14 december 2015

De God waarin jij gelooft, is niet de God van de Bijbel

“De God waarin jij gelooft, is niet de God van de Bijbel;” een conclusie die je zou verwachten van iemand die de Bijbel als Godsopenbaring beschouwt in gesprek met iemand die God ziet als de vader of moeder van een selecte groep bomenknuffelaars, dolfijnenfluisteraars of boerenkaas liefhebbers. Je zou zo’n oordeel niet verwachten van iemand die in gesprek is met een ander iemand die nota bene tot dezelfde geloofsbloedgroep behoort. Alleen maar omdat (in dit geval) de een er andere visie op genezing op nahoudt dan de ander. Het gebeurt en zal helaas blijven gebeuren. Er zijn volgelingen van Christus die hun medevolgelingen het licht in de ogen nauwelijks gunnen.

Bron:
Onlangs had ik een lang gesprek met een stel dat door de zendingsorganisatie waarvoor ze werkten en hun eigen kerk is fijngekauwd, uitgespuugd en doorgespoeld. Het ging niet om moord, diefstal, liegen, bedriegen of wat voor immoreel gedrag dan ook maar om een theologische nuance. Helaas is het geen uniek verhaal. Het klinkt menigeen bekend in de oren. Iedereen kent dergelijke voorbeelden of is zelf het object van een dergelijke heksenjacht (geweest).

Het “probleem” met het geloof is dat het is wat het zegt: “geloof”. Het omgeeft zich met nevelen van abstractie en interpretatie. Om het toch te kunnen verankeren in iets wat houvast biedt hebben we zogenaamde dogma’s. Die dogma’s kaderen het geloof in zodat we er nog wat wijs uit kunnen. Deze ankers worden vastgeklampt en zijn de inzet voor wat we kennen als geloofsstrijd. Ik denk wel eens dat hoe onzekerder de gelovige is, hoe krampachtiger de vastklamping is.

De geloofsreis die we persoonlijk en collectief afleggen is eindeloos. Dat moet mijns inziens worden erkend. Op het moment dat ik me ga gedragen alsof ik er al ben en het allemaal weet, hoe onprettiger ik word in de omgang en dialoog. Dat laatste wordt namelijk een monoloog. Een echt gesprek kan dan niet meer plaatsvinden.

Bron:
In de kringen waarin ik me doorgaans ophoud is vaak te horen dat het oordeel niet aan ons is, maar aan God. In de praktijk kom ik echter heel wat hobbyrechters tegen die zich aardig hebben weten te specialiseren in civiel-, bestuurs-, en strafrecht.

Als God liefhebben en onze naaste als onszelf inderdaad het overstijgende Bijbelse thema is (zoals Jezus de wet samenvat) dan zou dit een dogma moeten zijn waar christenen in de praktijk in uitblinken. Gelukkig zie ik dit om me heen gebeuren. Als de genade die God ons geeft in Jezus Christus mijn hart diep raakt kan ik onmogelijk nog een oordeel vellen zoals in de eerste regel verwoord.

Samen (zie vorige Blog) zongen we het bekende lied “Genade zo oneindig groot dat ik, die ’t niet verdien, het leven vond, want ik was dood, was blind maar nu kan ‘k zien.” Ik kan het niet helpen maar telkens als ik dit lied hoor of zing, tranen van diep binnen in me opwellen. Ik kijk om me heen en zie mensen die zo anders zijn, anders denken en doen, maar allemaal door God geliefd zijn; God die liefheeft zonder te discrimineren. Dat wil ik ook.

2 opmerkingen:

Peter Deschrevel zei

dank u voor dit stuk waarin ik eens mocht thuiskomen zonder fijngekauwd of wat dan ook te moeten zijn.

Peter Deschrevel zei
Deze reactie is verwijderd door een blogbeheerder.