17 september 2018

En toen stopte het orgel met trekken

Er is best wel wat te doen om het kerkorgel. Sommige kerken willen en zullen er niet vanaf. Hippere kerken die oude gebouwen kopen waar zo'n machine in zit slopen het er helaas maar al te vaak en veel te voorbarig uit. Daar maken ze best wel haast mee en het slopen of verkopen is dan ook een van de eerste bouw/breekklussen. Mocht het bij verkoop nog iets opleveren kan dat fijn worden geïnvesteerd in een hooguit matige PA installatie die nieuwe, hippe instrumenten gaat versterken die de zangers niet langer in het lied meezeulen maar 'dragen' (lekker basje...).

Naast dat een kerkorgel gewoon een gaaf ding is kent het een aantal functies.
Een van die functies is het meetrekken van het volk in liederen. Het loopt zeg maar een metertje voor de zingende aanwezigen uit. Dat vraagt wat kundigheid van de organist die een extra tel aan het being van de maat in moet passen. Dat gaat eigenlijk altijd wel goed, zeker waar het de wat 'gedragener' psalmen en gezangen betreft. Waar het mis kan gaan is bij iets te hippe liederen die niet langer één tot vier tellen in een vierkwartje verlangen maar acht, of zelfs uitschieters naar zestien.

Zo zongen we onlangs in een kerkdienst in Friesland de hippere verzie van Psalm 100. Vier coupletten met na ieder couplet vier keer "Halleluja, Glorie Halleluja." Omdat ik dat toch wel een heleboel "Halleluja, Glorie Halleluja's" vond, stelde ik de gemeente voor om eerst de vier verzen achter elkaar te zingen om vervolgens het geheel af te ronden met één keer vier keer "Halleluja, Glorie Halleluja."
Ik vond dat een redelijk voorstel maar de organist blijkbaar niet. Die riep vanaf het balkon acherin de kerk waar de klavieren zich bevinden: "Nee, gewoon het refrein na ieder couplet." Omdat ik daar als voorganger te gast was dacht ik dat het slim was om geen discussie te beginnen dus wierp ik mijn armen in overgave omhoog en zei: "De organist heeft besloten en ik wil geen ruzie met hem dus zingen we een totaal van 16 "Halleluja, Glorie halleluja's."
Met verve ging de organist van start en trok de gemeente het lied in. Dat ging goed tot aan het refrein. Om de een of andere mysterieuze reden besloot hij de gemeente te trakteren op een bonus-tel tussen de vier "Halleluja, Glorie Halleluja's" in. Verwarring alom. De gemeente op de automaat; doorzingen en doen alsof er niets aan de hand is terwijl de organist gewoon zijn eigen dingetje deed. Het resultaat was dat het orgel drie tellen na de gemeente bij de finish aankwam.
Gelukkig is daar het tussenspel waarmee de schade wordt hersteld en de boel weer wordt gesynchroniseerd. Nadat de organist terugkeerde van zijn geïmproviseerde uitstapje herhaalde het geheel zich dus nog eens drie keer. Om de spanning die was ontstaan enigszins op te heffen en er een niet al te serieuze zaak van te maken besloot ik met een "broeders en zusters, de vergelijking met de elfstendetocht dringt zich aan me op; we kwamen allemaal aan, maar wel op verschillende tijden." Dat kon de gemeente wel waarderen en het bood de gelegenheid om 'het rare' van zich af te lachen. De rest van de liturgie konden we zonder al te veel extra maten en tellen afronden.
Altijd wat te beleven in de kerk.

Moraal van het verhaal: altijd op je tellen blijven passen