12 september 2010

De weg naar Antwerpen

Vanmorgen in alle vroegte op zoek gegaan naar een mini LED zaklampje dat mij in de donkere maanden van het jaar moet vergezellen en helpen om naderende bewegende obstakels onze komst te melden. Uiteraard heb ik het voor de zomer op de meest logische plaats weggelegd. Althans, dat was toen logisch. Nu heb ik geen idee meer. Uiteindelijk heb ik in de schuur een mini koplampje gevonden dat het nog deed. Het blijft telkens weer een rare gewaarwording dat je het gevoel kunt hebben dat je helemaal alleen op de wereld bent. Zeker op een zondagmorgen waarin het gros van de mensen of net in bed ligt of zich nog een keer omdraait. Ik heb dat nooit helemaal begrepen. Dan heb je een vrije dag, ga je liggen slapen!? Uitslapen noemt men dat. Ik ken het fenomeen niet zo. Als je wakker wordt ga je er toch uit? Okay, je zou kunnen blijven liggen om een boek te lezen.
Enfin, op de terugweg wenkte een uit het raam van een auto gestoken hand me. Aan de hand zat een Fransman vast die mij in z'n beste Nederlands, het zou ook Frans geweest kunnen zijn, vroeg hoe hij moest rijden om in Antwerpen uit te komen. Hij zei namelijk "Antwerp?" Ik begreep hieruit dat hij waarschijnlijk instructies zou willen ontvangen betreffende de route die hij zou kunnen/moeten volgen om in een plaats genaamd "Antwerp" uit te komen. Wat hij niet wist, maar ik wel, is dat hij nog maar 300 meter bij het Kleinpolderplein vandaan was en dat plein, met een opgebroken een slechts eenrichtingrijdend verkeer toelatende Gordelweg, onmogelijk kon missen en dan vanzelf borden tegen zou komen. Ik maakte rechtdoorgaande gebaren en zei Dordrecht, Breda, Antwerpen. Als hij nu gewoon rationeel en lineair met deze informatie zijn weg zou vervolgen, zou het wel goed komen. Maar niet iedereen begrijpt zulke basisinformatie. Nu is het wel zo dat ik ervan uitging dat hij met Antwerpen die grote stad in Belgiƫ bedoelde. Als hij Antwerp in de staat New York bedoelde, heb ik hem de verkeerde kant opgestuurd. En dat zou niet netjes zijn.