3 september 2009

Weest Blijde

Paulus schrijft in de gebiedende wijs (in de NBG althans). Een opdracht. Dit moet je doen. Geen suggestie en geen optie maar een directief: "Weest blijde". Vandaag ben ik redelijk blij. Op een schaal van 0 tot 10 zit ik op een 8,5 en dat is best hoog.
Maar wanneer is iemand blij genoeg om, zeg maar, de opdracht om blij te zijn voldoende te hebben uitgevoerd. Zou een 8,5 genoeg zijn? Een zesje?
Hoe kwalificeer je blijdschap? En hoe kun je nu iemand opdragen om blij te zijn? De kans is dan groot dat je gaat acteren om toch de indruk te wekken dat je voldoende blij bent en dus een voorbeeld bent van een uitgetogen bijbelse levensstijl.
Ik weet niet hoe het anderen vergaat, maar dit soort vragen stel ik als ik mijn Bijbel lees en bestudeer.
Ik pak de GNB en lees hetzelfde vers waar in plaats van "weest blijde", "zorg dat alles in orde komt" staat (2 Korintiers 13:11). En de NBV dan? Die zegt: "Beter uw leven." Alle drie gebiedende wijs maar de opdracht is zo totaal anders. Dingen in orde maken of mijn leven beteren, daar kan ik wel wat mee. Maar met "weest blijde"? M'n gevoel is sowieso niet zo heel erg onder de indruk van mijn verstand.
Een beeld helpt om de instructie beter te begrijpen. Hetzelfde woord wordt gebruikt voor de vissers die hun netten aan het repareren zijn (Mat. 4:21) of het beeld van een leerling die groeit en leert totdat hij net zoveel weet, of net zo leeft als zijn leraar (Lukas 6:40).
In mijn dagboek kan ik vandaag aantekenen dat na onderzoek te hebben verricht de conclusie is dat de NBG-vertaling de plank misslaat. Het oorspronkelijke woord heeft alleen in die zin iets met blijdschap te maken dat dit het gevoel zou kunnen zijn als, na gedane arbeid, het net weer in orde is.
Vandaag moet ik weer eens flink in de netten duiken, zodat ik vanavond terug kan zien op het net dat weer wat beter functioneert. En misschien ben ik dan wel blij.