19 oktober 2015

Maar God wil toch dat ik mijn volkorenboterham beleg met Stolwijkse boerenkaas?

Iemand verhaalt in een mail aan vrienden hoe ze (ik maak de persoon voor een beter lopend verhaal een vrouw) uitgenodigd werd om te spreken op een conferentie aan de andere kant van de wereld. Dilemma: ze was al vastgelegd voor een conferentie dichter bij huis. De oplossing lag hierin dat deze conferentie door de organisatoren werd afgeblazen. In de mail lees ik hoe “toen ik de eerste afspraak maakte de Heer al wist en wilde dat ik op de later geplande conferentie zou spreken.” 
Een paar weken later ontving ik een mail met de boodschap dat, na aankomst op de plaats van bestemming, ook deze conferentie op het laatste moment werd afgeblazen.

Hoe verzoenen evangelische christenen een dergelijke speling van het lot (dat overigens niet zou bestaan; alles is immers leiding) met hun werkelijkheid? Dat gaat vrij gemakkelijk en lijkt zelfs geen enkel existentieel dilemma op te leveren: “voordat ik met mijn planning aan de gang ging, wist de Heer al dat ik een week ontspanning in een warm oord nodig had.” Dilemma opgelost.

Ja, echt. Ik verzin dit niet. 

Het idee dat God er is voor ieder detail van ons leven en dat allemaal voor de grondlegging van de wereld al heeft uitgewerkt is zo’n beetje gemeengoed onder vooral evangelicalen.
Zo lang het leven zich in een redelijk constante lijn van voorspoed, gezondheid en niet al teveel persoonlijke ellende ontvouwt, is dit wel vol te houden. Het is echter niets anders dan een groteske vorm van navelstaren; God is er voor mijn welbevinden. De vloek van het individualisme is tot in de kleinste kieren van het christendom binnengedrongen, en dat onder het mom van het claimen wat ons door God al gegeven zou zijn.

Some rights reserved by Peter Casier
Het staat in schril contrast met wat voor duizenden anderen realiteit is:  Stervende kinderen door infectieziektes, uitdroging of oorlogsgeweld. Gezinnen die in de naam van een God of wat dan ook uiteengerukt worden. Een ongekend psychisch en fysiek leed dat zovelen direct en indirect ondergaan…


Begrijp me goed. Ik ben God dankbaar voor een dak boven mijn hoofd, geweldige relatie met kinderen en kleinkinderen, (vaak) boerenkaas op mijn boterham en gezondheid. Veel van waarvoor ik dankbaar ben en kan zijn heeft echter eerder te maken met het feit dat ik het geluk heb gehad in Nederland geboren te zijn. Maar de geestelijk bravoure die aanspraak maakt op Zijn geweldige, verrassende, unieke en individuele leiding met mijn geluk voor ogen is ongepast. Het is aards en een verkapte vorm van hedonisme. Ik schaam me diep en kan het niet uitleggen aan mijn broeder die het vandaag weer eens zonder zelfs maar één maaltijd moet doen. Of mijn zuster wier echtgenoot in de naam van een denkbeeldige God is afgeslacht. Of de zuster/broeder die de Heer al een leven lang smeekt om genezing van een handicap, ziekte of aandoening.
Heer, wees mij genadig!