17 december 2013

't-Was wel heel erg stil de afgelopen maanden

Wat krijg je als drie hyper extroverten naast elkaar in het vliegtuig zitten? Juist ja, het meest luidruchtige rijtje passagiers. De 62 jarige orthodontist, de 38 jarige IT specialist en de bijna 53 jarige HR man zijn binnen drie minuten elkaars beste vrienden, delen vrijwillig en uitbundig hun levensverhalen en hebben de grootste lol. De IT-er deelde kort na vertrek mee dat hij nooit over politiek of religie praat. Uiteraard waren dat de thema’s die hartstochtelijk werden verkend op de korte vlucht van Newcastle naar Amsterdam. Hoe verschillende temperamenten op elkaar reageren blijft een fascinerende studie.

“Heer, maak van ons een biddende gemeente,” en “Heer, maak van ons een evangeliserende gemeente” hoorde ik twee personen bidden voordat de dienst begon. We waren snel uitgebeden en hadden nog een paar minuten voordat de dienst begon. Ik vroeg de bidders wat ze precies bedoelden toen ze dat baden. “Bidden of evangeliseren  de gemeenteleden dan niet,” wilde ik graag weten. “Nou dat wel, maar niet genoeg,” was het antwoord. “Wanneer is het volgens u dan wel genoeg,” was mijn volgende vraag. Tja, daar moest even over worden nagedacht en een echt antwoord wisten ze niet te geven. “Kan het zo zijn dat u vindt dat u misschien te weinig bidt of evangeliseert,” verstoutte ik mij te vragen. Dat bracht hen enigszins in verlegenheid maar de bidders waren eerlijk genoeg om toe te geven dat dit eigenlijk de kern van hun gebed was. 
Het is verleidelijk om het eigen tekort te verstoppen achter het collectief;  gemakkelijker om de kerk te wijzen op haar onvolmaaktheid, te wachten totdat zij de zaken op orde heeft om vervolgens (misschien) aan te haken, dan zelf de hand aan de ploeg te slaan en de verandering te zijn die iemand graag wil zien. Ik moest aan dit voorval denken toen ik het verhaal las van de vader met een bezeten zoon. Hij vraagt Jezus om hen te helpen maar komt al snel tot de conclusie dat hij als eerste hulp nodig heeft: “Ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp.”

Het afgelopen jaar was een periode van het opnieuw vaststellen en ijken van onze positie. Voor Martha het loslaten van haar parttime baan in de thuiszorg en voor mij het besef en de erkenning dat organisatorische veranderingen dieper ingrijpen dan ik in eerste instantie bereid was om te geloven.

De kleinkinderen geven ons veel vreugde en voldoening. Hieronder de drie zegentjes naast elkaar: Lente, Josep Noel en Dani. Gelukkig is het niet te ingewikkeld om in Barcelona te komen, of van Barcelona naar Rotterdam dus zien we Roger, Moniek en “Pep” regelmatig.



Het werk van OM groeit gestaag door. Vergeleken met toen we 26 jaar geleden begonnen is er veel veranderd, met name de manier waarop de verkondiging van het Evangelie handen en voeten krijgt. Momenteel zijn de speerpunten zoals weergegeven in onze nieuwe huisstijl:
 
Het gebed , het geven en het gaan door en van mensen blijft de basis waardoor het mogelijk wordt gemaakt om ons in te zetten voor Evangelisatie, Ontwikkelingshulp, Gemeentestichting, Gerechtigheid en Mentoring (en discipelschap).

De aanwezigheid van onze teams in 130 landen, de snelle en korte communicatielijnen stellen ons in staat om snel en effectief te reageren op noden en rampen, zoals onlangs op de Filippijnen. OM is gevraagd om de coördinatie namens een aantal organisaties en kerken op zich te nemen om in hulp te voorzien in vrijwel onbereikbare getroffen gebieden.

De uitdagingen zijn groot. Zowel voor de organisatie als voor ons persoonlijk. Een trouwe, “grote” gever besloot onlangs dat dit het laatste jaar was dat hij en zijn vrouw ons ondersteunden. Dat hakt er flink in en het lijkt wel of er nooit een einde komt aan het werven van nieuwe gevers. Een lastig dilemma wat mij regelmatig de nodige slapeloze uurtjes bezorgt. Ook voor de organisatie is en blijft dit een dilemma. Het is niet alleen een kwestie van de nodige middelen vinden om jezelf in stand te houden maar ook om door te kunnen groeien en ontwikkelen. Zovelen hebben het Evangelie nog nooit zelfs maar één keer gehoord. Daar moeten we echt wat mee! En dat is ten diepste wat ons motiveert en enthousiasmeert.

Ik wil niet als eeuwige mopperkont het nieuwe jaar in en daarom voor het perspectief: Martha en ik zijn bijzonder dankbare mensen! God voorziet en we kiezen ervoor om ons vertrouwen op Hem te blijven stellen. Opnieuw kijken we terug op een jaar waarin God ons door onze gevende, biddende en anderszins betrokken vrienden verrast en gezegend heeft. Daarvoor onze hartelijke dank!

Fijn dat we jullie op deze manier weer deelgenoot hebben kunnen maken van een stukje van ons leven. We hopen ook het komende jaar weer op jullie blijvende support te mogen rekenen.


Zegen en groet!


Jan en Martha





12 augustus 2013

Zesentwintig keer Shalom zingen

Ja, echt gebeurd. Mijn dochter was er bij en die heeft meegeteld. Het koortje "Shalom, Shalom, Shalom Ha'Mashiach, Shalom, Shalom," werd door de aanwezigen 26 (zes-en-twintig) keer herhaald. In eerste instantie was ik zeer verheugd toen ik de "setlist" zag. Nog geen handjevol liederen, de preek en dan koffie.
Je zit erbij, je zingt een of twee keer mee, je kijkt ernaar en na enkele minuten wordt het een een beetje surreëel. Toen ik uiteindelijk in de blessuretijd op het podium mijn overdenking mocht afleveren kon ik me nog maar moeilijk concentreren. Het is al even gelden en ik weet niet meer precies wat ik als inleiding op de preek heb gezegd maar volgens mijn dochter kon ik het niet laten om "er wat van te zeggen."  Ik kan me zo voorstellen, mezelf een beetje kennende, dat ik iets in de geest van "ik denk dat ze na twee keer zingen boven wel hoorden." De betreffende groep bestaat al jaren niet meer en de gelovigen hebben hun weg gevonden naar kalmere, of onstuimigere wateren.
Hoe dan ook, (onnodige) herhalingen wordt als de grootste preekergernis beleefd. Ik ben me ervan bewust dat ik me er zelf regelmatig aan schuldig maak. Als ik me gewoon aan mijn tekst houd, is er niets aan de hand. Maar nee, hoor. Meneer moet zo nodig allerlei zijweggetjes inslaan zodat het voor niemand meer duidelijk is waar het ook alweer over ging. Dus terugspoelen en een stukje herhalen. Meer voor mezelf dan voor de luisteraar. Ik was immers het spoor bijster en moest me herpakken. Om er weer "in te komen" doen we een stukje van de preek over. En dat allemaal in de kostbare tijd die de luisteraar heeft opgeofferd.

Maar misschien lijdt de herhaler aan een vorm van dyspraxie; een stoornis bij het verwerken van informatie die vroeger "minimal brain dysfunction" werd genoemd. Dit kan gevolgen hebben voor spraak:

  • Voortdurend praten en zichzelf herhalen. Sommige lijders hebben moeite met het organiseren van inhoud en volgorde van hun verhaal.
  • Onduidelijk spreken en het niet kunnen uitspreken van sommige woorden.
  • De spraak kan een oncontroleerbare toonhoogte, volume en snelheid hebben.

Ik denk dat dit niet de voornaamste oorzaak is. Misschien heeft het meer te maken met de psychologische behoefte van de mens om gehoord te willen worden. Of wordt herhaling misschien aangewend om de gevonden waarheid tot het brein en hart van iedere individuele bezoeker te laten doordringen? Mischien heeft herhaling een functie voor de prediker zelf: "als ik het nog een keer luid en duidelijk zeg, ga ik het zelf misschien ook geloven."
Het kan ook in het verlengde van onze opvoeding liggen. Diep vanuit de krochten van ons geheugen horen we de woorden van onze moeders en vaders: "Waarom moet ik altijd alles drie keer tegen je zeggen voordat je luistert?" Een keer iets zeggen werkt niet en dat weten uit eigen ervaring.

Ik dwing mezelf meer en meer om te schrappen en stel de vraag wat ik weg kan laten om in twintig minuten helder en duidelijk te zeggen waar ik "normaal gesproken" in onduidelijker vorm en met herhalingen veertig minuten over doe. Het publiek zal me erkentelijk zijn en we zijn allemaal eerder bij de koffie. Daar scoor je pas echt punten mee.

7 augustus 2013

Wijnproeverij tijdens een christelijke vaartocht

Vraag: Wat hebben schepen, wijn en christenen gemeen?
Antwoord: Het gebruik van de term "diepgang."

Onder de in een eerdere blog genoemde preekergernissen treffen we "gebrek aan diepgang" aan. In de korte toelichting bij deze ergernis wordt vermeld dat diepgang subjectief is. In het geval van preek en wijn (*) zal dat zo zijn. Bij een schip kun je diepgang echter objectief meten. Een preek kan als diep worden ervaren als bij de ontvanger de bodem van de ziel wordt geroerd terwijl de preek, objectief theologische geanalyseerd, nauwelijks ontworpen was om diep te gaan. Een kort zinnetje zoals bijvoorbeeld "God houdt van je" zal door de ene gelovige als cliché worden ervaren terwijl dezelfde zin het leven van degene die naast de van verveling gapende kerkganger zit volkomen op de kop kan zetten.

Vinologen en gelovigen lenen de term "diepgang" van het varende volk. De diepgang van een schip is, bij gelijkblijvende lading, constant. Een leeg schip heeft minder diepgang dan een afgeladen schip en de diepte van het water bepaalt of het schip ergens wel of niet kan varen. Als het schip de preek is dan is het hart van de toehoorder het water, of om in maritieme termen te blijven, de watergang.

Een van de eerste christelijke boeken die ik las was "het normale christelijke leven" van Watchman Nee. Ik vond het een saai en simpel boekje. Die termen gebruikte ik om te verdoezelen dat ik geen idee had waar de beste man het over had. De boodschap kwam geen millimeter vooruit. Pas jaren later, nadat er iets van wat op een watergang leek in mijn leven was ontstaan, was er de nodige diepte die het schip nodig had om te varen en had ik wat aan het boek.

Predikers hebben de verantwoordelijkheid om diepe schepen te bouwen en, door te spelen met de lading, de diepgang af te stemmen op de ontvangers.
Ontvangers hebben de verantwoordelijkheid om, middels structureel baggerwerk, te zorgen voor een gezonde waterweg. Dat baggeren wordt door anderen gedaan. Er zijn baggerschepen die de watergang bewust uitdiepen. Er is de stroming die, wanneer deze sterk genoeg is, voor een verdieping kan zorgen. Daar hoef je niet veel voor te doen. Dat regelt het leven met al haar ongeplande, ongewenste en onverwachte grilligheid zelf wel.

De prediker gebruikt de Bijbel, Gods Woord, als instrument. Als de prediker het over vuur heeft, terwijl mijn dorstige ziel zich wil laven aan melk en honing dan kan de preek wel twintig meter diep zijn maar mij raakt het op dat moment niet.
Maar een beetje water verdraagt dat wel!

Gods woord is (onder andere):
een lamp voor mijn voet 
zoeter dan honing 
overvloeiende van melk en honing 
honing dat de ogen verlicht... 
kostbaarder dan goud 
goudzoeken 
als regen en sneeuw 
als zaad 
als vuur 
als een hamer 
als melk 
als een zwaard 
als reinigend water

(*) Een wijn heeft diepgang als hij veel schakeringen heeft in geur en smaak

6 augustus 2013

Verschrikkelijk preek

Een van de "big five" van preekergernissen dat een onderzoek aan de dag legt is het gemis aan praktische toepassing van de overwegingen des predikers. Veel instructies die we in de Bijbel tegenkomen zijn in principe niet al te ingewikkeld om uit te voeren. "Maakt discipelen, ziet om naar wezen en weduwen, verkondigt het evangelie, hebt elkaar lief" er is niet veel verbeelding voor nodig om deze instructies om te zetten naar de praktijk. De soms gehoorde oversimplificatie - laten we het maar gewoon gaan doen - zet blijkbaar niet al te veel zoden aan de dijk; de wereld zou al lang een veel betere plek zijn omdat al die christenen "gewoon doen" wat Christus hen opdraagt te doen.
De lat ligt hoog en de gelovige zoekt naar het volgende stapje dat hem/haar in staat stelt vandaag ietsje meer lief te hebben dan gisteren, vandaag de wees meer barmhartigheid te bewijzen dan gisteren. De frustratie is niet zozeer met een eventueel gebrek aan helderheid in de instructie. De frustratie is de strijd met het hart. Elke prediker die een volgende stap in een mogelijk te overwinnen obstakel weet te verwoorden, krijgt lof - wat een heerlijk praktische preek: "daar kan ik wat mee".
Onlangs sprak een predikant over de instructie van Paulus aan Timoteus om zich niet te schamen voor het getuigenis van de Heer en voor Paulus die in de bak zat. De strekking was dat we geen reden hebben om ons te schamen met daarop, geheel naar verwachting, de oproep om het morgen allemaal wat beter te doen. De predikant, en dat sierde hem, begon met te zeggen dat hij zich meestal voor het evangelie schaamt. Nog even lost van de context - hier wordt niet bedoeld dat we onze schroom overwinnen en morgen de zeepkist mee naar het werk nemen - dit is iets waar de gehele gemeente zich in herkent, schuld belijdt en zich voorneemt om het morgen echt anders, beter te doen. Commentaar na afloop: "Wat een heerlijk praktische preek." Ik zag echter mannen en vrouwen die met een zwaarder juk huiswaarts keerden; het gewicht ervan meer voelbaar naarmate de werkweek zou vorderen en de goede voornemens niet uitwerkten waarop was gehoopt of ingezet.

Misschien is het juist omdat veel instructies zo helder en niet voor tweeërlei uitleg vatbaar zijn dat de desillusie zo groot is als men na verloop van tijd merkt dat de mogelijke eenvoudige uitvoering gehinderd wordt door een complex web van innerlijke overwegingen en bezwaren die kunnen leiden tot een verslagenheid en genoegen nemen wat menselijk gezien maximaal haalbaar is.

Het dilemma dat we tegenkomen wanneer Paulus het heeft over het uitdoen van de oude mens en het aantrekken van de nieuwe mens met de daarop volgende lijst met praktische uitwerking in gedrag die eigenlijk makkelijk te doen zouden moeten zijn (Kol. 3), is dat van het ontbreken van een daarbij behorend goed doordacht normen-, en waardenstelsel en wereldbeeld. Daarover nadenken is niet praktisch en daarom niet zo van deze tijd. Je scoort er als prediker niet zoveel punten mee. Het menselijk gedrag is vooral het product van wat men diep van binnen gelooft en waardevol vindt.
Een goede preek over het nemen van ethische beslissingen en wat daarvoor nodig is, een uitdagend referaat dat mij dwingt om zelf na te denken en mijn gedachten te formuleren (in plaats van na te praten wat ik in een "goed" boek heb gelezen), een controversiële stelling die mij dwingt een positie te kiezen en het waarom te kunnen beargumenteren, graag! Misschien niet meteen praktisch maar op den duur zal het een praktische uitwerking hebben.
De preek; van mij mag het best wat minder praktisch.

14 juli 2013

Kerkvolk: rare jongens (en meisjes)

Een korte zoektocht naar boeken over de kerk die de afgelopen jaren zijn verschenen levert een resultaat op dat je doet afvragen wat er in hemelsnaam aan de hand is met de kerk dat aanleiding heeft gegeven om dit soort boeken te publiceren:

  • Hybrid church
  • Organic church
  • Transformational church
  • Essential church
  • Total church
  • Vertical church
  • Church worth getting up for
  • Purpose driven church
  • Simple church
  • Church shift
  • The emotionally healthy church
  • The restless church
  • Rechurch
  • Sticky church
  • Center church
  • Deep and wide
  • Dangerous church
  • Church zero
  • Wow church
  • The externally focused church

Een jaar of dertig geleden zouden dergelijke boeken nooit het publicitaire daglicht hebben gezien. De voortdurende zoektocht van vele kerken om zichzelf te vernieuwen en tot een (voor zichzelf) acceptabel niveau van relevantie te komen speelde zich voornamelijk in de achterkamers van die kerken af, niet zelden resulterend in een scheiding tussen de meer vernieuwende geesten en hen die deze vernieuwingen schuwden, of er op z'n minst een groot gevaar in zagen. Met de opkomst van de nieuwe media en betaalbare, toegankelijke drukpersen kan vrijwel iedereen zijn of haar gedachtegoed in de (virtuele) etalage zetten.

De zoektocht naar relevantie is een gezonde oefening. Iedere kerk zou zich aan de discipline van deze oefening moeten onderwerpen, om haar eigen bestwil en om de wil en eer van Hem, die heeft gezegd Zijn kerk te zullen bouwen. Alle plaatselijke uitingen van die kerk zoals opgesomd in de lijst hierboven zijn pogingen om tot het wezen van kerk zijn te komen. Daar is niets mis mee. Het gevaar schuilt in twee hoeken:

  1.  De hoek van frustratie en kritiek. Als de hoeksteen van vernieuwing geplaatst is op frustratie met en kritiek op het verleden; het verleden wordt gevoegelijk weggezet als irrelevant, is de oefening niet meer dan een vruchteloos experiment dat geen lang leven is beschoren. Kritisch naar het verleden kijken is gezond maar zonder dat verleden is er geen toekomst. Respect voor wat het verleden ons heeft gebracht, de tranen en zelfs bloed dat is gevloeid om ons te brengen waar we nu zijn, is op zijn plaats. Vernieuwing die geënt is op het gezonde dat het verleden ons heeft gebracht, vormt een gezondere basis voor bovengenoemde experimenten.
  2. De hoek van eenzijdigheid. Het inzoomen op een of twee waarheden die sterk worden uitvergroot is een gevaar omdat de nieuwe kerk door te sterk over te hellen gemakkelijk in de afgrond van niemandsland kan storten. Een overdreven reactie op dat wat de kerk in het verleden heeft laten liggen kan ertoe leiden dat de nieuwe kerk nu bijvoorbeeld een sterk naar buiten gerichte focus krijgt met als gevolg dat het interne pastorale werk eronder gaat leiden (maar dan hebben we als antwoord "the emotionally healthy church").

De kerk laat zich niet vatten in een enkele formule, zeven opsommingstekens, of een slim gevonden one liner. De kerk is een organisme dat voortdurend in beweging en crisis is: zoekend, tastend, experimenterend, enigszins rusteloos en nooit helemaal tevreden met de status quo.
Is "rariteitenkabinet" een treffende vergelijking? Een plek in een gebroken wereld, waarin gebroken mensen zich in gebrokenheid tot elkaar verhouden; pelgrims die hun gebrokenheid erkennen en onderweg zijn naar Christus, die door Zijn Geest al in die mens woont en hen een gemeenschappelijke taal en streven geeft.
De kerk, de meest wonderlijke plek die je kunt bedenken. En een blijvertje ondanks de vreemde, vaak beschamende uitwassen.

25 mei 2013

En toen had God spijt

Het idee dat God spijt van iets zou kunnen hebben gaat er bij de meeste gelovigen niet in. Nadat Hij in eerste instantie met goedkeuring keek op Zijn scheppingswerk gaat het fout als de mens zijn autonomie opeist en Zijn eerste en enige gebod overtreedt. De reactie van God daarop is dat het hem spijt en pijn doet dat Hij de mens gemaakt heeft. Zijn besluit om de mens compleet van Zijn schepping weg te vagen vindt vervolgens geen doorgang omdat Hij toch nog een rechtvaardig mens aantreft (Noach). Aldus het verhaal in Genesis 6. Als je hierover vragen stelt komen er steevast de vastgeklonken antwoorden dat het een "wijze van spreken is" want hoe zou God in Zijn alwetendheid ergens spijt van kunnen hebben. De mogelijkheid dat Hij het niet had aan zien komen doet de rechtgeaarde gelovige helemaal op de grondvesten trillen. De vrijwel platte, menselijke weergave van reacties en emoties op dit drama wordt te vaak opgepoetst tot een geestelijke exercitie. Daar heb ik toch wel wat moeite mee omdat je vervolgens alle passages in het Oude Testament die ook maar een mogelijke verwijzing in zich hebben naar een God die op onverwachte wendingen stuit, van gedachten verandert of Zijn plan bijstelt, met dezelfde lap in de bestaande dogma's moet zien te poetsen.


De enige escape die ik kan bedenken is dat al deze verwijzingen in een veel groter verhaal passen. Dat is dan het grote verhaal van God die van het begin der schepping slechts een wens kent en dat is dat alle volkeren Hem vrijwillig erkennen als hoogste autoriteit en Hem met diezelfde vrijwilligheid loven (Psalm 67). Vervolgens verhaalt de Bijbel dan hoe die wens tot vervulling komt waarbij de centraliteit van Christus een onbetwistbare plaats inneemt.
De studenten die deze week les van mij krijgen vormen geen uitzondering op de verwachte en stereotiepe reactie die je wereldwijd aantreft. De bekende dogma's vlogen door de zaal. De poetslap, evenals de dogma's, zijn universeel. Het lijkt onmogelijk te geloven in een God die bij tijd en wijle voor aangename en onaangename verrassingen komt te staan.
Ja, het is een lastig dilemma en nee, de theologie heeft daar nooit een voldoende antwoord op kunnen geven zonder zich te bezondigen aan het construeren van paradoxen en kunstige formules.
Mijn uitdaging aan de studenten was om zich nooit te verschuilen achter de breed geaccepteerde dogma's van de alomtegenwoordigheid, alwetendheid en onveranderlijkheid van God, maar altijd te willen blijven verkennen en onderzoeken. De studenten beloofden plechtig zich hieraan niet te bezondigen.

23 mei 2013

De anderhalve stoel passagier.

Na zich nauwkeurig te hebben gepositioneerd gaf de jonge vrouw zich over aan de zwaartekracht om de laatste dertig centimeter, die zich van haar en de zitting van de stoel naast me scheidde, te slechten. Na de plof kwam ook de rest van haar lichaam tot een zekere rust en golfde een deel van haar lichaam mijn kant op. Mijn zorg over wie het grootste gedeelte van de armleuning zou weten op te eisen bleek ongegrond. Die leuning was niet meer te zien en de stille machtsstrijd hoefde dan ook niet gestreden te worden. Deze penibele situatie zou mijn wereld zijn voor de komende veertien uur.
Eenmaal in Ecuador aangekomen is het leed al snel vergeten en zie ik uit naar de komende week. Een aangename verrassing is de properheid die ik aantref in de "single men's accommodation." Mijn ervaringen daarmee zijn zonder uitzondering slecht te noemen maar deze twee jonge mannen hebben het goed voor elkaar. Ze staan bovenaan mijn top drie van schoonste vrijgezellen accommodatie in de wondere wereld van Operatie Mobilisatie.
Met een dicht oor, een ontstoken neusholte en keel en een irritant kuchje (begonnen in Libanon een paar weken terug) heb ik mezelf vandaag een kuurtje voorgeschreven en hoop dat de Amoxicilina de boosdoeners in mijn lijf effectief een halt gaat toeroepen. Gezondheid is een groot goed en ik realiseer me dat er maar weinig nodig is om ons van ons stuk af te brengen. Oftewel, je wordt je pas bewust van iets dat goed werkt als er iets mis gaat.
De komende week lesgeven op de jaarlijks missions school van OM Ecuador. Heb er zin in.
De afgelopen nacht had ik een boze droom. Een morbide obese jonge vrouw bleek de stoel naast me toegewezen te hebben gekregen. Na zich boven haar stoel te hebben gepositioneerd liet ze zich achterovervallen en werd ik als het ware geassimileerd. Tegenstand bieden had geen zin. Ik stikte en werd wakker.

27 april 2013

Het raadsel van de verdwijnende kerk

Dit weekend werk ik met een groep werkers waarvan velen al jaren in het Midden Oosten het Goede Nieuws handen en voeten geven. Ze komen uit Mexico, Zwitserland, Jordanië, Korea, Amerika, Australië  Duitsland en Nederland. Grote dingen van God waarover ik gisteren kritisch schreef en waar sommige lezers zich aan ergerden, lijken hier wat langer op zich te laten wachten. Een van de vragen waar een veteraan mee worstelt is hoe het kan dat een gezonde, groeiende kerk (zoals de eerste kerken in Klein Azië) uiteenvalt, ophoudt te bestaan en gereduceerd wordt tot een voetnoot in de geschiedenisboeken. Het kan toch niet zo zijn dat het altijd de mens is die, dat wat God bouwt in een mum van tijd weet af te breken? Er zal toch wel meer over te zeggen zijn. Ik weet het echt niet.
Ik weet dus niet hoe ik deze vraag moet beantwoorden. Wat ik kan proberen is het onder de noemer "mysteries" te plaatsen: "Goede vraag, maar dit is een van de mysteries waar we gewoon maar genoegen mee moeten nemen dat het er is." Het is een antwoord. Hoe zit het precies. Wellicht dat een aantal bloglezers me kan helpen?
Mijn dilemma is dat als het de mens is die het werk van God weet af breken, we een groter probleem hebben dan dat ik dacht omdat je dan ook moet gaan kijken naar de invloed van de mens op geplande en lopende bouwprojecten.
Of is het de duivel? Kan ook natuurlijk maar die kan ook maar weinig anders dan door mensen heen te werken.
Het is hoe dan ook een groot wonder dat de kerk bestaat. En groeit. Wereldwijd besluiten dagelijks zo'n 100.000 mensen om Christus te gaan volgen. Dat is meer dan een voetnoot. Dat is gigantisch en het geeft deze werkers hoop en geloof voor de regio. Het kan!

26 april 2013

God gaat grote dingen doen!

Glimlachend van oor tot oor kijkt de man in de camera. Duidelijk geïntoxiceerd door een combinatie van eindeloos herhaald gezongen christelijke mantra's, opzwepende en claimende beloftes van de dienstdoende voorganger (die waarachtig op de stereotiepe autoverkoper lijkt) en afgeblust met een krampachtig aandoend geloof dat het allemaal anders gaat worden roept de toevallig aangesproken feestganger de kijker toe dat God grote dingen gaat doen en dat Nederland wel eens een poepje gaat ruiken.

Niets nieuws. Dat hoor ik al sinds 1978, toen ik besloot om bij Christus in de leer te gaan. Maar waar blijft het dan; dat grote van God, op bevel van Zijn volgelingen afgeroepen over ons land?
Nederland verloedert, verhuftert en de invloed van de kerk is op z'n hoogst marginaal te noemen.
Maar we willen het zo graag! Die opwekking. Die manifestatie van de tegenwoordigheid en macht van God. Toch? En dan heb ik het over die dingen die we God graag zouden willen zien doen naast en boven de  normale wonderen waar we al redelijk aan gewend zijn geraakt (een zonsopgang, zonsondergang, de lente, enz).
In werkelijkheid zien we er niet zoveel van en zijn de vermeende opwekkingen niets meer dan plaatselijk buitjes die niet of nauwelijks door de muren van  georganiseerde evenementen sijpelen.
De opwekkingen en oplevingen zijn helaas niet veel meer dan persoonlijke belevingen en verkapte uitdrukkingen van het ongenoegen met de persoonlijke en maatschappelijke status quo.
De wens naar meer van God is sterk. Maar de wens omzetten in een gebod maakt het tot een bespotting en beschimping van de allerhoogste. Harder roepen brengt iets niet dichterbij.
Wellicht dat de stilte en een geweeklaag in de binnenkamer eerder tot het hart van God doordringt dan het roepen van een opgezweepte mini massa.
Kortom, een beetje meer bescheidenheid zou niet misstaan. De van oor tot oor reikende glimlach is eerder een uitdrukking van iemand die geniet van een besloten feestje dan van realistisch geloof.

25 april 2013

Laat de kinderen tot Mij komen (3-3)

Het verwelkomen en zegenen van kinderen laat Gods genadevolle ontvangen van de kwetsbaren en de behoeftigen zien. Deze gebeurtenis helpt ons om het koninkrijk als een gave en als een opdracht te begrijpen. Aan de ene kant betekent het ontvangen van het koninkrijk als een kind, de verwelkoming en zegen van Christus voor ons als we tot Hem komen met de kwetsbaarheid en behoeften van een kind. Het ontvangen van het koninkrijk slaat op de houding en reactie die we demonstreren ten aanzien van Gods normen en richtlijnen voor het leven; een gewillige overgave en hartstochtelijk omarming van de radicale  waarden die Jezus voorleeft. Door een kwetsbaar kind te omarmen verwelkomen we Christus (en dus God) en ontvangen we het koninkrijk. Dit ontvangen is vervolgens de sleutel tot het binnengaan van dat koninkrijk.


In 1 Tim. 1:13 schrijft Paulus ”God heeft zich ontfermd – omdat ik in mijn ongeloof niet wist wat ik deed.” Bestaat er zoiets als “verzachtende omstandigheden” bij God? De wet geldt voor iedereen en er is geen aanzien des persoons. De genade is er ook voor allen. Allen handelden in onwetendheid – ongeloof. Aan het kruis vraagt Jezus de vader om zijn vijanden te vergeven –want ze weten niet wat ze doen. De woorden van Jezus plaatsen de woorden van Paulus in een helder perspectief. Het is de gebrokenheid, de erkenning dat hij het is die gezondigd heeft; het persoonlijk maken van de daad van ongehoorzaamheid. Deze persoonlijke erkenning van zijn aandeel opent de sluizen van genade, geloof en liefde (:14).
De reden dat de discipelen het belang van de relatie tussen kinderen en het koninkrijk niet zagen of begrepen is dat ze zelf nog niet geleerd hadden om het koninkrijk als kinderen te ontvangen. Hun “volwassen” ideeën over waarden staat hun ontvangen van Gods waarden in de weg.

Het ontvangen van het koninkrijk, de regering van God in ons leven, begint bij het bepalen van je positie. Dit verhaal leert ons dat zoals kinderen nog geen stem hebben en afhankelijk zijn van de gunst en zorg van anderen dit onze beginpositie dient te zijn als we tot Christus komen. Alles wat we menen te zijn, te hebben of denken recht op te hebben moet uit ons leven wegvloeien. Het moet “eb” worden. Zoals Christus zichzelf ontledigde wordt ons gevraagd alle pretentie weg te laten vloeien. Dan zien we het koninkrijk en begrijpen we de waarden en acties die het voorstaat en kunnen deze ons leven transformeren.

Lucas Cranach the Elder (1472-1553) Let the children come to Me

24 april 2013

Laat de kinderen tot Mij komen (2-3)

Laten we het opstapje naar onze paragraaf van vandaag eens lezen:  

Ze kwamen in Kafarnaüm. Toen ze in huis waren, vroeg hij hun: ‘Waarover waren jullie onderweg aan het redetwisten?’ Ze zwegen, want ze hadden onderweg met elkaar getwist over de vraag wie van hen de belangrijkste was. Hij ging zitten en riep de twaalf bij zich. Hij zei tegen hen: ‘Wie de belangrijkste wil zijn, moet de minste van allemaal willen zijn en ieders dienaar.’ Hij pakte een kind op en zette het in hun midden neer; hij sloeg zijn arm eromheen en zei tegen hen: ‘Wie in mijn naam één zo’n kind bij zich opneemt, neemt mij op; en wie mij opneemt, neemt niet mij op, maar hem die mij gezonden heeft.’ (Marcus 9:33-37).

Wat Jezus hier doet verbindt hij even later met het antwoord op de vraag wie de grootste of de belangrijkste in zijn koninkrijk is. De discipelen zijn woedend op Jakobus en Johannes als ze er achter komen dat ze Jezus in een privégesprekje hebben gevraagd of ze naast Hem mogen zitten als Hij eenmaal op zijn troon zit: 

The Last Supper, Jacopo Bassano 1542.
Bassano geeft helder weer dat discipelen mensen zijn en blijven en tot
hun laatste snik de neiging blijven houden om te argumenteren.
Jezus riep hen bij zich en zei tegen hen: ‘Jullie weten dat de volken onderdrukt worden door hun eigen heersers en dat hun leiders hun macht misbruiken. Zo mag het bij jullie niet gaan. Wie van jullie de belangrijkste wil zijn, zal de anderen moeten dienen, en wie van jullie de eerste wil zijn, zal ieders dienaar moeten zijn, want ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.’ (42-45).

Deze context plaatst de kinderen (kunnen kleine kinderen zijn geweest maar ook jonge tieners buiten de kenmerken van kinderen en veel meer in die van de sociale status van kinderen.  Kinderen vertegenwoordigen hier de categorie van de gemarginaliseerden en verdrukten (zoals vrouwen, de armen en de onreinen).  Het kind was in feite de minste of laagste in de familie- en maatschappelijke structuren. Ze werden gemakkelijk gedomineerd en misbruikt in hun afhankelijk van anderen. Jezus nodigt de discipelen uit tot een nieuwe werkelijkheid van gemeenschap en gezin waarin de minste model staat voor het volgen van Christus.[1] 
Dit betekent dat een volgeling van Christus de kwetsbaarheid en machteloosheid van een kind dient aan te nemen. Eerder hadden de discipelen ervaren wat het betekent om kwetsbaar en afhankelijk te zijn toen ze door Jezus erop uit werden gestuurd zonder geld, zonder lunchpakketje en zonder een extra set kleren; afhankelijk van wat mensen het aanboden en gaven.

Wat Jezus hier demonstreert gaat zo ver dat het totaal niet tot de discipelen doordringt. De nieuwe werkelijkheid die Jezus hier voorstelt waarbij iemand die een kind omarmt feitelijk Christus, God omarmt, gaat hun bevattingsvermogen te boven. Dat ze het niet bevatten wordt duidelijk als “de mensen kinderen bij Hem proberen te brengen” en de discipelen hen tegenhouden. In een cultuur waarin kinderen geen rol van betekenis spelen, geen stem of duidelijk plek hebben is het moeilijk voor te stellen dat zo’n kind plotseling alle aandacht krijgt en de grootste rol in het koninkrijk wordt toegedicht.

[1]  JAMES L. BAILEY, Experiencing the Kingdom as a Little Child: A Rereading of Mark 10:13-1. Internet; verkrijgbaar via http://wordandworld.luthersem.edu/content/pdfs/15-1_Children/15-1_Bailey.pdf

Morgen deel 3 en slot.

23 april 2013

Laat de kinderen tot Mij komen (1-3)


De mensen probeerden kinderen bij hem te brengen om ze door hem te laten aanraken, maar de leerlingen berispten hen. Toen Jezus dat zag, wond hij zich erover op en zei tegen hen: ‘Laat de kinderen bij me komen, houd ze niet tegen, want het koninkrijk van God behoort toe aan wie is zoals zij. Ik verzeker jullie: wie niet als een kind openstaat voor het koninkrijk van God, zal er zeker niet binnengaan.’ Hij nam de kinderen in zijn armen en zegende hen door hun de handen op te leggen. (Marcus 10:13-16)

Bij de uitlegging van deze passage wordt veelal de nadruk gelegd op de eigenschappen van het kind die de mens nodig heeft om het koninkrijk van God binnen te gaan:  kinderen zijn ontvankelijk, vertrouwen anderen gemakkelijk en zijn afhankelijk van de zorg door anderen en vertrouwen wat de grote mensen zeggen zonder daar al te veel vragen bij te stellen. Dat is echter wel een beetje een romantisch beeld dat slechts in een ideale, veilige en warme omgeving werkt. Iedereen die kinderen heeft weet dat een twee-, of driejarige echt niet van een brug springt omdat vader zegt dat hij je wel op zal vangen. De 30.000 kinderen die dagelijks sterven als gevolg van ziektes en ondervoeding hebben er waarschijnlijk niet veel vertrouwen in als vader zegt dat hij wel even een flesje Spa en een volkorenbrood bij de Super gaat halen. Het water is verontreinigd en het brood nergens te vinden. "Papa zorgt voor jou," is betrekkelijk.

Wat was de aanleiding van deze gebeurtenis?
De discipelen hadden net ruzie gehad over wie van hen de belangrijkste was. Dat is een discussie die ons niet helemaal vreemd is. Omdat we beschaafde mensen zijn zullen we deze discussie niet openlijk voeren maar speelt deze zich meer in ons eigen hoofd af. We weten dat we allemaal gelijk zijn maar diep van binnen geloven we dat we zelf ietsje meer gelijk zijn dan alle anderen.
Jezus had hen net proberen uit te leggen dat Hij zou lijden, sterven en opstaan uit de doden waar we lezen dat “Ze begrepen deze uitspraak niet, maar durfden hem geen vragen te stellen (:32).” De discipelen snapten er maar weinig van en waren blijkbaar meer geïnteresseerd in hun eigen plekje in het grote verhaal van God.

Morgen deel 2

9 april 2013

Hé, kom jij was hier.

Vanmorgen kwam ik het drie keer tegen: een bijwoord vervangen door een werkwoord. Het staat zo lelijk dat je er zelfs een beetje misselijk van wordt. Op christelijke fora kom je het regelmatig tegen. Daar reageert men nogal eens in gebiedende wijs op elkaar: "Als jij je Bijbel nu is ging lezen." Of een citaatje van Koosje die op het CIP Jan Smit en andere popuitingen in de ban doet (het is niet duidelijk of Koos het schrijft of de redacteur - wat nog kwalijker zou zijn: "Het wordt is tijd dat iemand is zegt: 'Kappen nou. Wat een bende. Stoppen met die ellende." De verleden tijd zou dan zijn: "Het werd was tijd dat iemand was zei."

Als je dan al iemand wil aanmoedigen of gebieden om de Bijbel te lezen, normaal te doen of wat dan ook, doe het dan in fatsoenlijk Nederlands: "Ga de Bijbel eens lezen," en "Doe zelf eens normaal, man."
Het is trouwens een lekker veilig woord: eens. Het is een bepaling van tijd maar zegt je niet wanneer. Als iemand me opdraagt om "eens normaal te doen," kan ik met het hand op mijn hart zeggen dat ik vastbesloten ben om dat eens te gaan doen. En dan lieg ik niet. Dat dit "normaal doen" voor mij waarschijnlijk in de verre toekomst ligt, doet niets af van mijn vaste besluit om dat "eens" te doen.

Vergeef me mijn moment van taalpurisme. Als iemand de basisbeginselen van de Nederlandse taal niet beheerst, ken ik dat wat die beste man of vrouw schrijft onherroepelijk minder gezag toe. Als zichzelf voortbewegende amateurtheologen, die menen het lezende volk te moeten zegenen met korte woordstudies vanuit het Grieks of Hebreeuws, dat doen zonder de taal van moeder te beheersen heb ik helemaal zo'n sterk "ga jij eerst maar is op taalcursus" gevoel.

3 april 2013

Wat mag ik redelijkerwijs van God verwachten?

Naar aanleiding van mijn Blog van gisteren over vermeende beenverlengingen en sommige reacties daarop rijst de vraag wat we redelijkerwijs van God mogen verwachten ten aanzien van onze gezondheid.
Jaren geleden vroeg een jongeman mij om te bidden dat hij geen last meer zou hebben van lustgevoelens. Ik heb hem toen verteld dat ik daar niet voor kon bidden omdat het impliciet betekent dat ik God zou vragen om hem minder mens te maken; zoiets als bidden tegen verkoudheid wat eigenlijk betekent dat je vraagt of God de gezonde en levensreddende afweermechanismen die Hij onderdeel van zijn ontwerp voor de mens heeft gemaakt, uit wil schakelen. Het zou een onredelijke gebed zijn.
En nu we steeds ouder worden en onherroepelijk te maken krijgen met ouderdomskwalen is het idee dat we in opperste gezondheid en met buitengewone soepelheid de 98 halen en stillekens in onze slaap overlijden niet geheel realistisch noch redelijk. Ja we kennen de uitzonderlijke verhalen van die enkele man en vrouw die in dat profiel past maar de meesten van ons zullen slechts hijgend, kruipend of rollend die eindstreep halen.

De plaats die de evangelist Johannes wonderen toekent is dat de bedoeling ervan is dat de mens gelooft dat Jezus de Christus is, de zoon van God (Johannes 20:31).
De vraag naar wonderen is dan ook legitiem; het je ernaar uitstrekken ook. Waar we het meest moeite mee hebben is de vraag waarom we relatief weinig wondertekenen zien (afgezien van het wonder van iedere nieuwe dag, de zon die opkomt, het wonder van de lente enz.). We wijzen dan al snel naar onszelf, naar anderen of naar het collectief: als ik nu eens meer geloof had, als hij/zij nu eens meer geloof had, als zij (meervoud) nu eens meer geloof demonstreerden... Vervolgens wordt dat aan schuld gekoppeld; collectief boete doen zou de sleutel tot de ontsluiting van het wonder van meer wonderen zijn. Zo zitten we voordat we het weten in een spiraal die zichzelf in stand houdt en een verklaring biedt voor het niet in vervulling gaan van bijvoorbeeld profetieën; we zouden niet aan de voorwaarden voldoen!

Wat ook wel helpt om het een en ander in een breder perspectief te zien is als we de vraag naar een andere context verplaatsen. Een vluchteling uit Syrië heeft een andere wondervraag dan de gemiddelde consument die winkelend door de koopgoot op zoek is naar dingen die hij waarschijnlijk niet eens echt nodig heeft. Of een van mijn collega's die nu al weken in de gevangenis zit omwille van haar geloof. Tegenover het wonder van de vrijlating van enkelen staat een veelvoud van "mislukte" gebeden. Om dan een collectief, een kerk of wat dan ook daarvan de schuld te geven is onredelijk.
Al met al is en blijft het een groot mysterie. Door het werk van Christus is het niet langer een zaak van het verdienen van de gunst van de Heer. Die gunst is permanent door het geloof en de werking van de genade. Iedere andere gedachte of theorie doet het werk van Christus tekort.

Het grootste wonder is als we hebben mogen leren om met alle omstandigheden genoegen te nemen. Als "Immanuel" niet langer "Immanuel" is vervliegt alle hoop om hier op aarde dat "God met ons" in en door alle omstandigheden te ervaren. Dat gebed is een redelijk gebed. Omstandigheden maken de mens hard of zacht, zuur of zoet, boos of dankbaar. Op velen beukt het leven onevenredig hard en zonder pardon in op gezondheid en omstandigheden. Het recht om dan te verzuren, te verharden, boos en verbitterd te raken is hen gegund. Om dan toch zacht te kunnen eindigen, dat is pas een wonder. Al het andere dat wordt gegeven is een onverdiende bonus.

2 april 2013

Het mysterie van de beenverlengingen

Het kon niet uitblijven; ik moet mijn ei even kwijt aangaande vermeende beenverlengingen. Een fenomeen dat ik zou categoriseren onder de noemer "instap wonderen." Als er een basiscursus gebedsgenezing zou bestaan dan zal de beenverlenging in hoofdstuk 1 aan bod moeten komen. Iedereen kan het en de inmiddels talloze claims op beenwonderen kunnen niets anders dan het publiek ervan overtuigen dat dit toch wel een bijzonder fenomeen is. Zelf heb ik nog nooit iemand gesproken met een aangegroeid been die de kunstmatige hakverhoger aan de wilgen heeft kunnen hangen. Slechts 2,2% van de Hollanders heeft een verschil dat groter is dan 15mm en zou klachten kunnen krijgen. Een verschil tot 15 mm zou geen problemen opleveren (bron).  Vannacht lag ik over de vragen van het leven te mijmeren en de beenverlenging kwam langs.Ik vroeg me af waarom altijd het te korte been gemaand wordt langer te worden. Kan het te lange been ook korter gebeden worden als dat de (esthetische voorkeur) van de zieke heeft? Wie heeft besloten dat het te korte been de boosdoener is?
Een tweede vraag die opborrelde was waarom mensen genezen zouden worden van iets waar ze absoluut geen last hebben.
Totdat iemand mij overtuigend bewijs levert, inclusief door artsen geautoriseerde röngenfoto's van de voor en na situatie, denk ik er zo het mijne van en gooi het op een hype. Mocht het bewijs geleverd worden, dan zal ik publiekelijk mijn ongeloof en zonde belijden.
Een lichaam is voortdurend in beweging, ook als het stil zit. Een minimale beweging of verplaatsing van het lichaam kan gemakkelijk een optische variatie in vermeende beenlengte teweegbrengen. Een keertje hoesten of diep zuchten; op een lengte van 180 cm is een halve centimeter dan niets.

Tot zover mijn sceptische kijk op de zaak.

Het is twee dagen na Pasen waarin we in het bijzonder stilstaan bij de opstanding van Christus uit de dood. De kracht die van dit wonder uitgaat werkt 2000 jaar later nog door. Iedere dag opnieuw besluiten wereldwijd gemiddeld 100.000 mensen om deze Christus te gaan volgen. De aanleiding kan zomaar een vermeende beenverlenging zijn. Zonder de opstanding betekent zoiets helemaal niets; op een beenverlenging, of welk ander wonder dan ook, kun je je geloof niet bouwen. Het is dankzij de kracht van de opstanding dat het aantal volgelingen van Christus blijft toenemen. Het is een kracht die niet te stoppen is. Neem de opstanding van me af en ik houd niets meer over. In de opstanding wordt alles wat Christus heeft gedaan effectief; wordt geactiveerd. Zonder opstanding blijft niet alleen mijn been tekort maar alles. Vergeving, verlossing, bevrijding, rechtvaardiging en heiliging ontlenen hun kracht en werkelijkheid aan de opstanding van Christus. Gek eigenlijk dat ik voor een beenverlenging om bewijs vraag terwijl ik voor het meest onmogelijke wonder geen bewijs nodig heb. Dat geloof staat als een huis. De kracht ervan werkt dagelijks diep in mijn binnenste en doet mijn hart kloppen met de woorden: Jezus leeft, Jezus leeft, Jezus leeft,...

18 maart 2013

Bouwen aan team

Er waren eens vijf koningen die met veel succes hun koninkrijken bestuurden. De onderdanen waren gelukkig en deden allemaal keurig hun werk en betaalden zelfs graag belasting. De koninkrijken hadden goede naam en faam in de gehele regio. De koninkrijken waren los van elkaar en in verschillende tijdsperioden onstaan en leefden in vrede en wederzijds respect met elkaar. Af en toe ondernamen ze samen veldtochten of deden andere waardevolle en leuke dingen met elkaar.
Naarmate de koninkrijken sterker werden deden de koningen een ontdekking. Ze dienden een gelijkwaardig doel (ze leefden vooral van de houthandel) en bedachten dat ze samen sterker zouden staan en het doel effectiever zouden kunnen bereiken als ze de handen ineen sloegen. Het product was eender alleen het soort hout verschilde per koninkrijk. Zo besloten de koningen op een dag dat ze samen een team zouden vormen. Een team waarvan ieder lid op zich prima in staat was om zijn houthandel voort te zetten en uit te breiden maar desondanks ervoor koos om zijn krachten te bundelen met die van de andere koningen.

Hoe functioneert en groeit zo'n groep leiders als Team? Dat is de opdracht die we onszelf hebben gegeven voor vandaag en morgen. We zijn met dat team ergens in de Schotse rimboe en aan mij is de taak om dit proces te faciliteren. Zo zie ik mijn rol binnen deze groep zeer capabele mensen die geloven dat het geheel meer is dan de som er delen.
Human Resource is volop in ontwikkeling en binnen OM kiezen we voor een integrale benadering waarin alle aspecten die met het welbevinden, de ontwikkeling en groei van alle werkers en de organisatie met elkaar verbonden worden. 
Ik hoop en bid dat deze dagen hout snijden.

15 maart 2013

Simplificeren

Waarom ik wat minder blog? Of zelfs helemaal niet (meer)?

Simpel:

1) De wereld zit niet te wachten op mijn gedachtegoed.
2) Ik stoor me aan wat er via de Christelijke Sociale Media door Jan en alleman aan tot algemene waarheden verheven persoonlijke kneuterigheden en dommigheden de wereld wordt ingeslingerd.
3) Christenen kunnen niet debatteren en dat is iets waar ik wel behoefte aan heb. De anonimiteit en afstand van de sociale media doet menig christen besluiten om fatsoensnormen te negeren en zich te verlagen tot het uitwisselen van de rotte vis van generalisaties en theologische quatsch.
4) Er zijn overigens lichtende voorbeelden van mannen en vrouwen die wel substantieel weten te reageren. Wie namen wil van deze personen kunnen deze per mail van mij krijgen. Over het algemeen zijn dit personen die wat meer gepokt en gemazeld in het leven staan en geleerd hebben om zichzelf niet al te serieus te nemen.

Hoe dan ook, 2, 3 en 4 doen er eigenlijk niet zo toe. Ik ben deze Blog ooit begonnen toen broeders en zusters van de Brandaris vroegen hoe ze concreet voor me konden bidden als ik weer een voor een paar weken de wereld inging om Christus te prediken. Het was de bedoeling dat de Blog vier weken zou bestaan. dat is wat langer geworden.

  • Ik ga me beperken tot wat de oorspronkelijk bedoeling van de Blog was. Ik heb namelijk het gebed van anderen nodig. Ik geloof erin (meestal). Denk ik.
  • Ik ga vereenvoudigen. Het gaat om Christus. Als volgende week in de Terp drie kinderen worden opgedragen zal ik spreken over de uitspraak van Christus: "Laat de kinderen tot Mij komen, verhinder ze niet want voor hen is het Koninkrijk." Prachtige tekst die zoveel over God zegt. In Christus krijgt God eindelijk een gezicht. En het is een mooi gezicht. 


Vandaag vertrek ik naar Engeland. Morgen een dag  met al onze Area Short Term Officers. Zondag tot en met dinsdag een off-site in Schotland met de Internationale HR staf en woensdag tot vrijdag van 's-morgens vroeg tot 's-avonds laat vergaderingen en individuele gesprekken met HR medewerkers. Ik heb er zin in want het draait allemaal om mensen in ons werk. Hoe ze zich tot elkaar verhouden en effectief samenwerken aan de gezamenlijke missie. Leidinggeven bestaan voor meer van de helft uit communicatie. Best wel lastig als je leiding geeft aan een virtueel team. Slechts twee keer per jaar zijn we als team bij elkaar. Dit is een van die twee keer.




26 februari 2013

Selectief tegelen

Ik las zojuist wat afrondende instructies aan het eind van een brief die een inmiddels overleden gelovige schreef aan een groepje volgelingen van Jezus die wel wat aanmoediging kon gebruiken. Van de veertien instructies hebben enkele het delftsblauwe tegeltje gehaald (zie bovenste plaatje). Een aantal zal het delftsblauwe tegeltje echter nooit halen. Dus heb ik ze zelf maar gemaakt. Je kunt ze uitprinten en over een bestaande spreuk heenplakken. En waarom ook niet? Waarom de ene instructie wel en de ander niet? Bovendien, door selectief te werk te gaan ontstaat een uit balans geraakt totaalpakket; ervan uit gaande dat alle instructies door de dode schrijver als gelijkwaardig zijn neergezet en bedoeld.
Die selectie heeft denk ik te maken met in welke mate het wat raakt in het leven van de selecteur. Zo zal het bovenste tegeltje het hart raken en verwarmen terwijl de andere tegeltjes of de portemonnee raken (er een gaatje in branden), een beroep doen op het moreel besef van de lezer of op de verantwoordelijkheid die we naar en voor elkaar hebben. Oftewel, de een doet pijn terwijl de ander kietelt en een zacht gekietel is meestal prettiger dan pijn lijden. Ik sta een gelijkwaardige behandeling van alle instructies voor. Hieronder de vier tegeltjes die ik heb gefabriekt. De vijfde is leeg. Die kun je knippen, plakken en vullen met tekst  De overige tien instructies zijn te vinden in 1 Thes. 5.


18 februari 2013

Beklommen kunst

Er lag een briefje op de gootsteen. Of ik de kleren en de schoenen, die in de wasmachine zaten, in de droger wilde doen. De kleren en de schoenen bleken van twee vrienden van Martijn. De drie bivakkeerden bij ons.
De twee vrienden hadden een nat pak gehaald.
Hoe? Waar? Wanneer? Waarom?
Het antwoord bleek vanzelfsprekender dan in eerste instantie gedacht.
Onlangs heeft het een aantal gemeentegeesten goed gedacht om onder het Kleinpolderplein een "overstort" te bouwen die in tijden van hevige regenval als een bufferopvang kan dienen om het te vele water tijdelijk op te vangen. Regen stopt en het water uit de overstort loopt vervolgens gemoedelijk op eigen tempo naar de daarvoor bestemde sloten, kanalen en andere watertjes.
Om het een en ander wat op te leuken bedachten dezelfde geesten dat een saaie stortbak best wel een kunstwerkje kan gebruiken.
Kunst, en daar zit meteen de vanzelfsprekendheid van het natte pak in, moet betast, beroken, beleeft en, waar mogelijk, beklommen worden.
Dat de betreffende kunst in de stortbak is geplaatst is derhalve niet verwonderlijk en naar mijn bescheiden mening behoort kunst ook niet te gemakkelijk toegankelijk zijn; er moet wel iets overbrugd worden. Het bevordert de beleving.

Van nature ben ik niet zo super reflecterend. Ik leer bij voorkeur door dingen te doen en laat de reflectie graag aan anderen over. Die reflectie kan ik dan vervolgens lezen en daar wellicht iets van leren.
Omdat de schoenen het beste gedroogd kunnen worden middels een oude en beproefde manier (volstoppen met gelezen stukken Volkskrant) ontkwam ik niet aan het doen van enige reflecterende oefeningen waarbij twee vragen centraal stonden: 1) wat is gebeurd? en 2) zijn er parallelle belevingen en toepassingen te bedenken.

De epifanie was de gedachte dat als ik zondags in een kerk spreek, de sprong die het publiek dient te maken om mijn niet zo kunstig gevonden verdichtselen te benaderen, bijzonder klein is. Wat is dat anders als de te maken sprong zo groot is dat het (kunst)werk niet bereikt wordt maar dat de elementen (water en lucht in dit voorbeeld) de strijd om winst met overtuiging beslechten?
Dan heb je een probleem en zou een vorm van "tussenkunst" handig zijn.

Wat is nu de link tussen deze blog en God?
Een van Martijns vrienden, zo bleek een paar uur eerder, had nog nooit een Bijbel gelezen maar wel 736 vragen over God. Hoe zit het precies met die Bijbel? Is dit (de Bijbel die ik haar gaf (een mooie rode echt leergebonden NIV)) de samenvatting van die 66 boeken of is het een van die 66 boeken? Is het  chronologische van opbouw? Wie heeft besloten dat deze 66 boeken 'het' zijn? En zo voorts.

Kan iemand "neutraal" tegenover God, de Bijbel en/of Jezus staan? Het lijkt me moeilijk. Anderen hebben invloed op de samenstelling van de elementen die zich tussen mij en het kunstwerk bevinden (het water is koud en de lucht rondom ons Kleinpolderplein stinkt). De bottomline is dat als ik het kunstwerk wil, ik uiteindelijk de sprong waag. Pas dan wordt de ervaring echt en authentiek.

Bedankt Thomas en Emily Jane voor deze geweldige les! En bedankt Martijn en Ruben. Jullie vrienden zijn nooit saai!

De "goot" in het midden is echt wel toegankelijk.
Beetje springen en hop, of op de goot, of in het water.

15 februari 2013

JG's, Laptop uit raam

Hier is de link naar onze nieuwsbrief.

Help, ik zie vlekken

Stel je voor dat iemand zijn of haar blinde vlekken of vlekjes niet ziet. Dat zou niet zo heel vreemd zijn want daarom heten ze ook zo. Iedereen heeft van deze vlekken: gedrag dat anderen irriteert; patronen die  het gevolg kunnen zijn van trauma's, of gewoon zaken die je tot een minder pruimbaar mens maken dan je zou kunnen zijn. De meest effectieve manier om erachter te komen welke blinde vlekken er in je leven zijn is anderen er naar vragen.
Het "ik sta open voor opbouwende kritiek" mondt maar al te vaak uit in het optrekken van een ondoordringbare verdedigingsmuur door de ontvanger van de kritiek. Over het algemeen staan we er minder voor open dan we denken.
Onlangs heb ik een 360 graden evaluatie ondergaan. Vrijwillig en op eigen verzoek. Ik weet dat ik die blinde vlekken heb, wil ze ontdekken en, waar mogelijk, aanpakken.
Het eerst waar je naar kijkt, als je de analyse van de data afkomstig van 12 naaste medewerkers en goede vrienden in je mailbox aantreft, is de top tien en het tweede waar je naar kijkt zijn de onderste tien scores. Je probeert objectief te blijven maar ongewild voel je meteen de behoefte om jezelf te verdedigen: "ik kan het uitleggen." Het devies is: niet doen! Je hebt erom gevraagd en nu moet je er ook iets mee doen.
Sommige zaken vind ik echter prima en wil ze eigenlijk wel houden zoals ze zijn. Een van mijn lage scores is dat ik weinig ambitieus ben. Dat klopt helemaal en vind dat ook niet zo erg.
Een andere lage score is dat ik geneigd ben om zaken af te raffelen. De grote lijn staat op papier en nu verwacht ik dat de wereld het wel begrijpt en dat de inkleuring en afwerking wel zo'n beetje vanzelf gebeurd.
Waar anderen het heerlijk vinden om zaken uit te rollen en systemen en structuren te implementeren, kost dat mij bijzonder veel moeite. Gelukkig ben ik gezegend met een bijzonder team waarin collega's zitten die dat heel goed kunnen en hoef ik me er niet al te druk om te maken. Ik delegeer het met veel genoegen. Echt een blinde vlek kun je het niet noemen omdat ik het al heel lang van mezelf weet.

Kwalijker is het wanneer mensen hun blinde vlekken niet willen zien. Men vraagt om feedback maar wanneer die feedback geleverd wordt breekt de pleuris uit en is de feedback-gever de gebeten hond! Met alle gevolgen voor de werk- en vriendschapsrelatie tot gevolg. Dus houden we onze mond. Omwille van het instant houden van de pais en vree.
Uiteindelijk zijn we beter af wanneer we ons hart openen voor feedback. Dat vraagt echter om een keuze vooraf: ben ik bereid om mijn verdedigingsmuur te laten zakken? Want alleen met een geslechte muur ben ik benaderbaar en bereikbaar. Dan kan verandering plaatsvinden en kan de pais en vree op een diepere, intensere manier worden beleefd. Met de ander en het zelf. Een stukje dichter naar hoe God het oorspronkelijk voor ons heeft bedoeld.

Hier een link naar het zogenaamde "Johari Raam" zoals we dit in de mentoring clinic gebruiken.

5 februari 2013

In Ierland

Nou, daar zijn we dan. In Ierland en dag 2 van de mentoringclinic. Een gretige groep die veel heeft bij te dragen. Zojuist mentoring gelinkt aan Prediker en met name aan de arme boer die zich afvraagt waar hij zich z'n hele leven zo voor inspant. Bij gebrek aan familie realiseert hij zich dat er niemand is die baat heeft bij de vrucht van zijn arbeid.
Waar doe ik het voor? Voor wie doe ik wat ik doen?
Als het alleen voor het zelf is, is de kans groot dat de uitkomst is dat deze persoon niet zo heel erg happy is met zichzelf of het leven in het algemeen.
Als het is met de bedoeling om te delen met anderen is de kans groot dat deze persoon een redelijk niveau van happiness in zijn of haar leven kent.
Het gaat niet expliciet om het delen van geld en goederen. Het gaat om het delen van de door God gegeven gaven en talenten. En als je er vanuit dit perspectief naar kijkt heeft iedereen altijd wat te geven!

Overigens is het hier koud, nat, winderig en is het ook nog eens gaan sneeuwen. Alle stereotiepen betreffende Ierland worden bevestigd. Behalve de zon. Die schijnt zichtbaar vandaag; af en toe tussen wat wolken door.




30 januari 2013

Een vader slaat zijn kind tot moes


Een vader slaat zijn kind tot moes.
Het was ongehoorzaam.
Het kind is bang,
maar luistert wel.
Dat wilde Pap.
Het doel heiligt de moes.

Maar Pap wil geen bang kind.
Hij aait haar met de hand die sloeg;
Je hoeft niet bang te zijn.
Als je gewoon luistert ben je fijn.
Nu doet het kind wat Pap wil.
Anders vallen er klappen.


Gisteren kwam Martha thuis en het stoom kwam uit haar oren. Ze had iemand gesproken die, nadat ze die persoon verteld had dat een gemeenschappelijke vriend ernstig ziek was, haar meedeelde dat God geneest, tenzij de lijder niet gelooft. En dat met een stelligheid die iedere poging tot relativering bij voorbaat al in de kiem smoorde.
Stoom kwam nu ook uit mijn oren. Mijn hartslag verdubbelde en een stuwend verlangen om een moord, of iets dat bijna net zo erg is, te plegen nam bezit van me. Niet zo christelijk van me maar mijn verbolgenheid over dit soort oversimplificaties en vreselijke kortzichtigheid is groot.
En daar moet je dan straks mee in de hemel rondhangen?

Natuurlijk geeft God gezondheid.
Totdat je ziek wordt.
Dan wil God je waarschijnlijk een lesje leren.
Anders zou je niet ziek zijn.
Of doodgaan.

Waar komt het idee vandaan dat God bewust pijn brengt in het leven van de mens om hem daarmee klein te krijgen?
Ja, er zijn Bijbelverzen die deze gedachte staven. Ik ken ze.

Om pijn te verklaren, koppelen we deze aan de liefde. Een knap staaltje breiwerk.
Maar anders doet het helemaal zo'n zeer!

Als Christus het ware gezicht van God laat zien, dan moet het beeld wat men over het algemeen van God heeft ernstig worden bijgesteld.
In de evangeliën komen we God niet tegen die op mysterieuze wijze met kwalen om zich heen slaat.
Daar zien we het lam van God dat onze ziekten op zich nam en gewillig naar het kruis ging.
Hij liet zich vernederen, bespuwen en slaan.

Pijn overkomt ons allemaal. Een christen niet meer of minder dan een niet christen.
Velen, zowel christenen als niet christenen, getuigen van de helende werking die moeilijke omstandigheden op hun leven hadden en hebben. Het is de weg van de mens.
Gehoorzaamheid leer je door te respecteren en niet omdat je in een hoek gedreven niets anders meer kan. Dan is gehoorzaamheid aangepast gedrag. Die aanpassing maakt plaats voor de oude modus operandus als de druk uit de hoek verdwijnt.
God heeft zijn eigen weg met de mens en die weg is geplaveid met onbaatzuchtige en onvoorwaardelijke liefde.

Kortom, het is beter om te huilen om de pijn van de ander dan hem of haar ongeloof te verwijten. Dat laatste getuigt van een minachting voor en een schromelijk gebrek aan inzicht in Zijn weg.

25 januari 2013

God leert de kerk een lesje

Gisteren te lezen op het CIP en de gedachte alleen al doet mij huiveren: God zou de kerk in Europa een les leren door haar af te breken. Het idee dat God zelf aan de wieg staat van de teloorgang van de kerk, is op z'n zachtst gezegd vreemd. Vreemd als je bedenkt dat Hij er op uit is om haar juist op te bouwen op grond van haar getuigenis dat Jezus de Christus is, de zoon van de levende God.
Nu kan ik me voorstellen dat, daar waar dat getuigenis verwatert, de belangrijkste voorwaarde voor groei wegvalt en het geheel af gaat brokkelen. Die afbrokkeling is dan een mensengebeuren en de mens is de verantwoordelijke voor de erosie van de kerk.
Na het artikel gelezen te hebben dacht ik er verder niet meer over na todat ik zojuist het eerste hoofdstuk van de Thessalonicenzen brief las. Deze groep gelovigen had een transformatie ondergaan die zo opviel dat er door iedereen in de omgeving over gesproken werd. De Thessalonicenzen hadden geen programma, een gelikte PR campagne of kunstig gevonden vormen die hun kerkje promootte. Hun getransformeerde levens waren het bewijs van de transformerende kracht van het geloof en wekte de nieuwsgierigheid van velen op.

Zonder de biochemie en psychologie ter zijde te schuiven, het geloof in God doet iets met de mens. De transformerende kracht van de Geest, die werkzaam is in de gelovige, is een krachtig bewijs voor de werkelijkheid van dat geloof. Het geloof in God is heeft voor velen een sterk "thuiskom" effect; op de een of andere manier klopt het, past bij de mens. Je komt deels in een mysterie terecht wat niet door biochemie of psychologie kan worden verklaard.
Het "thuiskom" gevoel (op bijzonder manier beschreven door Henri Nouwen in "Eindelijk Thuis," heeft alles te maken met een geestelijke realiteit waarbij de mens, door het geloof in Christus, als het ware wordt aangesloten op het hart van God. Daarmee vindt de mens zijn oorsprong.

De missionaire kracht van de kerk is niet te vinden in activiteiten die tot doel hebben om haar missionaire taak te legitimeren en een gevoel te creëren "goed bezig" te zijn. "Goed bezig" zijn is belangrijk maar dat "goede" zou een vanzelfsprekend gevolg dienen te zijn van een innerlijke transformatie en motivatie die niet ten doel heeft om indruk te maken. Die innerlijke transformatie IS de indruk. En daar gaat men vanzelf wel vragen over stellen en over praten.

21 januari 2013

Ik ben er echt van overtuigd

Geloof is de manifestatie van een aanname. Geen geloof is dat ook. Geloof in God vloeit voort uit de aanname dat "er iets is." Geen geloof vloeit voort uit de aanname dat "er niets is" buiten het waarneembare en empirische aantoonbare.
De Tessalonicenzen werden geprezen om hun geloof in de boodschap die "geladen was met de kracht van de Heilige Geest en gebaseerd op een vaste overtuiging" (1 Thes. 1:5).
Enerzijds was er sprake van een manifestatie en anderzijds die vaste overtuiging.
Aan een vaste overtuiging gaat altijd een aanname vooraf. De aanname "Er is meer" doet de mens zoeken naar dat meer in de hoop iets te vinden dat verdedigbaar is en een bepaalde logica bevat. Dan kun je het namelijk uitleggen.

Het bestaan van "meer" kun je niet empirische staven, net zomin als het niet bestaan van dat "meer." De bewijslast voor "meer" wordt gezocht in de "supernatuur," waarbij psychologie, emotie en spiritualiteit een belangrijke rol spelen. Omdat dit echter geen tastbare zaken zijn is het gebruik ervan als bewijs op z'n zachtst gezegd dunnetjes.
De groep die meent dat slechts dat, wat middels onderzoek aangetoond en bewezen kan worden werkelijkheid is, gaat echter ook uit van een of meerde aannames. Die aanname leidt tot een overtuiging.
Discussies tussen de "er is meer" en de "er is niets meer" kampen gaat helaas maar al te vaak over de manifestaties en te weinig over de aannames. Om die discussie te voeren is er meer nodig dan gescherpte zwaarden van dogma's, 'bewijzen' en (drog)redenen.
De discussie over aannames kan slechts worden gevoerd wanneer men bereid is om van mens tot mens met elkaar te spreken. Van hart tot hart omdat je hoe dan ook altijd uitkomt bij het on(be)grijpbare. En dat vraagt om nederigheid; klein willen worden. Kleiner dan de ander. De zelfverheffing van de een boven de ander maakt een echt gesprek onmogelijk omdat er dat stemmetje in het achterhoofd zegt dat je tafelgenoot eigenlijk aan een vorm van achterlijkheid lijdt: een achterlijke gelovige of een achterlijke ongelovige.
Het is mij een raadsel waarom geloof en wetenschap zo faliekant tegenover elkaar zijn komen te staan. In de bijbeltijd voerde de strijd zich vooral op het filosofische vlak af waarbij met name het gesprek ging over de aannames. Dat blijven interessante discussies. Echter, als het zwaartepunt van een discussie zich verplaatst naar het elkaar om de oren slaan met "bewijzen," is de lol en de mens er van af.
Kortom, ik heb behoefte aan een normaal gesprek met de ander die mij op z'n minst als gelijkwaardig ziet en behandelt.

16 januari 2013

Het clubje van Bonhoeffer

Ik ben "Life Together" van Bonhoeffer aan het herlezen. Bonhoeffer doet een poging om 1) te definiëren wat "gemeenschap" is en 2) die gemeenschap praktisch invulling te geven.
Gemeenschap is geen ideaal, maar een realiteit, is een van zijn  stellingen. De vraag is wat voor realiteit dat dan is. Het is in ieder geval een theologische realiteit. Of die realiteit zich ook daadwerkelijk manifesteert in een gebroken wereld waarin het ego meer uit is op de vervulling van de behoefte tot fysieke nabijheid van anderen is op zijn minst interessant om wat verder te verkennen.
Bonhoeffer onderkent het spanningsveld tussen enerzijds het emotionele verlangen van de mens om nabij de ander te zijn en anderzijds de diepere behoefte aan geestelijke gemeenschap. Dat eerste verlangen wordt wat al te gemakkelijk afgedaan als een zielsverlangen (dus aards, werelds en vleselijk) en voor het tweede onderneemt hij een poging om de randvoorwaarden te omschrijven die van belang zijn voor het creëren van die geestelijke gemeenschap.
Hij creëert hier een dichotemie die mijns inziens onterecht is. Ziel en Geest worden tegenover elkaar gezet als verschillende belangen dienend waarbij, om tot ware gemeenschap te komen, de ziel aan het kortste eind zou moeten trekken.
Dus de randvoorwaarden. Een christelijke gemeenschap is dat pas als:

1. de Christen niet langer redding en rechtvaardiging in zichzelf zoekt, maar alleen in Christus.
2. Christenen tot elkaar komen door Christus: Hij is onze vrede.
3. de Christen begrijpt dat hij Hem toebehoort. Met de ander en voor alle eeuwigheid.

Het abstractieniveau gaat hier in het kwadraat omhoog. Ik kan het theologisch begrijpen maar er ontbreekt iets in het mensbeeld van Bonhoeffer. Je leest niets over wat het werk van Christus voor gevolgen heeft voor de totale mens; de mens die je niet kunt opdelen in stoffelijke en geestelijke stukjes. Is de mens niet één; geschapen naar het beeld van God, die één is?

Het ontkennen of negeren van de menselijke, emotionele kant van het mens-zijn leidt helaas tot een vrijwel onmogelijk uit te voeren opdracht.
Toch heeft Bonhhoeffer getracht om het gestalte te geven. Het tweede deel van zijn boek gaat over "de dag in gemeenschap," waarin de nadruk ligt op de verwezenlijking van die geestelijke gemeenschap. Hoewel goed te volgen is deze moeilijk, zo niet onmogelijk uitvoerbaar in welke setting dan ook.
Bonhoeffer's antwoord was om die geestelijke gemeenschap met liturgie te vullen. Liturgische gebeden, bijbellezingen, gezangen leggen vanzelf de nadruk op de hemelse zaken zodat de aandacht als vanzelf daar naar toe gaat en er geen tijd  of gelegenheid is om van mens tot mens met elkaar te spreken. De verhouding is een stukje van de ene mens tot een stukje van de andere mens. Het beeld is niet kompleet. Het is onaf.

Dat wil niet zeggen dat het boek meteen door de papiervernietiger kan. Integendeel! Het is een van de betere boeken over het duiden van de gemeenschap die God voor ogen heeft en zit vol met parels die tot nadenken stemmen.

Mijn persoonlijk conclusie met betrekking tot "geestelijke gemeenschap" is dat of het nu John Wesley's "bands" betreft, Bonhoeffer's "gemeinschaft" of Jospeh Myers's "search to belong;" iedere poging om tot een ware geestelijke gemeenschap te komen zijn experimenten.
De mens blijft zoeken naar betekenisvolle aansluiting met anderen. Die is niet gemakkelijk te vinden, maar hij is er wel. Er zijn momenten dat je denkt het gevonden te hebben. Geef het een paar maanden en je ontdekt dat je er toch nog niet bent. Wat dan nodig is is het geloof in de door Bonhoeffer genoemde basis. Uiteindelijk is dat wat ons verbindt. Mensen die het als ideaal blijven zoeken, hebben eerder een destructief aandeel in het bouwen van zo'n gemeenschap dan dat ze er aan meewerken, zegt Bonhoeffer. Mensen die het zien als een theologische realiteit kunnen op de een of andere manier leven met de gebrokenheid die zich in het pogen om tot gemeenschap te komen manifesteert. Het onderkennen van gebrokenheid van de ander alsook het onderkennen dat de eigen gebrokenheid even groot, zo niet groter is dan die van de ander, maakt het al een stuk eenvoudiger om tot geestelijke gemeenschap te komen

15 januari 2013

Wat nou, sociaal?

Stel je voor dat een aantal vrienden in Groningen zich zorgen maakt om jouw welbevinden. Je woont zelf in de Randstad en je wilt deze bezorgde vrienden graag bijpraten over je wel en wee van de afgelopen tijd. Voordat er telegraaf en telefoon was moest dat middels een brief gebeuren of, nog beter, je reisde af naar Groningen om je bezorgde vrienden gerust te stellen.
Gelukkig hebben we vandaag de Sociale Media. Middels een twitterbericht of een Facebooknotitie kan ik niet alleen mijn vrienden in Groningen maar ook de rest van de wereld in real time bijpraten.
Vrienden gerust en ik al lang blij dat ik niet per trein een reis hoef te ondernemen om me in persoon te melden. Zeker vandaag niet. Het sneeuwt dus de NS heeft bij voorbaat al het een en ander van de planning gehaald. Dat is vervelend want "strak reizen" (op de seconde nauwkeurig)  is helemaal 2013 en de gedachte dat dit "strakke reizen" mogelijk niet plaats kan vinden noopt de burger tot binnenblijven en de zich weinig van ijs en weder aantrekkende Sociale Media ter hand te nemen.
De depersonalisatie van interactie is een pijnlijke ontwikkeling. Er hoeft dan misschien geen noodzaak te zijn om  elkaar persoonlijk te ontmoeten; het is wel het luchtje dat aan de moderne Sociale Media hangt.
Dat luchtje ruik je vooral wanneer je de ontvanger wordt van haatmail of anoniem geklaag en gemopper van derden. Ontdaan van elk gevoel van compassie, medeleven of begrip wordt de gedepersonaliseerde mening de ether in gespuwd. Het ergste is het als dit soort informatie begint met "het is niet persoonlijk bedoeld." Dat is een van de grootste dooddoeners van deze tijd. Communicatie, direct of indirect, is voor een belangrijk deel altijd persoonlijk.

Paulus stuurt een brief en een aantal persoonlijke medewerkers op een reis die weken, zo niet maanden, in beslag zal nemen om een meelevende groep op de hoogte te stellen van zijn wel en wee (Kol. 4 vanaf vers 7). Hij hoopt hun bezorgdheid daarmee weg te kunnen nemen. Hij zal een goede reden hebben gehad om niet zelf te kunnen gaan maar dat zal zeker z'n voorkeur hebben gehad.
Sociale Media had een totaal andere betekenis. Sociaal betekende echt contact tussen echte mensen die samen aten, lachten en huilden.
Als je elkaar van mens tot mens ontmoet is de kans groot dat de communicatie tussen de partijen op een menselijke manier verloopt.
Afgaande op wat ik over anderen weet en lees, vorm ik een mening over die persoon. Zolang ik het echte contact met die persoon kan vermijden blijft mijn beeld gebaseerd op wat ik weet, of denk te weten.
Op het moment dat ik de ander ontmoet, verandert er iets. Ik word zachter, milder, begripvoller en voel mee en zal vrijwel altijd mijn beeld van en gevoelens over die persoon bij moeten stellen.
Met andere woorden, de sociale media zijn niet zo sociaal. Het begrip sociaal is misleidend omdat het de illusie wekt dat er iets sociaals aan de hand is terwijl er slechts een uitwisseling van informatie plaatsvindt.
Dan toch maar wat langzamer zodat er iets echt sociaals kan gebeuren; mensen die tot elkaar komen.