12 september 2011

Fietsen zonder de hulp van Jezus?

Jezus zegt dat we zonder Hem niets kunnen doen. Gisteren vroeg ik aan de altijd braaf luisterende gemeenteleden (wat op zich een wonder is) of het mogelijk was om zonder de hulp van Jezus te fietsen. In plaats van fietsen zou je natuurlijk van alles in kunnen vullen. De feedback kwam erop neer dat dit blijkbaar heel goed mogelijk is; er zijn heel wat ongelovigen die heel goed in staat zijn om zonder hulp van boven zich per fiets voort te bewegen. Wat bedoelt Jezus dan als Hij dat zegt? We zijn als mensen tot grote dingen in staat. Daar zijn we het al snel met elkaar over eens. Dus, of Jezus zegt iets wat niet waar blijkt te zijn, of Hij heeft het over iets anders. Met andere woorden: wat is dat niets?

In metafysische zin kan de mens helemaal niets zonder de hulp van God. Elke inademing, hartslag en voetstap die we zetten is een gave van God die alles door Zijn woord bij elkaar houdt. Maar daar heeft Jezus het ook niet over hoewel het besef en de erkenning van de hulp van God in deze zin de mens tot intense dankbaarheid zou moeten stemmen.

In Johannes 15 legt Jezus zijn toehoorders uit dat de oorspronkelijke rank aan de wijnstok, Israƫl, niet de vrucht voortbracht die God had bedoeld. In Jesaja 5 wordt Gods bedoeling met die rank uiteengezet. Hij verwachtte goed bestuur en rechtsbetrachting maar het resultaat was bloedbestuur en geschreeuw (rechtsverkrachting). Het is tegen deze achtergrond dat Jezus zijn verhandeling over de wijnstok en de ranken houdt. En of het nu over Joden of over niet Joden gaat, in onze pogingen om goed te besturen en de wet nauwgezet te houden komen we altijd onszelf tegen; schieten we tekort in het nauwgezet en integer vormgeven hiervan. Onze oordelen, onze motieven; ze staan de ware vrucht vaak eerder in de weg dan dat ze de zaak goeddoen.
Nu zegt Jezus dat om die vrucht voort te brengen (in zijn liefde te blijven) er maar een mogelijke weg is en dat is het gehoorzaam doen wat Hij zegt (Joh. 15:10). En ook daar komen we onszelf tegen omdat we ons niet zo graag laten zeggen wat we wel of niet moeten doen! We bepalen bij voorkeur zelf wel wat we wel en niet doen.
Vraagt Jezus dan niet iets van ons wat eigenlijk onmogelijk is?
Het motief is van belang. In vers 8 zegt Jezus dat we door vrucht te dragen, de vader eren. We komen tot ons doel, onze bestemming en daar heeft God, de vader behagen (plezier) in. Mag ik dan concluderen dat de mate waarin het mij te doen is om de eer van God in mijn leven bepalend is voor de mate waarin ik bereid ben om te doen wat Jezus me opdraagt.
De Bijbel is toch en grote mate een "doe" boek. Maar gewoon doen heeft iets mechanisch als het Leven zelf daar niet aan ten grondslag ligt. Daarom is er de Geest; de leven gevende Geest van God die in de mens Zijn werk wil doen. Als ik me daarmee verbindt en Hem de ruimte geef (ja, daar komt discipline, bereidheid en gretigheid bij kijken) is er hoop op verandering.