15 oktober 2008

De volle maat (2)

In een reactie op mijn Blogvan een paar dagen geleden schreef Sanne:

God is een schild om ons achter te verschuilen voor verleidingen van de wereld.We moeten deze verleidingen ook niet bewust gaan opzoeken en dus proberen achter het schild en dus onberispelijk te blijven.
Ik snap heel goed wat Sanne bedoelt. Het roept een nieuwe vraag op: onberispelijk is niet haalbaar. Zou dan de beloofde bescherming ook van kracht zijn als we in ieder geval proberen om achter dat schild te blijven? Met andere woorden: krijg je ook punten voor de inspanning? Voor de beste bedoelingen?
En als dan "ik heb het in eder geval geprobeerd" de graadmeter of voorwaarde wordt dan zijn we er al snel bij om "nivo's van proberen" te introduceren: "je moet het wel echt proberen".
Hierbij zijn we aangekomen bij een interessant Evangelisch fenomeen: "echt". Als je "gewoon" probeert, gelooft, vertrouwt en bidt werkt het waarschijnlijk niet. Daarom, en je hoort het heel vaak, let maar eens een paar weken goed op, moet je "echt" geloven, vertrouwen, bidden en proberen.
Maar hoe stel je dan vervolgens voor jezelf vast of je nu "echt" hebt gelooft en niet slechts "gewoon"? De graadmeter daarvoor is dit: als je krijgt wat je vroeg heb je echt geloof gedemonstreerd. Krijg je het niet, dan geloofde je nog te gewoontjes.
Dus doen we van alles om onzelf van een gewoon geloofsnvio naar een echt geloofsnivo op te krikken.
Dan gaat de kassa rinkelen want dan worden we gevoelig voor alle succespakketen die in de geloofswinkel worden aangeboden: Willow Kreek, Purpose Driven, Hillsong, Equipt, en ga maar door. Allemaal goede initiatieven maar laten we eerlijk zijn, het zijn ook gemaksproducten. Welke kerk schilt tegenwoordig zelf nog de aardappelen?
Wat zijn we arm als we alleen Jezus volgen en doen wat Hij ons opdroeg: God liefhebben boven alles en onze naaste als onzelf.
Of is dat geen armoe?