9 november 2012

Geld en zending

De zending bestaat bij de gratie van het vertrouwen dat de financiële supporters en kerken hebben in het zendende instituut en/of de zendingswerker. Helaas is geld te vaak de factor die bepaalt of iets onder het kopje zending terechtkomt of onder gewoon betaald werk.
Maakt de noodzaak tot financiële sponsoring een activiteit plotseling een zendingsactiviteit? Hoe zit het dan met de zakenman die besluit om een winstgevende onderneming op te zetten in een moeilijk voor het evangelie bereikbaar land met als doel die zaak in te richten op basis van bijbelse normen en waarden.
En andersom, is de licht autistische IT man/vrouw die acht tot achttien uur per dag achter een computerscherm zit, ervoor zorgend dat duizenden werkers toegang hebben tot hun door versleuteling veilig gestelde e-mailverkeer nog wel een zending.
Omdat de ene activiteit onder andere ten doel heeft inkomen en winst te genereren en de tweede activiteit 100% afhankelijk is van de financiële support van derden, wordt het laatste eerder als zendingsacitiviteit gekwalificeerd.

De term "zending" is een beetje ongelukkig. In de Bijbel komt het niet voor. Wel in een andere vorm, die van apostello: gezondene. Het staat achter niet zo stoer en roept het een en ander aan vragen op als zendelingen zich plotseling apostelen zouden gaan noemen. Het gebeurt wel maar vaak is de titel apostel voorbehouden aan omhooggevallen voorgangers of 'pastors' die de titel voor zichzelf claimen en leiding gaven aan een klein of groot kuddeke volgelingen.

Image: Martijn den Ouden, 1993
De apostel Paulus noemt in zijn brieven meer dan veertig namen van mannen en vrouwen die direct en indirect bij zijn werk betrokken waren. Zonder deze mannen en vrouwen zou Paulus "zijn" werk niet hebben kunnen doen. Waren dat allemaal zendelingen? Wij zouden een onderscheid maken tussen de helpers die full-time hielpen en om die reden voor hun onderhoud afhankelijk waren van de vrijgevigheid en de helpers die af en toe een visje bakten, hun huis openstelden, een collecte ophaalden, een schip beschikbaar stelden.

Het werk dat de 'zendeling' doet is het werk van de kerk en niet van hem/haarzelf of de organisatie. De zendeling valt misschien wat meer op omdat hij de taak die alle christenen is opgedragen in een andere geografische locatie uitvoert en/of binnen een organisatie die een product 'verkoopt' dat geen inkomen en/of geldelijke winst genereert en daarom afhankelijk is van de loyale en genereuze financiële ondersteuning door derden.

De term zending en zendeling staat nog te ver van de kerk af en houdt polarisatie in stand en vergroot deze zelfs. Zendelingen staan over het algemeen als zodanig te boek omdat  er een relatie van financiële afhankelijkheid bestaat tussen hen en de kerk. Dat kan zelfs leiden tot en verkapte afkoop mentaliteit: "Onze kerk heeft werk in Istan." Dit voorziet in twee behoeftes. Die van de werker die afhankelijk is van de support van de kerk en die van de kerk omdat ze een werker in Istan heeft en die werker dus een verkapte arbeidsverhouding met die kerk heeft. De zakenman die een zaak vestigt in Istan, juist met de bedoeling om een tastbaar getuigenis van het Evangelie te exporteren wordt echter niet onder "ons" gerekend. Het een is Gods werk het andere niet.
Het is meer dan spraakverwarring. Het heeft alles te maken met het ontbreken van een helder besef dat de opdracht om discipelen te maken van alle volken, de gehele kerk beslaat.