de uitbreiding van die kerk (op die plaatsen waar nog geen kerk is) echter een sluitpost op de begroting (als het al op de begroting staat). De kerk is erin geslaagd binnen de opdracht om Christus liefde uit te dragen een eigen verdienmodel te creëren.

Een kerk waar ik bijzonder trots op ben is mijn "eigen" kerk (De Brandaris). In 1978 (toen Martha en ik er bij kwamen) nog een kleine groep die in een huiskamer bijeenkwam. Nu een middelgrote kerk ik Rotterdam van waaruit andere kerken zijn ontstaan (De Terp in Capelle ad IJssel en de Driehoek in Bleiswijk). Waar ik enthousiast over ben is de filosofie die nuchter en gezond klinkt en waar je maar moeilijk "tegen" kunt zijn: De kerk bestaat om te investeren in haar uitbreiding (wel erg kort door de bocht). Niemand ontvangt een salaris. Iedereen is vrijwilliger. De collectes die op zondagen worden opgehaald gaan naar wat we Zending en Evangelisatie noemen. Een onderdeel van de filosofie is ook dat als je met enkele honderden gelovigen bij elkaar bent je alle gaven en bekwaamheden in huis hebt om die groep te onderhouden en te doen groeien. Ik zeg wel eens tegen collega's die vragen hebben over dit afwijkende kerkmodel dat als iemand zich in de Brandaris geroepen voelt om dominee, kerkelijk werker of wat dan ook te worden, we deze persoon wegsturen (zenden) - de wereld in om die roeping gestalte te geven op die plekken waar het nodig is.

Ik ben eigenlijk nu alweer vergeten waarom ik deze blog ook al weer ging schrijven. Noem het maar gedachteflarden die losjes met elkaar zijn verbonden.
O ja, ik heb hem weer: Mijn nieuwe vrienden kunnen niet gaan en dat achtervolgt mij al drie weken. Helaas is de gemiddelde kerk in Latijns Amerika ook meer geïnteresseerd in de uitbreiding van het zelf (in beperkte zin) dat vaak ten koste gaat van andere bestaande (levende) kerken. Laten we wel wezen, ook de meeste nieuwe evangelische clubjes die in Nederland uit de grond schieten zijn feitelijk niets anders dan vluchtelingenkampen met de illusie van groener en sappiger gras. En groen en sappig gras vraagt om meer plaatselijke room terwijl we, althans verhoudingsgewijs, al omkomen in de melk (halfvol, vol, mager, bio, houdbaar, karne en daarvan afgeleiden; een onzinnige luxe.

Hartelijke groet, Een zeer bevoorrecht en gezegend mens met een trouwe vriendenkring en kerk die mij al meer dan dertig jaar in staat stelt om mijn werk te doen.

* Indulgentia of "aflaat" is de kwijtschelding voor God van tijdelijke straffen (penitentie) voor zonden die, wat de schuld betreft, reeds vergeven werden.

15 juni 2018

Klemzitten in het leven

Of de stoelen worden steeds smaller, of mijn schouders worden breder. Ik ben de twee opties aan het overwegen terwijl de een na de andere passagier, omhangen met en omgeven door een halve verhuiswagen aan spullen, zijn en haar weg zoekt naar het rijtje waarin zich de hem en haar toegewezen stoel bevindt. Met stoïcijnse blikken, gericht op een vast punt achterin het vliegtuig, of starend naar de instapkaart (alsof het daarop afgedrukte stoelnummer onverwachts zou kunnen verspringen) wordt een deel van de spullen die ze voor, op, boven, achter en naast hun lichaam hebben gehangen aan mijn schouder afgeveegd. De overhellende schouder vormt een irritant obstakel. Ik kan echter niet verder de andere kant op leunen. Ik hel wat extra het gangpad in zodat sommige passagiers vast komen te zitten tussen mijn schouder en die van mijn buur aan de andere kant van het gangpad; ik zal ze leren! Altijd spannend wie het eerst sorry zegt.

Les: volgende keer toch maar weer bij het raam zitten en niet aan het gangpad.
Mijn directe buurman zal de komende dertien uur geen moment stilzitten en om de twee minuten luid zuchten. Een zuchten dat de wens verbergt dat iemand hem naar zijn reizerij gaat vragen en hem de gelegenheid geeft om uitvoerig te vertellen over ongemakken die hij heeft moeten doorstaan, hoe erg het reizen is en wat slaaptekort met je doet. Ik geef niet toe aan de bijna onweerstaanbare drang om hem een opening te geven en houd dertien uur mijn kaken op elkaar.
Het is gek hoe de beleving van dertien uur in de lucht ervaren wordt als zeer traag verlopende tijd. De wijzers zijn niet vooruit te branden. Er zal wel een relatie bestaan tussen nietsdoen en tijdsbeleving. Het gekke is dat als je die tijd in de lucht later samenvat, je er maar weinig van kunt herinneren. Alleen dat het lang duurde en er niets gebeurde. Zet daartegenover dertien uur waarin je extrreem productief bezig bent, verschillende dingen onderneemt en tal van mensen ontmoet. Die tijd vliegt voorbij en je hebt een uur nodig om een samenvatting te geven. de samenvatting van dertien uur in een vliegtuig waarbij je vrijwel niets doet is in twee zinnen klaar.

Ik dacht aan de beleving, de verspilling en het gebruik van tijd toen Joseph Roth in zijn Radetzkymars de volgende observatie over de hoofdpersoon neerpende: "Het leven scheen sneller te gaan dan de gedachten. En voor hij een besluit genomen had was hij een oude man."
Steeds minder vaak leef ik alsof ik nog een heel leven voor me heb. Statistich gezien heb ik 70% opgemaakt en ben me steeds meer bewust van hoeveel tijd ik weg heb laten lekken en ben nog aan het besluiten of ik spijt  moet hebben van die lekkage's of niet.
Het is een vreemde gewaarwording te beseffen dat we een klein deel van ons leven bezig zijn met het onszelf omhangen met allerlei hinderlijke en vooral onnodige bagage. Het meeste daarvan is ongewenst en ongewild; het is ons omhangen door anderen en omstandigheden. Vaak is de mens zich er niet eens van bewust dat het uitsteekt en zichzelf en anderen belemmert. Ik heb het dan over die bagage die ons in de weg zit, ons klem zet tussen ons bekenden en onbekenden en een vrije doorgang belet.
We leggen onze levensreis af mèt die bagage waarvan we ons wel of niet bewust zijn. Misschien dat zij die zich er niet bewust van zijn er de minste hinder van ondervinden en het beste af zijn. Zij die zich er wel bewust van zijn, zijn een belangrijk deel van hun leven (vaak tot aan het eind) toe bezig om te begrijpen waar het vandaan komt en er vanaf te geraken en dat kan gerust een obsessie worden.
Wellicht is de meeste gezonde optie wel van allebei een beetje. Èn stoicijns èn bewust. Ik weet het niet goed en wil er ook niet te lang over nadenken met statistisch nog 30% energie in de batterij.

4 juni 2018

God lijkt toch wel heel ver weg.

Ja, God is ver weg en doet wat Hij wil. Dat is best wel heftig. Ik heb liever een God dichtbij dus maak ik er een van iets waarvan wij vinden dat het kostbaar of zelfdzaam is. Zilver, of goud. Misschien wel platinum.
Kijk nou, die God lijkt op een mens. Oren, neus, mond, handen. Maar geen zintuigen. Het lijkt op iets maar doet niet wat dat iets normaliter wel doet.

Toch lijkt de mens een God te verkiezen die naar eigen beeld en inzicht is gecreëerd; "Mijn God is niet, of wel, zo." Het referentiekader voor een beeld van God is het zelf van de mens of het beeld dat ons wordt opgedrongen en verkocht door invloedrijke mannen en vrouwen die het goed doen op tv of in boeken.
Bron
Dogma's zijn als gewapend beton. Eenmaal uitgehard kan het alleen met grof geweld gesloopt worden. En dat is een enge gedachte omdat er niets overblijft waar je iets aan kunt hangen.
Het is wel aantrekkelijk om met een god te leven die je in je broekzak of handtas mee kunt sjouwen. Problemen ontstaan als die god het op de lange duur niet meer doet. Want wat moet je dan.

De dichter van de honderdvijftiende psalm probeert het nieuws dan ook niet te verzachten: God is ver weg en doet wat Hij wil. Een kort zinnetje dat misschien helpt te begrijpen waarom het tweede van de de tien geboden de mens verbiedt om een (gesneden) beeld van God te maken. Geen enkel beeld doet recht aan het mysterie. Elke poging om Hem in een beeld te vangen schiet tekort. De beelden die we van God hebben laten slechts aspecten zien. God overstijgt ieder beeld en alle beelden samen.

Misschien is dat wel geloof. Jezelf toestaan om te geloven in de onzienbare, de ontastbare; Hij die ver weg is en zich niet laat vangen in woorden, beelden of gedachten. Hij die trouw is en het werk dat hij begon, af zal maken.
Het enige houvast dat je daarbij hebt is dat ergens ver weg, in de diepste diepte Hij de meest aanwezige is.

Het verhaal stopt hier niet. God heeft een gezicht gekregen. Jezus Christus toont ons God en het dogma wil dat in Hem alle dillema's, paradoxen en mysteries opgelost zijn en het ontastbare, verre van God samenvalt met het tastbare en nabije. Maar het geloof is geen rekensom, al doen sommigen het voorkomen dat het echt net zo simpel is als één plus één twee is. Dat laatste is alleen maar simpel als het om twee gelijkwaardige en identieke zaken gaat. Het "probleem" met het geloof is dat het nooit gaat om identieke eenheden. Het is altijd ingewikkelder en de werkelijkheid weerbarstiger.

Gedachten bij Psalm 115

25 mei 2018

Wartaal in het hol van de leeuw

Op mijn vraag waarom we de nachtbus namen van Panama naar de grens met Costa Rica verklaarde mijn gastheer en reisgenoot dat dit een goede manier was om ons voor te bereiden op de geestelijke strijd die vast en zeker zou plaatsvinden tijden het studieweekend waar ik zou spreken: "We begeven ons op het terrein van de vijand en moeten klaar zijn voor de strijd."
Ik voelde me als een schaap dat zich zonder al teveel gemekker richting scheerder dan wel slachthuis laat bewegen en deed mijn mond niet open hoewel ik dit toch wel vond getuigen van een staaltje rethoriek dat kant noch wal raakte. En ja, het wordt een zichzelf vervullende profetie. Na een nacht zonder slaap heeft de gemiddelde mens de neiging om wat kribbig te worden en zal momenten kennen waarop niet helder meer kan worden nagedacht.
Een studie kent dan ook momenten van gestamel en gemompel en lange stiltes - waar waren we ook alweer? Dit alles wordt vervolgens gezien als bewijs dat er een geestelijke strijd plaatsvindt en wordt God erbij geroepen om extra, bovennatuurlijke bescherming, kracht en energie te geven.
Nu is het al even geleden dat dit voorval plaatsvond en tegenwoordig laat ik me niet meer zo makkelijk door anderen leven; "neem jij fijn de nachtbus, dan kom ik morgen wel." Bovendien accepteer ik de rethoriek niet meer; "in wat voor wereld leef jij, waar komt jouw godsbeeld en wereldbeeld vandaan?"

Het hol van de leeuw zat vol met jonge gelovigen. Ik vroeg me af hoe ze zouden reageren als ze zouden weten dat mijn gastheer, reisgenoot en verantwoordelijke voor het studieweekend deze plek beleefde als een duivelsnest waar de vijand ongestoord zijn gang zou kunnen gaan. Die vijand had echter geen rekening gehouden met twee alerte mensen in de nachtbus die, althans in theorie, tot de tanden toe bewapend de plaats des potentiele onheils zouden betreden. We zagen die vijand bij voorbaat al met de staart tussen de benen wegvluchten.

De plaats van bestemming was vooral een open plek. De meeste jongeren zouden buiten slapen omdat het klimaat dat nu eenmaal toestond. In het centrum was een stenen gebouwtje gesitueerd waar ik me in een hoekje kon installeren. In plaats van ramen waren er open gaten met horren ervoor. Het klimaat stond dat nu eenmaal toe.
Samengeklonterde latino's en latina's staat gelijk aan geanimeerde gesprekken tot diep in de nacht. Hierbij druk ik me politiek correct en uiterst voorzichtig uit.
Nog meer geestelijke strijd dus. Om drie uur 's-nachts ben ik naar buiten gegaan en heb de leider gesommeerd mij naar een plek te brengen waar ik zou kunnen slapen.
Nog voordat de loopgraven in zicht waren was deze jongen al verrot.
Snel werd een plek georganiseerd, twee kilometer verderop bij een bevriende arts thuis. Een half uur later lag ik.
In de stilte.
Nee toch?
Het kamp bevond zich twee kilometer verderop. De kampgeluiden drongen tot hier door. Gelukkig was het ver genoeg weg om niet langer een absoluut niet in slaap kunnen vallende factor te zijn.

Verbaasd over de onzinnige ideeen die er bestaan over geestelijke strijd en oorlogvoering controleerde ik nog even mijn wapenuitrusting en viel uiteindelijk in slaap.

11 mei 2018

God weet wel raad met een bord spaghetti

We hadden hem nog zo op het hart gedrukt om niet voor 28 April aan te komen omdat ik pas de 27ste laat in de avond thuis zou komen uit het buitenland.
Dus arriveerde onze vriend Nick, een Indiaas/Amerikaanse arts, op 26 April. Dat is typisch Nick. Voor dit soort details heeft zijn geheugen blijkbaar geen opslagplekje..."O, ik wist niet dat je pas de 27ste terug zou komen".

We kennen elkaar al meer dan twintig jaar en nadat vorig jaar zijn vrouw was overleden en hij een diepe depressie te boven was gekomen (hij zit duidelijk nog in het staartje ervan) besloot hij dat het tijd was om tulpen (en de rest van de wereld) te zien.

Veel vrienden heeft hij niet meer. Zijn depressie had onder andere tot gevolg dat er zich wat veranderingen in zijn gedrag en taalgebruik hadden voorgedaan. Veel van zijn christenvrienden hebben hem van hun vriendenlijstje geschrapt. Ze weten helaas niet om te gaan met gelovigen die zich niet geheel volgens hun boekje gedragen en uiten.
En ja, bij tijd en wijle vertoont hij wat extreem gedrag; koopt bijvoorbeeld een gloednieuwe Porsche om deze een week later weer terug te brengen omdat hij achteraf gezien de instap wat laagachtig vindt. Of boekt een wereldreis van drie maanden (zonder enige verzekering) om dan op de dag van het geplande vertrek te besluiten toch maar niet te gaan.

We hadden hem bij het van der Valk hotel bij ons om de hoek geparkeerd. Ons huis leent zich namelijk nog steeds niet voor gasten zoals Nick die om te kunnen douchen door onze slaapkamer heen moet (Ja, ik weet het, daar moet ik eens wat aan doen). Dat is voor beide partijen wat ongemakkelijk.

De ochtend na zijn aankomst besloot Nick om een vroege wandeling te maken. Omdat hij geen kaartje van de omgeving had moest hij de instructies van het van der Valk personeel op zien te volgen. Nick besloot dit dat wat gecompliceerd was. De talloze bochten en hoeken die het kunstwerk Kleinpolderplein biedt brengt mensen alleen maar in verwarring. Een recht stuk weg is wat hij zocht.
Zo was Nick de A13 opgelopen en was al een aardig eindje op weg naar de afslag Berkel en Rodenrijs toen een politieauto voor hem stopte. Hij vond het wel wat vreemd dat die politieauto halt hield omdat hij om zich heen geen activiteiten bespeurde die mogelijk om wat actie van oom en tante agent vroegen.
Enfin, de agenten waren alleraardigst en brachten Nick keurig terug naar het hotel waar ze nog even zijn paspoort controleerden. In het hotel lijkt het erop dat zo'n beetje alle van der Valk staf Nick inmiddels al kende (ja, zo is Nick nu eenmaal).

Nick's leven is tot nu toe grillig verlopen. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de een meer drama in het leven te verhapstukken krijgt dan de ander. Het leven is wat dat betreft uiterst onvoorstelbaar en in die zin absoluut oneerlijk en willekeurig.
Zijn leven bepaalt me ook bij het onvermogen van gelovigen om met die grilligheid om te gaan. Het is paradoxaal omdat vrijwel ieder mens vroeg of laat ontdekt dat het leven meer volgens het spaghettipatroon van het Kleinpolderplein verloopt dan een gewenst A13 patroon dat heerlijk voorspelbaar recht is, aan beide kanten afgeschermd en om de tien meter een schreeuwende bordje met "80" erop. Je hoeft alleen maar met de verkeersstroom mee te bewegen.

Is het een ontkenning van mijn eigen spaghetti wanneer ik van een ander een A13 leven verwacht?
Gewoon samen spaghetti eten is volgens mij de meest realistische optie.

En toen gingen we naar de Keukenhof.

2 mei 2018

Het kwijlstreepje in de kerk

Het heeft even geduurd maar het is me eindelijk overkomen. Ik heb het dan niet over de sensatie die we allemaal wel eens ervaren dat het lijkt alsof je omgeving uitzoomt, je hoofd wat zwaarachtig wordt en dan opzij dreigt te vallen. De hersenen geven dan meestal wel een signaaltje af dat het hoofd met een schok(je) naar haar basispositie doet terugkeren. Vervolgens doe je net alsof er niets is gebeurd waarbij het gevoel van gêne gelukkig vrij snel wegebt.
Echt in slaap vallen en een paar minuten helemaal missen is echter andere koek. Het overkwam me afgelopen zondag in een kerkdienst. Nee, niet tijdens een preek maar tijdens de samenzang. Je zou zeggen dat geklap en gezang de mens wel bij de les houdt, maar nee hoor: Ik was weg. Of ik gesnurkt heb weet ik niet maar ik vrees het ergste. Stilletjes hoop je nog dat niemand het gezien of gemerkt heeft of dat je het misschien droomde.
Gelukkig sprak de zangleider me er na de dienst op aan. Die vroeg zich terecht af hoe hij dat signaal moest interpreteren.

Ik herinner me enkele andere gelegenheden die tamelijk gênant waren. Wellicht dat ik ze me om die gêne herinner.

  • Een staande kamergenoot die me, terwijl ik op de bovenste verdieping van het etagebed lag, op ooghoogte zijn levensverhaal vertelde. Het gevecht met de slaap verloor ik terwijl hij stoicijns door bleef praten. In mijn verbeelding staat hij daar nog steeds, en praat hij nog steeds door terwijl het toch zo'n dertig jaar geleden is.
  • Mijn gastheer in Rusland die in zeer gebroken Engels iets probeerde uit te leggen. Het eind van dat verhaal heb ik ook nooit gehoord. Ik herinner me wakker te worden met mijn hoofd op de tafel. Een straaltje kwijl had de reis richting tafelblad al afgelegd. Terugzuigen ging niet meer.
  • Ik zie de knipperende vingers van een collega voor mijn gezicht terwijl ik mijn ogen weer opendoe en mijn naam hoor roepen. Ik zat in een vergadering die ik nota bene zelf leidde.

Collega's zijn inmiddels wel gewend aan een Jan die halverwege een vergadering wegloopt en tien minuten later zijn plaats weer inneemt. Wanneer oogleden te zwaar worden om de gewenste open positie te handhaven kun je beter even toegeven dan er de rest van de vergadering tegen blijven vechten. Even op de grond of op een bank gaan liggen en dromenland verwelkomen; lekker hoor.
Hopelijk heb ik de betreffende zangleider kunnen overtuigen en geruststellen dat het niets met hem of de keuze van de liederen te maken had.
Overtuigt of niet, het blijft gênant.

20 april 2018

De tragedie van het "voltijds voor God werken"

Zelfkritiek mag wel. Toch?
Af en toe?

In een communicatiedingetje van mijn eigen club las ik vandaag de volgende vraag: "Ben jij op zoek naar jouw plek in Gods Koninkrijk?"
Als het antwoord op deze vraag "ja" is, denken wij te kunnen helpen middels een zendingsweekend.

Maar er zit toch echt wel het een en ander verborgen in die vraag.
  • Ik zie er de mogelijk aanname in dat de zending en het koninkrijk synoniem zouden zijn.
  • Of dat het koninkrijk te maken heeft met een van de drie opties die OM als speerpunten kent: Of bidden, of geven, of gaan. Een combinatie van deze drie kan ook, of zelfs alledrie tegelijk.
  • Het kan ook impliceren dat het werken voor een zendingsorganisatie binnen het domein van de regering van God valt. Een baan binnen een niet christelijk bedrijf, valt daar dan buiten?
Ik ben eigenlijk wel benieuwd wat de collega die deze vraag, misschien wel gedachteloos neerpende, dacht en zag. Of gelooft. Of hoe zijn/haar wereldbeeld en godsbeeld er eigenlijk uitziet. Ik zal het eens navragen.

Hoe dan ook, het is en blijft een vreemde vraag.


God, in de metafysische* zin, is overal en alles valt onder zijn regering. Dus ben je in principe al op jouw plek in Gods koninkrijk. God is namelijk net zo aanwezig op de bloemenveiling, in de fabriek, op het kantoor, in de kraam- of huiskamer en in de straat als op een plek waar christenen samenklonteren om iets te doen wat een evangeliserend of een samenkomend karakter heeft, zoals wellicht in een kerk het geval zou kunnen zijn. Het is niet zo dat de lucht daar wat dikker of voller is met Zijn tegenwoordigheid.

Ik denk dat de bedenker van de niet zo heel erg pakkende/wervende vraag bedoelt dat als iemand nadenkt over de vraag over hoe hij of zij talenten, gaven en passies in kan zetten in de uitvoering van de opdracht die Christus aan de kerk gaf om volgelingen van Hem te maken over de hele wereld, wij wellicht een stukje op weg kunnen helpen.

Zo bestaat er meer kretologie binnen mijn wereld waar ernstig kritische vragen bij gesteld moeten worden omdat het impliciet een wereldbeeld opdringt en in stand houdt dat simpelweg on-Bijbels is. Zo kom ik ook tegen: "voor God werken" Of: "God full time dienen."Werkelijk tenenkrommend.
Als het niet zo tragische was zou ik er om kunnen lachen.
Nee, het dualistische wereldbeeld is verre van uitgeroeid en wordt mede door de taal die we binnen de wereld van de zending bezigen in stand gehouden.

Moest ik even kwijt

*  Metafysica is de wijsgerige leer die niet de werkelijkheid onderzoekt zoals ze ons gegeven wordt uit zintuiglijke waarneming (fysica), maar op zoek gaat naar het wezen van die werkelijkheid en wat haar constitueert.


8 april 2018

Lelijke eendjes? En nu wegwezen!!

"Wees gewoon jezelf" en "dicht bij jezelf blijven"; het zijn suggesties en adviezen die menigeen tot de verbeelding spreekt. De geest van de tijd heeft een klimaat gecreëerd waarin de zoektocht naar het "ware zelf" als een belangrijk levensdoel post heeft gevat. Het gegeven dat ieder mens uniek is, lijkt voor velen een te mager concept. Het plastic eendje moet afgepeld worden, laag voor laag, totdat het levende eendje met echte veertjes gevonden wordt. Bevrijdt van alle last uit het verleden, napraterij, trauma's en wat al niet meer, staat de ware ik vervolgens in het leven: zelfverzekerd, authentiek, echt, niet langer te intimideren en niet meer als slachtoffer.

Het ego is echter weerbarstiger en het idee dat er ergens een authentieke versie van mezelf te vinden is, een illusie.
Wie ik ben wordt mede bepaald door mijn omgeving, cultuur, taal en de daaruit voortvloeiende dogma's (*). Dogma's worden in het algemeen geassocieerd met het domein van de religie maar in werkelijkheid zijn dogma's op alle terreinen van het leven te vinden.
Dogma's zijn uitermate belangrijk omdat ze de mens helpen om enigszins vat te krijgen, te hebben en te houden op de grote levensvragen: "Wie ben ik, waar kom ik vandaan, waar ga ik naartoe, waarom ben ik hier", enz.
We kunnen het aan de instituten overlaten om deze vragen voor ons te beantwoorden maar velen kiezen voor de optie om ze te beantwoorden binnen de kaders van het zelf waarbij men meent dit los van de heersende dogma's te kunnen doen. Zo kennen we naast institutionele dogma's dus ook de persoonlijke dogma's.
De weg door het leven die de minste weerstand biedt is deze waarbij de bestaande dogma's niet bevraagd of betwijfeld worden. In sommige kringen staat dat bevragen en betwijfelen als verdacht te boek, of zelfs als ketterij. De bevrager en twijfelaar wordt dan ook al snel als onruststoker gebrandmerkt.

Vorige week hadden we een familiereunie. Neven en nichten plus de nog in leven zijnde stamhouders. De reden dat ik hier enthousiast over ben en alles in het werk zal stellen om daarbij te zijn is dat ik juist hier antwoorden vind op de vraag wie ik ben en waarom ik ben zoals ik ben. Nu wil ik natuurlijk niet overdrijven maar het voelt toch wel zo: "ik ben mijn familie." Het is geen perfecte familie. Er heeft zich voldoende drama afgespeeld om er een twaalfdelige televisieserie (zou een dramakomedie worden) van te maken.
Maar het is wel mijn familie. De dogma's binnen dit familiesysteem hebben mij gevormd. In zekere zin is elke familie haar eigen dogmatische systeem.
Ik kan ervoor kiezen om te zeggen dat ik niet bepaald word door mijn familie en helemaal geen behoefte heb aan dit soort "tijdverspillende" initiatieven: "Ik ben wie ik ben en daar staat mijn familie helemaal buiten."
Het is juist deze ontkenning die de weg naar het beter begrijpen van het zelf in de weg staat.
Ik omarm het en het vervult me met trots. Het nageslacht van Jan den Ouden (1895-1983) en Gerrigje Boom (1899-1966): Gave luitjes! Me ophouden met hun nazaten levert een bijdrage aan het begrijpen van de puzzel die in mijn geval ook Jan den Ouden heet. En pas als ik begrijp, ben ik in staat om te veranderen.
Ik ben mezelf dankzij anderen. En niet ondanks (hoewel dit ook wel een beetje waar is).

(*) Een dogma is een fundamenteel concept ter onderbouwing van een gedachtegoed; daarom wordt de aanhanger van dit gedachtegoed geacht er niet van af te wijken en het nooit te betwisten of te betwijfelen, ook al ontbreekt ieder wetenschappelijk bewijs.

23 maart 2018

Deze ezel stoot zich willens en wetens telkens weer

Dankzij technologische ontwikkelingen hoeven de meesten van ons niet meer om vijf uur op om de koeien te melken, de varkens te voeren, eieren te rapen, of het land te bewerken. Industrialisatie en de filosofie achter het kapitalisme heeft de mens op het idee gebracht om meer koeien, varkens, kippen en land te verwerven dan men in z'n uppie kon onderhouden of bewerken. De particulier die een slecht jaar had omdat z'n land was ondergelopen, of z'n veestapel aan een of andere ziekte kwijtraakte, kon als dagloner bij de buurman aan de slag. De buurman vond dat wel wat; wie spreekt het idee van zelf minder doen en toch eenzelfde, of hoger inkomen te vergaren niet aan? De schaalvergroting deed z'n intrede waarvan het grootgrondbezit een klassiek voorbeeld is.

De grootgrondbezitter die zich vervolgens bezig kon houden met wat ik "werkbekijken en uitbuiten" noem - zoveel mogelijk winst maken tegen zo laag mogelijke kosten - dankte de eeuwige God voor de uitvinding van het mobiele fauteuil en later de vliegende buis. Nu was schaalvergroting niet langer gebonden aan geografische grenzen. De wereld lag aan zijn voeten.
Ondertussen ontwikkelde ook de loonslaaf zich. Werd mondiger, sloot zich aan bij gelijkgezinde en eveneens uitgebuite loonslaven (we noemen deze groep tegenwoordig eufemistisch ZZP-ers). Samen maakten ze een vuist tegen uitbuiting, verwoordden rechten en begonnen deze op te eisen en na jaren van inspanning werd een soort van wankele status quo bereikt die eens in de zoveel jaren wordt herzien en herijkt. Ook de loonslaaf kon zich nu een fauteuil op wielen permitteren en had de middelen om zich per vliegende cilinder naar de verste uithoeken van de aarde te verplaatsen om zich te vergapen aan hen die zich nog niet zo ver hebben kunnen ontwikkelen (wat heerlijk authentiek) en door de meer vermogenden uit moeten laten buiten om een dagelijkse boterham en een eitje te kunnen bemachtigen.

Hier moest ik aan denken toen ik deze week in de file stond. Als iemand mij echt wil leren kennen doe je dat het snelst door samen met mij te reizen. Dan komt de ergste versie van mij in full colour en hifi stereo naar boven. Eigenlijk wil je dat niet meemaken (vraag Martha maar eens).
In de file riep ik luidkeels, en keer op keer (tegen mezelf): dit doe ik nooit meer. De hele wereld is krankzinnig geworden en ik doe daar nog aan mee ook.

Waarom sluiten zovelen iedere dag weer aan in de rij? Het beeld van een hijgerige ezel die achter een bundeltje geld aanloopt drong zich aan mij op: De meesten zijn op weg naar hun loonzakje. Dat is de wortel die motiveert om dit telkens weer te doen. En zijn ze niet op weg naar hun loonzakje, dan zijn ze wel op weg naar een plek waar dat loonzakje geleegd kan worden. Een enkeling staat in de rij om de zuur verdiende vrijheid te vieren en de wereld te laten zien dat je ook een stoel op wielen kunt kopen zonder overkapping.

De interim rol die ik op me heb genomen vraagt van me dat ik een paar keer per week heen en weer reis van Rotterdam naar Hilversum of Emmeloord. Omdat OM Nederland zich nog ouderwets voegt naar standaard kantooruren ben ik dus de pineut en veroordeeld tot de rij. De oto is in vrijwel alle gevallen het meest logische vervoermiddel omdat de reizerij vaak het bezoeken van verschillende adressen behelst. Nu rijd ik die afstand niet om het geld maar om een ideaal waar ik in geloof. Niet dat ik daarvan opknap of dat het me een beter gevoel geeft. Integendeel. Het maakt allemaal niets uit en het is gewoonweg verschrikkelijk. Echter, als iemand anders rijd en ik gewoon door kan gaan met lezen, leren kan het me allemaal niet zoveel schelen.

Ideaal, loonzakje of het vieren van de vrijheid; ik voel me hoe dan ook een gigantische ezel en verlang naar de verwezenlijking van de romantische, niet realistische dagdroom van een huisje in het midden van niet al teveel. Met wat koeien, schapen, varkens en kippen, een stukje land en een breiende vrouw op de veranda.

Ik ben een ezel! De belofte aan mezelf "dit doe ik nooit meer," is een holle, betekenisloze frase. Maandag schuif ik gewoon weer aan.

7 maart 2018

G'd: bandbreedte of één frequentie?

"God" roept bij iedereen een beeld op. Ook iemand die besluit dat er geen God is, slechts een illusie is, zal met wat moeite erkennen dat ook de illusie een beeld is; een fata morgana, een idee, een in het leven geroepen idee van een macht die over de mens zou regeren of heersen zodat men iets heeft waaraan de verantwoordelijkheid of schuld voor rampspoed, voorspoed, tegenwind en wind mee, geluk en ongeluk en het onverklaarbare kan worden toegeschreven.
Dan de gelovigen. Die hebben ook een beeld bij hun idee van God. Een idee dat wordt gevormd door de optelsom van data (dat wat we in onder andere de Bijbel over God te weten kunnen komen), eigen overtuigingen, socialisatieproces, omgeving, cultuur, gemoedstoestand en rede, plus wat sommigen menen dat de Geest hen leert (men gebruikt daar het woord "openbaren" voor, of "laten zien"), als in een soort van persoonlijke exclusieve dimensie waar direct contact met God wordt verondersteld.

Bestaat er een correct of compleet zuiver beeld van God? Ik hoor sommigen van mijn medegelovigen roepen: "Ja, kijk maar naar Christus." Waar men dan voor het gemak aan voorbijgaat is dat ook het beeld van Christus gevormd wordt door eerdergenoemde aspecten. Alles is dus onderhevig aan de vraag hoe ik aan het een en ander betekenis, vorm en invulling geef. Dit alles vraagt om het matigen van mogelijke stelligheid die men kan ervaren: "Mijn God is niet zoals jij beschrijft." Zonder deze noodzakelijke matigheid ligt cluster- en sektevorming op de loer, waarbij groepen, gewoonlijk onder leiding van een leider die ten prooi is gevallen aan het vastvriezen aan een bepaalde zenderfrequentie, alles gaan zien vanuit die zenderfrequentie.

Een beeld van God kan ontleend worden aan één zo'n frequentie maar het is raadzamer om de gehele bandbreedte te gebruiken en af te tasten. Dat je dan af en toe op een frequentie blijft hangen waar toch wel heel mooie muziek gedraaid wordt, muziek waar je het bestaan niet van afwist, is onvermijdelijk. Mijn advies: geniet volop maar blijf er niet hangen. Zo ben ik de afgelopen weken blijven hangen bij de muziek van IQ: Alle albums en op de repeat. Wonderschone, magische, bombastische symfo-rock met zware mellotronaccenten en eeuwigdurende gitaarsoli, precies zoals goede symfo-rock betaamd. Alsof er geen andere muziek meer bestaat.... Morgen gewoon weer K3.

Alleen ben ik niet in staat om een beeld van God te vormen dat enigszins de juiste kant op gaat. Ik vermoed dat het beeld van God waarmee ik behept ben een grillige karikatuur is van wie Hij werkelijk en wezenlijk is. Het gesprek met anderen waarbij we ervaringen en aantekeningen vergelijken, samen leren, gummen, schetsen, krassen en kleuren is essentieel in het ontwikkelen van iets wat erop zou kunnen lijken. Blijft staan dat we, ongeacht de voorhanden zijnde hoeveelheid data, ideeën en interpretatie, een mysterie aan het uitvogelen zijn. Het mensenbrein en -hart is te klein om dat in alle diepte te doorgronden. Samen komen we echter verder. Op het moment dat ik claim het te hebben uitgevogeld, vliegt die vogel die ik, eenmaal te pakken, angstvallig omklem, zomaar weg.

28 februari 2018

Gepromoveerd tot suikerklont!

Op aanraden en na aanmoediging van enkele vrienden heb ik eindelijk het boek "Leider naar Gods hart" van Gene Edwards gelezen. Een geweldig boek als het gaat over het omschrijven van de kwaliteiten waarover een goede leider dient te beschikken. Het boek zet aan tot ernstige reflecterende oefeningen waarbij de hoofdpersoon, schaapherder en later Koning David, als lichtend  en inspirerend voorbeeld wordt neergezet.
De aanpak is typische evangelisch: knip de dingen die je leuk vindt uit en plak ze onder elkaar. Het resultaat is een romantisch, idealistisch maar dus ook een tamelijk verknipt beeld van de werkelijkheid. Waarschijnlijk gebeurt dit onder het motto van "leer van de sterke en goede kanten en noem vooral de zwakke kanten niet".
Wat ontbreekt is het analyseren van David als compleet persoon; als mens met zwakke, sterke en vooral a-typische karakteristieken.
Onlangs ben ik de Psalmen weer eens gaan lezen. Van de 150 die we in de Bijbel tegenkomen schreef hij de helft. Nu kun je de psalmen van David niet vergelijken met de heroïsche verhalen over David - de genres zijn te verschillend - maar ze helpen wel om je een completer beeld van de beste man te vormen.
In de psalmen tekent zich een ander beeld van David af:

  • Het patroon van een borderliner (heen en weer zwalkende emoties, chaotische relaties en een onduidelijke identiteit. Impulsief gedrag, woede-uitbarstingen en crises). De ene dag kent hij totaal geen angst; zodra z'n hoofd het kussen raakt valt hij in slaap terwijl een volgende nacht zijn bed doorweekt is van angstzweet.
  • Geen mededogen met de vijand. Regelmatig bidt hij dat God zijn vijanden alstublieft in mootjes wil hakken of nog levend naar het dodenrijk wil voeren.
  • Een uitzonderlijk hoog "Ik en God tegen de rest van de wereld" gehalte. Regelmatig schrijft hij over het niet hebben van vrienden (de vrienden die hij had waren stuk voor stuk zijn vijanden geworden). De vraag rijst of het niet hebben van vrienden het gevolg is van zijn halsstarrig geloof in, en vertrouwen op God of dat hij als mens/koning aanleiding gaf dat men wel uitkeek om in zijn buurt te komen.

“Bathsheba,” door Jean-Léon Gérôme (1824-1904)
Om het romantische, ideale beeld van David als voorbeeldig leider in stand te houden wordt gemakshalve ook niet gesproken over zijn machtsmisbruik. Ook zijn overspel en moord op de man van de vrouw waarmee hij vreemd ging (hij verkrachte haar), passeert de revue niet. Het Internationale Gerechtshof in Den Haag zou hier wel iets mee kunnen, dunkt me.

Zeker geen lieverdje, die David.

Een breder beeld van David zou het idee van een genadig en vergevend God echter versterken. Het weglaten van de donkerder kant van zijn leven en koningschap creëert een onrealistisch beeld en zou zomaar de gedachte kunnen voeden dat hij best wel in aanmerking kwam voor de genade van God en dat de lat (voor ons) wel erg hoog ligt. Zo hoog dat wij, gewone mensen, er niet bij kunnen. De genade die God hem betoonde was echter totaal onverdiend. Sommigen zouden misschien zeggen dat het zelfs niet eerlijk is dat God hem zoveel genade en vergeving betoonde; ik ben immers beter want ik heb niemand vermoord.

Wat David bijzonder maakt is dat hij telkens weer de weg naar God wist te vinden en dat hij bleef hopen en vertrouwen, ondanks zijn grove nalatigheden, misdaden, misbruik en wat niet meer.

Het verhaal van David is juist hierom hoopgevend; we kunnen er nog zo'n zooitje van maken in ons leven, de weg naar God blijft altijd open. Dat is en blijft het Goede Nieuws. Het Goede Nieuws dat we vinden in de persoon van Christus.