24 oktober 2017

Jan 2.0: Adam als archetype van de stoere bink

De man was een weekend weggeweest. Met andere mannen. Stoere dingen doen zoals vlotten bouwen en andere lichamelijk inspannende dingen zoals heel hard rennen. Als het donker wordt mag er legaal een vuurtje worden gestookt en deelt men traumatische ervaringen, blije gebeurtenissen en ander drama..

Er was iemand besteld die over Adam had verteld en dat had nogal indruk op de man gemaakt. Adam, de eerste mens die de Bijbel noemt en ook bekend als de man van Eva, was eerder geschapen dan het paradijs en de vraag dringt zich dan meteen op: waar hing hij uit voordat de tuin klaar was? De bestelde man had daarover nogal wat te zeggen gehad. Onder andere dat God Adam stoere dingen, zoals jagen, had geleerd en zodoende van hem een echte vent had gemaakt: Adam als archetype van de bink naar Gods beeld!


Ik was er niet bij en ben wellicht de minst gekwalificeerde persoon die over dit soort initiatieven en evenementen iets zou mogen zeggen.  Er is niets in mij dat zich ook maar enigszins tot dit soort samen in de blubber rennende, provisorische onderkomens bouwende, Kumbaya-achtige activiteiten voelt aangetrokken. Waarschijnlijk uit angst dat ik dan allerlei dingen te horen krijg en over mezelf ontdek die mij tot minder vent maken dan ik momenteel ben. Het denkbeeldige lijstje met dingen die ik vervolgens moet gaan doen die er toe gaan bijdragen dat “Jan 2.0” goed uit de verf komt doet de deur bij voorbaat al dicht.

De mens lijkt een onverzadigbare honger en dorst te hebben naar het weten en begrijpen. De talloze boeken die geschreven zijn en nog geschreven gaan worden over de spaties tussen woorden en witregels tussen alinea’s - het willen weten, het speculeren op het onbekende; to boldly go where no man has gone before – petje af voor allen die het onbekende induiken en verkennen!

De honger om te weten; speculaties kunnen deze honger niet stillen en verzadiging is een illusie. Het wordt echter gevaarlijk wanneer speculaties een eigen leven gaan leiden en tot waarheid worden verheven. Binnen de wetenschap is het niet ongebruikelijk dat wat we dachten te weten niet het laatste woord bleek te zijn. Het vermeende weten wordt regelmatig ontzenuwd en het oude weten moet plaats maken voor het nieuwe weten.

De stelligheid waarmee, binnen de kringen waarin ik me beweeg, zaken die we eigenlijk helemaal niet weten tot waarheid worden verheven, is zorgelijk. Ik heb overigens geen problemen met stelligheid. Ik kan het zelf ook aardig. Maar het is van groot belang dat we duidelijk onderscheid maken (en dat ook duidelijk communiceren) tussen feit en fictie. Doe we dat niet dan zou er zomaar iemand met een levensecht en natuurgetrouw beeld van Adam op kunnen komen draven. Je weet wel, die foto van toen hij werd gehuldigd als wereldkampioen boogschieten.


En zo worden er heel wat foto’s enthousiast gedeeld van vermeende gebeurtenissen. Zelf heb ik er steeds minder. Er helemaal vanaf komen is een illusie. Iedereen heeft een foto of wat nodig.