9 januari 2013

Een redelijk pruimbaar mens

Ik heb bepaalde ideeën over hoe ik vind dat God met mij om moet gaan. Het zou super christelijk zijn om te zeggen dat ik niet anders verwacht dan door Hem in de hel geworpen te worden. Immers er is niemand die goed doet, zelfs niet één en goeddoen blijkt de norm te zijn voor een plekje bij de Vader. Ik verdien niets anders dan straf want ik ben slecht en de toorn van God openbaart zich over alle ongerechtigheid van mensen, dus ook die van mij. Bovendien zoek ik hem niet echt, net zomin als enig ander mens God zoekt.
De paragraaf hierboven is gemakkelijk te onderbouwen met de betreffende verwijzingen naar de plaats in de Bijbel waar we ze tegenkomen.
De wat zwaar op de hand zijnde gelovige zal hier de nadruk op leggen. Verlossing is mogelijk maar alleen op initiatief van God die voor de schepping van de wereld al bepaald heeft wie er gered zijn en verloren gaan. Ook deze dubbele uitverkiezing kan Bijbels onderbouwd worden en roept een lawine aan vragen op.
De mens zou door God tot een punt van volkomen radeloosheid en hulpeloosheid worden gebracht (door God geslagen vanwege zijn koppigheid) en op dat allerlaagste punt zou het mogelijk zijn dat God tot redding overgaat (mits de geslagenheid echt is).

Nu lees ik in Kolossenzen 4 dat Paulus de meesters oproept om rechtvaardig en billijk tegenover hun slaven te zijn in het besef dat ze zelf ook een Meester in de hemel hebben.
Tja, als mijn beeld van de Meester in de hemel is dat hij erop uit is om me te breken en een dergelijke behandeling ook voor mezelf verwacht, dan mocht je wensen dat je nooit voor mij zou moeten werken. Het zou een hel zijn.

Het Evangelie is zo belangrijk omdat het alle scheve relaties weer rechttrekt; de relatie tussen God en de (dolende) mens en de relatie tussen de mensen onderling.Vanuit het volbrachte werk van Christus verhouden we ons nu op een nieuwe manier tot God en elkaar waarbij Paulus in deze context zegt dat die relaties worden gekenmerkt door rechtvaardigheid (dat wat juist is) en billijkheid (gelijkheid). Hoe we deze woorden inhoud geven en waaraan we deze ijken is niet geheel onbelangrijk. Juistheid en gelijkheid zijn begrippen die met de tijd veranderen, verschillen per cultuur en waar iedereen weer een andere idee over, en beeld bij heeft. Die ijking is van groot belang en daarbij ontkom je niet aan de Bijbel die deze begrippen de juiste lading en instructies aangaande de uitvoering ervan geeft.
De verlossing staat centraal. Die doet iets met je. Verandert je van een boze, zure, zelfgericht individu in een redelijk pruimbaar mens waar goed mee te leven en te werken is.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten