8 februari 2012

Recht op voorspoed

Zojuist in een boek begonnen dat meteen een zurig gevoel op mijn tong genereerde. Ralph Neighbour schrijft over een ontmoeting met een man die om gebed vroeg,

Een man vroeg me "Wil je voor me bidden dat mijn zaak mag floreren? Ik zit tegen een bankroet aan en ik wil dat God me zegent." Ik reageerde, "Mag ik je een vraag stellen? Heb je God trouw geëerd met de winsten die je maakte in het verleden? God zegt in Maleachi dat als we trouw aan Hem zijn en Hem niet van zijn tienden beroven, hij de sluizen van de hemel zal openen!"
Hij bekende, "Wel, ik moet zeggen dat ik het werk van de Heer al jarenlang niet heb gesteund."
"Ik heb een dilemma," zei ik, hardop denkend. "Hoe kan ik God vragen om een dief te zegenen die van God heeft gestolen? [1]

Een slecht begin van een overigens aardig boek. Het zet echter wel de toon en plaatst de materie in het theologische kader dat de schrijver omarmt. Dat theologisch kader komt er simpelweg op neer dat als ik God geeft wat (ik denk dat) Hem toekomst, geeft God wat ik vind of denk dat mij toekomt.
Het zijn dit soort vergelijkingen en veralgemeniseringen die het denken van complete volksstammen beheerst en de basis vormt voor het welvaartsevangelie. Het geloof wordt gereduceerd tot een rekensom. Daar waar dingen misgaan of niet uitwerken wat ik hoop of waar ik meen recht op te hebben kan het niet anders of er is een debet op  mijn kant van de balans. Vindt de debetpost, stort een krediet en de balans is weer zuiver. De zegenstromen kunnen weer ongehinderd en rijkelijk heen en weer stromen.
Ik heb vrienden die een eigen zaak hebben en door moeilijke tijden gaan. Personeel moet worden ontslagen en sommigen zitten zelfs tijdelijk zonder werk. Een mogelijk bankroet ligt niet alleen op de loer maar manifesteert zich aan hen als een welhaast onvermijdelijk monster. Deze zelfde vrienden ondersteunen het werk van de Heer (om even bij de cliché te blijven) rijkelijk en hebben volgens deze redenering eerder een tegoed dan een tekort bij de Heer opgebouwd. Toch gaat het niet goed. Misschien dat er ergens anders een onbalans is? Toch nog maar eens goed kijken.
Als het regent worden we allemaal nat. Net zo goed als dat de economische crisis gelovigen en ongelovigen raakt, zonder daarbij te discrimineren.
Zegen van God wordt te vaak en te gemakkelijk vertaalt in economische welvaart. Erg hip is momenteel ook de lichamelijke welvaart; alleen jammer dat we toch allemaal dood gaan, het zou fijn zijn als we ook daar in Jezus naam een stokje voor konden steken.
Stel dat de zakenman uit het voorbeeld wel het werk van de Heer trouw en royaal had ondersteund? Wat zou de auteur dan hebben gebeden? Tja, we weten het niet want dat soort voorbeelden doet het niet goed in een boek - de tienden werden keurig afgedragen en toch gaan de sluizen niet open. Dan weten we opeens niet zo goed wat we moeten bidden of sturen de vrager naar huis met de opdracht om nog eens wat serieus zelfonderzoek te doen; er is vast wel iets, ergens mis.
Even terzijde; als het om geld gaat zijn we er vaak als de kippen bij om met Oud Testamentische wetten en voorschriften te smijten. Niet zo heel erg consequent waar men zich tegelijkertijd beroept op en roemt in de Genade - we kunnen niets verdienen!
De manifestatie van Immanuel - God met ons - ongeacht onze lichamelijke, economische en wat voor omstandigheden dan ook is de rijkste zegen die men zich kan wensen. Daarvan te kunnen getuigen is de meest realistische uitdrukking van een diep besef van genade die in alle vezels van iemands bestaan is doorgedrongen.


[1] Ralph W. Neighbour, Jr.  Christ's Basic Bodies (Texas: TOUCH Publications, 2008), 23.