5 maart 2012

Een plasje neerleggen

Tijdens onze internationale leidersvergaderingen van afgelopen week is het me weer gelukt om (redelijk onbedoeld) iemand tegen we in het harnas te jagen. Net zoals in kerkdiensten met een open tijd van aanbidding of gebed het na verloop van tijd enigszins voorspelbaar is wie er wat gaat bidden is het ook redelijke voorspelbaar wie er tijdens vergaderingen zijn of haar plasje neer moet leggen. Zo vroeg ik me vorige week af wanneer "Henk" naar de microfoon zou lopen om z'n jaarlijkse plasje te doen. Ik werd niet teleurgesteld. Henk kwam en plaste. Niemand weet waar Henk het nu precies over had of wat hij bedoelde maar plassen zou hij.
Nu is dat op zich niet zo erg of vreemd. Volgens mij vriend, collega en kenner van mensen Jan B. heeft ieder mens de behoefte om tegen een boom of boompje aan te plassen. We willen graag onze aanwezigheid op het levensterrein markeren en een plaats in haar historie opeisen: "Ik was hier."

Daar gaat het me nu even niet om. Helemaal niet erg. Hoewel de grote blaas van sommigen toch wel irritatie op kan wekken. Zo ook de blaas van Henk en ik moest het even kwijt. Dus sprak ik Henk erop aan: "Henk, je hebt me niet teleurgesteld; ik wist dat je kostbare zendtijd op zou eisen en tegen een boompje aan zou plassen."
Henk kwam er later op terug. Hij was beledigd en wilde weten wat ik bedoelde. Ik legde hem uit dat zolang ik hem ken, hij bij elke vergadering het een hele tijd over helemaal niets heeft en dat dat mij (en vele anderen) ergert.
We hebben het keurig uitgepraat en de kou tussen ons is uit de lucht.
Volgend jaar doet hij het weer. Hij kan niet anders. Volgend jaar vind ik het minder erg en ik verwacht dat we, mocht er tijdens zijn actie oogcontact tussen ons zijn, in mijn ogen een blik van vermoeide berusting te zien zal zijn en in zijn ogen een glimmertje van "Ik ben hier."
Ach, het hoort er een beetje bij.