De mens als zwart gat (6-6)
Het wezen van de zonde is “kennis van goed en kwaad”. Voor de zondeval, toen die kennis er niet was, was slechts onvoorwaardelijke liefde tot God en elkaar. Wat er gebeurde toen Adam en Eva van de boom aten is dat zij het centrum van het paradijs werden; ze legden het paradijs a.h.w. hun wil op en daarmee kwam er een eind aan het paradijs. In plaats van dat hun leven gevoed werd door het centrum werden ze zelf het centrum. In de architectuur spreekt men van ruimtes die bestaan uit “centrums” die om de bron heen bestaan en bewegen elkaar niet beconcurreren maar aanvullen en samen een groot levend geheel vormen . Zonder een bron bestaan al die centrums op zichzelf; staan los van elkaar met als gevolg dat de ruimte lelijk, leeg en dood wordt. Onze kennis van goed en kwaad maakt van ons “rechter” en vrijwel onbewust oordelen we anderen en ontlenen onze zelfwaarde aan de waarde die we anderen toekennen of afnemen. In onze gevallen staat hebben dingen en mensen alleen maar waarde in...