26 april 2013

God gaat grote dingen doen!

Glimlachend van oor tot oor kijkt de man in de camera. Duidelijk geïntoxiceerd door een combinatie van eindeloos herhaald gezongen christelijke mantra's, opzwepende en claimende beloftes van de dienstdoende voorganger (die waarachtig op de stereotiepe autoverkoper lijkt) en afgeblust met een krampachtig aandoend geloof dat het allemaal anders gaat worden roept de toevallig aangesproken feestganger de kijker toe dat God grote dingen gaat doen en dat Nederland wel eens een poepje gaat ruiken.

Niets nieuws. Dat hoor ik al sinds 1978, toen ik besloot om bij Christus in de leer te gaan. Maar waar blijft het dan; dat grote van God, op bevel van Zijn volgelingen afgeroepen over ons land?
Nederland verloedert, verhuftert en de invloed van de kerk is op z'n hoogst marginaal te noemen.
Maar we willen het zo graag! Die opwekking. Die manifestatie van de tegenwoordigheid en macht van God. Toch? En dan heb ik het over die dingen die we God graag zouden willen zien doen naast en boven de  normale wonderen waar we al redelijk aan gewend zijn geraakt (een zonsopgang, zonsondergang, de lente, enz).
In werkelijkheid zien we er niet zoveel van en zijn de vermeende opwekkingen niets meer dan plaatselijk buitjes die niet of nauwelijks door de muren van  georganiseerde evenementen sijpelen.
De opwekkingen en oplevingen zijn helaas niet veel meer dan persoonlijke belevingen en verkapte uitdrukkingen van het ongenoegen met de persoonlijke en maatschappelijke status quo.
De wens naar meer van God is sterk. Maar de wens omzetten in een gebod maakt het tot een bespotting en beschimping van de allerhoogste. Harder roepen brengt iets niet dichterbij.
Wellicht dat de stilte en een geweeklaag in de binnenkamer eerder tot het hart van God doordringt dan het roepen van een opgezweepte mini massa.
Kortom, een beetje meer bescheidenheid zou niet misstaan. De van oor tot oor reikende glimlach is eerder een uitdrukking van iemand die geniet van een besloten feestje dan van realistisch geloof.

Geen opmerkingen: