23 juni 2018

Waar moet dat heen met al die room (in Jezus naam)?

Het Evangelie is niet het beste verdienmodel hoewel sommigen de bekwaamheid hebben ontwikkelt om er een of meerdere vliegende slaatjes uit te slaan. Geen enkel argument dat deze lieden aanvoeren om deze spilzucht te rechtvaardigen, die feitelijk niets anders is dan het voeden van hun narcistische ego, houdt stand. De misplaatste 'geest van grandeur' bestaat al sinds mensenheugenis en wordt op alle terreinen en in alle lagen van de samenleving gevonden.
Herkenbaar is de massale verbazing en verontwaardiging van de ene groep over deze verkapte vorm van indulgentia*, waartoe de andere groep zich toe laat verleiden.

Er zijn verschillende manieren waarop men toch aan het Goede Nieuws van God weet te verdienen. Het "seedgift" fenomeen is een creatieve en vergeestelijkte vorm van het piramidespel. De predikanten die de goedgelovige en argeloze toehoorder voorhoudt dat het tientje dat vandaag gezaaid wordt toch zeker door God vermeerderd zal worden tot minimaal het tienvoudige zal, omdat hij aan de top van de piramide staat en zeer 'afroomkundig' is, de waarheid van deze belofte kunnen aantonen aan de hand van zijn persoonlijke getuigenis; voilà, het werkt! De mindere goden onder hem zullen, daar de meeste room al is weggeschept, het met een beduidend lager rendement moeten doen. Helemaal onderaan de piramide wachten de gelovigen voor wie dat tientje best wel veel geld is, geduldig en gelovig af op de inlossing van de belofte van bovenaf.

Als het om geld gaat zijn gelovige leiders er snel bij om uit het Oude Testament te putten en hun oproep om te geven dik onderstrepen met verhalen en principes die daar te vinden zijn. Een typisch Nederlandse discussie is dan de vraag of de voorgeschreven weg te geven tien procent van het bruto of van het netto salaris dient te worden afgeleid. Daar waar het gaat om sancties op andere in het Oude Testament voorgeschreven overtredingen van gewenst gedrag, wordt sneller naar het Nieuwe Testament gekeken. Met andere woorden, de druk en aanmoediging om te geven wordt zwaarder gevoeld dan de aanmoediging om overspeligen te stenigen, om even een dwarsstraat te noemen. 

Bovenstaande gedachten en andere fladderende hersenspinsels kwamen als vanzelf bovendrijven toen ik enkele weken terug een gesprek had met een jong echtpaar waar ik in Ecuador bij verbleef.
"We zijn op God aan het wachten," was het antwoord op mijn vraag wat hun volgende stap was. Mijn nieuwe vrienden hadden met veel passie uit de doeken gedaan wat ze graag met hun leven, hun talenten, gaven en passies wilden doen. Het klonk allemaal realistisch en in principe haalbaar en ik werd er lichtelijk enthousiast over. Het antwoord op mijn vraag klinkt best wel geestelijk en spreekt van een vertrouwen op God dat voorbeeldig is. Wat houdt dat wachten dan precies in? Wel, in vrijwel 99% van dit soort situaties staat het gelijk aan "mijn portemonnee is leeg en die moet eerst gevuld worden." Ik kom al ruim 20 jaar een of meerdere keren per jaar in Latijns America en dit is zo'n beetje het standaard antwoord: "I am waiting on the Lord." Op mijn vervolgvraag "bedoel je te zeggen dat je geen geld hebt?," krijg ik dan de reactie: "ja, zo zou je het ook kunnen zeggen."

 Als de kerk geeft zou dat zo min mogelijk aan zichzelf, of de instandhouding van zichzelf moeten zijn. De uitbreiding van die kerk middels het handen en voeten geven aan het Goede Nieuws in alle mogelijke vormen binnen het Woord en Daad continuüm, zou haar prioriteit moeten zijn. Voor de meeste kerken is de uitbreiding van die kerk (op die plaatsen waar nog geen kerk is) echter een sluitpost op de begroting (als het al op de begroting staat). De kerk is erin geslaagd binnen de opdracht om Christus liefde uit te dragen een eigen verdienmodel te creëren.

Een kerk waar ik bijzonder trots op ben is mijn "eigen" kerk (De Brandaris). In 1978 (toen Martha en ik er bij kwamen) nog een kleine groep die in een huiskamer bijeenkwam. Nu een middelgrote kerk ik Rotterdam van waaruit andere kerken zijn ontstaan (De Terp in Capelle ad IJssel en de Driehoek in Bleiswijk). Waar ik enthousiast over ben is de filosofie die nuchter en gezond klinkt en waar je maar moeilijk "tegen" kunt zijn: De kerk bestaat om te investeren in haar uitbreiding (wel erg kort door de bocht). Niemand ontvangt een salaris. Iedereen is vrijwilliger. De collectes die op zondagen worden opgehaald gaan naar wat we Zending en Evangelisatie noemen. Een onderdeel van de filosofie is ook dat als je met enkele honderden gelovigen bij elkaar bent je alle gaven en bekwaamheden in huis hebt om die groep te onderhouden en te doen groeien. Ik zeg wel eens tegen collega's die vragen hebben over dit afwijkende kerkmodel dat als iemand zich in de Brandaris geroepen voelt om dominee, kerkelijk werker of wat dan ook te worden, we deze persoon wegsturen (zenden) - de wereld in om die roeping gestalte te geven op die plekken waar het nodig is.

Ik ben eigenlijk nu alweer vergeten waarom ik deze blog ook al weer ging schrijven. Noem het maar gedachteflarden die losjes met elkaar zijn verbonden.
O ja, ik heb hem weer: Mijn nieuwe vrienden kunnen niet gaan en dat achtervolgt mij al drie weken. Helaas is de gemiddelde kerk in Latijns Amerika ook meer geïnteresseerd in de uitbreiding van het zelf (in beperkte zin) dat vaak ten koste gaat van andere bestaande (levende) kerken. Laten we wel wezen, ook de meeste nieuwe evangelische clubjes die in Nederland uit de grond schieten zijn feitelijk niets anders dan vluchtelingenkampen met de illusie van groener en sappiger gras. En groen en sappig gras vraagt om meer plaatselijke room terwijl we, althans verhoudingsgewijs, al omkomen in de melk (halfvol, vol, mager, bio, houdbaar, karne en daarvan afgeleiden; een onzinnige luxe.

Hartelijke groet, Een zeer bevoorrecht en gezegend mens met een trouwe vriendenkring en kerk die mij al meer dan dertig jaar in staat stelt om mijn werk te doen.

* Indulgentia of "aflaat" is de kwijtschelding voor God van tijdelijke straffen (penitentie) voor zonden die, wat de schuld betreft, reeds vergeven werden.

15 juni 2018

Klemzitten in het leven

Of de stoelen worden steeds smaller, of mijn schouders worden breder. Ik ben de twee opties aan het overwegen terwijl de een na de andere passagier, omhangen met en omgeven door een halve verhuiswagen aan spullen, zijn en haar weg zoekt naar het rijtje waarin zich de hem en haar toegewezen stoel bevindt. Met stoïcijnse blikken, gericht op een vast punt achterin het vliegtuig, of starend naar de instapkaart (alsof het daarop afgedrukte stoelnummer onverwachts zou kunnen verspringen) wordt een deel van de spullen die ze voor, op, boven, achter en naast hun lichaam hebben gehangen aan mijn schouder afgeveegd. De overhellende schouder vormt een irritant obstakel. Ik kan echter niet verder de andere kant op leunen. Ik hel wat extra het gangpad in zodat sommige passagiers vast komen te zitten tussen mijn schouder en die van mijn buur aan de andere kant van het gangpad; ik zal ze leren! Altijd spannend wie het eerst sorry zegt.

Les: volgende keer toch maar weer bij het raam zitten en niet aan het gangpad.
Mijn directe buurman zal de komende dertien uur geen moment stilzitten en om de twee minuten luid zuchten. Een zuchten dat de wens verbergt dat iemand hem naar zijn reizerij gaat vragen en hem de gelegenheid geeft om uitvoerig te vertellen over ongemakken die hij heeft moeten doorstaan, hoe erg het reizen is en wat slaaptekort met je doet. Ik geef niet toe aan de bijna onweerstaanbare drang om hem een opening te geven en houd dertien uur mijn kaken op elkaar.
Het is gek hoe de beleving van dertien uur in de lucht ervaren wordt als zeer traag verlopende tijd. De wijzers zijn niet vooruit te branden. Er zal wel een relatie bestaan tussen nietsdoen en tijdsbeleving. Het gekke is dat als je die tijd in de lucht later samenvat, je er maar weinig van kunt herinneren. Alleen dat het lang duurde en er niets gebeurde. Zet daartegenover dertien uur waarin je extrreem productief bezig bent, verschillende dingen onderneemt en tal van mensen ontmoet. Die tijd vliegt voorbij en je hebt een uur nodig om een samenvatting te geven. de samenvatting van dertien uur in een vliegtuig waarbij je vrijwel niets doet is in twee zinnen klaar.

Ik dacht aan de beleving, de verspilling en het gebruik van tijd toen Joseph Roth in zijn Radetzkymars de volgende observatie over de hoofdpersoon neerpende: "Het leven scheen sneller te gaan dan de gedachten. En voor hij een besluit genomen had was hij een oude man."
Steeds minder vaak leef ik alsof ik nog een heel leven voor me heb. Statistich gezien heb ik 70% opgemaakt en ben me steeds meer bewust van hoeveel tijd ik weg heb laten lekken en ben nog aan het besluiten of ik spijt  moet hebben van die lekkage's of niet.
Het is een vreemde gewaarwording te beseffen dat we een klein deel van ons leven bezig zijn met het onszelf omhangen met allerlei hinderlijke en vooral onnodige bagage. Het meeste daarvan is ongewenst en ongewild; het is ons omhangen door anderen en omstandigheden. Vaak is de mens zich er niet eens van bewust dat het uitsteekt en zichzelf en anderen belemmert. Ik heb het dan over die bagage die ons in de weg zit, ons klem zet tussen ons bekenden en onbekenden en een vrije doorgang belet.
We leggen onze levensreis af mèt die bagage waarvan we ons wel of niet bewust zijn. Misschien dat zij die zich er niet bewust van zijn er de minste hinder van ondervinden en het beste af zijn. Zij die zich er wel bewust van zijn, zijn een belangrijk deel van hun leven (vaak tot aan het eind) toe bezig om te begrijpen waar het vandaan komt en er vanaf te geraken en dat kan gerust een obsessie worden.
Wellicht is de meeste gezonde optie wel van allebei een beetje. Èn stoicijns èn bewust. Ik weet het niet goed en wil er ook niet te lang over nadenken met statistisch nog 30% energie in de batterij.

4 juni 2018

God lijkt toch wel heel ver weg.

Ja, God is ver weg en doet wat Hij wil. Dat is best wel heftig. Ik heb liever een God dichtbij dus maak ik er een van iets waarvan wij vinden dat het kostbaar of zelfdzaam is. Zilver, of goud. Misschien wel platinum.
Kijk nou, die God lijkt op een mens. Oren, neus, mond, handen. Maar geen zintuigen. Het lijkt op iets maar doet niet wat dat iets normaliter wel doet.

Toch lijkt de mens een God te verkiezen die naar eigen beeld en inzicht is gecreëerd; "Mijn God is niet, of wel, zo." Het referentiekader voor een beeld van God is het zelf van de mens of het beeld dat ons wordt opgedrongen en verkocht door invloedrijke mannen en vrouwen die het goed doen op tv of in boeken.
Bron
Dogma's zijn als gewapend beton. Eenmaal uitgehard kan het alleen met grof geweld gesloopt worden. En dat is een enge gedachte omdat er niets overblijft waar je iets aan kunt hangen.
Het is wel aantrekkelijk om met een god te leven die je in je broekzak of handtas mee kunt sjouwen. Problemen ontstaan als die god het op de lange duur niet meer doet. Want wat moet je dan.

De dichter van de honderdvijftiende psalm probeert het nieuws dan ook niet te verzachten: God is ver weg en doet wat Hij wil. Een kort zinnetje dat misschien helpt te begrijpen waarom het tweede van de de tien geboden de mens verbiedt om een (gesneden) beeld van God te maken. Geen enkel beeld doet recht aan het mysterie. Elke poging om Hem in een beeld te vangen schiet tekort. De beelden die we van God hebben laten slechts aspecten zien. God overstijgt ieder beeld en alle beelden samen.

Misschien is dat wel geloof. Jezelf toestaan om te geloven in de onzienbare, de ontastbare; Hij die ver weg is en zich niet laat vangen in woorden, beelden of gedachten. Hij die trouw is en het werk dat hij begon, af zal maken.
Het enige houvast dat je daarbij hebt is dat ergens ver weg, in de diepste diepte Hij de meest aanwezige is.

Het verhaal stopt hier niet. God heeft een gezicht gekregen. Jezus Christus toont ons God en het dogma wil dat in Hem alle dillema's, paradoxen en mysteries opgelost zijn en het ontastbare, verre van God samenvalt met het tastbare en nabije. Maar het geloof is geen rekensom, al doen sommigen het voorkomen dat het echt net zo simpel is als één plus één twee is. Dat laatste is alleen maar simpel als het om twee gelijkwaardige en identieke zaken gaat. Het "probleem" met het geloof is dat het nooit gaat om identieke eenheden. Het is altijd ingewikkelder en de werkelijkheid weerbarstiger.

Gedachten bij Psalm 115

25 mei 2018

Wartaal in het hol van de leeuw

Op mijn vraag waarom we de nachtbus namen van Panama naar de grens met Costa Rica verklaarde mijn gastheer en reisgenoot dat dit een goede manier was om ons voor te bereiden op de geestelijke strijd die vast en zeker zou plaatsvinden tijden het studieweekend waar ik zou spreken: "We begeven ons op het terrein van de vijand en moeten klaar zijn voor de strijd."
Ik voelde me als een schaap dat zich zonder al teveel gemekker richting scheerder dan wel slachthuis laat bewegen en deed mijn mond niet open hoewel ik dit toch wel vond getuigen van een staaltje rethoriek dat kant noch wal raakte. En ja, het wordt een zichzelf vervullende profetie. Na een nacht zonder slaap heeft de gemiddelde mens de neiging om wat kribbig te worden en zal momenten kennen waarop niet helder meer kan worden nagedacht.
Een studie kent dan ook momenten van gestamel en gemompel en lange stiltes - waar waren we ook alweer? Dit alles wordt vervolgens gezien als bewijs dat er een geestelijke strijd plaatsvindt en wordt God erbij geroepen om extra, bovennatuurlijke bescherming, kracht en energie te geven.
Nu is het al even geleden dat dit voorval plaatsvond en tegenwoordig laat ik me niet meer zo makkelijk door anderen leven; "neem jij fijn de nachtbus, dan kom ik morgen wel." Bovendien accepteer ik de rethoriek niet meer; "in wat voor wereld leef jij, waar komt jouw godsbeeld en wereldbeeld vandaan?"

Het hol van de leeuw zat vol met jonge gelovigen. Ik vroeg me af hoe ze zouden reageren als ze zouden weten dat mijn gastheer, reisgenoot en verantwoordelijke voor het studieweekend deze plek beleefde als een duivelsnest waar de vijand ongestoord zijn gang zou kunnen gaan. Die vijand had echter geen rekening gehouden met twee alerte mensen in de nachtbus die, althans in theorie, tot de tanden toe bewapend de plaats des potentiele onheils zouden betreden. We zagen die vijand bij voorbaat al met de staart tussen de benen wegvluchten.

De plaats van bestemming was vooral een open plek. De meeste jongeren zouden buiten slapen omdat het klimaat dat nu eenmaal toestond. In het centrum was een stenen gebouwtje gesitueerd waar ik me in een hoekje kon installeren. In plaats van ramen waren er open gaten met horren ervoor. Het klimaat stond dat nu eenmaal toe.
Samengeklonterde latino's en latina's staat gelijk aan geanimeerde gesprekken tot diep in de nacht. Hierbij druk ik me politiek correct en uiterst voorzichtig uit.
Nog meer geestelijke strijd dus. Om drie uur 's-nachts ben ik naar buiten gegaan en heb de leider gesommeerd mij naar een plek te brengen waar ik zou kunnen slapen.
Nog voordat de loopgraven in zicht waren was deze jongen al verrot.
Snel werd een plek georganiseerd, twee kilometer verderop bij een bevriende arts thuis. Een half uur later lag ik.
In de stilte.
Nee toch?
Het kamp bevond zich twee kilometer verderop. De kampgeluiden drongen tot hier door. Gelukkig was het ver genoeg weg om niet langer een absoluut niet in slaap kunnen vallende factor te zijn.

Verbaasd over de onzinnige ideeen die er bestaan over geestelijke strijd en oorlogvoering controleerde ik nog even mijn wapenuitrusting en viel uiteindelijk in slaap.

11 mei 2018

God weet wel raad met een bord spaghetti

We hadden hem nog zo op het hart gedrukt om niet voor 28 April aan te komen omdat ik pas de 27ste laat in de avond thuis zou komen uit het buitenland.
Dus arriveerde onze vriend Nick, een Indiaas/Amerikaanse arts, op 26 April. Dat is typisch Nick. Voor dit soort details heeft zijn geheugen blijkbaar geen opslagplekje..."O, ik wist niet dat je pas de 27ste terug zou komen".

We kennen elkaar al meer dan twintig jaar en nadat vorig jaar zijn vrouw was overleden en hij een diepe depressie te boven was gekomen (hij zit duidelijk nog in het staartje ervan) besloot hij dat het tijd was om tulpen (en de rest van de wereld) te zien.

Veel vrienden heeft hij niet meer. Zijn depressie had onder andere tot gevolg dat er zich wat veranderingen in zijn gedrag en taalgebruik hadden voorgedaan. Veel van zijn christenvrienden hebben hem van hun vriendenlijstje geschrapt. Ze weten helaas niet om te gaan met gelovigen die zich niet geheel volgens hun boekje gedragen en uiten.
En ja, bij tijd en wijle vertoont hij wat extreem gedrag; koopt bijvoorbeeld een gloednieuwe Porsche om deze een week later weer terug te brengen omdat hij achteraf gezien de instap wat laagachtig vindt. Of boekt een wereldreis van drie maanden (zonder enige verzekering) om dan op de dag van het geplande vertrek te besluiten toch maar niet te gaan.

We hadden hem bij het van der Valk hotel bij ons om de hoek geparkeerd. Ons huis leent zich namelijk nog steeds niet voor gasten zoals Nick die om te kunnen douchen door onze slaapkamer heen moet (Ja, ik weet het, daar moet ik eens wat aan doen). Dat is voor beide partijen wat ongemakkelijk.

De ochtend na zijn aankomst besloot Nick om een vroege wandeling te maken. Omdat hij geen kaartje van de omgeving had moest hij de instructies van het van der Valk personeel op zien te volgen. Nick besloot dit dat wat gecompliceerd was. De talloze bochten en hoeken die het kunstwerk Kleinpolderplein biedt brengt mensen alleen maar in verwarring. Een recht stuk weg is wat hij zocht.
Zo was Nick de A13 opgelopen en was al een aardig eindje op weg naar de afslag Berkel en Rodenrijs toen een politieauto voor hem stopte. Hij vond het wel wat vreemd dat die politieauto halt hield omdat hij om zich heen geen activiteiten bespeurde die mogelijk om wat actie van oom en tante agent vroegen.
Enfin, de agenten waren alleraardigst en brachten Nick keurig terug naar het hotel waar ze nog even zijn paspoort controleerden. In het hotel lijkt het erop dat zo'n beetje alle van der Valk staf Nick inmiddels al kende (ja, zo is Nick nu eenmaal).

Nick's leven is tot nu toe grillig verlopen. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de een meer drama in het leven te verhapstukken krijgt dan de ander. Het leven is wat dat betreft uiterst onvoorstelbaar en in die zin absoluut oneerlijk en willekeurig.
Zijn leven bepaalt me ook bij het onvermogen van gelovigen om met die grilligheid om te gaan. Het is paradoxaal omdat vrijwel ieder mens vroeg of laat ontdekt dat het leven meer volgens het spaghettipatroon van het Kleinpolderplein verloopt dan een gewenst A13 patroon dat heerlijk voorspelbaar recht is, aan beide kanten afgeschermd en om de tien meter een schreeuwende bordje met "80" erop. Je hoeft alleen maar met de verkeersstroom mee te bewegen.

Is het een ontkenning van mijn eigen spaghetti wanneer ik van een ander een A13 leven verwacht?
Gewoon samen spaghetti eten is volgens mij de meest realistische optie.

En toen gingen we naar de Keukenhof.

2 mei 2018

Het kwijlstreepje in de kerk

Het heeft even geduurd maar het is me eindelijk overkomen. Ik heb het dan niet over de sensatie die we allemaal wel eens ervaren dat het lijkt alsof je omgeving uitzoomt, je hoofd wat zwaarachtig wordt en dan opzij dreigt te vallen. De hersenen geven dan meestal wel een signaaltje af dat het hoofd met een schok(je) naar haar basispositie doet terugkeren. Vervolgens doe je net alsof er niets is gebeurd waarbij het gevoel van gêne gelukkig vrij snel wegebt.
Echt in slaap vallen en een paar minuten helemaal missen is echter andere koek. Het overkwam me afgelopen zondag in een kerkdienst. Nee, niet tijdens een preek maar tijdens de samenzang. Je zou zeggen dat geklap en gezang de mens wel bij de les houdt, maar nee hoor: Ik was weg. Of ik gesnurkt heb weet ik niet maar ik vrees het ergste. Stilletjes hoop je nog dat niemand het gezien of gemerkt heeft of dat je het misschien droomde.
Gelukkig sprak de zangleider me er na de dienst op aan. Die vroeg zich terecht af hoe hij dat signaal moest interpreteren.

Ik herinner me enkele andere gelegenheden die tamelijk gênant waren. Wellicht dat ik ze me om die gêne herinner.

  • Een staande kamergenoot die me, terwijl ik op de bovenste verdieping van het etagebed lag, op ooghoogte zijn levensverhaal vertelde. Het gevecht met de slaap verloor ik terwijl hij stoicijns door bleef praten. In mijn verbeelding staat hij daar nog steeds, en praat hij nog steeds door terwijl het toch zo'n dertig jaar geleden is.
  • Mijn gastheer in Rusland die in zeer gebroken Engels iets probeerde uit te leggen. Het eind van dat verhaal heb ik ook nooit gehoord. Ik herinner me wakker te worden met mijn hoofd op de tafel. Een straaltje kwijl had de reis richting tafelblad al afgelegd. Terugzuigen ging niet meer.
  • Ik zie de knipperende vingers van een collega voor mijn gezicht terwijl ik mijn ogen weer opendoe en mijn naam hoor roepen. Ik zat in een vergadering die ik nota bene zelf leidde.

Collega's zijn inmiddels wel gewend aan een Jan die halverwege een vergadering wegloopt en tien minuten later zijn plaats weer inneemt. Wanneer oogleden te zwaar worden om de gewenste open positie te handhaven kun je beter even toegeven dan er de rest van de vergadering tegen blijven vechten. Even op de grond of op een bank gaan liggen en dromenland verwelkomen; lekker hoor.
Hopelijk heb ik de betreffende zangleider kunnen overtuigen en geruststellen dat het niets met hem of de keuze van de liederen te maken had.
Overtuigt of niet, het blijft gênant.

20 april 2018

De tragedie van het "voltijds voor God werken"

Zelfkritiek mag wel. Toch?
Af en toe?

In een communicatiedingetje van mijn eigen club las ik vandaag de volgende vraag: "Ben jij op zoek naar jouw plek in Gods Koninkrijk?"
Als het antwoord op deze vraag "ja" is, denken wij te kunnen helpen middels een zendingsweekend.

Maar er zit toch echt wel het een en ander verborgen in die vraag.
  • Ik zie er de mogelijk aanname in dat de zending en het koninkrijk synoniem zouden zijn.
  • Of dat het koninkrijk te maken heeft met een van de drie opties die OM als speerpunten kent: Of bidden, of geven, of gaan. Een combinatie van deze drie kan ook, of zelfs alledrie tegelijk.
  • Het kan ook impliceren dat het werken voor een zendingsorganisatie binnen het domein van de regering van God valt. Een baan binnen een niet christelijk bedrijf, valt daar dan buiten?
Ik ben eigenlijk wel benieuwd wat de collega die deze vraag, misschien wel gedachteloos neerpende, dacht en zag. Of gelooft. Of hoe zijn/haar wereldbeeld en godsbeeld er eigenlijk uitziet. Ik zal het eens navragen.

Hoe dan ook, het is en blijft een vreemde vraag.


God, in de metafysische* zin, is overal en alles valt onder zijn regering. Dus ben je in principe al op jouw plek in Gods koninkrijk. God is namelijk net zo aanwezig op de bloemenveiling, in de fabriek, op het kantoor, in de kraam- of huiskamer en in de straat als op een plek waar christenen samenklonteren om iets te doen wat een evangeliserend of een samenkomend karakter heeft, zoals wellicht in een kerk het geval zou kunnen zijn. Het is niet zo dat de lucht daar wat dikker of voller is met Zijn tegenwoordigheid.

Ik denk dat de bedenker van de niet zo heel erg pakkende/wervende vraag bedoelt dat als iemand nadenkt over de vraag over hoe hij of zij talenten, gaven en passies in kan zetten in de uitvoering van de opdracht die Christus aan de kerk gaf om volgelingen van Hem te maken over de hele wereld, wij wellicht een stukje op weg kunnen helpen.

Zo bestaat er meer kretologie binnen mijn wereld waar ernstig kritische vragen bij gesteld moeten worden omdat het impliciet een wereldbeeld opdringt en in stand houdt dat simpelweg on-Bijbels is. Zo kom ik ook tegen: "voor God werken" Of: "God full time dienen."Werkelijk tenenkrommend.
Als het niet zo tragische was zou ik er om kunnen lachen.
Nee, het dualistische wereldbeeld is verre van uitgeroeid en wordt mede door de taal die we binnen de wereld van de zending bezigen in stand gehouden.

Moest ik even kwijt

*  Metafysica is de wijsgerige leer die niet de werkelijkheid onderzoekt zoals ze ons gegeven wordt uit zintuiglijke waarneming (fysica), maar op zoek gaat naar het wezen van die werkelijkheid en wat haar constitueert.