De vlucht van Atlanta naar LA stond in het teken van irritatie met de man naast me. Een kleine Japanner die zich breed had gemaakt en een deel van mijn beenruimte, de armleuning en een stuk van de lege ruimte die bij "mijn" plek hoorde reeds had geannexeerd. Dat was niet het enige. Keelgeluiden en luid regelmatig geschraap (het omhooghalen van snot uit de luchtpijp) maakten het verhaal kompleet en titels van nooit te verschijnen boeken speelden door mijn hoofd: "Hoe je medepassagiers overleven," "Wat te doen als je je buurman af wil maken," "Christelijke naastenliefde wanneer de omstandigheden het onmogelijk maken." Ik ga naar buiten. De zon schijnt!

Geen opmerkingen:
Een reactie posten