10 oktober 2017

Tragische preek met een komische vouw

“Jij hebt er niet veel aan maar deze preek was de beste die ik ooit van je gehoord hebt,” meldde de een. Een ander nam me terzijde en vroeg zich af of het “regelmatig (met humor) uit de bocht vliegen” niet iets teveel van het goede was. Waar de een zich weet aangesproken, kan een ander zomaar met kromme tenen de uiteenzetting aan het uitzitten zijn. 

Als je vanachter een spreekgestoelte of vanaf een podium een verhaal vertelt, wil je het liefst dat het voltallige publiek zich kan concentreren op wat er gezegd wordt en er voldoende aanknopingspunten in zitten tot herkenning voor iedereen. Wat maximaal haalbaar is? Ik zou het niet weten. Er spelen immers zoveel aspecten een rol.
Jaren geleden werd ik eens aangesproken door een mevrouw die zich behoorlijk aan me had geërgerd en geen woord had gehoord van wat er gezegd was. “Wat was het dat u zo ergerde, mevrouw? Als u mij dat laat weten kan ik er wellicht iets mee.”

“Je broek.”
“Wat is er mis met mijn broek? Dit is de netste die ik heb.”
“Dat kan wel wezen, maar er zit geen vouw in.”

Op de terugweg heb ik bij V&D een broek met een vouw gekocht. Als die vouw er toe bijdraagt dat deze mevrouw de volgende keer wel luistert, dan koop ik een vouw in mijn broek.
Over alle denkbare zaken die kunnen afleiden heb ik wel ergens een anekdote.

Maar goed, terug naar waar het uiteindelijk om gaat: het verhaal (bba “de preek”)
Een preek is niet veel anders dan een zogenaamde tragikomedie - tragische en komische verhaalonderdelen die elkaar afwisselen; de lach en de traan die nooit ver bij elkaar vandaan zijn; een afspiegeling van het rauwe leven waarbij ieder mens zich in de maalstroom van de wisselwerking tussen die twee uiterste emoties bevindt. De preek kan en mag zich daar niet boven verheffen, of er onder gaan hangen maar moet op die werkelijkheid inspelen. Dat is immers de plek waar het leven zich afspeelt. Haakt het niet in op de plek waar de mens is, dan hebben we het over een academische vingeroefening die over de meeste hoofden in het publiek heengaat, een driekoppige morele vingerwijzing, een verkooppraatje en dergelijke fenomenen.

Heeft de meneer die mij aansprak een punt? Vlieg ik wel eens uit de bocht en heb ik de neiging om een zijspoor in te slaan waar even heerlijk gelachen wordt? En kan het dan zijn dat ik (bijna) het hoofdspoor uit het oog verlies en moeite kan hebben om terug te keren naar de draad? Ja.
Moet ik dat goed in de gaten houden? Ja

Ga ik dat ook doen? Wel, laat me dit erover zeggen. Terugkoppeling is essentieel voor een spreker omdat het gaat over het wezen van communiceren en het voortdurend aanscherpen van de vorm en inhoud. Als ik mezelf serieus neem, kan ik niets anders doen dan het ter harte nemen.