Doorgaan naar hoofdcontent

Fietsen zonder de hulp van Jezus?

Jezus zegt dat we zonder Hem niets kunnen doen. Gisteren vroeg ik aan de altijd braaf luisterende gemeenteleden (wat op zich een wonder is) of het mogelijk was om zonder de hulp van Jezus te fietsen. In plaats van fietsen zou je natuurlijk van alles in kunnen vullen. De feedback kwam erop neer dat dit blijkbaar heel goed mogelijk is; er zijn heel wat ongelovigen die heel goed in staat zijn om zonder hulp van boven zich per fiets voort te bewegen. Wat bedoelt Jezus dan als Hij dat zegt? We zijn als mensen tot grote dingen in staat. Daar zijn we het al snel met elkaar over eens. Dus, of Jezus zegt iets wat niet waar blijkt te zijn, of Hij heeft het over iets anders. Met andere woorden: wat is dat niets?

In metafysische zin kan de mens helemaal niets zonder de hulp van God. Elke inademing, hartslag en voetstap die we zetten is een gave van God die alles door Zijn woord bij elkaar houdt. Maar daar heeft Jezus het ook niet over hoewel het besef en de erkenning van de hulp van God in deze zin de mens tot intense dankbaarheid zou moeten stemmen.

In Johannes 15 legt Jezus zijn toehoorders uit dat de oorspronkelijke rank aan de wijnstok, Israƫl, niet de vrucht voortbracht die God had bedoeld. In Jesaja 5 wordt Gods bedoeling met die rank uiteengezet. Hij verwachtte goed bestuur en rechtsbetrachting maar het resultaat was bloedbestuur en geschreeuw (rechtsverkrachting). Het is tegen deze achtergrond dat Jezus zijn verhandeling over de wijnstok en de ranken houdt. En of het nu over Joden of over niet Joden gaat, in onze pogingen om goed te besturen en de wet nauwgezet te houden komen we altijd onszelf tegen; schieten we tekort in het nauwgezet en integer vormgeven hiervan. Onze oordelen, onze motieven; ze staan de ware vrucht vaak eerder in de weg dan dat ze de zaak goeddoen.
Nu zegt Jezus dat om die vrucht voort te brengen (in zijn liefde te blijven) er maar een mogelijke weg is en dat is het gehoorzaam doen wat Hij zegt (Joh. 15:10). En ook daar komen we onszelf tegen omdat we ons niet zo graag laten zeggen wat we wel of niet moeten doen! We bepalen bij voorkeur zelf wel wat we wel en niet doen.
Vraagt Jezus dan niet iets van ons wat eigenlijk onmogelijk is?
Het motief is van belang. In vers 8 zegt Jezus dat we door vrucht te dragen, de vader eren. We komen tot ons doel, onze bestemming en daar heeft God, de vader behagen (plezier) in. Mag ik dan concluderen dat de mate waarin het mij te doen is om de eer van God in mijn leven bepalend is voor de mate waarin ik bereid ben om te doen wat Jezus me opdraagt.
De Bijbel is toch en grote mate een "doe" boek. Maar gewoon doen heeft iets mechanisch als het Leven zelf daar niet aan ten grondslag ligt. Daarom is er de Geest; de leven gevende Geest van God die in de mens Zijn werk wil doen. Als ik me daarmee verbindt en Hem de ruimte geef (ja, daar komt discipline, bereidheid en gretigheid bij kijken) is er hoop op verandering.



Reacties

Populaire posts van deze blog

Ik kom uit de kast

Het is een langachtig proces geweest en ik heb een klein beetje geworsteld met de vraag of ik wel of niet uit de kast zou komen.  Je zou het een allergie kunnen noemen waarbij de manifestatie ervan in hevigheid toeneemt bij korte en/of langdurige blootstelling aan het fenomeen dat de bron van die allergie is. Voorheen was het trouwens geen fenomeen. Althans, terugkijkend of luisterend realiseer ik me dat het altijd al trekjes ervan had; subjectieve, veronderstellende, vooringenomen, propagerende en selectieve. Op de voorpagina van Het Vrije Volk van 25 november 1960, waarvan een reproductie op de deur van mijn kantoor te zien is (25/11/1960 is de dag dat ik het levenslicht zag), is onder andere te lezen dan J.F. Kennedy junior geboren is en dat Elizabeth Taylor zich in een zonnig land gaat voorbereiden op haar rol in de film Cleopatra (het is bij het ter perse gaan van de krant nog niet bekend naar welk zonnig land ze zal afreizen). Ook nieuwswaardig genoeg om op de voorpagina te d...

šŸŽµ Psalm 42 en skinny jeans: een ontmoeting tussen traditie en trend

Een goede vriend van mij heeft buren die lid zijn van een traditionele protestantse kerk. Ze zijn best vriendelijk, maar over hun geloof praten ze niet zo makkelijk. Dat hebben ze van huis uit niet echt geleerd. Toch gebeurde er iets bijzonders toen ik bij hen op bezoek was. Ze hebben een zoon die zwaar gehandicapt is. Hij heeft dag en nacht zorg nodig, kan niet zien en heeft moeite met leren. Maar wat hij wĆ©l kan, is indrukwekkend: hij kent bijna alle 150 berijmde psalmen uit zijn hoofd. En hij is altijd vrolijk. Ik vroeg hem wat zijn favoriete psalm was. “Psalm 42,” zei hij. Dus ik begon te zingen: ’t Hijgend hert, der jacht ontkomen, Schreeuwt niet sterker naar ’t genot Van de frisse waterstromen, Dan mijn ziel verlangt naar God... Ja, mijn ziel dorst naar den HEER; God des levens, ach, wanneer Zal ik naad'ren voor Uw ogen, In Uw huis Uw naam verhogen?  (Vers 1, er zijn er nog 6)  Zodra ik begon, zong hij meteen mee. Hij kende het hele vers. Dat raakte me. Het deed me denke...

Een wel heel smalle weg

Gisteren was ik weer aan het uitstellen. Meestal als ik aan een nieuwe, wat grotere taak begin, zoek ik allerlei excuses om niet te hoeven beginnen. Ik ga bijvoorbeeld mijn bureau opruimen, schrijf een blog (of twee) of ga boeken afstoffen. Daar blader ik dan meteen maar even door. Zo blies ik de stof af van John Bunyan's "De Christen- en christinnereis naar de eeuwigheid".  Ik heb een mooi exemplaar; de ongewijzigdde herdruk (1975) naar de uitgave van 1868. Om het uitstel wat verder op te rekken besloot ik tot een reflectie/kritiek op het boek. De illustratie in deze blog is ƩƩn van de 100 zwart wit platen waarvan het boek rijkelijk is voorzien. Ik heb AI gevraagd er een cartoon van te maken in kleur. John Bunyan’s  "De Christen- en christinnereis naar de eeuwigheid" geldt als een iconisch werk binnen de christelijke literatuur en wordt vaak gepresenteerd als een spirituele gids voor nieuwe gelovigen (mijn moeder gaf me een pocketuitgave op mijn 18e verjaardag...