3 april 2013

Wat mag ik redelijkerwijs van God verwachten?

Naar aanleiding van mijn Blog van gisteren over vermeende beenverlengingen en sommige reacties daarop rijst de vraag wat we redelijkerwijs van God mogen verwachten ten aanzien van onze gezondheid.
Jaren geleden vroeg een jongeman mij om te bidden dat hij geen last meer zou hebben van lustgevoelens. Ik heb hem toen verteld dat ik daar niet voor kon bidden omdat het impliciet betekent dat ik God zou vragen om hem minder mens te maken; zoiets als bidden tegen verkoudheid wat eigenlijk betekent dat je vraagt of God de gezonde en levensreddende afweermechanismen die Hij onderdeel van zijn ontwerp voor de mens heeft gemaakt, uit wil schakelen. Het zou een onredelijke gebed zijn.
En nu we steeds ouder worden en onherroepelijk te maken krijgen met ouderdomskwalen is het idee dat we in opperste gezondheid en met buitengewone soepelheid de 98 halen en stillekens in onze slaap overlijden niet geheel realistisch noch redelijk. Ja we kennen de uitzonderlijke verhalen van die enkele man en vrouw die in dat profiel past maar de meesten van ons zullen slechts hijgend, kruipend of rollend die eindstreep halen.

De plaats die de evangelist Johannes wonderen toekent is dat de bedoeling ervan is dat de mens gelooft dat Jezus de Christus is, de zoon van God (Johannes 20:31).
De vraag naar wonderen is dan ook legitiem; het je ernaar uitstrekken ook. Waar we het meest moeite mee hebben is de vraag waarom we relatief weinig wondertekenen zien (afgezien van het wonder van iedere nieuwe dag, de zon die opkomt, het wonder van de lente enz.). We wijzen dan al snel naar onszelf, naar anderen of naar het collectief: als ik nu eens meer geloof had, als hij/zij nu eens meer geloof had, als zij (meervoud) nu eens meer geloof demonstreerden... Vervolgens wordt dat aan schuld gekoppeld; collectief boete doen zou de sleutel tot de ontsluiting van het wonder van meer wonderen zijn. Zo zitten we voordat we het weten in een spiraal die zichzelf in stand houdt en een verklaring biedt voor het niet in vervulling gaan van bijvoorbeeld profetieën; we zouden niet aan de voorwaarden voldoen!

Wat ook wel helpt om het een en ander in een breder perspectief te zien is als we de vraag naar een andere context verplaatsen. Een vluchteling uit Syrië heeft een andere wondervraag dan de gemiddelde consument die winkelend door de koopgoot op zoek is naar dingen die hij waarschijnlijk niet eens echt nodig heeft. Of een van mijn collega's die nu al weken in de gevangenis zit omwille van haar geloof. Tegenover het wonder van de vrijlating van enkelen staat een veelvoud van "mislukte" gebeden. Om dan een collectief, een kerk of wat dan ook daarvan de schuld te geven is onredelijk.
Al met al is en blijft het een groot mysterie. Door het werk van Christus is het niet langer een zaak van het verdienen van de gunst van de Heer. Die gunst is permanent door het geloof en de werking van de genade. Iedere andere gedachte of theorie doet het werk van Christus tekort.

Het grootste wonder is als we hebben mogen leren om met alle omstandigheden genoegen te nemen. Als "Immanuel" niet langer "Immanuel" is vervliegt alle hoop om hier op aarde dat "God met ons" in en door alle omstandigheden te ervaren. Dat gebed is een redelijk gebed. Omstandigheden maken de mens hard of zacht, zuur of zoet, boos of dankbaar. Op velen beukt het leven onevenredig hard en zonder pardon in op gezondheid en omstandigheden. Het recht om dan te verzuren, te verharden, boos en verbitterd te raken is hen gegund. Om dan toch zacht te kunnen eindigen, dat is pas een wonder. Al het andere dat wordt gegeven is een onverdiende bonus.

1 opmerking:

Martin Brand zei

Dank voor je nuchtere en tegelijk opbouwende artikel Jan!