11 november 2012

Gedaanteverwisseling

Gisteren Kafka's De Gedaanteverwisseling gratis bij de Volkskrant gekregen en nog dezelfde dag dit gegeven paard meteen maar in de bek gekeken en gezien dat het goed was. Dun boekje (60 blz). Je leest het zo uit. Een wat bizar verhaal maar je blijft lezen omdat je moet weten hoe het afloopt.

Plotselinge, dramatische gebeurtenissen in het leven kunnen een onverwacht en onvoorspelbaar effect hebben op wie je bent. Je merkt dat er iets wezenlijks in je is veranderd; je zit anders in je vel en dat is best wel wennen.
De zich plotseling op vorstelijke wagens bevindende jonge vrouw in Hooglied roept uit : "ik kende mezelf niet meer." Ze moest gaan ontdekken wat een leven op vorstelijke wagens betekende. Welke gedragingen daarbij horen, welke garderobe, welke taal en ga maar door.
De gewone vrouw wordt een prinses en de twee werelden die bij deze werkelijkheden horen moeten op de een of andere manier in het wezen van die vrouw versmelten. Je kunt ze maar moeilijk gescheiden houden.
Je omgeving reageert plotseling ook anders op je. Mensen kijken je raar aan en sommigen vragen je openlijk wat er met je aan de hand is, wat er is gebeurd.

Maar ook vorstelijke wagens wennen.
Een beetje.

Kafka tekent een uitvergroot karikatuur van een fenomeen dat we allemaal kennen: gedragsveranderingen die het gevolg zijn van plotseling veranderende situaties. Die nieuwe baan, die nieuwe vrouw of man in je leven, andere verantwoordelijkheid, het winnen van de lotto, een zwaar ongeluk, een bekering.
Het is geen kwestie van keuze; wil ik deze nieuwe situatie eigenlijk wel? De situatie is de nieuwe werkelijkheid. Vervolgens begint de lange reis naar het vinden van een compromis aan houdingen, gedragingen en zelfs waarden die zich vertalen in een nieuwe kijk op jezelf, de wereld, anderen en God.

Ik vraag me regelmatig af wie ik werkelijk ben. Stel je een wereld voor waarin geen verplichtingen zijn, geen verwachtingen of verantwoordelijkheden. Veel mensen streven naar authenticiteit maar de werkelijkheid is dat we allemaal enige tot zeer grote mate van aangepast gedrag manifesteren.
Wat Kafka volgens mij, onder andere, wil laten zien in zijn verhaal is dat we ten diepste trouw blijven aan het ware, diepere zelf. Het lijkt onontkoombaar. Als de hoofdpersoon tot dat punt komt, dat zich uit in een vredige berusting, is het boek ook uit.

Ik kon moeilijk anders dan dit vertalen naar de reis van de Christen die, na bij het kruis van Golgotha te zijn geweest, zich plotseling in die volkomen nieuwe wereld aantreft (zie mijn blog over de doop van een week geleden). Na de eerste euforische maanden komt men zichzelf keihard tegen: die ouwe gast is er ook nog.
Die tweestrijd wordt met name in het Nieuwe Testament op verschillende manieren benoemd en genoemd.
Ja, je staat nu op die vorstelijke wagen maar wordt blijvend herinnert aan je schamele, karige achtergrond.
Dat wrikt.
Het Evangelie krijgt vooral kracht in het leven van de gelovige bij de ontdekking dat Genade de enige verbindende en helende factor is.

9 november 2012

Geld en zending

De zending bestaat bij de gratie van het vertrouwen dat de financiële supporters en kerken hebben in het zendende instituut en/of de zendingswerker. Helaas is geld te vaak de factor die bepaalt of iets onder het kopje zending terechtkomt of onder gewoon betaald werk.
Maakt de noodzaak tot financiële sponsoring een activiteit plotseling een zendingsactiviteit? Hoe zit het dan met de zakenman die besluit om een winstgevende onderneming op te zetten in een moeilijk voor het evangelie bereikbaar land met als doel die zaak in te richten op basis van bijbelse normen en waarden.
En andersom, is de licht autistische IT man/vrouw die acht tot achttien uur per dag achter een computerscherm zit, ervoor zorgend dat duizenden werkers toegang hebben tot hun door versleuteling veilig gestelde e-mailverkeer nog wel een zending.
Omdat de ene activiteit onder andere ten doel heeft inkomen en winst te genereren en de tweede activiteit 100% afhankelijk is van de financiële support van derden, wordt het laatste eerder als zendingsacitiviteit gekwalificeerd.

De term "zending" is een beetje ongelukkig. In de Bijbel komt het niet voor. Wel in een andere vorm, die van apostello: gezondene. Het staat achter niet zo stoer en roept het een en ander aan vragen op als zendelingen zich plotseling apostelen zouden gaan noemen. Het gebeurt wel maar vaak is de titel apostel voorbehouden aan omhooggevallen voorgangers of 'pastors' die de titel voor zichzelf claimen en leiding gaven aan een klein of groot kuddeke volgelingen.

Image: Martijn den Ouden, 1993
De apostel Paulus noemt in zijn brieven meer dan veertig namen van mannen en vrouwen die direct en indirect bij zijn werk betrokken waren. Zonder deze mannen en vrouwen zou Paulus "zijn" werk niet hebben kunnen doen. Waren dat allemaal zendelingen? Wij zouden een onderscheid maken tussen de helpers die full-time hielpen en om die reden voor hun onderhoud afhankelijk waren van de vrijgevigheid en de helpers die af en toe een visje bakten, hun huis openstelden, een collecte ophaalden, een schip beschikbaar stelden.

Het werk dat de 'zendeling' doet is het werk van de kerk en niet van hem/haarzelf of de organisatie. De zendeling valt misschien wat meer op omdat hij de taak die alle christenen is opgedragen in een andere geografische locatie uitvoert en/of binnen een organisatie die een product 'verkoopt' dat geen inkomen en/of geldelijke winst genereert en daarom afhankelijk is van de loyale en genereuze financiële ondersteuning door derden.

De term zending en zendeling staat nog te ver van de kerk af en houdt polarisatie in stand en vergroot deze zelfs. Zendelingen staan over het algemeen als zodanig te boek omdat  er een relatie van financiële afhankelijkheid bestaat tussen hen en de kerk. Dat kan zelfs leiden tot en verkapte afkoop mentaliteit: "Onze kerk heeft werk in Istan." Dit voorziet in twee behoeftes. Die van de werker die afhankelijk is van de support van de kerk en die van de kerk omdat ze een werker in Istan heeft en die werker dus een verkapte arbeidsverhouding met die kerk heeft. De zakenman die een zaak vestigt in Istan, juist met de bedoeling om een tastbaar getuigenis van het Evangelie te exporteren wordt echter niet onder "ons" gerekend. Het een is Gods werk het andere niet.
Het is meer dan spraakverwarring. Het heeft alles te maken met het ontbreken van een helder besef dat de opdracht om discipelen te maken van alle volken, de gehele kerk beslaat.

4 november 2012

Dopen

Vanmiddag een doopdienst. Vier volgelingen van Jezus willen hun beslissing om Hem te erkennen en belijden als Heer verankeren in deze rite.
Eigenlijk wel een mooi woord: rite. Dat staat voor "overgangsritueel" en dat is precies wat het is. Je wordt er geen betere of andere gelovige door maar het is een openbare belijdenis en demonstratie waar de dopeling  zijn oude kloffie, besmet en besmeurd door de zonde, symbolisch uitdoet en vervolgens "met Christus bekleed" wordt.

Een mooie illustratie is die van het volk Israël dat, onder leiding van Mozes en achtervolgd door vijanden in een patstelling terechtkomt. Vóór hen is de zee en achter hen stormen de vijanden op hen af. Welke kant ze ook op willen, het wordt een keuze tussen dood door het zwaard of door verdrinking.
God grijpt in en voorziet op bovennatuurlijke wijze in een droog pad door de zee. Het volk Israël snelt zich door deze uitweg. Als ze aan de andere kant aankomen bevindt de vijand zich inmiddels ook op het droge pad. God sluit de zee weer en alle vijanden komen om.
Ik probeer me wel  eens voor te stellen wat dat voor gevoel moet hebben opgeroepen. Generaties lang zijn jij en je voorouders onderdrukt en uitgebuit geweest en van het ene op het andere moment bevindt je je in een totaal nieuwe wereld waar geen angst voor de vijand meer nodig is. Wat God altijd al wilde kan nu gebeuren: Israël kan God gaan volgen zonder nog langer door de vijand gehinderd te worden. Israël kan er nu helemaal voor God zijn. Of dat ideale scenario zich ook daadwerkelijk zo ontvouwde kan in de rest van het Oude Testament worden gelezen. Het komt er in het kort op neer dat de Israëlieten hun eigen grootste vijand en hindernis bleken te zijn.
Geloof dat mogelijk is, is niet hetzelfde als het geloof dat gepraktiseerd wordt.

Deze rite levert binnen de evangelische kring toch ook wel de nodige discussie op en het is voor velen vaak een moeizame weg om tot het punt van de doop te komen. Met name voor de migranten (van bijvoorbeeld PKN naar Baptisme). Baptisten, evenals veel charismatische groepen, leggen een sterke nadruk op de volwassendoop. Vaak is de volwassendoop ook de kwalificatie voor lidmaatschap. Volwassenen die als kind gedoopt zijn en zich later bij een evangelische club aansluiten gaan vaak door een moeizaam traject dat  tot spanningen in het huwelijk en de familie kan leiden.
Ook het opgroeien in een evangelische setting levert de nodige vragen op. Wanneer hoor ik er nu wel of niet bij? Wanneer mag ik me laten dopen?
Ook wordt het proces nodeloos ingewikkeld gemaakt door "doopbijbelstudies" te introduceren. Men moet dan een soort van cursus volgen die de dopeling tot een bepaalde mate van inzicht en begrip doet groeien totdat de persoon "er klaar voor is." Zelf ben ik hier niet zo'n voorstander van. Na 35 jaar volgeling van Jezus te zijn begrijp ik de filosofie wel maar de gedachte die deze filosofie draagt, de genade van God, begrijp ik nauwelijks. Bovendien zijn de meeste preken op zondag al korte verklaringen aangaande de doop.

Het is een stuk eenvoudiger als je vanuit een andere religie of vanuit helemaal geen religie besluit om een volgeling van Jezus te worden. Als je begrijpt wat Jezus voor je gedaan heeft en je besluit dat je Hem wilt volgen; als er water in de buurt is, meteen dopen!
Moslims begrijpen de kracht van deze rite veel beter en in hun context is de doop cruciaal. Een moslim die zich laat dopen maakt een statement waarmee hij de banden met zijn/haar geloofssyteem doorbreekt. Het is dan ook een heftige gebeurtenis die hem/haar letterlijk het leven kan kosten; het kantelpunt dat het signaal afgeeft aan de gemeenschap waar ze deel van uitmaken: deze man of vrouw is serieus en niet meer te behouden en krijgt het stigma "afvallige" opgeplakt.

"Bekleden met Christus" is zo'n beetje equivalent aan het aanschaffen van een nieuwe garderobe. De doop is daarmee ook een uitnodiging aan geloofsgenoten om elkaar te bevragen op kleedgedrag: "als je je met Christus hebt bekleed, waarom draag je die oude jas dan nog, of die oude spijkerbroek?
Een nieuwe garderobe is wel even wennen. Maar al gauw merk je dat de nieuwe kleding veel beter bij je past. En dat voelt goed.