Het idee dat God spijt van iets zou kunnen hebben gaat er bij de meeste gelovigen niet in. Nadat Hij in eerste instantie met goedkeuring keek op Zijn scheppingswerk gaat het fout als de mens zijn autonomie opeist en Zijn eerste en enige gebod overtreedt. De reactie van God daarop is dat het hem spijt en pijn doet dat Hij de mens gemaakt heeft. Zijn besluit om de mens compleet van Zijn schepping weg te vagen vindt vervolgens geen doorgang omdat Hij toch nog een rechtvaardig mens aantreft (Noach). Aldus het verhaal in Genesis 6. Als je hierover vragen stelt komen er steevast de vastgeklonken antwoorden dat het een "wijze van spreken is" want hoe zou God in Zijn alwetendheid ergens spijt van kunnen hebben. De mogelijkheid dat Hij het niet had aan zien komen doet de rechtgeaarde gelovige helemaal op de grondvesten trillen. De vrijwel platte, menselijke weergave van reacties en emoties op dit drama wordt te vaak opgepoetst tot een geestelijke exercitie. Daar heb ik toch wel wat moeite mee omdat je vervolgens alle passages in het Oude Testament die ook maar een mogelijke verwijzing in zich hebben naar een God die op onverwachte wendingen stuit, van gedachten verandert of Zijn plan bijstelt, met dezelfde poetslap in de bestaande dogma's moet zien te wringen.
De enige escape die ik kan bedenken is dat al deze verwijzingen in een veel groter verhaal passen. Dat is dan het grote verhaal van God die van het begin der schepping slechts een wens kent en dat is dat alle volkeren Hem vrijwillig erkennen als hoogste autoriteit en Hem met diezelfde vrijwilligheid loven (Psalm 67). Vervolgens verhaalt de Bijbel dan hoe die wens tot vervulling komt waarbij de centraliteit van Christus een onbetwistbare plaats inneemt.
De studenten die deze week les van mij krijgen vormen geen uitzondering op de verwachte en stereotiepe reactie die je wereldwijd aantreft. De bekende dogma's vlogen door de zaal. De poetslap, evenals de dogma's, zijn universeel. Het lijkt onmogelijk te geloven in een God die bij tijd en wijle voor aangename en onaangename verrassingen komt te staan.
Ja, het is een lastig dilemma en nee, de theologie heeft daar nooit een voldoende antwoord op kunnen geven zonder zich te bezondigen aan het construeren van paradoxen en kunstige formules.
Mijn uitdaging aan de studenten was om zich nooit te verschuilen achter de breed geaccepteerde dogma's van de alomtegenwoordigheid, alwetendheid en onveranderlijkheid van God, maar altijd te willen blijven verkennen en onderzoeken. De studenten beloofden plechtig zich hieraan niet te bezondigen.
Onderweg en Thuis
25 mei 2013
23 mei 2013
De anderhalve stoel passagier.
Na zich nauwkeurig te hebben gepositioneerd gaf de jonge vrouw zich over aan de zwaartekracht om de laatste dertig centimeter, die zich van haar en de zitting van de stoel naast me scheidde, te slechten. Na de plof kwam ook de rest van haar lichaam tot een zekere rust en golfde een deel van haar lichaam mijn kant op. Mijn zorg over wie het grootste gedeelte van de armleuning zou weten op te eisen bleek ongegrond. Die leuning was niet meer te zien en de stille machtsstrijd hoefde dan ook niet gestreden te worden. Deze penibele situatie zou mijn wereld zijn voor de komende veertien uur.
Eenmaal in Ecuador aangekomen is het leed al snel vergeten en zie ik uit naar de komende week. Een aangename verrassing is de properheid die ik aantref in de "single men's accommodation." Mijn ervaringen daarmee zijn zonder uitzondering slecht te noemen maar deze twee jonge mannen hebben het goed voor elkaar. Ze staan bovenaan mijn top drie van schoonste vrijgezellen accommodatie in de wondere wereld van Operatie Mobilisatie.
Met een dicht oor, een ontstoken neusholte en keel en een irritant kuchje (begonnen in Libanon een paar weken terug) heb ik mezelf vandaag een kuurtje voorgeschreven en hoop dat de Amoxicilina de boosdoeners in mijn lijf effectief een halt gaat toeroepen. Gezondheid is een groot goed en ik realiseer me dat er maar weinig nodig is om ons van ons stuk af te brengen. Oftewel, je wordt je pas bewust van iets dat goed werkt als er iets mis gaat.
De komende week lesgeven op de jaarlijks missions school van OM Ecuador. Heb er zin in.
De afgelopen nacht had ik een boze droom. Een morbide obese jonge vrouw bleek de stoel naast me toegewezen te hebben gekregen. Na zich boven haar stoel te hebben gepositioneerd liet ze zich achterovervallen en werd ik als het ware geassimileerd. Tegenstand bieden had geen zin. Ik stikte en werd wakker.
Eenmaal in Ecuador aangekomen is het leed al snel vergeten en zie ik uit naar de komende week. Een aangename verrassing is de properheid die ik aantref in de "single men's accommodation." Mijn ervaringen daarmee zijn zonder uitzondering slecht te noemen maar deze twee jonge mannen hebben het goed voor elkaar. Ze staan bovenaan mijn top drie van schoonste vrijgezellen accommodatie in de wondere wereld van Operatie Mobilisatie.
Met een dicht oor, een ontstoken neusholte en keel en een irritant kuchje (begonnen in Libanon een paar weken terug) heb ik mezelf vandaag een kuurtje voorgeschreven en hoop dat de Amoxicilina de boosdoeners in mijn lijf effectief een halt gaat toeroepen. Gezondheid is een groot goed en ik realiseer me dat er maar weinig nodig is om ons van ons stuk af te brengen. Oftewel, je wordt je pas bewust van iets dat goed werkt als er iets mis gaat.
De komende week lesgeven op de jaarlijks missions school van OM Ecuador. Heb er zin in.
De afgelopen nacht had ik een boze droom. Een morbide obese jonge vrouw bleek de stoel naast me toegewezen te hebben gekregen. Na zich boven haar stoel te hebben gepositioneerd liet ze zich achterovervallen en werd ik als het ware geassimileerd. Tegenstand bieden had geen zin. Ik stikte en werd wakker.
27 april 2013
Het raadsel van de verdwijnende kerk
Dit weekend werk ik met een groep werkers waarvan velen al jaren in het Midden Oosten het Goede Nieuws handen en voeten geven. Ze komen uit Mexico, Zwitserland, Jordanië, Korea, Amerika, Australië Duitsland en Nederland. Grote dingen van God waarover ik gisteren kritisch schreef en waar sommige lezers zich aan ergerden, lijken hier wat langer op zich te laten wachten. Een van de vragen waar een veteraan mee worstelt is hoe het kan dat een gezonde, groeiende kerk (zoals de eerste kerken in Klein Azië) uiteenvalt, ophoudt te bestaan en gereduceerd wordt tot een voetnoot in de geschiedenisboeken. Het kan toch niet zo zijn dat het altijd de mens is die, dat wat God bouwt in een mum van tijd weet af te breken? Er zal toch wel meer over te zeggen zijn. Ik weet het echt niet.
Ik weet dus niet hoe ik deze vraag moet beantwoorden. Wat ik kan proberen is het onder de noemer "mysteries" te plaatsen: "Goede vraag, maar dit is een van de mysteries waar we gewoon maar genoegen mee moeten nemen dat het er is." Het is een antwoord. Hoe zit het precies. Wellicht dat een aantal bloglezers me kan helpen?
Mijn dilemma is dat als het de mens is die het werk van God weet af breken, we een groter probleem hebben dan dat ik dacht omdat je dan ook moet gaan kijken naar de invloed van de mens op geplande en lopende bouwprojecten.
Of is het de duivel? Kan ook natuurlijk maar die kan ook maar weinig anders dan door mensen heen te werken.
Het is hoe dan ook een groot wonder dat de kerk bestaat. En groeit. Wereldwijd besluiten dagelijks zo'n 100.000 mensen om Christus te gaan volgen. Dat is meer dan een voetnoot. Dat is gigantisch en het geeft deze werkers hoop en geloof voor de regio. Het kan!
Ik weet dus niet hoe ik deze vraag moet beantwoorden. Wat ik kan proberen is het onder de noemer "mysteries" te plaatsen: "Goede vraag, maar dit is een van de mysteries waar we gewoon maar genoegen mee moeten nemen dat het er is." Het is een antwoord. Hoe zit het precies. Wellicht dat een aantal bloglezers me kan helpen?
Mijn dilemma is dat als het de mens is die het werk van God weet af breken, we een groter probleem hebben dan dat ik dacht omdat je dan ook moet gaan kijken naar de invloed van de mens op geplande en lopende bouwprojecten.
Of is het de duivel? Kan ook natuurlijk maar die kan ook maar weinig anders dan door mensen heen te werken.
Het is hoe dan ook een groot wonder dat de kerk bestaat. En groeit. Wereldwijd besluiten dagelijks zo'n 100.000 mensen om Christus te gaan volgen. Dat is meer dan een voetnoot. Dat is gigantisch en het geeft deze werkers hoop en geloof voor de regio. Het kan!
26 april 2013
God gaat grote dingen doen!
Glimlachend van oor tot oor kijkt de man in de camera. Duidelijk geïntoxiceerd door een combinatie van eindeloos herhaald gezongen christelijke mantra's, opzwepende en claimende beloftes van de dienstdoende voorganger (die waarachtig op de stereotiepe autoverkoper lijkt) en afgeblust met een krampachtig aandoend geloof dat het allemaal anders gaat worden roept de toevallig aangesproken feestganger de kijker toe dat God grote dingen gaat doen en dat Nederland wel eens een poepje gaat ruiken.
Niets nieuws. Dat hoor ik al sinds 1978, toen ik besloot om bij Christus in de leer te gaan. Maar waar blijft het dan; dat grote van God, op bevel van Zijn volgelingen afgeroepen over ons land?
Nederland verloedert, verhuftert en de invloed van de kerk is op z'n hoogst marginaal te noemen.
Maar we willen het zo graag! Die opwekking. Die manifestatie van de tegenwoordigheid en macht van God. Toch? En dan heb ik het over die dingen die we God graag zouden willen zien doen naast en boven de normale wonderen waar we al redelijk aan gewend zijn geraakt (een zonsopgang, zonsondergang, de lente, enz).
In werkelijkheid zien we er niet zoveel van en zijn de vermeende opwekkingen niets meer dan plaatselijk buitjes die niet of nauwelijks door de muren van georganiseerde evenementen sijpelen.
De opwekkingen en oplevingen zijn helaas niet veel meer dan persoonlijke belevingen en verkapte uitdrukkingen van het ongenoegen met de persoonlijke en maatschappelijke status quo.
De wens naar meer van God is sterk. Maar de wens omzetten in een gebod maakt het tot een bespotting en beschimping van de allerhoogste. Harder roepen brengt iets niet dichterbij.
Wellicht dat de stilte en een geweeklaag in de binnenkamer eerder tot het hart van God doordringt dan het roepen van een opgezweepte mini massa.
Kortom, een beetje meer bescheidenheid zou niet misstaan. De van oor tot oor reikende glimlach is eerder een uitdrukking van iemand die geniet van een besloten feestje dan van realistisch geloof.
Niets nieuws. Dat hoor ik al sinds 1978, toen ik besloot om bij Christus in de leer te gaan. Maar waar blijft het dan; dat grote van God, op bevel van Zijn volgelingen afgeroepen over ons land?
Nederland verloedert, verhuftert en de invloed van de kerk is op z'n hoogst marginaal te noemen.
Maar we willen het zo graag! Die opwekking. Die manifestatie van de tegenwoordigheid en macht van God. Toch? En dan heb ik het over die dingen die we God graag zouden willen zien doen naast en boven de normale wonderen waar we al redelijk aan gewend zijn geraakt (een zonsopgang, zonsondergang, de lente, enz).
In werkelijkheid zien we er niet zoveel van en zijn de vermeende opwekkingen niets meer dan plaatselijk buitjes die niet of nauwelijks door de muren van georganiseerde evenementen sijpelen.
De opwekkingen en oplevingen zijn helaas niet veel meer dan persoonlijke belevingen en verkapte uitdrukkingen van het ongenoegen met de persoonlijke en maatschappelijke status quo.
De wens naar meer van God is sterk. Maar de wens omzetten in een gebod maakt het tot een bespotting en beschimping van de allerhoogste. Harder roepen brengt iets niet dichterbij.
Wellicht dat de stilte en een geweeklaag in de binnenkamer eerder tot het hart van God doordringt dan het roepen van een opgezweepte mini massa.
Kortom, een beetje meer bescheidenheid zou niet misstaan. De van oor tot oor reikende glimlach is eerder een uitdrukking van iemand die geniet van een besloten feestje dan van realistisch geloof.
25 april 2013
Laat de kinderen tot Mij komen (3-3)
Het verwelkomen en zegenen van kinderen laat Gods genadevolle ontvangen van de kwetsbaren en de behoeftigen zien. Deze gebeurtenis helpt ons om het koninkrijk als een gave en als een opdracht te begrijpen. Aan de ene kant betekent het ontvangen van het koninkrijk als een kind, de verwelkoming en zegen van Christus voor ons als we tot Hem komen met de kwetsbaarheid en behoeften van een kind. Het ontvangen van het koninkrijk slaat op de houding en reactie die we demonstreren ten aanzien van Gods normen en richtlijnen voor het leven; een gewillige overgave en hartstochtelijk omarming van de radicale waarden die Jezus voorleeft. Door een kwetsbaar kind te omarmen verwelkomen we Christus (en dus God) en ontvangen we het koninkrijk. Dit ontvangen is vervolgens de sleutel tot het binnengaan van dat koninkrijk.
In 1 Tim. 1:13 schrijft Paulus ”God heeft zich ontfermd – omdat ik in mijn ongeloof niet wist wat ik deed.” Bestaat er zoiets als “verzachtende omstandigheden” bij God? De wet geldt voor iedereen en er is geen aanzien des persoons. De genade is er ook voor allen. Allen handelden in onwetendheid – ongeloof. Aan het kruis vraagt Jezus de vader om zijn vijanden te vergeven –want ze weten niet wat ze doen. De woorden van Jezus plaatsen de woorden van Paulus in een helder perspectief. Het is de gebrokenheid, de erkenning dat hij het is die gezondigd heeft; het persoonlijk maken van de daad van ongehoorzaamheid. Deze persoonlijke erkenning van zijn aandeel opent de sluizen van genade, geloof en liefde (:14).
De reden dat de discipelen het belang van de relatie tussen kinderen en het koninkrijk niet zagen of begrepen is dat ze zelf nog niet geleerd hadden om het koninkrijk als kinderen te ontvangen. Hun “volwassen” ideeën over waarden staat hun ontvangen van Gods waarden in de weg.
Het ontvangen van het koninkrijk, de regering van God in ons leven, begint bij het bepalen van je positie. Dit verhaal leert ons dat zoals kinderen nog geen stem hebben en afhankelijk zijn van de gunst en zorg van anderen dit onze beginpositie dient te zijn als we tot Christus komen. Alles wat we menen te zijn, te hebben of denken recht op te hebben moet uit ons leven wegvloeien. Het moet “eb” worden. Zoals Christus zichzelf ontledigde wordt ons gevraagd alle pretentie weg te laten vloeien. Dan zien we het koninkrijk en begrijpen we de waarden en acties die het voorstaat en kunnen deze ons leven transformeren.
In 1 Tim. 1:13 schrijft Paulus ”God heeft zich ontfermd – omdat ik in mijn ongeloof niet wist wat ik deed.” Bestaat er zoiets als “verzachtende omstandigheden” bij God? De wet geldt voor iedereen en er is geen aanzien des persoons. De genade is er ook voor allen. Allen handelden in onwetendheid – ongeloof. Aan het kruis vraagt Jezus de vader om zijn vijanden te vergeven –want ze weten niet wat ze doen. De woorden van Jezus plaatsen de woorden van Paulus in een helder perspectief. Het is de gebrokenheid, de erkenning dat hij het is die gezondigd heeft; het persoonlijk maken van de daad van ongehoorzaamheid. Deze persoonlijke erkenning van zijn aandeel opent de sluizen van genade, geloof en liefde (:14).
De reden dat de discipelen het belang van de relatie tussen kinderen en het koninkrijk niet zagen of begrepen is dat ze zelf nog niet geleerd hadden om het koninkrijk als kinderen te ontvangen. Hun “volwassen” ideeën over waarden staat hun ontvangen van Gods waarden in de weg.
Het ontvangen van het koninkrijk, de regering van God in ons leven, begint bij het bepalen van je positie. Dit verhaal leert ons dat zoals kinderen nog geen stem hebben en afhankelijk zijn van de gunst en zorg van anderen dit onze beginpositie dient te zijn als we tot Christus komen. Alles wat we menen te zijn, te hebben of denken recht op te hebben moet uit ons leven wegvloeien. Het moet “eb” worden. Zoals Christus zichzelf ontledigde wordt ons gevraagd alle pretentie weg te laten vloeien. Dan zien we het koninkrijk en begrijpen we de waarden en acties die het voorstaat en kunnen deze ons leven transformeren.
![]() |
| Lucas Cranach the Elder (1472-1553) Let the children come to Me |
24 april 2013
Laat de kinderen tot Mij komen (2-3)
Laten we het opstapje naar onze paragraaf van vandaag eens lezen:
Ze kwamen in Kafarnaüm. Toen ze in huis waren, vroeg hij hun: ‘Waarover waren jullie onderweg aan het redetwisten?’ Ze zwegen, want ze hadden onderweg met elkaar getwist over de vraag wie van hen de belangrijkste was. Hij ging zitten en riep de twaalf bij zich. Hij zei tegen hen: ‘Wie de belangrijkste wil zijn, moet de minste van allemaal willen zijn en ieders dienaar.’ Hij pakte een kind op en zette het in hun midden neer; hij sloeg zijn arm eromheen en zei tegen hen: ‘Wie in mijn naam één zo’n kind bij zich opneemt, neemt mij op; en wie mij opneemt, neemt niet mij op, maar hem die mij gezonden heeft.’ (Marcus 9:33-37).
Wat Jezus hier doet verbindt hij even later met het antwoord op de vraag wie de grootste of de belangrijkste in zijn koninkrijk is. De discipelen zijn woedend op Jakobus en Johannes als ze er achter komen dat ze Jezus in een privégesprekje hebben gevraagd of ze naast Hem mogen zitten als Hij eenmaal op zijn troon zit:
![]() |
| The Last Supper, Jacopo Bassano 1542. Bassano geeft helder weer dat discipelen mensen zijn en blijven en tot hun laatste snik de neiging blijven houden om te argumenteren. |
Deze context plaatst de kinderen (kunnen kleine kinderen zijn geweest maar ook jonge tieners buiten de kenmerken van kinderen en veel meer in die van de sociale status van kinderen. Kinderen vertegenwoordigen hier de categorie van de gemarginaliseerden en verdrukten (zoals vrouwen, de armen en de onreinen). Het kind was in feite de minste of laagste in de familie- en maatschappelijke structuren. Ze werden gemakkelijk gedomineerd en misbruikt in hun afhankelijk van anderen. Jezus nodigt de discipelen uit tot een nieuwe werkelijkheid van gemeenschap en gezin waarin de minste model staat voor het volgen van Christus.[1]
Dit betekent dat een volgeling van Christus de kwetsbaarheid en machteloosheid van een kind dient aan te nemen. Eerder hadden de discipelen ervaren wat het betekent om kwetsbaar en afhankelijk te zijn toen ze door Jezus erop uit werden gestuurd zonder geld, zonder lunchpakketje en zonder een extra set kleren; afhankelijk van wat mensen het aanboden en gaven.
Wat Jezus hier demonstreert gaat zo ver dat het totaal niet tot de discipelen doordringt. De nieuwe werkelijkheid die Jezus hier voorstelt waarbij iemand die een kind omarmt feitelijk Christus, God omarmt, gaat hun bevattingsvermogen te boven. Dat ze het niet bevatten wordt duidelijk als “de mensen kinderen bij Hem proberen te brengen” en de discipelen hen tegenhouden. In een cultuur waarin kinderen geen rol van betekenis spelen, geen stem of duidelijk plek hebben is het moeilijk voor te stellen dat zo’n kind plotseling alle aandacht krijgt en de grootste rol in het koninkrijk wordt toegedicht.
[1] JAMES L. BAILEY, Experiencing the Kingdom as a Little Child: A Rereading of Mark 10:13-1. Internet; verkrijgbaar via http://wordandworld.luthersem.edu/content/pdfs/15-1_Children/15-1_Bailey.pdf
[1] JAMES L. BAILEY, Experiencing the Kingdom as a Little Child: A Rereading of Mark 10:13-1. Internet; verkrijgbaar via http://wordandworld.luthersem.edu/content/pdfs/15-1_Children/15-1_Bailey.pdf
Morgen deel 3 en slot.
23 april 2013
Laat de kinderen tot Mij komen (1-3)
De mensen probeerden kinderen bij hem te brengen om ze door hem te laten aanraken, maar de leerlingen berispten hen. Toen Jezus dat zag, wond hij zich erover op en zei tegen hen: ‘Laat de kinderen bij me komen, houd ze niet tegen, want het koninkrijk van God behoort toe aan wie is zoals zij. Ik verzeker jullie: wie niet als een kind openstaat voor het koninkrijk van God, zal er zeker niet binnengaan.’ Hij nam de kinderen in zijn armen en zegende hen door hun de handen op te leggen. (Marcus 10:13-16)
Bij de uitlegging van deze passage wordt veelal de nadruk gelegd op de eigenschappen van het kind die de mens nodig heeft om het koninkrijk van God binnen te gaan: kinderen zijn ontvankelijk, vertrouwen anderen gemakkelijk en zijn afhankelijk van de zorg door anderen en vertrouwen wat de grote mensen zeggen zonder daar al te veel vragen bij te stellen. Dat is echter wel een beetje een romantisch beeld dat slechts in een ideale, veilige en warme omgeving werkt. Iedereen die kinderen heeft weet dat een twee-, of driejarige echt niet van een brug springt omdat vader zegt dat hij je wel op zal vangen. De 30.000 kinderen die dagelijks sterven als gevolg van ziektes en ondervoeding hebben er waarschijnlijk niet veel vertrouwen in als vader zegt dat hij wel even een flesje Spa en een volkorenbrood bij de Super gaat halen. Het water is verontreinigd en het brood nergens te vinden. "Papa zorgt voor jou," is betrekkelijk.
Wat was de aanleiding van deze gebeurtenis?
De discipelen hadden net ruzie gehad over wie van hen de belangrijkste was. Dat is een discussie die ons niet helemaal vreemd is. Omdat we beschaafde mensen zijn zullen we deze discussie niet openlijk voeren maar speelt deze zich meer in ons eigen hoofd af. We weten dat we allemaal gelijk zijn maar diep van binnen geloven we dat we zelf ietsje meer gelijk zijn dan alle anderen.
Jezus had hen net proberen uit te leggen dat Hij zou lijden, sterven en opstaan uit de doden waar we lezen dat “Ze begrepen deze uitspraak niet, maar durfden hem geen vragen te stellen (:32).” De discipelen snapten er maar weinig van en waren blijkbaar meer geïnteresseerd in hun eigen plekje in het grote verhaal van God.
Morgen deel 2
Abonneren op:
Berichten (Atom)



