15 juni 2018

Klemzitten in het leven

Of de stoelen worden steeds smaller, of mijn schouders worden breder. Ik ben de twee opties aan het overwegen terwijl de een na de andere passagier, omhangen met en omgeven door een halve verhuiswagen aan spullen, zijn en haar weg zoekt naar het rijtje waarin zich de hem en haar toegewezen stoel bevindt. Met stoïcijnse blikken, gericht op een vast punt achterin het vliegtuig, of starend naar de instapkaart (alsof het daarop afgedrukte stoelnummer onverwachts zou kunnen verspringen) wordt een deel van de spullen die ze voor, op, boven, achter en naast hun lichaam hebben gehangen aan mijn schouder afgeveegd. De overhellende schouder vormt een irritant obstakel. Ik kan echter niet verder de andere kant op leunen. Ik hel wat extra het gangpad in zodat sommige passagiers vast komen te zitten tussen mijn schouder en die van mijn buur aan de andere kant van het gangpad; ik zal ze leren! Altijd spannend wie het eerst sorry zegt.

Les: volgende keer toch maar weer bij het raam zitten en niet aan het gangpad.
Mijn directe buurman zal de komende dertien uur geen moment stilzitten en om de twee minuten luid zuchten. Een zuchten dat de wens verbergt dat iemand hem naar zijn reizerij gaat vragen en hem de gelegenheid geeft om uitvoerig te vertellen over ongemakken die hij heeft moeten doorstaan, hoe erg het reizen is en wat slaaptekort met je doet. Ik geef niet toe aan de bijna onweerstaanbare drang om hem een opening te geven en houd dertien uur mijn kaken op elkaar.
Het is gek hoe de beleving van dertien uur in de lucht ervaren wordt als zeer traag verlopende tijd. De wijzers zijn niet vooruit te branden. Er zal wel een relatie bestaan tussen nietsdoen en tijdsbeleving. Het gekke is dat als je die tijd in de lucht later samenvat, je er maar weinig van kunt herinneren. Alleen dat het lang duurde en er niets gebeurde. Zet daartegenover dertien uur waarin je extrreem productief bezig bent, verschillende dingen onderneemt en tal van mensen ontmoet. Die tijd vliegt voorbij en je hebt een uur nodig om een samenvatting te geven. de samenvatting van dertien uur in een vliegtuig waarbij je vrijwel niets doet is in twee zinnen klaar.

Ik dacht aan de beleving, de verspilling en het gebruik van tijd toen Joseph Roth in zijn Radetzkymars de volgende observatie over de hoofdpersoon neerpende: "Het leven scheen sneller te gaan dan de gedachten. En voor hij een besluit genomen had was hij een oude man."
Steeds minder vaak leef ik alsof ik nog een heel leven voor me heb. Statistich gezien heb ik 70% opgemaakt en ben me steeds meer bewust van hoeveel tijd ik weg heb laten lekken en ben nog aan het besluiten of ik spijt  moet hebben van die lekkage's of niet.
Het is een vreemde gewaarwording te beseffen dat we een klein deel van ons leven bezig zijn met het onszelf omhangen met allerlei hinderlijke en vooral onnodige bagage. Het meeste daarvan is ongewenst en ongewild; het is ons omhangen door anderen en omstandigheden. Vaak is de mens zich er niet eens van bewust dat het uitsteekt en zichzelf en anderen belemmert. Ik heb het dan over die bagage die ons in de weg zit, ons klem zet tussen ons bekenden en onbekenden en een vrije doorgang belet.
We leggen onze levensreis af mèt die bagage waarvan we ons wel of niet bewust zijn. Misschien dat zij die zich er niet bewust van zijn er de minste hinder van ondervinden en het beste af zijn. Zij die zich er wel bewust van zijn, zijn een belangrijk deel van hun leven (vaak tot aan het eind) toe bezig om te begrijpen waar het vandaan komt en er vanaf te geraken en dat kan gerust een obsessie worden.
Wellicht is de meeste gezonde optie wel van allebei een beetje. Èn stoicijns èn bewust. Ik weet het niet goed en wil er ook niet te lang over nadenken met statistisch nog 30% energie in de batterij.

4 juni 2018

God lijkt toch wel heel ver weg.

Ja, God is ver weg en doet wat Hij wil. Dat is best wel heftig. Ik heb liever een God dichtbij dus maak ik er een van iets waarvan wij vinden dat het kostbaar of zelfdzaam is. Zilver, of goud. Misschien wel platinum.
Kijk nou, die God lijkt op een mens. Oren, neus, mond, handen. Maar geen zintuigen. Het lijkt op iets maar doet niet wat dat iets normaliter wel doet.

Toch lijkt de mens een God te verkiezen die naar eigen beeld en inzicht is gecreëerd; "Mijn God is niet, of wel, zo." Het referentiekader voor een beeld van God is het zelf van de mens of het beeld dat ons wordt opgedrongen en verkocht door invloedrijke mannen en vrouwen die het goed doen op tv of in boeken.
Bron
Dogma's zijn als gewapend beton. Eenmaal uitgehard kan het alleen met grof geweld gesloopt worden. En dat is een enge gedachte omdat er niets overblijft waar je iets aan kunt hangen.
Het is wel aantrekkelijk om met een god te leven die je in je broekzak of handtas mee kunt sjouwen. Problemen ontstaan als die god het op de lange duur niet meer doet. Want wat moet je dan.

De dichter van de honderdvijftiende psalm probeert het nieuws dan ook niet te verzachten: God is ver weg en doet wat Hij wil. Een kort zinnetje dat misschien helpt te begrijpen waarom het tweede van de de tien geboden de mens verbiedt om een (gesneden) beeld van God te maken. Geen enkel beeld doet recht aan het mysterie. Elke poging om Hem in een beeld te vangen schiet tekort. De beelden die we van God hebben laten slechts aspecten zien. God overstijgt ieder beeld en alle beelden samen.

Misschien is dat wel geloof. Jezelf toestaan om te geloven in de onzienbare, de ontastbare; Hij die ver weg is en zich niet laat vangen in woorden, beelden of gedachten. Hij die trouw is en het werk dat hij begon, af zal maken.
Het enige houvast dat je daarbij hebt is dat ergens ver weg, in de diepste diepte Hij de meest aanwezige is.

Het verhaal stopt hier niet. God heeft een gezicht gekregen. Jezus Christus toont ons God en het dogma wil dat in Hem alle dillema's, paradoxen en mysteries opgelost zijn en het ontastbare, verre van God samenvalt met het tastbare en nabije. Maar het geloof is geen rekensom, al doen sommigen het voorkomen dat het echt net zo simpel is als één plus één twee is. Dat laatste is alleen maar simpel als het om twee gelijkwaardige en identieke zaken gaat. Het "probleem" met het geloof is dat het nooit gaat om identieke eenheden. Het is altijd ingewikkelder en de werkelijkheid weerbarstiger.

Gedachten bij Psalm 115

25 mei 2018

Wartaal in het hol van de leeuw

Op mijn vraag waarom we de nachtbus namen van Panama naar de grens met Costa Rica verklaarde mijn gastheer en reisgenoot dat dit een goede manier was om ons voor te bereiden op de geestelijke strijd die vast en zeker zou plaatsvinden tijden het studieweekend waar ik zou spreken: "We begeven ons op het terrein van de vijand en moeten klaar zijn voor de strijd."
Ik voelde me als een schaap dat zich zonder al teveel gemekker richting scheerder dan wel slachthuis laat bewegen en deed mijn mond niet open hoewel ik dit toch wel vond getuigen van een staaltje rethoriek dat kant noch wal raakte. En ja, het wordt een zichzelf vervullende profetie. Na een nacht zonder slaap heeft de gemiddelde mens de neiging om wat kribbig te worden en zal momenten kennen waarop niet helder meer kan worden nagedacht.
Een studie kent dan ook momenten van gestamel en gemompel en lange stiltes - waar waren we ook alweer? Dit alles wordt vervolgens gezien als bewijs dat er een geestelijke strijd plaatsvindt en wordt God erbij geroepen om extra, bovennatuurlijke bescherming, kracht en energie te geven.
Nu is het al even geleden dat dit voorval plaatsvond en tegenwoordig laat ik me niet meer zo makkelijk door anderen leven; "neem jij fijn de nachtbus, dan kom ik morgen wel." Bovendien accepteer ik de rethoriek niet meer; "in wat voor wereld leef jij, waar komt jouw godsbeeld en wereldbeeld vandaan?"

Het hol van de leeuw zat vol met jonge gelovigen. Ik vroeg me af hoe ze zouden reageren als ze zouden weten dat mijn gastheer, reisgenoot en verantwoordelijke voor het studieweekend deze plek beleefde als een duivelsnest waar de vijand ongestoord zijn gang zou kunnen gaan. Die vijand had echter geen rekening gehouden met twee alerte mensen in de nachtbus die, althans in theorie, tot de tanden toe bewapend de plaats des potentiele onheils zouden betreden. We zagen die vijand bij voorbaat al met de staart tussen de benen wegvluchten.

De plaats van bestemming was vooral een open plek. De meeste jongeren zouden buiten slapen omdat het klimaat dat nu eenmaal toestond. In het centrum was een stenen gebouwtje gesitueerd waar ik me in een hoekje kon installeren. In plaats van ramen waren er open gaten met horren ervoor. Het klimaat stond dat nu eenmaal toe.
Samengeklonterde latino's en latina's staat gelijk aan geanimeerde gesprekken tot diep in de nacht. Hierbij druk ik me politiek correct en uiterst voorzichtig uit.
Nog meer geestelijke strijd dus. Om drie uur 's-nachts ben ik naar buiten gegaan en heb de leider gesommeerd mij naar een plek te brengen waar ik zou kunnen slapen.
Nog voordat de loopgraven in zicht waren was deze jongen al verrot.
Snel werd een plek georganiseerd, twee kilometer verderop bij een bevriende arts thuis. Een half uur later lag ik.
In de stilte.
Nee toch?
Het kamp bevond zich twee kilometer verderop. De kampgeluiden drongen tot hier door. Gelukkig was het ver genoeg weg om niet langer een absoluut niet in slaap kunnen vallende factor te zijn.

Verbaasd over de onzinnige ideeen die er bestaan over geestelijke strijd en oorlogvoering controleerde ik nog even mijn wapenuitrusting en viel uiteindelijk in slaap.

11 mei 2018

God weet wel raad met een bord spaghetti

We hadden hem nog zo op het hart gedrukt om niet voor 28 April aan te komen omdat ik pas de 27ste laat in de avond thuis zou komen uit het buitenland.
Dus arriveerde onze vriend Nick, een Indiaas/Amerikaanse arts, op 26 April. Dat is typisch Nick. Voor dit soort details heeft zijn geheugen blijkbaar geen opslagplekje..."O, ik wist niet dat je pas de 27ste terug zou komen".

We kennen elkaar al meer dan twintig jaar en nadat vorig jaar zijn vrouw was overleden en hij een diepe depressie te boven was gekomen (hij zit duidelijk nog in het staartje ervan) besloot hij dat het tijd was om tulpen (en de rest van de wereld) te zien.

Veel vrienden heeft hij niet meer. Zijn depressie had onder andere tot gevolg dat er zich wat veranderingen in zijn gedrag en taalgebruik hadden voorgedaan. Veel van zijn christenvrienden hebben hem van hun vriendenlijstje geschrapt. Ze weten helaas niet om te gaan met gelovigen die zich niet geheel volgens hun boekje gedragen en uiten.
En ja, bij tijd en wijle vertoont hij wat extreem gedrag; koopt bijvoorbeeld een gloednieuwe Porsche om deze een week later weer terug te brengen omdat hij achteraf gezien de instap wat laagachtig vindt. Of boekt een wereldreis van drie maanden (zonder enige verzekering) om dan op de dag van het geplande vertrek te besluiten toch maar niet te gaan.

We hadden hem bij het van der Valk hotel bij ons om de hoek geparkeerd. Ons huis leent zich namelijk nog steeds niet voor gasten zoals Nick die om te kunnen douchen door onze slaapkamer heen moet (Ja, ik weet het, daar moet ik eens wat aan doen). Dat is voor beide partijen wat ongemakkelijk.

De ochtend na zijn aankomst besloot Nick om een vroege wandeling te maken. Omdat hij geen kaartje van de omgeving had moest hij de instructies van het van der Valk personeel op zien te volgen. Nick besloot dit dat wat gecompliceerd was. De talloze bochten en hoeken die het kunstwerk Kleinpolderplein biedt brengt mensen alleen maar in verwarring. Een recht stuk weg is wat hij zocht.
Zo was Nick de A13 opgelopen en was al een aardig eindje op weg naar de afslag Berkel en Rodenrijs toen een politieauto voor hem stopte. Hij vond het wel wat vreemd dat die politieauto halt hield omdat hij om zich heen geen activiteiten bespeurde die mogelijk om wat actie van oom en tante agent vroegen.
Enfin, de agenten waren alleraardigst en brachten Nick keurig terug naar het hotel waar ze nog even zijn paspoort controleerden. In het hotel lijkt het erop dat zo'n beetje alle van der Valk staf Nick inmiddels al kende (ja, zo is Nick nu eenmaal).

Nick's leven is tot nu toe grillig verlopen. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de een meer drama in het leven te verhapstukken krijgt dan de ander. Het leven is wat dat betreft uiterst onvoorstelbaar en in die zin absoluut oneerlijk en willekeurig.
Zijn leven bepaalt me ook bij het onvermogen van gelovigen om met die grilligheid om te gaan. Het is paradoxaal omdat vrijwel ieder mens vroeg of laat ontdekt dat het leven meer volgens het spaghettipatroon van het Kleinpolderplein verloopt dan een gewenst A13 patroon dat heerlijk voorspelbaar recht is, aan beide kanten afgeschermd en om de tien meter een schreeuwende bordje met "80" erop. Je hoeft alleen maar met de verkeersstroom mee te bewegen.

Is het een ontkenning van mijn eigen spaghetti wanneer ik van een ander een A13 leven verwacht?
Gewoon samen spaghetti eten is volgens mij de meest realistische optie.

En toen gingen we naar de Keukenhof.

2 mei 2018

Het kwijlstreepje in de kerk

Het heeft even geduurd maar het is me eindelijk overkomen. Ik heb het dan niet over de sensatie die we allemaal wel eens ervaren dat het lijkt alsof je omgeving uitzoomt, je hoofd wat zwaarachtig wordt en dan opzij dreigt te vallen. De hersenen geven dan meestal wel een signaaltje af dat het hoofd met een schok(je) naar haar basispositie doet terugkeren. Vervolgens doe je net alsof er niets is gebeurd waarbij het gevoel van gêne gelukkig vrij snel wegebt.
Echt in slaap vallen en een paar minuten helemaal missen is echter andere koek. Het overkwam me afgelopen zondag in een kerkdienst. Nee, niet tijdens een preek maar tijdens de samenzang. Je zou zeggen dat geklap en gezang de mens wel bij de les houdt, maar nee hoor: Ik was weg. Of ik gesnurkt heb weet ik niet maar ik vrees het ergste. Stilletjes hoop je nog dat niemand het gezien of gemerkt heeft of dat je het misschien droomde.
Gelukkig sprak de zangleider me er na de dienst op aan. Die vroeg zich terecht af hoe hij dat signaal moest interpreteren.

Ik herinner me enkele andere gelegenheden die tamelijk gênant waren. Wellicht dat ik ze me om die gêne herinner.

  • Een staande kamergenoot die me, terwijl ik op de bovenste verdieping van het etagebed lag, op ooghoogte zijn levensverhaal vertelde. Het gevecht met de slaap verloor ik terwijl hij stoicijns door bleef praten. In mijn verbeelding staat hij daar nog steeds, en praat hij nog steeds door terwijl het toch zo'n dertig jaar geleden is.
  • Mijn gastheer in Rusland die in zeer gebroken Engels iets probeerde uit te leggen. Het eind van dat verhaal heb ik ook nooit gehoord. Ik herinner me wakker te worden met mijn hoofd op de tafel. Een straaltje kwijl had de reis richting tafelblad al afgelegd. Terugzuigen ging niet meer.
  • Ik zie de knipperende vingers van een collega voor mijn gezicht terwijl ik mijn ogen weer opendoe en mijn naam hoor roepen. Ik zat in een vergadering die ik nota bene zelf leidde.

Collega's zijn inmiddels wel gewend aan een Jan die halverwege een vergadering wegloopt en tien minuten later zijn plaats weer inneemt. Wanneer oogleden te zwaar worden om de gewenste open positie te handhaven kun je beter even toegeven dan er de rest van de vergadering tegen blijven vechten. Even op de grond of op een bank gaan liggen en dromenland verwelkomen; lekker hoor.
Hopelijk heb ik de betreffende zangleider kunnen overtuigen en geruststellen dat het niets met hem of de keuze van de liederen te maken had.
Overtuigt of niet, het blijft gênant.

20 april 2018

De tragedie van het "voltijds voor God werken"

Zelfkritiek mag wel. Toch?
Af en toe?

In een communicatiedingetje van mijn eigen club las ik vandaag de volgende vraag: "Ben jij op zoek naar jouw plek in Gods Koninkrijk?"
Als het antwoord op deze vraag "ja" is, denken wij te kunnen helpen middels een zendingsweekend.

Maar er zit toch echt wel het een en ander verborgen in die vraag.
  • Ik zie er de mogelijk aanname in dat de zending en het koninkrijk synoniem zouden zijn.
  • Of dat het koninkrijk te maken heeft met een van de drie opties die OM als speerpunten kent: Of bidden, of geven, of gaan. Een combinatie van deze drie kan ook, of zelfs alledrie tegelijk.
  • Het kan ook impliceren dat het werken voor een zendingsorganisatie binnen het domein van de regering van God valt. Een baan binnen een niet christelijk bedrijf, valt daar dan buiten?
Ik ben eigenlijk wel benieuwd wat de collega die deze vraag, misschien wel gedachteloos neerpende, dacht en zag. Of gelooft. Of hoe zijn/haar wereldbeeld en godsbeeld er eigenlijk uitziet. Ik zal het eens navragen.

Hoe dan ook, het is en blijft een vreemde vraag.


God, in de metafysische* zin, is overal en alles valt onder zijn regering. Dus ben je in principe al op jouw plek in Gods koninkrijk. God is namelijk net zo aanwezig op de bloemenveiling, in de fabriek, op het kantoor, in de kraam- of huiskamer en in de straat als op een plek waar christenen samenklonteren om iets te doen wat een evangeliserend of een samenkomend karakter heeft, zoals wellicht in een kerk het geval zou kunnen zijn. Het is niet zo dat de lucht daar wat dikker of voller is met Zijn tegenwoordigheid.

Ik denk dat de bedenker van de niet zo heel erg pakkende/wervende vraag bedoelt dat als iemand nadenkt over de vraag over hoe hij of zij talenten, gaven en passies in kan zetten in de uitvoering van de opdracht die Christus aan de kerk gaf om volgelingen van Hem te maken over de hele wereld, wij wellicht een stukje op weg kunnen helpen.

Zo bestaat er meer kretologie binnen mijn wereld waar ernstig kritische vragen bij gesteld moeten worden omdat het impliciet een wereldbeeld opdringt en in stand houdt dat simpelweg on-Bijbels is. Zo kom ik ook tegen: "voor God werken" Of: "God full time dienen."Werkelijk tenenkrommend.
Als het niet zo tragische was zou ik er om kunnen lachen.
Nee, het dualistische wereldbeeld is verre van uitgeroeid en wordt mede door de taal die we binnen de wereld van de zending bezigen in stand gehouden.

Moest ik even kwijt

*  Metafysica is de wijsgerige leer die niet de werkelijkheid onderzoekt zoals ze ons gegeven wordt uit zintuiglijke waarneming (fysica), maar op zoek gaat naar het wezen van die werkelijkheid en wat haar constitueert.


8 april 2018

Lelijke eendjes? En nu wegwezen!!

"Wees gewoon jezelf" en "dicht bij jezelf blijven"; het zijn suggesties en adviezen die menigeen tot de verbeelding spreekt. De geest van de tijd heeft een klimaat gecreëerd waarin de zoektocht naar het "ware zelf" als een belangrijk levensdoel post heeft gevat. Het gegeven dat ieder mens uniek is, lijkt voor velen een te mager concept. Het plastic eendje moet afgepeld worden, laag voor laag, totdat het levende eendje met echte veertjes gevonden wordt. Bevrijdt van alle last uit het verleden, napraterij, trauma's en wat al niet meer, staat de ware ik vervolgens in het leven: zelfverzekerd, authentiek, echt, niet langer te intimideren en niet meer als slachtoffer.

Het ego is echter weerbarstiger en het idee dat er ergens een authentieke versie van mezelf te vinden is, een illusie.
Wie ik ben wordt mede bepaald door mijn omgeving, cultuur, taal en de daaruit voortvloeiende dogma's (*). Dogma's worden in het algemeen geassocieerd met het domein van de religie maar in werkelijkheid zijn dogma's op alle terreinen van het leven te vinden.
Dogma's zijn uitermate belangrijk omdat ze de mens helpen om enigszins vat te krijgen, te hebben en te houden op de grote levensvragen: "Wie ben ik, waar kom ik vandaan, waar ga ik naartoe, waarom ben ik hier", enz.
We kunnen het aan de instituten overlaten om deze vragen voor ons te beantwoorden maar velen kiezen voor de optie om ze te beantwoorden binnen de kaders van het zelf waarbij men meent dit los van de heersende dogma's te kunnen doen. Zo kennen we naast institutionele dogma's dus ook de persoonlijke dogma's.
De weg door het leven die de minste weerstand biedt is deze waarbij de bestaande dogma's niet bevraagd of betwijfeld worden. In sommige kringen staat dat bevragen en betwijfelen als verdacht te boek, of zelfs als ketterij. De bevrager en twijfelaar wordt dan ook al snel als onruststoker gebrandmerkt.

Vorige week hadden we een familiereunie. Neven en nichten plus de nog in leven zijnde stamhouders. De reden dat ik hier enthousiast over ben en alles in het werk zal stellen om daarbij te zijn is dat ik juist hier antwoorden vind op de vraag wie ik ben en waarom ik ben zoals ik ben. Nu wil ik natuurlijk niet overdrijven maar het voelt toch wel zo: "ik ben mijn familie." Het is geen perfecte familie. Er heeft zich voldoende drama afgespeeld om er een twaalfdelige televisieserie (zou een dramakomedie worden) van te maken.
Maar het is wel mijn familie. De dogma's binnen dit familiesysteem hebben mij gevormd. In zekere zin is elke familie haar eigen dogmatische systeem.
Ik kan ervoor kiezen om te zeggen dat ik niet bepaald word door mijn familie en helemaal geen behoefte heb aan dit soort "tijdverspillende" initiatieven: "Ik ben wie ik ben en daar staat mijn familie helemaal buiten."
Het is juist deze ontkenning die de weg naar het beter begrijpen van het zelf in de weg staat.
Ik omarm het en het vervult me met trots. Het nageslacht van Jan den Ouden (1895-1983) en Gerrigje Boom (1899-1966): Gave luitjes! Me ophouden met hun nazaten levert een bijdrage aan het begrijpen van de puzzel die in mijn geval ook Jan den Ouden heet. En pas als ik begrijp, ben ik in staat om te veranderen.
Ik ben mezelf dankzij anderen. En niet ondanks (hoewel dit ook wel een beetje waar is).

(*) Een dogma is een fundamenteel concept ter onderbouwing van een gedachtegoed; daarom wordt de aanhanger van dit gedachtegoed geacht er niet van af te wijken en het nooit te betwisten of te betwijfelen, ook al ontbreekt ieder wetenschappelijk bewijs.