24 april 2013

Laat de kinderen tot Mij komen (2-3)

Laten we het opstapje naar onze paragraaf van vandaag eens lezen:  

Ze kwamen in Kafarnaüm. Toen ze in huis waren, vroeg hij hun: ‘Waarover waren jullie onderweg aan het redetwisten?’ Ze zwegen, want ze hadden onderweg met elkaar getwist over de vraag wie van hen de belangrijkste was. Hij ging zitten en riep de twaalf bij zich. Hij zei tegen hen: ‘Wie de belangrijkste wil zijn, moet de minste van allemaal willen zijn en ieders dienaar.’ Hij pakte een kind op en zette het in hun midden neer; hij sloeg zijn arm eromheen en zei tegen hen: ‘Wie in mijn naam één zo’n kind bij zich opneemt, neemt mij op; en wie mij opneemt, neemt niet mij op, maar hem die mij gezonden heeft.’ (Marcus 9:33-37).

Wat Jezus hier doet verbindt hij even later met het antwoord op de vraag wie de grootste of de belangrijkste in zijn koninkrijk is. De discipelen zijn woedend op Jakobus en Johannes als ze er achter komen dat ze Jezus in een privégesprekje hebben gevraagd of ze naast Hem mogen zitten als Hij eenmaal op zijn troon zit: 

The Last Supper, Jacopo Bassano 1542.
Bassano geeft helder weer dat discipelen mensen zijn en blijven en tot
hun laatste snik de neiging blijven houden om te argumenteren.
Jezus riep hen bij zich en zei tegen hen: ‘Jullie weten dat de volken onderdrukt worden door hun eigen heersers en dat hun leiders hun macht misbruiken. Zo mag het bij jullie niet gaan. Wie van jullie de belangrijkste wil zijn, zal de anderen moeten dienen, en wie van jullie de eerste wil zijn, zal ieders dienaar moeten zijn, want ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.’ (42-45).

Deze context plaatst de kinderen (kunnen kleine kinderen zijn geweest maar ook jonge tieners buiten de kenmerken van kinderen en veel meer in die van de sociale status van kinderen.  Kinderen vertegenwoordigen hier de categorie van de gemarginaliseerden en verdrukten (zoals vrouwen, de armen en de onreinen).  Het kind was in feite de minste of laagste in de familie- en maatschappelijke structuren. Ze werden gemakkelijk gedomineerd en misbruikt in hun afhankelijk van anderen. Jezus nodigt de discipelen uit tot een nieuwe werkelijkheid van gemeenschap en gezin waarin de minste model staat voor het volgen van Christus.[1] 
Dit betekent dat een volgeling van Christus de kwetsbaarheid en machteloosheid van een kind dient aan te nemen. Eerder hadden de discipelen ervaren wat het betekent om kwetsbaar en afhankelijk te zijn toen ze door Jezus erop uit werden gestuurd zonder geld, zonder lunchpakketje en zonder een extra set kleren; afhankelijk van wat mensen het aanboden en gaven.

Wat Jezus hier demonstreert gaat zo ver dat het totaal niet tot de discipelen doordringt. De nieuwe werkelijkheid die Jezus hier voorstelt waarbij iemand die een kind omarmt feitelijk Christus, God omarmt, gaat hun bevattingsvermogen te boven. Dat ze het niet bevatten wordt duidelijk als “de mensen kinderen bij Hem proberen te brengen” en de discipelen hen tegenhouden. In een cultuur waarin kinderen geen rol van betekenis spelen, geen stem of duidelijk plek hebben is het moeilijk voor te stellen dat zo’n kind plotseling alle aandacht krijgt en de grootste rol in het koninkrijk wordt toegedicht.

[1]  JAMES L. BAILEY, Experiencing the Kingdom as a Little Child: A Rereading of Mark 10:13-1. Internet; verkrijgbaar via http://wordandworld.luthersem.edu/content/pdfs/15-1_Children/15-1_Bailey.pdf

Morgen deel 3 en slot.