7 juni 2011

Arme Job

Vanmorgen weer eens door Job gelezen en ik realiseer me dat de hoofdstukken 3 tot en met 37 niet zo bijster interessant zijn in de zin van lessen die je er uit zou kunnen leren. Job en zijn drie vrienden argumenteren; Job blijft zijn onschuld bepleiten en zijn vrienden bepleiten juist zijn schuld. Als God dan zelf het woord neemt (in hoofdstuk 38) en je een ontknoping verwacht, blijkt dat ze er allemaal naast zaten, hoewel Job meer punten gescoord had. Uiteindelijk besluit Job er het zwijgen toe te doen; hij had al teveel voor z’n beurt gesproken. Zo doen allemaal boete en het komt met iedereen weer goed.

Het is en blijft een lastig boek en roept meer vragen op dan dat het zaken echt oplost. Het geeft geen waterdicht antwoord op het probleem van het lijden hoewel het beeld zich opdringt van een uitdagende, zeurderige duivel die van God het groene licht krijgt om z’n gang te gaan en iemands leven een hel te maken waarbij God de eindregie in handen heeft.

Gisteren een interessante discussie met vrienden over het volgen van Jezus en over de hel. Wat me verbaast is dat zoveel mensen zo absoluut stellig kunnen zijn over een thema, zich daarbij bij voorkeur laten informeren door onderbuikgevoelens en subjectieve,  niet toetsbare gedachtegangen.

Ik stel me zo voor dat al die mensen die bereid zijn om zelfs hun leven  te geven voor een bepaalde overtuiging, eenmaal oog in oog met hun schepper, niets anders dan stamelend zullen toegeven dat het het allemaal niet waard was. Hij is zoveel groter, zoveel meer en onze levens, in het licht van die grootheid, onbetekenend, pluisjes op een weegschaal. En het lijkt erop dat dat de les is uit Job. Gods antwoord op alle gekonkellefooi van Job & Co is dat ze het niet zo heel erg goed snappen en een toontje minder op z’n plaats zou zijn.

 

Tot en met donderdag in Engeland om te vergaderen. Het regent.