9 april 2009

Uitzicht(loos)


Dit plaatje is een foto van het uitzicht vanuit m'n hotelkamer in Duitsland. Een beetje teleurstellend. Ik legde dit plaatje naast de uitkomst van het boek dat ik onlangs las; "why I am not a calvinist". Het uitzicht is niet bijster aantrekkelijk. De meeste calvinisten vinden het maar moeilijk om consequent te zijn. Enerzijds van harte geloven in de uitverkiezing: de gedachte dat God voor de schepping al heeft bepaald wie er gered zouden worden. Die gedachte zou je kunnen afleiden uit de verzen in Romeinen 8. Anderzijds is de consequentie van die gedachte dat, als je daar echt in gelooft, je niet anders kan dan zeggen dat God ook van tevoren bepaald heeft wie er verloren zouden gaan. Een moderne, standvastige en consequente calvinist is John Piper:
"Ik wil het feit dat God mijn eigen zonen wellicht niet tot Zijn eigen zonen rekent niet negeren. En, hoewel ik denk dat ik mijn leven zou geven om mijn eigen zonen te redden, ik zou niet tegen Gods plan in opstand komen. Hij is God. Ik ben maar een mens. De pottenbakker heeft absolute rechten over de klei. Mijn recht is om te buigen voor Zijn nooit in twijfel te trekken karakter en geloven dat de Rechter vabn deze wereld altijd doet wat juist is." (How does a souvereign God love? The Reformed journal, april 1983, blz. 13).
Piper is geobsedeerd door "Gods heerlijkheid". Alles wat God doet, draagt bij tot Zijn heerlijkheid. Zelfs het naar de hel sturen van de niet uitverkorenen draagt bij aan Zijn heerlijkheid.
Er zijn tal van ontsnappingsclausules bedacht om het wat minder te doen klinken (het 'softdeterminisme' of compatibelisme bijvoorbeeld wat staat voor de vrijheid om keuzes te maken, maar deze keuzes zijn dan wel weer gedetermineerd; of toegestaan zoals de nog softere varianten suggereren).
Het probleem is de start. Als je begint met voorzienigheid stel je de vraag, "hoe drukt een soevereine God zijn liefde uit?" Als je uitgaat van Gods wezen waarbij het altijd en overal om Zijn liefde gaat, wordt de vraag anders: "Waarin komt de soevereiniteit van een volmaakt liefdevolle God tot uitdrukking?" Met deze kijkrichting lees en interpreteer je meteen al anders.
De Bijbel geeft overigens overweldigend veel aanleiding om God als volmaakt liefdevol te zien en Zijn soevereiniteit als ondergeschikt aan die liefde. En niet andersom.
Als de Bijbel zegt dat God de mens, alle mensen, liefheeft, dan heeft Hij deze oprecht en zonder onderscheid lief.
Wat mensen bij die liefde vandaan houdt is "de god van deze wereld die harten verblindt zodat ze Zijn liefde niet opmerken" (Paulus in 2 Korintiers) en niet een of andere voorbestemd onwrikbaar plan dat mensen het vermogen om te kiezen heeft ontnomen, zodat ze niet eens willen.

Geen opmerkingen: