28 oktober 2015

Hoe een streep op Canvas toch wel mooi kan zijn





Welk schilderij vind je mooier? De bovenste of de onderste?

De onderste is door mij gemaakt met Paint. De bovenste door Herman de Vries. Die van mij levert niets op, die van Herman waarschijnlijk tienduizenden euro’s. Simpelweg omdat het een Herman is. De streep en de kleur van de streep zijn in beide gevallen “random”, ofwel zomaar neergezet. De naam erachter plus het werkje in de bredere context van overige prestaties bepaald het “gewicht” van een kunstwerk. Kortom, hoeveel gezag draagt de streep? Nu is mijn streep niets meer dan het resultaat van leentjebuur spelen. Herman was misschien wel de eerste die zomaar een streep op een doek zette. En sommigen vinden het prachtig, dapper, gedurfd,  .. noem maar op. Dat van mij is na-aperij, hoewel ik vol zal houden dat Herman de Vries slechts een inspiratiebron was voor mijn werk, dat uiteraard geheel anders is omdat de streep blauw is.

Voor (s)preken gaat eenzelfde vlieger op. Hoe zwaar wegen de woorden die ik spreek? Het meeste spreken is niets anders dan knip en plakwerk waarbij ik ook nog eens de luxe heb dat ik alleen plak wat ik wil dat de ander hoort. De media voorziet ons met een onbetamelijke gretigheid van door haar geselecteerde sound-, en video bites. Die gemaakte selectie is vervolgens alles wat ik heb om mijn mening te plakken. Omdat we over het algemeen gewoon zijn om binnen bepaalde kaders te denken en te spreken en slechts enkelen de durf hebben om buiten die kaders te kijken, laten we ons we als een kudde makke lammeren naar het abattoir van de beschaving masseren. De met name door de media  gecreëerde hetze rondom de vluchtelingenproblematiek is een voorbeeld van het onvermogen, of zelfs onwil, van een grote meerderheid om nog buiten deze geschapen werkelijkheid te durven tasten.

Daar lag ik dus vannacht van wakker. Wat een streep op canvas je al niet kan aandoen. Het toont wel lef. Juist omdat het buiten de kaders van redelijkheid, esthetiek en tijdgeest reikt, hangt het aan de muur in het Kröller-Muller museum, samen met wat andere strepen op canvas.

Toch nog even de link met spreken afmaken. Theologie is een speelveld met kaders. Deze kaders zijn net zo goed onderhevig aan de tijdgeest, maatschappelijke ontwikkelingen en wetenschappelijke ontdekkingen. Dat speelveld is voortdurend in beweging. Velen vinden dat lastig omdat het met dat bewegen aan zekerheden tornt die juist het houvast bieden waar men zo naar verlangt. Ik schuur graag tegen die kaders aan. Of ik ook het lef heb om buiten deze kaders te treden? Ik knip en plak daar volgens mij teveel voor. Het is zeer onwaarschijnlijk dat er ooit een theologische “willekeurige streep op canvas” van ondergetekende verschijnt.

19 oktober 2015

Maar God wil toch dat ik mijn volkorenboterham beleg met Stolwijkse boerenkaas?

Iemand verhaalt in een mail aan vrienden hoe ze (ik maak de persoon voor een beter lopend verhaal een vrouw) uitgenodigd werd om te spreken op een conferentie aan de andere kant van de wereld. Dilemma: ze was al vastgelegd voor een conferentie dichter bij huis. De oplossing lag hierin dat deze conferentie door de organisatoren werd afgeblazen. In de mail lees ik hoe “toen ik de eerste afspraak maakte de Heer al wist en wilde dat ik op de later geplande conferentie zou spreken.” 
Een paar weken later ontving ik een mail met de boodschap dat, na aankomst op de plaats van bestemming, ook deze conferentie op het laatste moment werd afgeblazen.

Hoe verzoenen evangelische christenen een dergelijke speling van het lot (dat overigens niet zou bestaan; alles is immers leiding) met hun werkelijkheid? Dat gaat vrij gemakkelijk en lijkt zelfs geen enkel existentieel dilemma op te leveren: “voordat ik met mijn planning aan de gang ging, wist de Heer al dat ik een week ontspanning in een warm oord nodig had.” Dilemma opgelost.

Ja, echt. Ik verzin dit niet. 

Het idee dat God er is voor ieder detail van ons leven en dat allemaal voor de grondlegging van de wereld al heeft uitgewerkt is zo’n beetje gemeengoed onder vooral evangelicalen.
Zo lang het leven zich in een redelijk constante lijn van voorspoed, gezondheid en niet al teveel persoonlijke ellende ontvouwt, is dit wel vol te houden. Het is echter niets anders dan een groteske vorm van navelstaren; God is er voor mijn welbevinden. De vloek van het individualisme is tot in de kleinste kieren van het christendom binnengedrongen, en dat onder het mom van het claimen wat ons door God al gegeven zou zijn.

Some rights reserved by Peter Casier
Het staat in schril contrast met wat voor duizenden anderen realiteit is:  Stervende kinderen door infectieziektes, uitdroging of oorlogsgeweld. Gezinnen die in de naam van een God of wat dan ook uiteengerukt worden. Een ongekend psychisch en fysiek leed dat zovelen direct en indirect ondergaan…


Begrijp me goed. Ik ben God dankbaar voor een dak boven mijn hoofd, geweldige relatie met kinderen en kleinkinderen, (vaak) boerenkaas op mijn boterham en gezondheid. Veel van waarvoor ik dankbaar ben en kan zijn heeft echter eerder te maken met het feit dat ik het geluk heb gehad in Nederland geboren te zijn. Maar de geestelijk bravoure die aanspraak maakt op Zijn geweldige, verrassende, unieke en individuele leiding met mijn geluk voor ogen is ongepast. Het is aards en een verkapte vorm van hedonisme. Ik schaam me diep en kan het niet uitleggen aan mijn broeder die het vandaag weer eens zonder zelfs maar één maaltijd moet doen. Of mijn zuster wier echtgenoot in de naam van een denkbeeldige God is afgeslacht. Of de zuster/broeder die de Heer al een leven lang smeekt om genezing van een handicap, ziekte of aandoening.
Heer, wees mij genadig!

13 oktober 2015

Achterbankgebed

Zich in een hachelijke situatie bevindend waarbij levens in gevaar zijn, zitten twee vrouwen op de achterbank van een auto. De ene vrouw ziet de naast haar zittende vrouw de ogen sluiten, de lippen bewegen en hoort haar iets onverstaanbaars prevelen. 

"Wat doe je"? 
"Ik bid". 
"Tot wie"? 
"Tot wie er ook maar luistert".




Wat is de essentie van bidden? Je hoeft niet hyperreligues te zijn om te erkennen dat er soms wel eens wordt gebeden; wie weet is er iemand die luistert en iets kan betekenen of doen in een uitzichtloze situatie.

Onlangs duidde ik in een preek de essentie van gebed  door het te zien als een positiebepaling (GPS werkt ook wel) waarbij ik Jezus als voorbeeld nam. We treffen Hem regelmatig aan in situaties waarbij Hij, voordat Hij tot handelen over ging, eerst zijn positie bepaalde. Voordat hij Lazarus opwekt uit de dood heft Hij zijn ogen naar de hemel en dankt de vader. Voordat hij het brood breekt, bij de laatste maaltijd met zijn discipelen, dankt hij de vader. 
Het is het bewustzijn, de erkenning en het belijden dat we zonder de Vader niets kunnen doen. Jezus was zich daarvan bewust en wilde ook niets buiten de Vader om doen.

Waar het mij om te doen is dat we pas constructief en inhoudelijk over zaken zoals gebed kunnen nadenken als we het eerst demystificeren en het terugbrengen naar de essentie. Ofwel; eerst bepalen wat het niet is. Dan blijft onder de streep over wat het wel is.

Mijn oversimplificatie verontrustte enkele gemeenteleden die me nader ondervroegen. Ik had kennelijk de indruk gewekt dat gebed maar iets korts was en of ik kon vertellen wat ik dan dacht over voorbede, aanhoudend bidden en nog wat meer. Ik denk dat ik erin slaagde hen te helpen zien dat als je de essentie niet ziet, de rest allemaal gebakken lucht is; gereduceerd wordt tot een dingetje dat je doet. Pas als de essentie wordt begrepen, krijgt de rest inhoud en betekenis.

Laten we wel wezen, het leven is te onvoorspelbaar, vaak te onverwacht; zozeer zelfs dat we niets anders kunnen bedenken dan een achterbankgebed. En daar is helemaal niets mis mee. Een achterbankgebed is niets anders dan reageren op een situatie is die ik met de middelen die ik tot mijn beschikking heb, niet kan veranderen en afhankelijk ben van iets of iemand buiten mij die die middelen wel heeft.

Rest nog de vraag of er iemand is die luistert. Indien ja, wat mag ik dan redelijkerwijs als uitkomst verwachten? Daarover later meer.

10 oktober 2015

De Nietsnut en de Welnut

Sommige uitspraken van Jezus zijn wat aan de heftige kant. In de Bergrede zegt Hij onder andere "ieder die in woede tegen zijn broeder of zuster tekeergaat, zal zich moeten verantwoorden voor het gerecht. Wie tegen hen “Nietsnut!” zegt, zal zich moeten verantwoorden voor het Sanhedrin. Wie “Dwaas!” zegt, zal voor het vuur van de Gehenna komen te staan". (Mat. 5:22)
De context toont ons dat het bovenstaande gelijkstaat aan doodslag.
Waarom zo'n straf gevolg voor iets wat redelijk onschuldig lijkt? Woorden zijn immers maar woorden. Ja, ze kunnen pijn doen maar om me nu meteen voor de rechter te slepen als ik iemand dwaas noem; heftig hoor.


Iemand een "nietsnut" noemen ging vergezeld met een flinke klodder spuug in het gezicht. Het publiekelijk beschamen van een medemens was een van de gruwelijkste dingen die men kon doen. Rabbi's zeggen hierover in de Talmud onder andere:

1.       Je naaste publiekelijk te schande maken is als zijn bloed vergieten. [1]
2.       Iemand uitschelden is gruwelijker dan hem financieel benadelen (het laatste kan worden rechtgezet, het eerste niet). [2]
3.       Het is beter om samen te wonen met een getrouwde vrouw met een bedenkelijke reputatie dan je naaste publiekelijk te schande maken. [3]
4.       Het is beter jezelf te verbranden dan je naaste in verlegenheid brengen [4]

Jezus' onderwijs over hoe we ons tot onze medemens verhouden gaat uit van het gegeven dat we voor God allemaal eender zijn; we zijn elkaars gelijken. Op het moment dat ik iemand dwaas noem, of een nietsnut, doe ik feitelijk niets anders dan mezelf boven die ander verheffen. Ofwel, de nietsnut maakt mij tot een welnut; een beter mens. Mocht ik daaraan vasthouden dan is de consequentie dat de rechter dan zal bepalen wat voor nut ik dan eigenlijk ben; een niet of een wel. Met het oordeel van de rechter zal ik vervolgens moeten leven.
Het programma "de Rijdende Rechter" illustreert dit. Aan het eind van de aflevering wordt er een uitspraak gedaan die de een in het gelijk stelt en de ander in het ongelijk. Wat de uitspraak niet kan en doet is het herstellen van de relatie. Het is zeer onwaarschijnlijk dat beide partijen ooit nog samen door een deur kunnen of willen. In het nog grotere verhaal wordt duidelijk dat Jezus ons leert dat we het, wat ons betreft nooit zover moeten laten komen. Als we iets van onvrede tussen ons en de ander bespeuren: meteen actie ondernemen. Zo niet, dan zal uiteindelijk het recht haar beloop hebben. En daar wordt niemand vrolijk van.
Dus moet ik besluiten om toch maar een toontje lager te zingen. Dat komt mijn relaties en bloeddruk ten goede.

9 oktober 2015

Wat heerlijk authentiek (II)

De zoektocht naar authenticiteit is een vorm van protest. De zoeker bevraagt praktijken en ontwikkelingen in de maatschappij kritisch; gaat daar niet zonder meer in mee. Als die kritiek leidt tot een resultaat dat meer richting authenticiteit gaat zullen vooral recht, gerechtigheid en onbaatzuchtigheid  beter uit de verf komen; een politicus die klare taal spreekt en de wol op Texel laat, een bankier of CEO die z'n klant hoger heeft zitten dan zijn eigen portemonnee, een werkgever die het welbevinden van het personeel belangrijker vindt dan zijn/haar "verdienmodel," ach vul maar aan.

Authenticiteit wordt over het algemeen als iets positiefs gezien. Iets of iemand wordt er beter van.
Wellicht is de zoektocht ook niet zozeer een verlangen naar het oorspronkelijke recept van de Whisky die Sir Ernest Shackleton bij zich had op zijn tocht door Antartica (hoewel ik deze graag zou proeven en even een gevoeltje van verbondenheid met Sir EH beleven; dit voelde, proefde beleefde de beste man toe hij het errug koud had). We zullen eerder zoeken in karaktereigenschappen en deugden; iemand doet iets met passie en liefde voor het vak.
Authenticiteit is dus echt wel iets anders dan "dicht bij jezelf" zijn en blijven; dat is niets anders dan jezelf toestemming geven om overal schijt aan te hebben en "helemaal jezelf" te zijn; daar zou je immers recht op hebben.
Hoe dan ook, authenticiteit laat zich moeilijk omschrijven. Zolang we het zoeken in 100% biologisch, onze eco-voetstapjes, puur natuur, volgens eeuwenoud recept, rommelen we slechts aan de oppervlakte van iets wat veel dieper gaat.

N.b. Zojuist uit de Trouw geplukt:

De directeur "voelde dat het van de hand van een bijzonder kunstenaar moest zijn." Authenticiteit laat zich echter maar moeilijk voelen....




8 oktober 2015

Wat heerlijk authentiek

Ligt het aan mij of zijn er ook anderen die een lichtelijke hype rondom authenticiteit bespeuren? De claim "100% origineel," de observatie dat iemand "echt authentiek" is, spreekt, doet of denkt (wat een heerlijk pleonasme), bier dat al 300 jaar volgens hetzelfde recept wordt gebrouwen en dus vandaag authentiek mag heten...
Is het een rusteloos pogen om iets van een met valse romantiek omgeven verleden te doen herleven? Of is het een verlangen om anders te zijn dan "de rest." Die "rest" zou dan verre van authentiek gedrag en denken vertonen; iets meer nep zijn. Is het echter niet zo dat ieder mens zichzelf uniek vindt en zich in min of meerder mate van de rest onderscheidt door authentiek gedrag te claimen?
Wanneer is iets authentiek, of echt, of origineel?

A: "Is dit een echte Rembrandt?"
B: "Vindt je het een mooi schilderij?"
A: "Ik vind het prachtig."
B: "Wordt het mooier als het een echte Rembrandt is"
A: "Ik weet dat het geen verschil zou moeten maken maar eerlijk gezegd doet dat het wel."
B: "Volgens de criteria die door de slimste kunstkenners zijn opgesteld is dit zeer waarschijnlijk een echte Rembrandt"
A: "Met andere woorden, je kunt het nooit 100% zeker weten?"
B: "Correct"

Een van de grootste vragen die ik heb is deze: "Wat betekent het om een authentiek volgeling van Jezus te zijn?" Hoe ziet een volgeling van Jezus eruit als je, zover je kunt, tradities, dogma's, sociale druk en veelheid aan interpretaties eraf peutert?
Het antwoord is volgens mij dat dit onmogelijk is vast te stellen.
Je kan weinig anders dan met de criteria die je vaststelt (aan de hand van Zijn woorden) zo gewetensvol mogelijk vorm geven aan dat geloof temidden van een wereld en een cultuur die nu eenmaal is zoals deze vandaag is. Dat maakt een geloof actueel en (hopelijk) relevant en rekent af met een vals romantische hang naar een (niet zo) ver verleden waarvan over het algemeen te gemakkelijk gedacht wordt dat die zoveel beter was.

7 oktober 2015

De luchtbanier en het verkalkte oor

In mijn ooghoek zie ik een man door een van zijn knieën gaan. Die ene knie rust op de grond terwijl de andere omhoog en vooruit prikt. Laat ik het een "halfkniel" noemen. Zijn gestrekte rechterarm maakt een zwaaiende beweging, beginnend op de grond en een halve cirkel later eindigend, wijzend naar het plafond. Dit alles zoveel mogelijk synchroon lopend aan de gezongen tekst "'k-hef een banier op."
Het beleid van de kerk waar ik spreek staat het gebruik van echte banieren niet toe. Het is een vorm van verzet; een lange neus naar de beleidsmakers die toch niet zover zullen gaan dat ze een luchtbanier verbieden? Echter, wie slim is en voelt toe te moeten geven aan de onbedwingbare drang om het zingen van psalmen, gezangen en lofliederen te complementeren met gebaren maakt dan gebruik van denkbeeldige hulpmiddelen en instrumenten.
Zo is er de luchtgitaar. Deze wordt zeer breed ingezet en is, hoewel het er idioot uitziet over het algemeen geaccepteerd. Luchtgitaren worden vooral gebruikt door hen die er hun leven lang al van dromen gitaar te kunnen spelen maar verder zijn gekomen dan E-A-B7.

Later, tijdens de preek, stapt de banierzwaaier demonstratief op. Of het met de preek te maken had, weet ik. Dat zou gissen zijn maar ik heb een vermoeden dat gelovigen met imaginaire banieren ook een bepaald kritisch oor hebben ontwikkeld. Een selectief oor dat die dingen hoort die men wil horen en vooral ook horen wat er niet gezegd wordt.
Kritische oren hebben we volgens mij allemaal. Mijn oor is voortdurend op zoek naar bondgenoten; mensen die ongeveer hetzelfde voelen en denken als ik. Vind ik zo iemand, dan word ik bevestigd in mijn zijn; ik kan niet gek zijn want er is nog iemand die het begrijpt.... O wacht, er zijn er zelfs twee, nee drie! Nu is het wij tegen de rest. Als we nu ons luchtbanieren synchroniseren is het helemaal toppie!

Zo trok iemand onlangs haar "gele kaart". Na de dienst sprak ze me aan. Ze had niets aan de preek gehad want ik had niet "geproclameerd". Dat had wat mij betreft enig uitleg nodig en het werd me duidelijk dat in haar oren iedere kerkdienst een evangelisatiedienst moet zijn waarbij aan het eind van de preek er een uitnodiging om Christus aan te nemen zou moeten volgen. "Zo heeft God het gewild."
Als ik één lesje heb geleerd in mijn bijna 55 jarige bestaan is het om bij dergelijke confrontaties niet in discussie te gaan. Het kraakbeen in het oor is zo verkalkt dat het bij discussies kan worden ingezet als wapen. Bovendien vangt het nog maar een soort signalen op. Nog net niet stampvoetend verliet ze het gebouw. Verzuchtend nam ik nog een slokje koffie; je kunt niet iedereen tevreden stellen.

De banierzwaaier een rij verderop werkt dan misschien op mijn lachspieren, ik besef dat de verworven vrijheid van expressie, die mensen in staat stelt om uitdrukking te geven aan hun creativiteit, gevoel, verlangen en overtuiging een groot goed is. En zolang ik ervoor waak dat het niet het kraakbeen in mijn oor verkalkt, kunnen de banierzwaaier en ik gewoon door dezelfde deur.

6 oktober 2015

Sociale media en de verheerlijking van het Ego

Een oorzaak van mijn blogstilte is dat ik me ernstig stoor aan de verheerlijking van het Ik dat tamelijk prominent aanwezig is; op FB liggen de ego's voor het opscheppen. De smeekbede's om toch maar alsjeblieft het geposte geroezemoes te "liken" getuigt van een ongepast verlangen naar bevestiging. Alsof het grootste genoegen gelegen is in mensen die door het raam van de etalage hun duim opsteken naar de zender van al dat geweldige nieuws. Het riekt toch een beetje naar exhibitionistische haantjesgedrag maar is weinig anders dan bevestiging zoeken van het toch al onzekere zelf.

Trouwens, het valt het over het algemeen wel mee met dat geweldige denken. Zoveel denken kom ik niet tegen in de sociale media. Wel vooral veel doorgeven wat anderen denken of doen: "dit moet je echt lezen, of zien."
Nu is het natuurlijk aan de potentiële ontvanger van de geweldige boodschap om deze wel of niet te lezen; ik hoef immers niet te lezen of te kijken.

Hier hebben we meteen een van de dilemma's. Sociale Media is redelijk effectief in het onderhouden van contacten met vrienden. Mass mailing hoeft niet meer, ik ben op Facebook en onderhoud een Blog. Van de groep vrienden die al vroeg hebben besloten om niet met deze ontwikkeling mee te gaan hebben de meeste wel een e-mailadres en zijn gelukkig bereikbaar zonder bomen op te hoeven offeren en een beroep te moeten doen op de diensten van onze voorheen trotse postbezorgers.

Mea Culpa

Door blogs te schrijven en deze ter beschikking te stellen aan de wereld doe ik mee aan dit vreemde circus. Aan de ene kant wil ik dit niet maar aan de andere kant heb ik wel de behoefte om een deel van mijn leven, denken, doen en laten te delen met hen die daar om wat voor reden dan ook in geïnteresseerd zijn. Hoe ik dat op een goede, gezonde manier doe zonder de indruk te wekken dat ik uit ben op omhooggestoken duimpjes, daar ben ik nog niet uit. Pas als ik volmodig ja kan zeggen op de vraag of ik ook zou "delen" als geen enkele levende ziel ooit de moeite zou nemen om de deling te lezen, ben ik volgens mij gerechtigd om het te doen. Maar hieruit volgt meteen een ander dilemma. Delen is pas delen als er in ieder geval een ontvanger is. Tot dan is er geen sprake van delen.

Ik moet denken aan Jezus (sorry, ik kan moeilijk anders). Als er één iemand is die niet uit was op de omhooggestoken duim van anderen, was Jezus dat wel. Johannes zegt over hem "niemand heeft ooit God gezien, maar de enige Zoon, die zelf God is, die aan het hart van de Vader rust, heeft hem doen kennen" (Johannes 1:18). Alles wat Jezus zei, of deed, had als doel om de Vader in de etalage te zetten.
Waar menig blog tot doel heeft de ruimte van het zelf van de blogger te vullen is een blog dat tot doel heeft de ontvanger te leiden naar de ruimte die van dat zelf verwijderd is en een hoger doel dient een blog waar je letterlijk mee verder kunt.