10 april 2007

In Engeland

Vlucht VG207 naar Manchester telde precies 10 passagiers. Inchecken op Rotterdam Airport is echt lachen. Een half uur voor de vlucht vertrekt rijden we thuis weg! Bagage afgeven, door de beveiliging en paspoortcontrole en… verdraaid, ben ik nog tien minuten te vroeg.
Luchthavens, niks leuks aan, maar zo vind ik het niet zo erg. Kon ik maar altijd vanuit Rotterdam Airport vliegen.
Ivan, m’n collega, haalt me op. We eten wat en vertrekken richting Weston Rhyn, aan de grens met Wales, waar OM haar kantoor heeft op een landgoed, Quinta genaamd.
De flat, die ik met vier anderen deel, is ranzig warm en ruikt naar verschaalde jus. Of, iemand heeft last van “okselmoeheid”, een lucht die overeen komt met de geur van gesneden uien die drie dagen lang tussen ander afval hebben gelegen.
Een van de mannen snurkt zo hard dat, ook al lig in een kamer verderop en oorpluggen in heb, hij toch nog te horen is.
Ik ben als eerste op en heb alle ramen wagenwijd opengezet. De uien maken nu plaats voor de schapen die hier voor m’n raam doen wat schapen in de wei doen.
Deze lucht valt 37 keer te prefereren boven die van de uien.

Het eerste wat me opvalt is dat ik wakker word zonder ook maar een spoortje hoofdpijn. Zijn diezelfde mensen soms weer aan het bidden? Toen ik omstreeks middernacht naar bed ging “klopte m’n nek”. “Not good”, dacht ik nog en, Heer, help.
Nu wil ik niet meteen supergeestelijk doen, er zijn meer mensen die na een lange dag hun nek voelen kloppen en de andere dag wakker worden zonder ook maar een spoortje hoofdpijn, maar mijn eerste gedachte was “dank U, Heer”.

Vanmiddag begint de training. Vanmorgen stemmen Ivan, Andy en ik de zaken op elkaar af, zodat we het alle drie over hetzelfde hebben, zonder elkaar te herhalen.

Ik vind het mateloos interessant dat we altijd blijven leren. Dingen, die je al wist, krijgen een nieuwe betekenis, of je leert dingen die je nog niet wist. Voorbeeldje. Ik ben “Het normale christelijke leven” van Watchman Nee weer gaan lezen (na 26 jaar). Een van de dingen die hij schrijft is me sinds afgelopen zondag (toen ik het las) gaan achtervolgen en het maakt diepe indruk op me. Voordat het volk Israël uit de slavernij bevrijdt werd was er de allerlaatste plaag die de Farao deed besluiten om het volk te laten gaan. De verderfengel zou komen en alle eerstgeborenen doden, zowel van de Israëlieten als van de Egyptenaren. Er was maar een manier om aan dit oordeel te ontkomen en dat was door het bloed van een onschuldig lam aan de buitenzijde van de deurposten te smeren. De verderfengel zou het bloed zien en aan je hus voorbijgaan. Voor wie was u dit bloed? Voor ons, of voor God?
Wij kunnen gemakkelijk twijfelen aan de kracht van het bloed. Is het sterk genoeg om met al mijn zonden af te rekenen?
Wie zag het bloed? Het was God die het bloed zag en voor Hem was het genoeg. De Israëlieten die in de huizen zaten, vierden feest terwijl zich buiten hun huizen een gigantische drama voltrok. Dat “feest” moed een dubbel gevoel hebben gegeven. Het oordeel gaat aan ons voorbij terwijl het hen raakt die de kracht van het bloed hebben genegeerd of veronachtzaamd.
Wat me zo aanspreekt is dat God het bloed ziet, en voor Hem is het genoeg. Het gaat er niet om wat ik geloof dat het bloed kan doen maar het gaat erom dat ik erop vertrouw dat het voor God genoeg is. Wauw..

Geen opmerkingen: