18 februari 2012

Groeien in de ruimte


Zo'n driekwart meter van mijn neus,
daar loopt mijn lichaamsgrens, ja heus,
En al die onbebouwde lucht ertussen
Die is van mij, een lucht(ig) kussen.
Dus vreemdeling, tenzij je me begeert,
wil ik dat je manieren leert.
Passeer die grens vooral niet ruw:
Ik zal niet schieten, maar ik spuw.
(Auden 1965, vertaling F.R. Oomkes)

Edward Twitchell Hall, Jr. (May 16, 1914 – July 20, 2009) was een Amerikaanse antropoloog en cross-culturele onderzoeker. Hij is vooral bekend om de ontwikkeling van het Proxemics concept[1], een beschrijving van hoe mensen reageren en zich gedragen in verschillende cultureel bepaalde persoonlijke ruimte.



Het begrijpen van dit concept helpt om het (huis)kringenwerk in een gezond perspectief te plaatsen. De nadruk op kringen, die in sommige groepen extreme vormen aanneemt waarbij het massale van grotere kerken exclusief plaats maakt voor kerken die uitsluitend uit (huis)groepen bestaat, is deels gebaseerd op de aanname dat kleinere groepen hechter en intiemer zijn; men komt meer 'tot elkaar.'
Nu is het inderdaad zo dat een zondagsamenkomst vooral een gebeuren in de publieke ruimte is. Dat wordt over het algemeen wel onderkent. Om toch tot christelijke gemeenschap te komen zijn er de kringen. Echter, bijeenkomen in een kring, of lid zijn van een kring, betekent niet dat de onderlinge  relaties tussen de deelnemers aan die kring vanzelfsprekend als kwalitatief beter kunnen worden beschouwd of beleefd. 

Intimitiet en gemeenschap laten zich niet afdwingen of organiseren. Het blijft toch een kwestie van afwachten of er sprake is van een klik tussen de deelnemers. Neem een huiskring van een man of tien waar je lid van bent. De manier waarop je je verhoudt tot je negen mededeelnemers zal van persoon tot persoon verschillen. Als oefening zou je de namen van de negen andere leden in de verschillende ruimtes moeten proberen te plaatsen. In de praktijk zul je slechts een enkeling in je 'intieme' ruimte plaatsen.
Onder deze blog vindt je een korte omschrijving van de verschillende ruimtes [3].



De uitdaging, met name voor de kerk, is om niet slechts de publieke en intieme ruimte to propageren en te faciliteren maar ook de sociale en persoonlijke[2]. Het creëren en faciliteren van sociale ruimte (koffie voor de dienst bijvoorbeeld) voorkomt onder andere dat mensen de open tijd van gebed,  die sommige vrije gemeentes bieden, wordt misbruikt voor persoonlijke mededelingen (sommige profetieën zijn niets meer dan het ventileren van persoonlijke klachten of kritiek). 
Het rekent ook af met een al te strikte scheidingen tussen die broodnodige sociale ruimte en de agenda. We kennen het wel: "Als iedereen een plaatsje zoekt, dan kunnen we beginnen." De agenda is een zakelijke agenda en die moet worden afgewerkt. Niets mis mee, maar ongewild en onbewust wordt de sociale ruimte daarmee gedegradeerd tot 'mindere ruimte.' 

Interessant in mijn onderzoek is de score die men geeft aan de mate waarin de (huis)kring bijdraagt aan persoonlijke groei en transformatie. Van de tien mogelijkheden waaruit men kan kiezen, eindigt de kring slechts op de achtste plaats. De hoogste vijf scores vallen allen onder de noemer "vriendschappen" waarin men een belangrijke mate van intimiteit beleeft.


[1] De studie van het afstand houden in sociale interacties
[2] Met dank aan J. Myers "The Search to Belong."
[3] De vier ruimtes: 


1. Publieke of, openbare, ruimte 
Publiek 'thuis zijn' vindt plaats wanneer mensen zich met elkaar verbinden door een invloed van buitenaf. Supporters ervaren een vorm van thuishoren omdat ze hetzelfde team aanmoedigen. Ze dragen, voor de gelegenheid, gepaste kleding, staan vroeg op, blijven laat op en reizen door weer en wind, alleen maar om een wedstrijd te kunnen zien. Dit soort relaties zijn belangrijk in ons leven. Voor sommigen is de kerkdienst op zondagochtend een openbare ontmoeting en niet meer dan dat.


 2. Sociale ruimte 
Dit ervaren we wanneer we “polaroids” delen die we uit onze persoonlijke ruimte meenemen. Als iemand het begrip “eerste indruk” gebruikt, doelt hij/zij op deze sociale ruimte. Je verhoud je sociaal tot anderen op verjaardagsfeestjes, tijdens vergaderingen en de kassière van de plaatselijke supermarkt, de apotheker en veel van je collega’s of medestudenten. Sociaal thuishoren is om twee redenen belangrijk. Allereerst voorziet het in de ruimte om “buurman” of “buurvrouw” te zijn. Een buur is iemand die je goed genoeg kent om hem of haar om te vragen iets voor je te doen, of dat kopje suiker te lenen. Ten tweede is het belangrijk omdat het ons de ruimte verschaft waarin we die personen ‘selecteren’ waarmee we een diepere relatie willen ontwikkelen. In deze ruimte wordt informatie uitgewisseld die de ander helpt te beslissen of hij/zij zich wel aan ons wil verbinden. We krijgen net genoeg informatie om op een niet bedreigende manier die persoon op een afstand te houden of naar een andere ruimte te verplaatsen.


 3. Persoonlijke ruimte 
In deze ruimte delen we prive-, of persoonlijke ervaringen, gevoelens en gedachten. We noemen de mensen waarmee we ons in deze ruimte verbinden “goede vrienden.” Zij weten meer over ons dan een kennis maar ook weer niet zoveel dat het oncomfortabel wordt.


 4. Intieme ruimte 
In deze ruimte delen we “naakte” ervaringen, gevoelens en gedachten. Ieder mens heeft slechts een aantal relaties in deze ruimte. Zij zijn het die de naakte waarheid over ons kennen en we schamen ons niet.