16 juli 2009

Alles letterlijk

In ben het boek van A. J. Jacobs aan het lezen: "The year of living biblically". AJ noemt zichzelf agnost (letterlijk: een 'nietweter'). Als experiment is hij een jaar lang zo letterlijk mogelijk de bijbelse wetten, voorschriften en instructie gaan navolgen. Hoe moeilijk (onmogelijk) dat is, beschrijft hij in zijn boek; de dilemma's waar hij mee worstelt (mag je bepaalde wetten ook figuurlijk interpreteren? Zo ja, waar trek je dan de lijn?) en keuzes waar hij voor komt te staan ("als ik een overspelige tegenkom, zal ik hem moeten stenigen").
Wat het boek vooral laat zien is dat de christenen er eigenlijk maar een zooitje van maken. Iedereen kiest die zaken waar hij/zij zich wel aan wil of zal houden en welke hij/zij meent niet meer te hoeven houden omdat de wet in Christus vervult is.
"Ja, maar de wet heeft niet afgedaan", zo begint dan meteen de discussie.
En daarmee is het strijdtoneel meteen bepaald. Ook de "vrijen" zijn wettisch. Onlangs vertelde iemand mij hoe de Heer hen (ja, de man en de vrouw afzonderlijk!) had laten zien dat het beter is om op zondag geen boodschappen te doen (behalve als het echt noodzakelijk is (maar wat/wie bepaalt dat dan?)) en dat saunabezoek met ingang van heden taboe is. Voor hen, werd er benadrukt. Ze wilden het vooral niemand opleggen. Iedereen moet daarin vrij zijn.

En daar hebben we hem dan: Ik ben vrij om te kiezen wel of niet wettisch te zijn. Dat is zo'n beetje te optelsom van hoe het Westers Christendom naar de verhouding wet en genade kijkt.
Het komt er eigenlijk op neer, en dat is het gevolg van het opgroeien in een sterk overdreven individualistische samenleving, dat we dus een vorm van privereligie hebben waarin God de individuele gelovige stillekens en zachtkens leidt naar een unieke invulling en uitdrukking van zijn/haar geloof dat Gods uitdrukkelijke wil is voor hem/haar.
Hoe klinkt dat?
Wat het mij zegt is dat we er nog steeds niets van begrijpen en dat ons christendom meer lijkt op het hedonisme waarin het eigen genot centraal staat. Het jezelf ontzeggen van een ijsje op zondag vervult een behoefte diep van binnen om ons te onderscheiden en in onze verbeelding God te horen zeggen dat, hoewel Hij van ons allemaal evenveel houdt, wij speciaal zijn omdat we dat van dat ijsje of de wekelijkse boodschappen hebben begrepen. Misschien zien we in onze verbeelding wel een traan over Gods wang biggelen, zo blij is Hij.
Of misschien verdrietig?

Kortom, het boek van AJ is een belangrijk boek. Hoewel het niet zijn boodschap is, roept het wel op tot zelfonderzoek. En dat is altijd goed.