27 april 2013

Het raadsel van de verdwijnende kerk

Dit weekend werk ik met een groep werkers waarvan velen al jaren in het Midden Oosten het Goede Nieuws handen en voeten geven. Ze komen uit Mexico, Zwitserland, Jordanië, Korea, Amerika, Australië  Duitsland en Nederland. Grote dingen van God waarover ik gisteren kritisch schreef en waar sommige lezers zich aan ergerden, lijken hier wat langer op zich te laten wachten. Een van de vragen waar een veteraan mee worstelt is hoe het kan dat een gezonde, groeiende kerk (zoals de eerste kerken in Klein Azië) uiteenvalt, ophoudt te bestaan en gereduceerd wordt tot een voetnoot in de geschiedenisboeken. Het kan toch niet zo zijn dat het altijd de mens is die, dat wat God bouwt in een mum van tijd weet af te breken? Er zal toch wel meer over te zeggen zijn. Ik weet het echt niet.
Ik weet dus niet hoe ik deze vraag moet beantwoorden. Wat ik kan proberen is het onder de noemer "mysteries" te plaatsen: "Goede vraag, maar dit is een van de mysteries waar we gewoon maar genoegen mee moeten nemen dat het er is." Het is een antwoord. Hoe zit het precies. Wellicht dat een aantal bloglezers me kan helpen?
Mijn dilemma is dat als het de mens is die het werk van God weet af breken, we een groter probleem hebben dan dat ik dacht omdat je dan ook moet gaan kijken naar de invloed van de mens op geplande en lopende bouwprojecten.
Of is het de duivel? Kan ook natuurlijk maar die kan ook maar weinig anders dan door mensen heen te werken.
Het is hoe dan ook een groot wonder dat de kerk bestaat. En groeit. Wereldwijd besluiten dagelijks zo'n 100.000 mensen om Christus te gaan volgen. Dat is meer dan een voetnoot. Dat is gigantisch en het geeft deze werkers hoop en geloof voor de regio. Het kan!

26 april 2013

God gaat grote dingen doen!

Glimlachend van oor tot oor kijkt de man in de camera. Duidelijk geïntoxiceerd door een combinatie van eindeloos herhaald gezongen christelijke mantra's, opzwepende en claimende beloftes van de dienstdoende voorganger (die waarachtig op de stereotiepe autoverkoper lijkt) en afgeblust met een krampachtig aandoend geloof dat het allemaal anders gaat worden roept de toevallig aangesproken feestganger de kijker toe dat God grote dingen gaat doen en dat Nederland wel eens een poepje gaat ruiken.

Niets nieuws. Dat hoor ik al sinds 1978, toen ik besloot om bij Christus in de leer te gaan. Maar waar blijft het dan; dat grote van God, op bevel van Zijn volgelingen afgeroepen over ons land?
Nederland verloedert, verhuftert en de invloed van de kerk is op z'n hoogst marginaal te noemen.
Maar we willen het zo graag! Die opwekking. Die manifestatie van de tegenwoordigheid en macht van God. Toch? En dan heb ik het over die dingen die we God graag zouden willen zien doen naast en boven de  normale wonderen waar we al redelijk aan gewend zijn geraakt (een zonsopgang, zonsondergang, de lente, enz).
In werkelijkheid zien we er niet zoveel van en zijn de vermeende opwekkingen niets meer dan plaatselijk buitjes die niet of nauwelijks door de muren van  georganiseerde evenementen sijpelen.
De opwekkingen en oplevingen zijn helaas niet veel meer dan persoonlijke belevingen en verkapte uitdrukkingen van het ongenoegen met de persoonlijke en maatschappelijke status quo.
De wens naar meer van God is sterk. Maar de wens omzetten in een gebod maakt het tot een bespotting en beschimping van de allerhoogste. Harder roepen brengt iets niet dichterbij.
Wellicht dat de stilte en een geweeklaag in de binnenkamer eerder tot het hart van God doordringt dan het roepen van een opgezweepte mini massa.
Kortom, een beetje meer bescheidenheid zou niet misstaan. De van oor tot oor reikende glimlach is eerder een uitdrukking van iemand die geniet van een besloten feestje dan van realistisch geloof.

25 april 2013

Laat de kinderen tot Mij komen (3-3)

Het verwelkomen en zegenen van kinderen laat Gods genadevolle ontvangen van de kwetsbaren en de behoeftigen zien. Deze gebeurtenis helpt ons om het koninkrijk als een gave en als een opdracht te begrijpen. Aan de ene kant betekent het ontvangen van het koninkrijk als een kind, de verwelkoming en zegen van Christus voor ons als we tot Hem komen met de kwetsbaarheid en behoeften van een kind. Het ontvangen van het koninkrijk slaat op de houding en reactie die we demonstreren ten aanzien van Gods normen en richtlijnen voor het leven; een gewillige overgave en hartstochtelijk omarming van de radicale  waarden die Jezus voorleeft. Door een kwetsbaar kind te omarmen verwelkomen we Christus (en dus God) en ontvangen we het koninkrijk. Dit ontvangen is vervolgens de sleutel tot het binnengaan van dat koninkrijk.


In 1 Tim. 1:13 schrijft Paulus ”God heeft zich ontfermd – omdat ik in mijn ongeloof niet wist wat ik deed.” Bestaat er zoiets als “verzachtende omstandigheden” bij God? De wet geldt voor iedereen en er is geen aanzien des persoons. De genade is er ook voor allen. Allen handelden in onwetendheid – ongeloof. Aan het kruis vraagt Jezus de vader om zijn vijanden te vergeven –want ze weten niet wat ze doen. De woorden van Jezus plaatsen de woorden van Paulus in een helder perspectief. Het is de gebrokenheid, de erkenning dat hij het is die gezondigd heeft; het persoonlijk maken van de daad van ongehoorzaamheid. Deze persoonlijke erkenning van zijn aandeel opent de sluizen van genade, geloof en liefde (:14).
De reden dat de discipelen het belang van de relatie tussen kinderen en het koninkrijk niet zagen of begrepen is dat ze zelf nog niet geleerd hadden om het koninkrijk als kinderen te ontvangen. Hun “volwassen” ideeën over waarden staat hun ontvangen van Gods waarden in de weg.

Het ontvangen van het koninkrijk, de regering van God in ons leven, begint bij het bepalen van je positie. Dit verhaal leert ons dat zoals kinderen nog geen stem hebben en afhankelijk zijn van de gunst en zorg van anderen dit onze beginpositie dient te zijn als we tot Christus komen. Alles wat we menen te zijn, te hebben of denken recht op te hebben moet uit ons leven wegvloeien. Het moet “eb” worden. Zoals Christus zichzelf ontledigde wordt ons gevraagd alle pretentie weg te laten vloeien. Dan zien we het koninkrijk en begrijpen we de waarden en acties die het voorstaat en kunnen deze ons leven transformeren.

Lucas Cranach the Elder (1472-1553) Let the children come to Me

24 april 2013

Laat de kinderen tot Mij komen (2-3)

Laten we het opstapje naar onze paragraaf van vandaag eens lezen:  

Ze kwamen in Kafarnaüm. Toen ze in huis waren, vroeg hij hun: ‘Waarover waren jullie onderweg aan het redetwisten?’ Ze zwegen, want ze hadden onderweg met elkaar getwist over de vraag wie van hen de belangrijkste was. Hij ging zitten en riep de twaalf bij zich. Hij zei tegen hen: ‘Wie de belangrijkste wil zijn, moet de minste van allemaal willen zijn en ieders dienaar.’ Hij pakte een kind op en zette het in hun midden neer; hij sloeg zijn arm eromheen en zei tegen hen: ‘Wie in mijn naam één zo’n kind bij zich opneemt, neemt mij op; en wie mij opneemt, neemt niet mij op, maar hem die mij gezonden heeft.’ (Marcus 9:33-37).

Wat Jezus hier doet verbindt hij even later met het antwoord op de vraag wie de grootste of de belangrijkste in zijn koninkrijk is. De discipelen zijn woedend op Jakobus en Johannes als ze er achter komen dat ze Jezus in een privégesprekje hebben gevraagd of ze naast Hem mogen zitten als Hij eenmaal op zijn troon zit: 

The Last Supper, Jacopo Bassano 1542.
Bassano geeft helder weer dat discipelen mensen zijn en blijven en tot
hun laatste snik de neiging blijven houden om te argumenteren.
Jezus riep hen bij zich en zei tegen hen: ‘Jullie weten dat de volken onderdrukt worden door hun eigen heersers en dat hun leiders hun macht misbruiken. Zo mag het bij jullie niet gaan. Wie van jullie de belangrijkste wil zijn, zal de anderen moeten dienen, en wie van jullie de eerste wil zijn, zal ieders dienaar moeten zijn, want ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.’ (42-45).

Deze context plaatst de kinderen (kunnen kleine kinderen zijn geweest maar ook jonge tieners buiten de kenmerken van kinderen en veel meer in die van de sociale status van kinderen.  Kinderen vertegenwoordigen hier de categorie van de gemarginaliseerden en verdrukten (zoals vrouwen, de armen en de onreinen).  Het kind was in feite de minste of laagste in de familie- en maatschappelijke structuren. Ze werden gemakkelijk gedomineerd en misbruikt in hun afhankelijk van anderen. Jezus nodigt de discipelen uit tot een nieuwe werkelijkheid van gemeenschap en gezin waarin de minste model staat voor het volgen van Christus.[1] 
Dit betekent dat een volgeling van Christus de kwetsbaarheid en machteloosheid van een kind dient aan te nemen. Eerder hadden de discipelen ervaren wat het betekent om kwetsbaar en afhankelijk te zijn toen ze door Jezus erop uit werden gestuurd zonder geld, zonder lunchpakketje en zonder een extra set kleren; afhankelijk van wat mensen het aanboden en gaven.

Wat Jezus hier demonstreert gaat zo ver dat het totaal niet tot de discipelen doordringt. De nieuwe werkelijkheid die Jezus hier voorstelt waarbij iemand die een kind omarmt feitelijk Christus, God omarmt, gaat hun bevattingsvermogen te boven. Dat ze het niet bevatten wordt duidelijk als “de mensen kinderen bij Hem proberen te brengen” en de discipelen hen tegenhouden. In een cultuur waarin kinderen geen rol van betekenis spelen, geen stem of duidelijk plek hebben is het moeilijk voor te stellen dat zo’n kind plotseling alle aandacht krijgt en de grootste rol in het koninkrijk wordt toegedicht.

[1]  JAMES L. BAILEY, Experiencing the Kingdom as a Little Child: A Rereading of Mark 10:13-1. Internet; verkrijgbaar via http://wordandworld.luthersem.edu/content/pdfs/15-1_Children/15-1_Bailey.pdf

Morgen deel 3 en slot.

23 april 2013

Laat de kinderen tot Mij komen (1-3)


De mensen probeerden kinderen bij hem te brengen om ze door hem te laten aanraken, maar de leerlingen berispten hen. Toen Jezus dat zag, wond hij zich erover op en zei tegen hen: ‘Laat de kinderen bij me komen, houd ze niet tegen, want het koninkrijk van God behoort toe aan wie is zoals zij. Ik verzeker jullie: wie niet als een kind openstaat voor het koninkrijk van God, zal er zeker niet binnengaan.’ Hij nam de kinderen in zijn armen en zegende hen door hun de handen op te leggen. (Marcus 10:13-16)

Bij de uitlegging van deze passage wordt veelal de nadruk gelegd op de eigenschappen van het kind die de mens nodig heeft om het koninkrijk van God binnen te gaan:  kinderen zijn ontvankelijk, vertrouwen anderen gemakkelijk en zijn afhankelijk van de zorg door anderen en vertrouwen wat de grote mensen zeggen zonder daar al te veel vragen bij te stellen. Dat is echter wel een beetje een romantisch beeld dat slechts in een ideale, veilige en warme omgeving werkt. Iedereen die kinderen heeft weet dat een twee-, of driejarige echt niet van een brug springt omdat vader zegt dat hij je wel op zal vangen. De 30.000 kinderen die dagelijks sterven als gevolg van ziektes en ondervoeding hebben er waarschijnlijk niet veel vertrouwen in als vader zegt dat hij wel even een flesje Spa en een volkorenbrood bij de Super gaat halen. Het water is verontreinigd en het brood nergens te vinden. "Papa zorgt voor jou," is betrekkelijk.

Wat was de aanleiding van deze gebeurtenis?
De discipelen hadden net ruzie gehad over wie van hen de belangrijkste was. Dat is een discussie die ons niet helemaal vreemd is. Omdat we beschaafde mensen zijn zullen we deze discussie niet openlijk voeren maar speelt deze zich meer in ons eigen hoofd af. We weten dat we allemaal gelijk zijn maar diep van binnen geloven we dat we zelf ietsje meer gelijk zijn dan alle anderen.
Jezus had hen net proberen uit te leggen dat Hij zou lijden, sterven en opstaan uit de doden waar we lezen dat “Ze begrepen deze uitspraak niet, maar durfden hem geen vragen te stellen (:32).” De discipelen snapten er maar weinig van en waren blijkbaar meer geïnteresseerd in hun eigen plekje in het grote verhaal van God.

Morgen deel 2

9 april 2013

Hé, kom jij was hier.

Vanmorgen kwam ik het drie keer tegen: een bijwoord vervangen door een werkwoord. Het staat zo lelijk dat je er zelfs een beetje misselijk van wordt. Op christelijke fora kom je het regelmatig tegen. Daar reageert men nogal eens in gebiedende wijs op elkaar: "Als jij je Bijbel nu is ging lezen." Of een citaatje van Koosje die op het CIP Jan Smit en andere popuitingen in de ban doet (het is niet duidelijk of Koos het schrijft of de redacteur - wat nog kwalijker zou zijn: "Het wordt is tijd dat iemand is zegt: 'Kappen nou. Wat een bende. Stoppen met die ellende." De verleden tijd zou dan zijn: "Het werd was tijd dat iemand was zei."

Als je dan al iemand wil aanmoedigen of gebieden om de Bijbel te lezen, normaal te doen of wat dan ook, doe het dan in fatsoenlijk Nederlands: "Ga de Bijbel eens lezen," en "Doe zelf eens normaal, man."
Het is trouwens een lekker veilig woord: eens. Het is een bepaling van tijd maar zegt je niet wanneer. Als iemand me opdraagt om "eens normaal te doen," kan ik met het hand op mijn hart zeggen dat ik vastbesloten ben om dat eens te gaan doen. En dan lieg ik niet. Dat dit "normaal doen" voor mij waarschijnlijk in de verre toekomst ligt, doet niets af van mijn vaste besluit om dat "eens" te doen.

Vergeef me mijn moment van taalpurisme. Als iemand de basisbeginselen van de Nederlandse taal niet beheerst, ken ik dat wat die beste man of vrouw schrijft onherroepelijk minder gezag toe. Als zichzelf voortbewegende amateurtheologen, die menen het lezende volk te moeten zegenen met korte woordstudies vanuit het Grieks of Hebreeuws, dat doen zonder de taal van moeder te beheersen heb ik helemaal zo'n sterk "ga jij eerst maar is op taalcursus" gevoel.

3 april 2013

Wat mag ik redelijkerwijs van God verwachten?

Naar aanleiding van mijn Blog van gisteren over vermeende beenverlengingen en sommige reacties daarop rijst de vraag wat we redelijkerwijs van God mogen verwachten ten aanzien van onze gezondheid.
Jaren geleden vroeg een jongeman mij om te bidden dat hij geen last meer zou hebben van lustgevoelens. Ik heb hem toen verteld dat ik daar niet voor kon bidden omdat het impliciet betekent dat ik God zou vragen om hem minder mens te maken; zoiets als bidden tegen verkoudheid wat eigenlijk betekent dat je vraagt of God de gezonde en levensreddende afweermechanismen die Hij onderdeel van zijn ontwerp voor de mens heeft gemaakt, uit wil schakelen. Het zou een onredelijke gebed zijn.
En nu we steeds ouder worden en onherroepelijk te maken krijgen met ouderdomskwalen is het idee dat we in opperste gezondheid en met buitengewone soepelheid de 98 halen en stillekens in onze slaap overlijden niet geheel realistisch noch redelijk. Ja we kennen de uitzonderlijke verhalen van die enkele man en vrouw die in dat profiel past maar de meesten van ons zullen slechts hijgend, kruipend of rollend die eindstreep halen.

De plaats die de evangelist Johannes wonderen toekent is dat de bedoeling ervan is dat de mens gelooft dat Jezus de Christus is, de zoon van God (Johannes 20:31).
De vraag naar wonderen is dan ook legitiem; het je ernaar uitstrekken ook. Waar we het meest moeite mee hebben is de vraag waarom we relatief weinig wondertekenen zien (afgezien van het wonder van iedere nieuwe dag, de zon die opkomt, het wonder van de lente enz.). We wijzen dan al snel naar onszelf, naar anderen of naar het collectief: als ik nu eens meer geloof had, als hij/zij nu eens meer geloof had, als zij (meervoud) nu eens meer geloof demonstreerden... Vervolgens wordt dat aan schuld gekoppeld; collectief boete doen zou de sleutel tot de ontsluiting van het wonder van meer wonderen zijn. Zo zitten we voordat we het weten in een spiraal die zichzelf in stand houdt en een verklaring biedt voor het niet in vervulling gaan van bijvoorbeeld profetieën; we zouden niet aan de voorwaarden voldoen!

Wat ook wel helpt om het een en ander in een breder perspectief te zien is als we de vraag naar een andere context verplaatsen. Een vluchteling uit Syrië heeft een andere wondervraag dan de gemiddelde consument die winkelend door de koopgoot op zoek is naar dingen die hij waarschijnlijk niet eens echt nodig heeft. Of een van mijn collega's die nu al weken in de gevangenis zit omwille van haar geloof. Tegenover het wonder van de vrijlating van enkelen staat een veelvoud van "mislukte" gebeden. Om dan een collectief, een kerk of wat dan ook daarvan de schuld te geven is onredelijk.
Al met al is en blijft het een groot mysterie. Door het werk van Christus is het niet langer een zaak van het verdienen van de gunst van de Heer. Die gunst is permanent door het geloof en de werking van de genade. Iedere andere gedachte of theorie doet het werk van Christus tekort.

Het grootste wonder is als we hebben mogen leren om met alle omstandigheden genoegen te nemen. Als "Immanuel" niet langer "Immanuel" is vervliegt alle hoop om hier op aarde dat "God met ons" in en door alle omstandigheden te ervaren. Dat gebed is een redelijk gebed. Omstandigheden maken de mens hard of zacht, zuur of zoet, boos of dankbaar. Op velen beukt het leven onevenredig hard en zonder pardon in op gezondheid en omstandigheden. Het recht om dan te verzuren, te verharden, boos en verbitterd te raken is hen gegund. Om dan toch zacht te kunnen eindigen, dat is pas een wonder. Al het andere dat wordt gegeven is een onverdiende bonus.

2 april 2013

Het mysterie van de beenverlengingen

Het kon niet uitblijven; ik moet mijn ei even kwijt aangaande vermeende beenverlengingen. Een fenomeen dat ik zou categoriseren onder de noemer "instap wonderen." Als er een basiscursus gebedsgenezing zou bestaan dan zal de beenverlenging in hoofdstuk 1 aan bod moeten komen. Iedereen kan het en de inmiddels talloze claims op beenwonderen kunnen niets anders dan het publiek ervan overtuigen dat dit toch wel een bijzonder fenomeen is. Zelf heb ik nog nooit iemand gesproken met een aangegroeid been die de kunstmatige hakverhoger aan de wilgen heeft kunnen hangen. Slechts 2,2% van de Hollanders heeft een verschil dat groter is dan 15mm en zou klachten kunnen krijgen. Een verschil tot 15 mm zou geen problemen opleveren (bron).  Vannacht lag ik over de vragen van het leven te mijmeren en de beenverlenging kwam langs.Ik vroeg me af waarom altijd het te korte been gemaand wordt langer te worden. Kan het te lange been ook korter gebeden worden als dat de (esthetische voorkeur) van de zieke heeft? Wie heeft besloten dat het te korte been de boosdoener is?
Een tweede vraag die opborrelde was waarom mensen genezen zouden worden van iets waar ze absoluut geen last hebben.
Totdat iemand mij overtuigend bewijs levert, inclusief door artsen geautoriseerde röngenfoto's van de voor en na situatie, denk ik er zo het mijne van en gooi het op een hype. Mocht het bewijs geleverd worden, dan zal ik publiekelijk mijn ongeloof en zonde belijden.
Een lichaam is voortdurend in beweging, ook als het stil zit. Een minimale beweging of verplaatsing van het lichaam kan gemakkelijk een optische variatie in vermeende beenlengte teweegbrengen. Een keertje hoesten of diep zuchten; op een lengte van 180 cm is een halve centimeter dan niets.

Tot zover mijn sceptische kijk op de zaak.

Het is twee dagen na Pasen waarin we in het bijzonder stilstaan bij de opstanding van Christus uit de dood. De kracht die van dit wonder uitgaat werkt 2000 jaar later nog door. Iedere dag opnieuw besluiten wereldwijd gemiddeld 100.000 mensen om deze Christus te gaan volgen. De aanleiding kan zomaar een vermeende beenverlenging zijn. Zonder de opstanding betekent zoiets helemaal niets; op een beenverlenging, of welk ander wonder dan ook, kun je je geloof niet bouwen. Het is dankzij de kracht van de opstanding dat het aantal volgelingen van Christus blijft toenemen. Het is een kracht die niet te stoppen is. Neem de opstanding van me af en ik houd niets meer over. In de opstanding wordt alles wat Christus heeft gedaan effectief; wordt geactiveerd. Zonder opstanding blijft niet alleen mijn been tekort maar alles. Vergeving, verlossing, bevrijding, rechtvaardiging en heiliging ontlenen hun kracht en werkelijkheid aan de opstanding van Christus. Gek eigenlijk dat ik voor een beenverlenging om bewijs vraag terwijl ik voor het meest onmogelijke wonder geen bewijs nodig heb. Dat geloof staat als een huis. De kracht ervan werkt dagelijks diep in mijn binnenste en doet mijn hart kloppen met de woorden: Jezus leeft, Jezus leeft, Jezus leeft,...