15 april 2011

God als mens beschrijven

Lees hier onze nieuwsbrief. Vers van de pers

Om het beeld van God als het onveranderlijk, niet met menselijke gevoelens behepte alwijze en ondoorgrondelijk, opperwezen te handhaven heeft de theologie het idee van antropomorfismen binnengehaald. God zou een arm hebben die niet te kort is om te verlossen; een menselijke beschrijving van een goddelijke eigenschap. Uitdrukkingen van boosheid, toorn, vreugde en spijt die Hem worden toegeschreven, zouden slechts menselijke beschrijvingen zijn van iets dat Hij helemaal niet zo voelt of ervaart zoals wij dat doen. God heeft toch geen armen en benen? Als Hij geen armen en benen heeft, kan Hij dan nog wel boos zijn zoals wij boos zijn? Of spijt hebben van iets.
We moeten toch iets verzinnen om de Bijbel niet in tegenspraak met zichzelf te laten zijn?
Ik herinner me een Bijbelvers dat staat als een huis: "God is geen man dat Hij liegen zou, of een mensenkind dat Hij berouw zou hebben. Zou Hij zeggen en niet doen; spreken en niet volbrengen" (Numeri 23:19)?
Om dan passages zoals Exodus 32 uit te leggen waar Mozes God herinnert aan het verbond dat Hij sloot met Israƫl en aan Zijn gedane beloftes, met als gevolg dat "de Heer spijt kreeg van het onheil waarmee Hij zijn volk bedreigd had," ben je bijna dankbaar dat er zoiets als een antropomorfisme bestaat. De beide verzen kunnen dan toch in harmonie naast elkaar voortbestaan.
Echter, als de dialoog met Mozes, en het uiteindelijk resultaat slechts een manier van spreken is (God heeft immers nooit berouw), dan boet het verhaal wel heel veel aan kracht in.
Zou het zo kunnen zijn dat God echt berouw had en echt van gedachten veranderde? Ik moet zeggen dat ik het een sympathiekere gedachte vind dan het idee dat alles uiteindelijk al was voorgekauwd en gepland.
Het idee dat er echte ruimte bestaat in het hart van God (of heeft Hij geen hart?) is een gedachte die we mogen verwelkomen. In plaats van een statische verhouding is er dan sprake van een dynamiek en interactie die de relatie tussen God en mens leven inblaast.
Nu zijn er mensen die zenuwachtig worden bij de gedachte dat er ruimte zou bestaan bij God; het slaat het fundament onder hun leven en zekerheid weg. Dat heeft alles te maken met het idee dat alles vastligt in formules en de juiste dingen doen of laten. Maar het is juist dit laatste dat de genade Gods die behoudt reduceert tot een wet en dus het (eeuwige) leven tracht meetbaar te maken. Het is juist de genade die onmeetbaar is. Leven in het spanningsveld dat tussen de Bijbelse paradoxen bestaat houdt het aantrekkelijk en houdt het aantrekkelijk. Je raakt immers niet uitgedacht of uitgepraat. En zo erg is dat niet.