3 juni 2012

Vrijheid en moeten (II)

In de tuin kocht de mens zijn vrijheid. Althans, dat dacht hij. Vrijheid van God. Wat een heerlijkheid. Toch?Geen verplichtingen, geen grenzen. De vruchten van die laatste boom. Ik wil heb.Ik moet heb.
Die boom van de kennis van goed en kwaad. Heerlijke kennis. Lekker rechter spelen. Moeten spelen. Geen keus meer. Ik schaam me opeens. Waarom ben ik bang? Ik verstop me, voel me schuldig. Waar komt die pijn opeens vandaan?
Bonnhoeffer interpreteert de kennis van goed (Tob) en kwaad (Ra) als een werkelijkheid waarbij de mens tegelijk vol van genot en van van pijn is: deze gaan altijd samen.
Het genot en de vreugde van nieuw leven (bij de geboorte) leidt onherroepelijk tot de immense pijn van het sterven.
De vrijheid van  God stelt de mens inderdaad in staat om vrijwel alle grenzen te verkennen en te overschrijden. Maar tegen welke prijs? Ontwrichte relaties zijn het eerste zichtbare en tastbare gevolg. Wegkruipen voor God en de Zwarte Piet doorgeven. "Klopt inderdaad. Ik luister niet helemaal zo goed maar dat kwam vooral omdat die ander nog minder goed luisterde." "Ja, ik ben heus wel slecht maar nooit slechter dan de ander, kom nou."

Jezus: "Als u mijn woorden vasthoudt, bent u werkelijk volgelingen van mij; u zult de waarheid kennen en de waarheid zal u vrijmaken"(Joh. 8:31-32). De vrijmaking die Jezus aanbiedt is de vrijheid tot God en tot elkaar. Dat is de vrijheid die de mens past als een handschoen; die past volmaakt bij hem. Waar de vrijheid van God de mens veranderd in onverzadigbare zwarte gaten brengt de vrijheid tot  God hem op die plek waar hij kan doen waartoe hij is geschapen: geven en dienen.

De wereld ontdekt het als techniek. "Dienend leiderschap" is een kreet die niet alleen binnen christelijke kringen wordt gebezigd. Ook de  zakenwereld heeft ontdekt dat het als kunstje werkt. Als ik net doe alsof ik jou dien is de kans groter dat jij doet wat ik van jou wil. Omdat we leven in een wereld waarin het hemelse zich openbaart in en door gebroken mensen kan het zomaar zijn dat dienend leiderschap niet voortkomt uit een gevend hart maar uit een onverzadigbare hang naar mee vrijheid van God en van elkaar. Diep van binnen koestert de mens het vrij van God zijn. Pas als die mens ontdekt dat vrij van God onmogelijk zonder immense pijn zal zijn, is er een kans dat die mens via de weg van Golgotha de vrijheid  tot  God ontdekt. Die weg is een persoon: Jezus Christus.

Geen opmerkingen: