11 november 2012

Gedaanteverwisseling

Gisteren Kafka's De Gedaanteverwisseling gratis bij de Volkskrant gekregen en nog dezelfde dag dit gegeven paard meteen maar in de bek gekeken en gezien dat het goed was. Dun boekje (60 blz). Je leest het zo uit. Een wat bizar verhaal maar je blijft lezen omdat je moet weten hoe het afloopt.

Plotselinge, dramatische gebeurtenissen in het leven kunnen een onverwacht en onvoorspelbaar effect hebben op wie je bent. Je merkt dat er iets wezenlijks in je is veranderd; je zit anders in je vel en dat is best wel wennen.
De zich plotseling op vorstelijke wagens bevindende jonge vrouw in Hooglied roept uit : "ik kende mezelf niet meer." Ze moest gaan ontdekken wat een leven op vorstelijke wagens betekende. Welke gedragingen daarbij horen, welke garderobe, welke taal en ga maar door.
De gewone vrouw wordt een prinses en de twee werelden die bij deze werkelijkheden horen moeten op de een of andere manier in het wezen van die vrouw versmelten. Je kunt ze maar moeilijk gescheiden houden.
Je omgeving reageert plotseling ook anders op je. Mensen kijken je raar aan en sommigen vragen je openlijk wat er met je aan de hand is, wat er is gebeurd.

Maar ook vorstelijke wagens wennen.
Een beetje.

Kafka tekent een uitvergroot karikatuur van een fenomeen dat we allemaal kennen: gedragsveranderingen die het gevolg zijn van plotseling veranderende situaties. Die nieuwe baan, die nieuwe vrouw of man in je leven, andere verantwoordelijkheid, het winnen van de lotto, een zwaar ongeluk, een bekering.
Het is geen kwestie van keuze; wil ik deze nieuwe situatie eigenlijk wel? De situatie is de nieuwe werkelijkheid. Vervolgens begint de lange reis naar het vinden van een compromis aan houdingen, gedragingen en zelfs waarden die zich vertalen in een nieuwe kijk op jezelf, de wereld, anderen en God.

Ik vraag me regelmatig af wie ik werkelijk ben. Stel je een wereld voor waarin geen verplichtingen zijn, geen verwachtingen of verantwoordelijkheden. Veel mensen streven naar authenticiteit maar de werkelijkheid is dat we allemaal enige tot zeer grote mate van aangepast gedrag manifesteren.
Wat Kafka volgens mij, onder andere, wil laten zien in zijn verhaal is dat we ten diepste trouw blijven aan het ware, diepere zelf. Het lijkt onontkoombaar. Als de hoofdpersoon tot dat punt komt, dat zich uit in een vredige berusting, is het boek ook uit.

Ik kon moeilijk anders dan dit vertalen naar de reis van de Christen die, na bij het kruis van Golgotha te zijn geweest, zich plotseling in die volkomen nieuwe wereld aantreft (zie mijn blog over de doop van een week geleden). Na de eerste euforische maanden komt men zichzelf keihard tegen: die ouwe gast is er ook nog.
Die tweestrijd wordt met name in het Nieuwe Testament op verschillende manieren benoemd en genoemd.
Ja, je staat nu op die vorstelijke wagen maar wordt blijvend herinnert aan je schamele, karige achtergrond.
Dat wrikt.
Het Evangelie krijgt vooral kracht in het leven van de gelovige bij de ontdekking dat Genade de enige verbindende en helende factor is.

9 november 2012

Geld en zending

De zending bestaat bij de gratie van het vertrouwen dat de financiële supporters en kerken hebben in het zendende instituut en/of de zendingswerker. Helaas is geld te vaak de factor die bepaalt of iets onder het kopje zending terechtkomt of onder gewoon betaald werk.
Maakt de noodzaak tot financiële sponsoring een activiteit plotseling een zendingsactiviteit? Hoe zit het dan met de zakenman die besluit om een winstgevende onderneming op te zetten in een moeilijk voor het evangelie bereikbaar land met als doel die zaak in te richten op basis van bijbelse normen en waarden.
En andersom, is de licht autistische IT man/vrouw die acht tot achttien uur per dag achter een computerscherm zit, ervoor zorgend dat duizenden werkers toegang hebben tot hun door versleuteling veilig gestelde e-mailverkeer nog wel een zending.
Omdat de ene activiteit onder andere ten doel heeft inkomen en winst te genereren en de tweede activiteit 100% afhankelijk is van de financiële support van derden, wordt het laatste eerder als zendingsacitiviteit gekwalificeerd.

De term "zending" is een beetje ongelukkig. In de Bijbel komt het niet voor. Wel in een andere vorm, die van apostello: gezondene. Het staat achter niet zo stoer en roept het een en ander aan vragen op als zendelingen zich plotseling apostelen zouden gaan noemen. Het gebeurt wel maar vaak is de titel apostel voorbehouden aan omhooggevallen voorgangers of 'pastors' die de titel voor zichzelf claimen en leiding gaven aan een klein of groot kuddeke volgelingen.

Image: Martijn den Ouden, 1993
De apostel Paulus noemt in zijn brieven meer dan veertig namen van mannen en vrouwen die direct en indirect bij zijn werk betrokken waren. Zonder deze mannen en vrouwen zou Paulus "zijn" werk niet hebben kunnen doen. Waren dat allemaal zendelingen? Wij zouden een onderscheid maken tussen de helpers die full-time hielpen en om die reden voor hun onderhoud afhankelijk waren van de vrijgevigheid en de helpers die af en toe een visje bakten, hun huis openstelden, een collecte ophaalden, een schip beschikbaar stelden.

Het werk dat de 'zendeling' doet is het werk van de kerk en niet van hem/haarzelf of de organisatie. De zendeling valt misschien wat meer op omdat hij de taak die alle christenen is opgedragen in een andere geografische locatie uitvoert en/of binnen een organisatie die een product 'verkoopt' dat geen inkomen en/of geldelijke winst genereert en daarom afhankelijk is van de loyale en genereuze financiële ondersteuning door derden.

De term zending en zendeling staat nog te ver van de kerk af en houdt polarisatie in stand en vergroot deze zelfs. Zendelingen staan over het algemeen als zodanig te boek omdat  er een relatie van financiële afhankelijkheid bestaat tussen hen en de kerk. Dat kan zelfs leiden tot en verkapte afkoop mentaliteit: "Onze kerk heeft werk in Istan." Dit voorziet in twee behoeftes. Die van de werker die afhankelijk is van de support van de kerk en die van de kerk omdat ze een werker in Istan heeft en die werker dus een verkapte arbeidsverhouding met die kerk heeft. De zakenman die een zaak vestigt in Istan, juist met de bedoeling om een tastbaar getuigenis van het Evangelie te exporteren wordt echter niet onder "ons" gerekend. Het een is Gods werk het andere niet.
Het is meer dan spraakverwarring. Het heeft alles te maken met het ontbreken van een helder besef dat de opdracht om discipelen te maken van alle volken, de gehele kerk beslaat.

4 november 2012

Dopen

Vanmiddag een doopdienst. Vier volgelingen van Jezus willen hun beslissing om Hem te erkennen en belijden als Heer verankeren in deze rite.
Eigenlijk wel een mooi woord: rite. Dat staat voor "overgangsritueel" en dat is precies wat het is. Je wordt er geen betere of andere gelovige door maar het is een openbare belijdenis en demonstratie waar de dopeling  zijn oude kloffie, besmet en besmeurd door de zonde, symbolisch uitdoet en vervolgens "met Christus bekleed" wordt.

Een mooie illustratie is die van het volk Israël dat, onder leiding van Mozes en achtervolgd door vijanden in een patstelling terechtkomt. Vóór hen is de zee en achter hen stormen de vijanden op hen af. Welke kant ze ook op willen, het wordt een keuze tussen dood door het zwaard of door verdrinking.
God grijpt in en voorziet op bovennatuurlijke wijze in een droog pad door de zee. Het volk Israël snelt zich door deze uitweg. Als ze aan de andere kant aankomen bevindt de vijand zich inmiddels ook op het droge pad. God sluit de zee weer en alle vijanden komen om.
Ik probeer me wel  eens voor te stellen wat dat voor gevoel moet hebben opgeroepen. Generaties lang zijn jij en je voorouders onderdrukt en uitgebuit geweest en van het ene op het andere moment bevindt je je in een totaal nieuwe wereld waar geen angst voor de vijand meer nodig is. Wat God altijd al wilde kan nu gebeuren: Israël kan God gaan volgen zonder nog langer door de vijand gehinderd te worden. Israël kan er nu helemaal voor God zijn. Of dat ideale scenario zich ook daadwerkelijk zo ontvouwde kan in de rest van het Oude Testament worden gelezen. Het komt er in het kort op neer dat de Israëlieten hun eigen grootste vijand en hindernis bleken te zijn.
Geloof dat mogelijk is, is niet hetzelfde als het geloof dat gepraktiseerd wordt.

Deze rite levert binnen de evangelische kring toch ook wel de nodige discussie op en het is voor velen vaak een moeizame weg om tot het punt van de doop te komen. Met name voor de migranten (van bijvoorbeeld PKN naar Baptisme). Baptisten, evenals veel charismatische groepen, leggen een sterke nadruk op de volwassendoop. Vaak is de volwassendoop ook de kwalificatie voor lidmaatschap. Volwassenen die als kind gedoopt zijn en zich later bij een evangelische club aansluiten gaan vaak door een moeizaam traject dat  tot spanningen in het huwelijk en de familie kan leiden.
Ook het opgroeien in een evangelische setting levert de nodige vragen op. Wanneer hoor ik er nu wel of niet bij? Wanneer mag ik me laten dopen?
Ook wordt het proces nodeloos ingewikkeld gemaakt door "doopbijbelstudies" te introduceren. Men moet dan een soort van cursus volgen die de dopeling tot een bepaalde mate van inzicht en begrip doet groeien totdat de persoon "er klaar voor is." Zelf ben ik hier niet zo'n voorstander van. Na 35 jaar volgeling van Jezus te zijn begrijp ik de filosofie wel maar de gedachte die deze filosofie draagt, de genade van God, begrijp ik nauwelijks. Bovendien zijn de meeste preken op zondag al korte verklaringen aangaande de doop.

Het is een stuk eenvoudiger als je vanuit een andere religie of vanuit helemaal geen religie besluit om een volgeling van Jezus te worden. Als je begrijpt wat Jezus voor je gedaan heeft en je besluit dat je Hem wilt volgen; als er water in de buurt is, meteen dopen!
Moslims begrijpen de kracht van deze rite veel beter en in hun context is de doop cruciaal. Een moslim die zich laat dopen maakt een statement waarmee hij de banden met zijn/haar geloofssyteem doorbreekt. Het is dan ook een heftige gebeurtenis die hem/haar letterlijk het leven kan kosten; het kantelpunt dat het signaal afgeeft aan de gemeenschap waar ze deel van uitmaken: deze man of vrouw is serieus en niet meer te behouden en krijgt het stigma "afvallige" opgeplakt.

"Bekleden met Christus" is zo'n beetje equivalent aan het aanschaffen van een nieuwe garderobe. De doop is daarmee ook een uitnodiging aan geloofsgenoten om elkaar te bevragen op kleedgedrag: "als je je met Christus hebt bekleed, waarom draag je die oude jas dan nog, of die oude spijkerbroek?
Een nieuwe garderobe is wel even wennen. Maar al gauw merk je dat de nieuwe kleding veel beter bij je past. En dat voelt goed.

31 oktober 2012

Gerommel in de schaduw

Er was nogal wat kritiek op de volgelingen van Jezus die schoorvoetend (sommigen met wat meer bravoure) de door Jezus geclaimde nieuwe ruimte betraden. De traditionele feesten, het houden van de sabbat, wat je allemaal wel en niet mocht eten; het leek wel alsof ze niet zo belangrijk meer waren voor die Jezusvolgers.
Ook waren er in de nieuwe kerk volgelingen van Jezus die trouw bleven aan de eeuwenoude tradities en waren er wat aanvaringen tussen deze conservatieven en de ietwat rebelse progressieven.
En dan schrijft Paulus een brief waarin hij stelt dat de traditionele feesten, de voorschriften over wat wel en niet gegeten mocht worden en zelfs de sabbat niet meer dan schaduwen zijn van dingen die moeten komen. Dat helpt natuurlijk niet echt.

Toen er nog geen licht was, was de schaduw alles wat er was. De rijdende rechter zou hebben gezegd dat ze het daar dan maar mee moesten doen.
Maar nu was er een licht gekomen dat "werkelijkheid" heet. Al het oude wordt in dat nieuwe licht geplaatst en krijgt een andere plaats en betekenis.
Toch gaven velen er de voorkeur aan om rond te blijven rommelen in die schaduw. Waarom?
Tja, het gaf een gevoel van zekerheid en maakte het allemaal nog een beetje meetbaar. De schaduw stelt je in staat om te bepalen hoe je het doet in vergelijking met anderen. Bovendien, als God er toen "blij" mee was, zal Hij dat nu toch ook nog wel zijn.

En dan had je nog lieden die indruk maakten en velen achter zich aan wisten te slepen door een soort van gemaakte nederige houding, een geclaimd rechtstreeks contact met de onzichtbare wereld en de claim op visioenen; het maakte op velen een diep indruk.
Paulus heeft er weinig goeds over te zeggen: "het is allemaal zelfzucht en ze houden zich niet aan Christus, het hoofd."
Velen vroegen zich af of Paulus het ook zo scherp zou zeggen als hij die fijne, nederige en o zo geestelijke mannen (ja, het waren vooral mannen) zou ontmoeten. Ze dachten dat hij het dan wel zou inzien dat ze authentiek waren.

Tja, er is maar weinig veranderd. Waarom heeft de schaduw zo'n aantrekkingskracht op velen? Ik denk dat het met onzekerheid heeft te maken en het verlangen naar een meetbaar geloof. Om Christus te zien moet ik de schaduw achter me laten. Maar het voelt een beetje kaal en vooral confronterend als er niets tussen mij en Christus staat. Dan is alles zo..., ja wat is een goed woord om aan te geven wat ik bedoel... dan is alles zo zichtbaar en wordt duidelijk wie Hij werkelijk is, maar ook wie ik werkelijk ben.
Nou zeg, dat dat zomaar kan! Dat dat mogelijk is!
Daar hebben we een woord voor: Genade!

Naar Kolossenzen 2:16-19

30 oktober 2012

Gans naakt

Bij gebrek aan een kale gans
 hier dan maar een kale kip
Nee, het gaat niet over naakte ganzen maar over ganse naakten. Ik moet eerlijk zeggen dat het een beetje absurd klinkt, vooral als je het hardop leest maar Paulus schrijft in Kolossenzen 2:9 dat het geloof in Christus ertoe heeft geleid dat Hij "... u ontdaan heeft van uw hele zondige bestaan."

Kaalgeplukt.
Helemaal.
Gans.

Nou, hoor ik mezelf zeggen, daar is dan niet zoveel van te zien. Ik claim een volgeling van Jezus te zijn en volgens Paulus geldt dit voor alle gelovigen.
Ik kijk in de spiegel. Zie ik daar een man wiens zondige bestaan helemaal is weggeplukt?

Ik probeer me voor te stellen hoe het zou zijn als het geloof in Christus me slechts voor een deel zou ontdoen van dat zondige bestaan. Dat werkt al helemaal niet. Het idee van een soort van halve verlossing is nog absurder. Je bent vrij, of je bent het niet. Half vrij werkt niet. Alleen bij melk, kaas en yoghurt en dat soort artikelen.

Wat Paulus duidelijk wil maken is dat de verlossing in Christus volledig is. Door mijn geloof ben ik met Hem begraven en opgewekt, van een doods bestaan naar een levend bestaan overgegaan en zijn al mijn overtredingen vergeven.

Van duister naar licht.
Van zwart naar wit.
En dat allemaal via rood.

Het is groot. Zo groot dat het bijna absurd is. Ik geloof dat we daar het woord genade voor gebruiken.

29 oktober 2012

De brede rug van God

"Wat moet je doen wanneer een mens zich verschanst achter Gods brede rug?" laat Guus Kuijer Cham, een van de zonen van Noach, in zijn De Bijbel voor ongelovigen, denken.
Guus Kuijer mag dan niet geheel onomstreden zijn en zijn er tal van gelovigen die zich bij voorbaat al een mening denken te kunnen vormen zonder het boek te hebben gelezen; de vraag die Cham stelt is niet uit de lucht gegrepen. Het is alsof er een deur voor je neus wordt dichtgegooid als iemand een mededeling doet die begint met ...

"De Heer heeft me laten zien dat..."
"De Heer heeft me opgedragen om..."
"De Heer heeft me gezegd...."

Keuzes worden op basis van dit soort inzichten gerechtvaardigd en een gesprek erover is nauwelijks mogelijk.

Ik heb het dan niet over zaken die we leren door het lezen van het Woord waardoor we worden aangesproken om ons gedrag of een verkeerde houding te veranderen. De Bergrede bijvoorbeeld is een onuitputtelijke bron van gedragsveranderende triggers en hoe meer je er over leest en nadenkt, hoe meer je de Heer hoort spreken.

Ik heb het over dat vage, dat ontastbare en oncontroleerbare waarin eigenwijsheid vaak opgesloten zit en de verantwoordelijkheid voor keuzes voor een belangrijk deel naar God toe wordt geschoven.
Want wat als het fout gaat? Wie heeft het dan gedaan?

Het verbaast mij al zo lang dat veel christenen op zoek zijn naar Zijn wil voor hun persoonlijke leven. Dat komt in onze Westerse wereld vooral neer op je ding vinden en je ding doen: zelfrealisatie is een deugd geworden.
"Zending" is niet echt mijn ding," hoor ik bijvoorbeeld regelmatig. Nu ga ik even niet in op waar we het dan over hebben want "zending" is gewoon een heel raar ding en ik kan me goed voorstellen dat velen, bij het beeld wat ze daarbij hebben, daar geen trek in hebben. Daarover in een latere Blog meer.

Stel je nu eens voor dat christenen dat wat er al door de Heer gezegd is consequent in praktijk zouden brengen:  Het liefhebben van de naaste als zichzelf, alle volken tot Zijn leerlingen maken, de vrijheid gebruiken om anderen te dienen....?
Voor het niet uitvoeren van wat er al is opgedragen is geen rug te vinden om achter te schuilen.

Schuilen achter de brede rug van God doe je om heel andere redenen. In Kolossenzen waren handige praters actief die mensen over wisten te halen om wat door te studeren op wat tradities hen te bieden zouden hebben. Tradities schreven voor dat lot, zin en betekenis te vinden was in de elementen. Paulus drukt hen op het hart: het is Christus. In Hem leven en bewegen wij. Achter deze waarheid is het goed schuilen.

26 oktober 2012

Hersenspoeling en hersendruppeling

Hersenspoelen is een methode waarbij bij een persoon de oude gedachte- en ideeënpatronen, inclusief zijn normen-en-waardenstelsel, wordt uitgewist en vervangen door nieuwe ("herprogrammeren") (bron: Wiki).
De wetenschappelijke basis achter het idee lijkt wat dunnetjes te zijn en er wordt verschillend over gedacht in welke mate iemand kan worden geherprogrammeerd.
Over Nederland vindt hersenspoeling in extreme zin niet vaak meer plaats. Hersendruppeling is echter de gewoonste zaak van de wereld. Zojuist heb ik mezelf volgedruppeld met Kolossenzen 2:6-7 en om het effect van de druppels te vergroten, schrijf ik de gedachten, ideeën en vragen die deze twee verzen oproepen in een dagboek op.
Uiteindelijk leiden veel druppels tot een spoeling en deze vormt en bepaalt mijn kijk op mezelf, anderen, God en de wereld. Ik kan daar heel erg geestelijk over doen maar het is niet veel meer dan een biochemisch proces. Daar doe je niet veel aan. Het gebeurt willens en wetens.
Druppels vormen mijn denken en mijn denken ligt ten grondslag aan mijn doen (Kanttekening: het is zeer wel mogelijk dat ons doen meer ons denken informeert dan andersom, maar daarover in een toekomstige Blog meer).
Het goede nieuws is dat ik kan kiezen aan welke druppels ik me blootstel.
Terwijl ik Kolossenzen 2:6-7 lees en overdenk doen de vroege druppels van vandaag (die tijdens het eten van mijn banaan en het drinken van mijn Illy expresso via de ether 'tot mij kwamen') mij nadenken en fantaseren over:

  • Oorlogsmisdadigers, en met name Klaas Faber
  • Eva Jinek en Leonie ter Braak
  • Tatjana op haar 49ste in de Playboy
  • Henk Westbroek over herfst-, winter-, lente-, en zomer depressies
  • Het asymmetrische gezicht van de journaal nieuwslezeres inclusief het spleetje tussen haar voortanden.

Ik probeer de druppels van me af te schudden en concentreer me op de druppels die zich vanuit Kolossenzen aandienen:
Nu ik Jezus Christus aanvaard heb als Heer behoor ik hetzelfde pad te bewandelen. Mijn wortels in Hem, bouwen op Hem en vasthouden aan Hem terwijl mijn hart overvloeit van dankbaarheid.
Dat laatste is een interessante in de context van deze Blog. Overvloeien begint bij druppelen. Zonder druppels zal er nooit iets overvloeien.

Niemand staat ongedruppelt of ongespoelt in het leven. Hoe harder iemand zegt authentiek te zijn en voor zichzelf na te denken, hoe groter de verdenking zou moeten zijn op de aanwezigheid van een emmer die danig in de weg is gaan zitten.

Het idee wat in deze afbeelding wordt geïllustreerd is deels waar. Ik schrijf "deels" omdat er m.i. nog andere zaken een rol spelen bij de vorming van een religieus bewustzijn.
Het idee impliceert echter dat niet religieuzen niet het slachtoffer zijn van georganiseerde hersenspoeling. Niet religieuzen mogen zich dan wellicht aan een minder strikt georganiseerd proces van hersenspoeling houden; ook zij kiezen bewust of onbewust voor blootstelling aan tal van druppels die samen een aardige spoeling opleveren. Waar niet religieuze en religieuze personen dat onderkennen is er zowaar een constructief gesprek mogelijk. Met elkaar en ook onder elkaar.








24 oktober 2012

De speciale dienst

Je komt ze tegen in allerlei geuren, kleuren en maten: de speciale dienst. Het speciale aspect van de te houden bijeenkomst dient ervoor om een bijzonder groep te verleiden om toch maar eens te komen kijken, of om een niet alledaags onderwerp aan te snijden.
Over het algemeen levert het niet meer en soms zelfs minder bezoekers op.
Jaren geleden had de baptistenkerk in Welland (ON) mijn aanstaande bezoek in de neon verlichte bak in de tuin van de kerk aangekondigd met "This Sunday Jan den Ouden (NL)  will speak on Sex and Missions"). De kerk zat bomvol en ik slaagde erin om beide onderwerpen met elkaar te verbinden. Ik weet alleen niet meer hoe ik dat deed.
Themadiensten waarin de kerk tracht een bijdrage te leveren aan het uitdragen van Gods oplossing voor zo'n beetje alle courante en verwachte problematiek slagen maar ten dele. Met name de iets pikantere thema's kunnen zelfs een averechts effect hebben. Ik heb het meegemaakt dat mensen demonstratief wegliepen uit de dienst toen ik aankondigde de spreken over wat de Bijbel zegt over porno. Een themadienst over "De Celestijnse Belofte," in de tijd dat het gelijknamige boek immens populair was, leverde een volle kerk met geïnteresseerden op maar deed een aantal leden besluiten om een avondje Studio Sport te prefereren.
Op jongerendiensten komen vaak vooral ook ouderen af omdat de preek plotseling een stuk toegankelijker blijkt te kunnen zijn en het allemaal anders mag.
Gelukkig is de volgende zondag alles weer normaal; het voorspelbare en beproefde standaard format van zingen, monoloog en koffie/thee.

De zendingszondag is er ook zo een. Veel kerken, met name de evangelische, hebben het ieder jaar wel een keer op de dagende staan. Een keer per jaar mag het accent liggen op dat onderdeel van de taak van de kerk dat buiten de grenzen van het eigen geografische gebiedje valt: het maken van discipelen van alle volken.
Ik voel me altijd wat ongemakkelijk als ik word gevraagd om een jaarlijkse zendingszondag op te komen luisteren. Ik werk immers voor een zendingsorganisatie en word geacht om mensen "uit te dagen."
Iets klopt er niet in dit plaatje.
Waar de opdracht van Christus om discipelen te maken van alle volken in elke dienst centraal zou moeten staan is deze weggemoffeld en gereduceerd tot een jaarlijkse themadienst.
Begrijp me goed. Het maken van discipelen begint op de eigen grond en dijt uit vanuit dat centrum. Echter, de hoeveelheid energie en middelen die worden geïnvesteerd in het clubje dat zich op de eigen grond bevindt, staat in een zeer ongezonde verhouding tot de investeringen die worden gedaan om hen die nog nooit het verhaal van Jezus hebben gehoord. Zeg ik teveel met mijn bewering dat van iedere euro die in het collectezakje terecht komt er meer dan 90% (in)direct weer bij de gever terechtkomt?

Hoe moet het dan wel? Daar bestaat gewoonweg geen formule of blauwdruk voor. Je kunt structuren en (financieel) beleid veranderen maar dat wil nog niet zeggen dat de individuele gelovige de opdracht om discipelen te maken in het hart sluit en in zijn/haar omgeving bewust op zoek gaat naar mensen die op z'n minst geïnteresseerd zijn in die Jezus en met hen een reis ondernemen die zomaar bij het kruis van Golgotha terecht kan komen.

"Mijn" kerk doet het zo slecht nog niet. Alle betaalde werkers zijn buiten de gemeente werkzaam en de filosofie is dat als je met een paar honderd man bent, alle gaven aanwezig zijn om dat clubje te onderhouden en te doen groeien. Daar is geen betaalde professional voor nodig. Als er al geïnvesteerd wordt is dat in mensen die zich in het buitengebied bezighouden met het maken van discipelen of in het creëren van een plek in het binnengebied dat gericht is op het dienen van de directe omgeving.

Kortom, zolang er nog speciale diensten nodig zijn, doen we het in de gewone diensten blijkbaar niet goed genoeg.






22 oktober 2012

Jezus valt wel mee

Onze nationale brombeer, een mijns inziens onterechte kwalificering van de vaak scherp analyserende Maarten van Rossum, laat in het Volkskrant Magazine van afgelopen zaterdag de volgende woorden optekenen: "Ik ben nu bezig in het Nieuwe Testament en ik moet zeggen dat Jezus mij honderd procent meevalt. Hij is praktischer ingesteld dan ik dacht. Volgens hem kun je op zondag best iets nuttigs doen als je dat wil."
Ook het "gelovigen mogen God op hun blote knieën danken dat ze in Nederland geboren zijn," kan zo de zak in tegen de achtergrond dat Nederlanders over het algemeen nogal mopperen en klagen.
Beeldvorming is dat wat ik zie door de bril van onder andere mijn verleden, trauma's, negatieve en positieve ervaringen, eigen ideeën (hoewel deze zeer zeldzaam zijn) en wordt mede gekleurd door het gehele socialisatieproces. Objectieve beeldvorming bestaat dan ook niet.
We kijken samen naar een boom en we denken hetzelfde te zien. Niets is minder waar. Je kunt zelfs niet objectief naar de vorm van een boom kijken, ook al besluit je samen dat een boom vooral een bonk hout is dat een langzame verticale beweging richting hemel maakt.
Daar heb je het al. Ik heb het net gedaan. Ik heb het beeld van de lezer over bomen gemanipuleerd. Want, zeg nou zelf, als je nu naar een boom kijkt wil je jezelf ervan vergewissen dat het meer is dan een bonk hout dat naar de hemel wijst. Maar je neemt de waarschijnlijk nieuwe of andere invalshoek wel mee in je beeldvorming.
"Praktisch" is een belangrijke waarde voor van Rossum. Voor degenen die hem regelmatig op televisie zien of op de radio horen, is dat geen verrassing. Hij lijkt de meeste zaken te bekritiseren op de praktische waarde ervan. Als deze wordt gevonden, voegt het iets toe. Is deze er niet, dan is het flauwekul.
In dit subjectieve licht valt Jezus hem honderd procent mee. Dat maakt van Rossum nog geen idolate volgeling van Jezus. Hij heeft slechts door het brilletje van praktische waarde naar Hem gekeken.

Ik geloof dus niet dat de mens in staat is om objectief naar iets te kijken. Wel kan men het objectiviteitsgehalte verhogen door bewust meer afstand te nemen van de subjectieve elementen die het beeld over iets of iemand bepalen. Dat is echter nogal veel gevraagd omdat je iemand verzoekt naar een eigen idee of gedachte te kijken als zouden deze berust zijn op onwaarheden. Of op z'n minst erkennen dat het "eigen gelijk" nooit objectief is. De ruimte die hierdoor ontstaat maakt een constructief gesprek mogelijk.
Als ik her en der de christelijke fora virtueel doorblader valt me op dat het veel christenen aan het vermogen of de wil ontbreekt om ook maar enige mate van objectivering aan de dag te leggen. Ik vermoed dat angst hen tegenhoudt. Heilige huisjes die nauwkeurig zijn geconstrueerd en stevig in tradities en dogma's zijn verankerd, ontnemen de mens de mogelijkheid om van tunnelvisie naar een ietwat objectievere en bredere beeldvorming te migreren.
Vandaag ga ik het Evangelie nog eens lezen door de bril van Maarten. Best wel verfrissend eigenlijk.
Maarten, bedankt!

21 oktober 2012

Blij dat ik lijd

Paulus zit in de gevangenis als direct gevolg van zijn toewijding aan Jezus Christus. Hij zit daar mede namens de rest van de kerk. Hij ziet zichzelf als representant en trekt het zich niet persoonlijk aan. Als je Kolossenzen  1:24-29 leest komt het over als zou Paulus het een eer beschouwen om voor zijn Heer en Zijn kerk te lijden: "De Heer heeft in mijn sterfelijk lichaam nog niet genoeg kunnen lijden en dit is een kans om dat tekort aan te vullen."
Paulus zag het grotere plaatje: het evangelie moet worden verspreid en ook zijn gevangenschap draagt bij aan dat doel. Alleen door zijn lijden niet als een persoonlijke tragedie te zien maar in de context van van het grotere "God" plaatje krijgt zijn lijden betekenis en kan hij het zien als een aanval op zijn Heer en Zijn kerk.
Het "iedereen tot volmaaktheid brengen" (:28) hangt niet af van omstandigheden en beperkingen maar zijn juist bepalend voor de context waarin dit plaats kan vinden.
Zo kan hij zijn lijden niet alleen met waardigheid dragen maar ziet hij hierin een unieke gelegenheid om dat te doen wat hem door de Heer was opgedragen (Zijn boodschap volledig meedelen).

Ik weet dat ik mezelf vaak zien als een slachtoffer van de omstandigheden. De omstandigheden bepalen hoe ik me voel. Mijn beeld van de ideale omstandigheden bepalen voor een belangrijk deel mijn gevoel van welbevinden. Om dat om te draaien en omstandigheden te zien en te beleven als een gelegenheid om volop het leven dat Christus geeft te beleven en uit te dragen, vraagt van mij dat ik me uit m'n eigen kleine levensplaatje stap en in dat grotere plaatje van God plaatsneem.

Of het slim is om me op de vroege zondagochtend aan dit soort serieuze reflecterende oefeningen te wagen, is een goeie vraag. Voor je het weet is mijn dag vergald.
Echter, juist door het wel te doen wordt mijn leven weer in het juiste perspectief geplaatst en helpt het lezen van en reflecteren op dat wonderlijke woord van God me om me te ontworstelen uit dat miezerige, vaak beklagenswaardige pietepeuterige plaatje van mezelf. Dat lucht aardig op en de wereld ziet er weer een stuk anders uit.

Je kunt van Paulus denken en vinden wat je wilt maar een ding staat vast als je zijn brieven leest: het ging al heel erg lang niet om hemzelf. Hij had altijd het welzijn van anderen en de eer van God voor ogen. Hij zag niet alleen het grote plaatje; hij leefde het. Dat maakt hem tot een bijzondere levenskunstenaar waar veel van geleerd kan worden.

Hieronder Rembrandt's voorstelling van Paulus in de gevangenis. Zag Rembrandt een man die het slachtoffer was de omstandigheden en reden had tot zwaarmoedigheid of zag hij een man die alle omstandigheden als een gelegenheid zag om het leven ten volle te omarmen? Beslis zelf.


16 september 2012

Zijn vrijwilligers anders?

Ik geef leiding aan vrijwilligers.Vrijwilligers die deel uitmaken van een organisatie die uitsluitend vrijwilligers kent. Ik ben er zelf een van. Al deze vrijwilligers menen op hun plek te zitten als antwoord op een roeping van, of leiding door God. Da's lastig. Hun baas is God en hun salaris worden ze geacht zelf mee te nemen. Kerken en individuen brengen dat gezamenlijk op. In zekere zin is deze groep dan werkgever.
Tussen mij en de werker waar ik geacht word om leiding aan te geven zitten feitelijk nog twee lagen: God en de financiële supporters.
Voorzichtig gezegd kun je stellen dat de dynamiek in de arbeidsverhoudingen anders is dan in een omgeving waarin iemand voor een bepaald aantal uren tegen een van te voren afgesproken financiële vergoeding een prestatie levert.
Hoewel we in OM goed kijken naar competenties die nodig zijn voor staf posities zijn we in grote mate afhankelijk van het aanbod aan vrijwilligers dat zich veel te spaarzaam aan voor- of achterdeur meldt.
We hebben niet de luxe dat we een ton hier en een ton daar aan een vacature kunnen plakken. Daar staat tegenover dat we over het algemeen met gemotiveerde en gepassioneerde werkers te maken hebben; je gaat niet zomaar aan de slag voor een organisatie die van je vraagt dat je je eigen salaris bij elkaar sprokkelt.

Nu zou ik gemakkelijk in de illusie kunnen geloven dat als je nu maar je eigen team kunt rekruteren, waarbij competenties optimaal worden ingezet, het allemaal geweldig zou gaan.
Het ontwikkelen van een team is een dynamiek die, ongeacht waar mensen vandaan komen of hoe ze beloond worden, overal hetzelfde is. Mensen zijn mensen. Christenen zijn mensen en overal waar je met mensen werkt krijg je te maken met zeer menselijke eigenschappen. Iedereen neemt zijn eigen rugzakje met verleden, trauma's, onhebbelijkheden, hebbelijkheden, gekke dingetjes en wat al niet meer mee.
Misschien dat een christen het liefhebben van de ander aspireert; daar waar je intensief met elkaar optrekt lijkt dat niet al teveel verschil te maken. Van een afstandje liefhebben gaat nog wel, maar als je tot elkaar bent veroordeeld, wordt alles anders.

Een team bouwen en ontwikkelen is gewoon keihard werken.Of het nu vrijwilligers zijn of niet. Dat maakt namelijk niet zoveel uit want in principe zitten ze er allemaal omdat ze ervoor hebben gekozen.
Het alternatief voor team is dat iedereen zijn of haar dingetje doet (wat een afschuwelijk concept: "je ding doen"). Voor een succesvol team gaat op dat de som meer is dan het geheel van de afzonderlijke delen. Daarom is "Team" van groot belang. "Team" is goed rentmeesterschap en slim werken en maakt deel uit van Gods oorspronkelijke ontwerp voor de mens. Maar om tot een team te komen moet werk worden verzet. Zeker in een samenleving waar zo de nadruk ligt op het individu en het "uitdrukken van iemands individualiteit."
Ik zeg: het is het alle moeite waard!

10 september 2012

Sublimale beinvloeding

Creativiteit komt niet zomaar uit de lucht vallen. Voor zover ik weet is er slechts een iemand die ooit iets uit niets maakte. Verleden en nu levende creatieve geesten kunnen 'slechts' putten uit het iets dat er al is. Vernieuwende kunst is daarom relatief.
Vernieuwend denken bestaat in zekere zin ook niet. Denken kan eigenzinnig, vrijzinnig, buiten de kaders of wat dan ook zijn maar het is nooit nieuw.
Ik verbaas me er trouwens telkens weer over hoe schrijvers, denkers, kunstenaars en muzikanten telkens weer in staat zijn het bestaande zo te herschikken dat er iets 'nieuws' ontstaat.
Denken en doen zijn onlosmakelijk. Mijn denken kan tot doen leiden. Mijn doen zal altijd mijn denken vormen.
Dat denken wordt voor een belangrijk deel gevormd door alle prikkels die ik tot me neem. Zowel bewuste als onbewuste signalen. Een mooi voorbeeld vinden we in de eerste episode van Derren Brown's  "Mind Control" serie waarin twee grafisch ontwerpers denken dat ze iets uit niets creëren. Later blijkt dat alle elementen die in hun eindproduct voorkomen tijdens de tocht naar de studio onbewust in hun hoofd geplant en verankerd werden.

Gisterenavond liet ik het stukje zien aan een groep jongeren om de gedachte te onderstrepen dat waar ik me aan blootstel mijn denken vormt en uiteindelijk gevolgen heeft voor mijn handelen.

Paulus roept in zijn brief aan de Filippenzen op om alles wat waar, edel, rechtvaardig, zuiver, lieflijk en eervol is te bedenken (4:8). Deze deugden komen niet uit de lucht vallen en helaas kom ik er maar weinig van tegen als ik over straat loop. Eerder het tegenovergestelde.
Hoe kan ik deze deugden ontwikkelen? Allereerst moet ik me eraan blootstellen (bedenken) zodat het me bewust en onbewust kan beïnvloeden.
Ook al zal het vooral mijn handelen zijn dat mij verandert, het begint met informatie dat de basis vormt voor de handeling. Die informatie kan ik beïnvloeden. Daar kan ik keuzes in maken.
De wereld mag dan een mening hebben over God, de Bijbel, Jezus Christus; ik kan me maar moeilijk voorstellen dat er iemand is die tegen waar, edel, rechtvaardig, zuiver, lieflijk en eervol is. Daar krijgen we toch geen genoeg van? En dan te bedenken dat het allemaal begint bij informatie over mijzelf, de ander en God.
Als de besmetting ten gevolge van mijn omgaan met het woord van God leidt tot karaktervorming waarbij genoemde deugden zich meer en meer in mijn leven gaan manifesteren  weet ik wat mij te doen staat.
Ik ga nog een stukje lezen!

7 september 2012

Gaat een kwinkslag de verkiezingen winnen?

Hoeveel van de 43% zwevende kiezers heeft zich gebogen over de partijprogramma's van de kiesbare partijen? Ik vermoed dat het er maar weinigen zijn. Je vraagt namelijk nogal wat van jezelf: een document lezen dat tussen de 40 (VVD) en de tachtig (CU) bladzijden telt.Het programma's van de SP (50 pagina's) en de PVV (53 bladzijden) bevatten foto's zodat het oog ook wat krijgt.
Vervolgens moet je zelf nadenken over wat je nu zelf vindt. Dan kom je terecht bij de basiskeuzes die je in het leven maakt. Welke waarden zijn voor mij belangrijk? Welke normen passen daarbij (normen zijn die dingen die jij vindt als je zegt dat iemand 'normaal' moet doen)?
Ik geloof dat het feit dat we met 43% zwevende kiezers te maken hebben alles te maken heeft met gegeven dat we nog maar moeilijk weten wat we met die waarden en normen moeten.
Is het te pessimistisch om te zeggen dat we de weg kwijt zijn sinds de mens zichzelf tot norm heeft verkozen. Ik zal het uitleggen. Sjaak heeft bepaalde ideeën over wat normaal rijgedrag is. De automobilist die voor hem met 132 kilometer hardnekkig op de linkerrijstrook blijft rijden moet normaal doen: slakken horen rechts te rijden. De automobilist achter hem die irritant met z'n lichten seint moet ook normaal doen en Sjaak blijft op z'n plek: je gaat op de snelweg toch geen 150 rijden. Om de automobilist achter hem een lesje te leren blijft Sjaak zo lang mogelijk 135 voor het potentiële snelheidsmonster rijden. Alleen Sjaak rijdt normaal. Sjaak's norm is niet tot stand gekomen door een fundamentele keuze voor een bepaalde waarde, tenzij het "eigengelijk" (het gelijk omdat ik gewoon gelijk heb) een waarde is.

Normen die niet verankerd zijn in een helder mens-, gods-, en wereldbeeld zijn zwevende normen. En zwevende normen produceren zwevende kiezers. Politici proberen met hun debatten, one-liners en andere verkiezingsretoriek de zwevende kiezer over te halen om op zijn of haar partij te stemmen.
Kan ik mijn stem weggeven op basis van wat een welbespraakt politicus op de teevee of radio meldt? In dat geval wint de beste kwinkslag die nog net op het netvlies of in de gehoorgang van de zwever is blijven hangen. Wat men krijgt te zien is slechts het topje. Daaronder hangt een programma dat op termijn de kiezer in veel facetten van het leven zal raken. Om dan achteraf te moeten zeggen "ik had geen idee dat 'mijn' partij ook hiervoor stond,"is dan wel heel erg zuur.

Download de programma's van de partij(en) waar je sympathie naar uitgaat en lees dit weekend eens door waar ze echt voor staan. Dan kun je volgende week een weloverwogen hokje inkleuren. Als bonus heb je dan ook weer eens nagedacht over wat waardevol voor jou is en wat je diep van binnen echt vindt en gelooft. Mijns inziens is dat normaal.

5 september 2012

Heilige Tijd

De zichzelf agnost verklaarde A.V. Jacobs, auteur van "Een jaar leven volgens de Bijbel," heeft na zijn jaar durende experiment een aantal veranderingen in zijn leven doorgevoerd. Hoewel zijn jaar, waarin hij zo nauwgezet mogelijk alle geboden, verboden en voorschriften die de Bijbel opsomt na probeerde te leven, hem niet in een devote gelovige heeft veranderd, houdt hij nu wel een soort van sabbat: een heiligdom in tijd. Hij houdt eraan vast omdat gebleken is dat het goed voor hem en zijn gezin is.

Eugene Peterson noemt Jezus in een van zijn boeken "een notoire sabbatter." Naast de voorgeschreven sabbat pakte Jezus wanneer Hij de kans zag een "sabbatmoment." Hij trok zich regelmatig terug om tijd met de Vader door te brengen.

Contemplatie, tijd nemen om zaken te doorworstelen, verbaast staan over de grootheid en het mysterie van God, de eigen nietigheid en kleinheid zien en gewoon niets doen; Heilige Tijd is een gepaste titel voor die momenten. Ik heb ze nodig en zoek ze bewust op. Of we dat allemaal op dezelfde tijd en in eenzelfde ruimte moeten doen, daar mogen de moderne Schriftgeleerden zich over uitspreken; die discussie is ondergeschikt aan het principe. Een principe dat onderdeel is van Gods ontwerp voor de mens.

In het Westen heeft tijd uitgedrukt in geld, productie of kwaliteit, prioriteit gekregen. Tijd moet optimaal benut worden. Tijd moet gevuld worden. Daarom bestaat het bijna niet dat je met je visite in de kamer zit en en er een stilte van twee minuten valt.
Samen met een vriend ging ik op bezoek bij een Indiase vriend, die een vriend van mijn vriend was, maar nog niet van mij. Het bezoek duurde uren. Er vielen stiltes. Grote stiltes. En het was prima. Op een gegeven moment viel ik in slaap. Dat was ook prima en een nare gewoonte van me. Ik val nogal eens in slaap als ik een half uur of langer stilzit. Daarom loop ik liever.

Dat de niet westerse beleving en praktijk van "tijd" naast z'n charmes ook z'n irritante kanten heeft, moge duidelijk zijn. De charme ervaar je vooral als je er eventjes bent en aspecten ontdekt die we verloren zijn geraakt. De irritatie ervan ervaar je als je zaken probeert te doen, of een afspraak wilt maken en na wilt komen: "Jullie in het Westen hebben horloges, wij in het Oosten hebben tijd." Maar die tijd hoeft niet persé heilige tijd te zijn.
Heilige tijd gaat in essentie om plaatsbepaling en een herijking van de verhoudingen tussen God en mij, m'n omgeving en mijn relaties.Het is de tijd waarin ik zo klein ben en Hij zo groot is.


4 september 2012

Je woord stelt niets voor; je liegt

Lees hier onze nieuwsbrief

Een van de grootste teleurstellingen van het dagelijkse leven in onze huidige samenleving is dat je woord niets meer waard is. Mensen geloven mij niet en ik moet ervan uitgaan dat vrijwel niemand de waarheid spreekt (verborgen gebreken niet melden is ook liegen). Waarheid ontmoeten is een toevalstreffer geworden. Je moet het treffen. Zo heb ik onlangs een kast gekocht via Marktplaats. De kast was te goedkoop om waar te kunnen zijn. Wat bleek is dat het wel waar was! Bovendien kreeg ik bij aankomst nog een extra kast aangeboden. Voor nop. Het is een zeldzaamheid om mensen tegen te komen die een eerlijk verhaal hebben en niet persé de hoofdprijs hoeven te hebben. Zo ben ik nu de gelukkige eigenaar van een wonderschone boekenkast.

Nu overkwam me vorige week toch iets wonderbaarlijks. Met enkele collega's ging ik in Enschede uit eten. Auto geparkeerd. Twee uur parkeergeld in de hongerige en gulzige parkeerautomaat gestort en het betaalbewijs keurig achter de voorruit geplaatst. Toen we anderhalf uur later terugkeerden konden we onze verbazing maar moeilijk verhullen, en deden dat dus ook maar niet. Achter de ruitenwisser pronkte een frisse naheffing wegens het niet zichtbaar plaatsen van een betaalbewijs. Het schikkingsvoorstel is een kleine 60 euro. Misschien was de beambte overijverig en/of had het dagquotum niet gehaald, of negeert stoïcijns de reclame-uiting van Specsavers. Wat nu?
Een keurige brief geschreven en de situatie uitgelegd en het betalingsbewijs als bijlage meegestuurd. Toch schrijf ik zo'n bezwaar met weinig enthousiasme omdat de uitkomst vrijwel al vaststaat: betalen!
Ook de twee getuigen die ik opvoer zullen weinig indruk maken. Dat wordt al gauw uitgelegd als een vriendengroep die samenzweert om Twente te tillen. Nee, ik maak me weinig illusies. Het is mijn, of ons woord tegen de zogenaamde feitelijke constatering van een verlichte beambte die in dat licht van de ons dienende overheid het voordeel van elke twijfel krijgt. Het is immers dat licht tegen mijn licht. En mijn licht is natuurlijk iets minder licht. Het idee dat zijn lichtje het even niet deed kan natuurlijk niet bestaan.

Mocht het op een of andere wonderlijke wijze anders uitpakken, dan zal ik dit uiteraard op deze blog melden, en de melding doen vergezellen van een publieke spijtbetuiging van mijn kant aan het adres van Twente. Vooralsnog ga ik ervan uit dat mijn woord niet telt.
We leven helaas in een doodzieke wereld waarin quota, hoofdprijzen en sjoemelen met de waarheid regeren.

Gelukkig hebben we in Nederland betrouwbare politici die nooit met de waarheid sjoemelen of ronduit liegen. Vooral dat laatste woord is veel te groot voor politici. Nee, we kunnen met een gerust hart naar de stembus. Politici maken hun woord altijd waar.
Om die reden zal ik waarschijnlijk niet stemmen volgende week. Ik heb het wel zo'n beetje gehad. Ik geloof er niets meer van.

Een eerlijke kast voor een schappelijke prijs.
Het bestaat gelukkig nog!

3 september 2012

De Maranatha Generatie

Lees hier onze nieuwsbrief.

Het lijkt een beetje een uitstervend ras omdat het vrijwel zonder uitzondering oudere gelovigen zijn die zich zorgen maken over het lage Maranathagehalte van de gemiddelde zondagspreek. Onlangs werd ik na een dienst benaderd door een seniore gelovige die me meldde dat dit de negende preek op rij was waarin zelfs een spoortje van een heenwijzing naar de wederkomende Christus ontbrak. Dat dit hem ernstig verontrustte was van zijn gezicht af te lezen. Als het daarbij was gebleven dan was de kous daarmee ook af. Kritiek van de ontvangers van de preek op zondag is mij niet vreemd. Het zou ook onmogelijk zijn om alle individuele stokpaardjes in een preek te bevestigen.
Maar hij moest en zou zijn zorg onderbouwen: "zoals we weten zei Jezus dat er twee op het land zouden werken waarvan de een zou worden meegenomen en de ander achtergelaten" (Mat. 24). Dat had hij niet moeten doen. Ik stelde voor dat het zeer wel mogelijk is dat dit specifieke doemscenario al in 66 AD is vervuld toen de Joodse opstand in de kiem werd gesmoord en de tweede tempel werd vernietigd. Volgens Josephus werden er in deze periode 1.1 miljoen Joden gedood en een kleine honderdduizend als slaven weggevoerd.
Probeer je eens voorstellen dat de toen levende gelovigen toevallig Matteus 24 lazen. Weinigen zouden ook maar enige twijfel hebben dat dit scenario zich voor hun neus afspeelde.
Tegen beter weten in voerde ik dit als tegenargument op in mijn korte ontmoeting. Zoals ik had kunnen voorzien werd de gedachte weggewuifd en met een enigszins verwrongen blik verliet de broeder het pand.

Regelmatig hoor ik medegelovigen zeggen dat we nu "echt" in de eindtijd leven: "kijk maar," voegen ze er dan aan toe. Dat de eindtijd al ruim 2000 jaar echt is, ontgaat hen. Maar ook hebben ze gelijk. Als de eindtijd een einde heeft, zitten we daar altijd dichterbij dan gisteren.
Zoiets als "Jan gaat dood" 51 jaar geleden waar was en vandaag nog net zo waar. Alleen wordt het actueler naarmate ik ouder word.

Ik vraag me vaak af wat eindtijdbevestiging zoekende en -vindende gelovigen bezielt. Waarom bevestiging zoeken voor iets dat al een feit is? Is het niet slimmer om met een groepje verwante zoekers, in plaats van steeds maar op zoek te zijn naar bewijzen voor het feit dat Anton Kraaistem niet kan zingen, geld op te halen zodat hij, of zanglessen kan gaan nemen, of de opgehaalde som als zwijggeld wordt aangewend.

Wat mij vooral verontrust is dat het erop lijkt dat complete volksstammen met gelovigen zich bezighouden met allerlei bijzaken terwijl de wereld hard op weg is naar een definitief einde zonder ooit de boodschap van hoop, verandering en vernieuwing te horen. De wereld heeft het harder nodig om de Maranatha boodschap voorgeleefd te zien en te horen dan de christenen. Die weten dat allang.

3 juli 2012

Geloof XXL

Als je aan een groep gelovigen vraagt wie er van zichzelf vindt dat hij of zij een groot geloof heeft, zul je niet snel iemand spontaan een hand in de lucht zien gooien om daarmee aan te geven dat hij of zij zich in de premier league bevind. Is dat misschien valse bescheidenheid of een oprechte erkenning dat het geloof wat aan de krappe kant is? In Marcus 9 verwondert Jezus zich over het kleingeloof van zijn volgelingen en vraagt zich verzuchtend af hoeveel hij daarvan nog kan verdragen. Toch wordt kleingeloof niet door Jezus afgeserveerd. Het tegendeel lijkt in het verhaal over de doofstomme jongen waar. De vader van de jongen die uitroept, "ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp," ziet als reactie op deze uitspraak (en de toestromende menigte) Jezus in actie komen die met dat kleine brokje geloof een wonder verricht.
Groot geloof komen we ook tegen. 
De Kananese vrouw gelooft dat, hoewel Jezus in eerste instantie voor het volk Israël kwam (dat was in het verhaal in Matteüs 16 zijn agenda), er best wel wat kruimels op de grond zouden vallen waar ze haar voordeel mee kon doen. Haar dicht Jezus een groot geloof toe.
De uitspraak van Romeinse officier die het niet persé nodig vindt dat Jezus in situ zou moeten zijn om zijn zoon te genezen, en dat een woord van Jezus op afstand meer dan voldoende is, wordt als groot geloof gekwalificeerd (Mat. 8).

Geloof laat zich maar moeilijk meten. Probeer je geloof maar eens op een glijdende schaal van 0 tot 100 te plaatsen. Waar tref je jezelf aan?




Hoe maak je dat geloof nu concreet? Waar hebben we het over? Het heeft bitter weinig te maken met een innerlijke opgewerkte kracht. Geloof is hartstikke onzichtbaar (de zekerheid van de dingen die we niet zien). Geloof in de context van deze blog heeft alles te maken met hoe groot ik denk dat Jezus is. Die grootheid, macht, kracht en majesteit kan ik belijden met m'n verstand; mijn hart zegt vaak "maar ik moet nog maar zien dat het ook gebeurd."
Hartstochtelijk schaar ik me onder de kleingelovigen. Het geloof ligt wel groot in de mond maar in mijn hart is sprake van schaarste.


Dietrich Bonhoeffer schreef: "Geloven is niet voor eens en altijd/ Geloof is het dagelijks brood dat God ons geeft. Of we ontvangen het elke dag opnieuw, of het schimmelt weg. Een dag is lang genoeg om je geloof vast te houden. Elke nieuwe dag dient een nieuwe worsteling aan om ons een weg te banen door alle ongeloof, kleingeloof,  vaagheid en verwarring. Elke dag begint met: 'Here, ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp"


Het is een groot wonder om te zien wat Jezus met dat kleine, broze geloof kan doen. Daar kan ik de dag mee door!

2 juli 2012

30 jaar

Vandaag 30 jaar getrouwd. Op gepaste wijze gevierd met een lange wandeling over de kop van Schouwen en een biefstukkie bij Gauchos aan de Maas.


20 juni 2012

Engelen oordelen

Vanmorgen vroeg ik aan mijn baas hoeveel engelen hij dacht te gaan oordelen als alles op aarde tot een eind gekomen is. Volgens Paulus zullen we engelen oordelen. Hij gebruikt dit als argument om de onzin aan te tonen van christenen die elkaar naar de rechter slepen om allerlei disputen. We zouden beter moeten weten, met name wanneer beide partijen in hun levens de principes van het koninkrijk van God hanteren. Wanneer deze worden doorgevoerd zouden we mogelijke disputen onder elkaar op kunnen lossen.
Het bloed kruipt echter waar het niet gaan kan en de praktijk is dan ook weerbarstiger. Leugen, bedrog en oplichting komt ook in het gezin van God voor. Ego meets Ego.

Terug naar de vraag hoeveel engelen mijn baas denkt te zullen gaan of moeten oordelen. "Hopefuly not too many," glimlachte hij.
Het is een vraag die in het verlengde ligt van de gedachte dat we met Christus zullen regeren.
Het meest waarschijnlijke scenario is dat Christus oordeelt en regeert en omdat we "in hem zijn" zullen we met hem regeren en/of oordelen. Net zoals mijn voeten, handen, haren en blaren (na een forse wandeling)  met mij zij en blijven, waar ik ook ga.
Ik vind het een geruststellende gedachte: "In Hem." Mocht het anders gaan dan voorzie ik enkele logistieke problemen waaronder de allocatie van bosjes engelen aan individuele oordelers. Dat gaat denk ik niet echt werken.
Ik kan me ook maar moeilijk verplaatsen in de denkwereld van hen die menen dat we letterlijk engelen zullen gaan oordelen en een stukje aarden en universum gaan besturen. Als de nieuwe hemel en de nieuwe aarde in volle glorie en volmaaktheid bestaan, valt er ook niet zo bar veel te besturen. De zelfregulatie binnen het koninkrijk treedt dan in werking en regeerder zullen waarschijnlijk vaak duimen zitten draaien, veel solitaire spelen of een boek lezen omdat er niet bar veel te besturen valt.

Hoe dan ook, iedere voorstelling van "hoe het zou zijn" is niets meer dan speculatie. Ik wacht rustig af.


17 juni 2012

Glimlachende God

Onlangs deed een medepelgrim de volgende uitspraak: "Normaal gesproken is het hier bewolkt maar God heeft uit liefde voor jullie vandaag glimlachend de wolken weggetrokken zodat jullie kunnen genieten van het uitzicht."
Meteen moest ik denken aan hen die zonder onze aanwezigheid een andere bewolkte dag hadden moeten genieten. 
Wat als het die dag had geregend? Zou God die regen dan met een glimlach over ons hebben uitgestort?
Gelukkig hebben we daar in onze duiding van Zijn ondwingbare wil vaktaal ontwikkeld.
  • Het is Zijn onvoorwaardelijke liefde en genade voor ons die de goede dingen regelt (zoals deze onbewolkte dag).
  • Het is Zijn wijsheid die de  mindere omstandigheden dicteert (we vroegen om zon maar God heeft anders besloten)
  • Het is Zijn onnavolgbare wil die rampspoed bestiert.
Met andere woorden: het is altijd goed en altijd Zijn wil, ook al is het nog zo pijnlijk. De redenaties hierboven zijn constructies die we gebruiken om nog iets van perspectief te houden).

Fatalistisch denken komt veel voor in de beleving van christenen. Onlangs bezocht ik een vriend die al jaren met kanker worstelt. Het ging al weken goed en net toen ik haar opzocht had ze hoge koorts en bleek uit haar bloedwaarden dat de kanker weer actief was.
Door haar tranen heen vroeg ze me of ik geloofde dat dit een aanval van satan was omdat het al zo lang goed met haar ging. Op zo'n moment breekt mijn hart. Ze staat niet alleen in deze redenering/conclusie. Deze gaat ongeveer zo: Het gaat lange tijd goed met ons. De duivel ziet dat en zet, uiteraard met goedkeuring van God, de aanval in. We hebben immers Job als voorbeeld om te begrijpen hoe lijden werkt?
Voorbeelden in de Bijbel worden te gemakkelijk gereduceerd of opgewaardeerd tot modellen.

Mijn theodicee is wellicht aan de simpele kant maar helpt mij wel om voor- en tegenspoed te duiden: 
Als het regent worden we allemaal nat. Het grote verschil dat Christus maakt is de manier waarop we op die nattigheid reageren.
Het idee dat God het wolkendek weghoudt omdat Hij zoveel van mij houdt is eerder een gevolg van Westers individualistisch denken (God als privé butler waarbij mijn welbevinden centraal staat) dan van gezond theologisch denken.

14 juni 2012

Wie is "Zij"?

OM zou meer dit en minder dat. OM is goed in dit en niet zo goed in dat. Weet je wat ze moeten doen? Ze zitten er helemaal naast.
Wie zijn ze? Ze zijn "wij" met een nadruk op "zij". En die "zij" zijn "wij."
Eerst was ik gewoon ik maar sinds ik deel uitmaak van het Int. Exec. ben ik wij en voor de niet wij-en ben ik zij. Hoewel mij op het hart gedrukt wordt dat als men over "zij" praat dat niet persé ook over mij zou gaan. Want ik ben ook nog een beetje van hen; die andere zij.
Affijn, hoe je het ook wendt of keert uiteindelijk zijn we met elkaar wij. Zodra er in termen van wij en zij gedacht wordt heb je al een potentieel probleem.
Wij de jongeren, zij de ouderen.
Wij de vrouwen, zij de mannen
Wij de blanken, zij de zwarten
Wij van de Global North en zij van de Global South.

Ook kom ik "ikken" tegen. De zij in hun verhaal zijn echt alle anderen (in een organisatie of een kerk bijv.). Waarom deze "ikken" dan blijven hangen? Vaak om een simpele reden: Buiten "zij" is er helemaal niets meer. De zij is hun ik gaan bepalen. Oplossing: zij zou ik zo snel mogelijk moeten laten gaan. Dat is beter voor ons en voor ik.

13 juni 2012

Wijze mannen en vrouwen

We zitten in een soort van Carre. Zestien mannen en vrouwen die het allemaal wel even oplossen. Eerste vraag: Wat is het? Tweede vraag? Waarom moet het opgelost worden?
"Het" zijn de zaken die de internationale agenda van de organisatie hebben gehaald. Dat kunnen morele, ethische, financiële of personele zaken zijn. Vaak is het een mix van zaken zodat het alleen maar moeilijker wordt om een wijs besluit te nemen. En dan is wijsheid ook betrekkelijk. Een wijs besluit vanuit de Nederlandse optiek hoeft niet perse een wijs besluit te zijn vanuit de optiek van een Centraal Aziaat.
Zij die mij kennen weten dat ik niet perse uit bestuurdershout ben gesneden. En ja, het gaat me vaak wat te traag; de politiek wordt al snel stroperig, echte objectiviteit bestaat niet enz. enz.  Toch is het een bijzonder voorrecht om op een plek te zijn waar ik mede vorm kan geven aan hoe de organisatie er morgen uitziet. Die directe stem hebben motiveert enorm. Het weegt ook wel eens zwaar want hoe je het ook wendt of keert, het zal altijd een compromis zijn. Als ik geen behoefte heb aan het sluiten van compromissen blijft er een optie over: een eigen bediening beginnen. En van dat laatste begint mijn broek een heel klein beetje errug af te zakken. Onder het mom van "De Heer heeft me laten zien," starten veel goede initiatieven. In de opstartfase lijkt de Heer in van alles en nog wat te voorzien maar al gauw moet de kerk meedokken. De voorzienigheid van de Heer blijkt zo z'n beperkingen te kennen.
Het gebeurt ook binnen organisaties hoor. Ook binnen one eigen club menen mensen van de Heer te horen en uiteindelijk de organisatie op te zadelen met onmogelijke rekeningen. De oorspronkelijke 'stemmenhoorder" is dan vaak al lang gevlogen. En dat allemaal niets eens met slechte bedoelingen. Integendeel. Vaak juist vanuit zuivere bedoelingen waarbij (helaas) verwachte resultaten met een laagje goudstof worden overgoten of in ieder geval zeer zwaar overschat.

Helaas blijft het slechts bij het kijken naar dit soort doorkijkjes.
We zitten  (vrijwel) de hele dag binnen
Dat "van de Heer horen;" ik weet het niet hoor. Allereerst heeft iemand veel wijsheid nodig om te onderscheiden of het echt de Heer is die spreekt of dat het gaat om een stemmetje in het eigen hoofd. Vervolgens heeft men veel wijsheid nodig om die stem te interpreteren. Het zijn vaak grote ego's die grote dingen horen.

Ik kijk nog eens om me heen. Ik zie mooie mannen en vrouwen die ook vandaag weer als bedelaars bij de Heer aankloppen. Wijsheid! Geef ons wijsheid Heer!
Wijze mannen en vrouwen met lege handen. Best wel een mooi gezicht.

10 juni 2012

God gaat iets nieuws doen?

We schrijven 1978. Jan besluit om zich aan te sluiten bij de volgelingen van Rabbi Jezus. Deze Rabbi Jezus heeft de macht om zonden te vergeven en Jan's hart aan te sluiten op het hart van de Schepper. En jawel, het werkt. Jan staat anders in het leven en alles lijkt nieuw te zijn wat hem motiveert om zo dicht mogelijk bij de Rabbi te blijven, tot aan de dag van vandaag toe. Hoewel de Rabbi niet altijd gemakkelijk te begrijpen is (Hij heeft de gewoonte om heden en toekomst naar elkaar toe te trekken en te vermengen), blijkt Hij toch bij voortduring de levensvuller te zijn. 
Een van de vragen waar Jan mee worstelt is die van de belofte dat Hij alles nieuw gaat maken. Hoeveel daarvan wordt in het hier en nu waargemaakt en hoeveel daarvan is gericht op de toekomst?
Niet alleen Jan worstelt met die vraag. In de afgelopen 35 jaar dat hij de (helaas vaak quasi) vakliteratuur, door klasgenoten geproduceerd, leest en z'n oren zich verder opensperden telkens wanneer klasgenoten meenden signalen van boven over vernieuwing door te krijgen, bleek dat in de praktijk toch nogal tegen te vallen.
De regelmatig te horen en te lezen geluiden over God die iets nieuws zou gaan doen bleken en blijken als een hete opgediende soep bij verorbering Peter Pan soep te zijn; slechts bestaand in de fantasie van de overigens zeer begeesterde herauten.

Vaak is dat zogenaamde nieuwe werk van God gekoppeld aan een voorwaarde. Als wij meer dit of dat, dan zal God als beloning dat nieuwe werk ook gaan uitvoeren.
Dat is belangrijk want het is de ontsnappingsclausule van de herauten. Als het nieuwe werk zich niet manifesteert, dan ligt de schuld altijd bij het deel van de klas dat zich niet aan de voorwaarden hield of houdt. De heraut kan zijn geroep voortzetten en de klas boete doen.

Het kan natuurlijk zijn dat ik verkeerd kijk. De belofte van een nieuw werk kan zich natuurlijk manifesteren in het onzichtbare (de zogenaamde hemelse gewesten); een soort van verschuiving in de machtsverhoudingen in het buitenaardse: we zien niets maar er is wel degelijk wat gebeurd.

35 jaar volgen van de Rabbi. 25 jaar daarvan in een deel van de klas dat zich inspant om de boodschap van de Rabbi uit te dragen en de nieuwe klasgenoten wegwijs maken.
De boodschap van de Rabbi manifesteert zich vooral door en in de pijn van de wereld waarin we leven. In de schrijnende armoede, corruptie en lijden van een hongerende, geteisterde wereld. Ik heb collega's die zo verknocht zijn aan de Rabbi, dat ze om Hem hun leven inzetten en sommigen dat leven letterlijk verliezen in de inspanning om de wereld bekend te maken met het feit dat die Rabbi een volkomen nieuw werk in het hart en de ziel van de mens kan doen. Een van die collega's vertelde me eens dat het zijn ervaring was (na 25 jaar werk in de Arabische wereld) dat het koninkrijk van God vooral groeit door een glas water voor de vreemdeling, vermengt met het bloed en het zweet van de volgelingen van de Rabbi.

Wat is dan het nieuwe waar de kerk in Nederland zo naar snakt? Wat wil men zo graag zien in een mogelijke manifestatie van de kracht en macht van God? Helaas heeft het vaak maar weinig te maken met recht en gerechtigheid. Het is eerder gekoppeld aan het besef van de eigen schaarste. we komen zelf tekort en het is het verlangen naar dat meer van God dat die schaarste op kan vullen dat de herauten prikkelt en verleidt tot het doen van uitspraken en beloftes waarvan men bij voorbaat weet dat de klas aan de daaraan verbonden voorwaarden nooit zal kunnen voldoen.

In plaatst van onszelf gek te laten maken en op te laten zwepen tot iets dat niet is, is het mijns inziens realistischer om zo dicht mogelijk in de buurt van de Rabbi te blijven en elke nieuwe dag onze lege handen te laten vullen met Zijn leven. Dan hebben we iets om uit te delen dat de zielen en de harten van hen die God in onze directe omgeving heeft geplaatst, beroert. De vraag wat de Heer nog meer voor mij zou kunnen doen, zou plaats moeten maken voor de vraag wat de Heer nog meer door mij heen zou kunnen doen.

7 juni 2012

Wederopstanding van de passie?

Door het open raam hoor ik de vogels fluitend de nieuwe dag begroeten. Vanuit het tweepersoonsbed van mijn nieuwe Pakistaanse vrienden, die zelf op een matje in de woonkamer slapen, (*)  kijk ik naar buiten en besluit dat de nieuwe dag begonnen is; het wordt al licht. Mijn horloge vertelt me dat het drie uur in de ochtend is. Ik draai me om maar de slaap wil niet meer komen. In gedachten ga ik nog eens door het raamwerk van de vier studies die ik de komende twee dagen af zal leveren. Het thema "opdat zij één zijn" heb ik onderverdeeld in vier subthema's: 1: Gods oorspronkelijke plan, 2: De boom, 3: De Rechter en 4: De andere boom.

De stilte van het Zweedse platteland biedt een uitstekend decor voor de twee dagen en ik voel me goed. Dat heeft even geduurd. Ik heb het gevoel dat ik een tijdlang op de automaat heb gestaan waardoor ik eigenlijk niets te bieden had. Eerder had ik een retraite in Israël twee dagen voordat ik zou afreizen afgezegd. Ik was leeg, wilde en kon niet doen alsof ik wel wat te melden had.
Maar nu, de passie was terug en het deed me weer wat. Ik kon weer voelen en meevoelen.

Afgelopen maandag zat ik het live TV programma Café Tinto. Ik kon weer met passie mijn verhaal doen. Het deed me weer wat.

Het lijkt er dus op dat ik aan de andere kant van mijn midlife transitie aan het opkrabbelen ben. Sterker, dieper, losser. Met een overvloed aan ontvangen en hopelijk te geven genade.






(*) Discussie heeft geen zin, hoewel ik echt m'n best deed om ze ervan te weerhouden hun slaapkamer op te geven; gastvrijheid tonen is een erekwestie en het bed weigeren zou het echtpaar in een zeer ongemakkelijk positie brengen)

6 juni 2012

Spiritualiteit voor gevorderden

De titel zegt het al. Deze blog is dus niet voor mensen die slechts een algemene interesse in spiritualiteit hebben, noch voor beginners of enigszins ervaren gebruikers.
Nee, deze is voor de die-hards. Voor hen die een niveau hebben bereikt dan hen meent te doen geloven dat ze gevorderden zijn. Wie kwalificeert zich dan? Alleen zij die weten dat ze gevorderden zijn. Ben je nog aan het lezen? Dan weet je dat je erbij hoort. Welkom.
Maar wat is nu precies spiritualiteit?
Een kort bochtje leert dat het te maken heeft met de mate waarin de mens zich verbonden weet met zijn ziel.
En daar gaat het mis. Want wat de ziel is, daar zijn de geleerden het niet over eens en ik zal een poging om de ziel te duiden achterwege laten om de toch al wazige discussie niet nog ondoorzichtiger te maken.

Er is meer. Meer wat? Meer aanbiedingen bij AH? Meer hagelslag? Wanneer mensen zeggen dat er meer is, koppelen we dat, waar het de fysieke wereld betreft, meestal wel aan het transcendente, het onzichtbare, het buitenaardse. Vaak gaat dat samen met de erkenning dat de mens meer is dan een optelsom van water, botten, brein en bloed.
Maar wanneer is iemand nu spiritueel? Is dat wanneer iemand er openlijk voor uitkomt dat hij/zij gelooft dat er meer is en tijd doorbrengt in een poging om dat 'meer' te doorgronden? En hoe meer inspanningen worden geleverd, hoe spiritueler iemand is?

Is spiritualiteit het quasi antwoord op de moeite die men heeft om te geloven dat de mens niet meer is dan water en botten. Dat willen de 'water en botten gelovers' de spirituelen doen geloven. Spiritualiteit zou daarmee een ontkenning van het aardse, het tijdelijke, zijn; een simpele uitweg voor hen die weigeren te geloven dat de mens en de wereld niet meer zijn dan wat in de vier dimensies bestaat.

Toen God de mens de adem inblies werd de mens een levende ziel (Genesis), groter dan materie en beelddrager Gods. Het is juist het zielestempel van God dat de mens doet uitstijgen boven botten en water. En de mens, dolende sinds hij moedwillig de verbinding verbrak, zoekt naar herstel; naar de verbinding van hart tot hart, ziel tot ziel. De mens zoekt naar Leven.

Dorst.

Misschien is dat wel de kern van spiritualiteit; het antwoord op de vraag waarom.
Jezus wist dat. Hij kwam om dorst te lessen. Als iemand dorst heeft, dan mag hij komen.".. wie het water drinkt dat ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen. Het water dat ik geef, zal in hem een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft" (Joh. 4).

Ik heb niets en niemand anders gevonden die deze eeuwige dorst kan lessen dan alleen Jezus.

Als er al sprake kan zijn kan spiritualiteit voor gevorderden dan zou dat hen kwalificeren die ontdekt hebben dat er niets te vinden is in de eigen ziel en dat deze gevuld dient te worden met het Levende water dat Jezus aanbiedt. Dan is een gevorderde iemand die met lege handen en een lege ziel op Jezus afstapt en vraagt om deze te vullen.

5 juni 2012

Passieve kerk

Ik kom steeds meer mensen (ook binnen mijn eigen organisatie) tegen die passief kerken. In plaats van echte interactie met levende mensen te zoeken, neemt men genoegen met blikvoer. De tv wordt kerkvervanger. Beter dan niets zou je zeggen.
Maar waarom verandert de eerst actieve participant in een passieve consument?
Antwoorden die ik hoor: "ik ervaar geen gemeenschap," "ik word niet gevoed," "er is niemand echt in me geïnteresseerd," "het is een roddelclub," en "het is een 'ding' geworden."
Is de kerk dan echt zo verkeerd bezig? Volgens mij kun en mag je niet alleen naar de kerk wijzen. Persoonlijke teleurstelling, veranderende inzichten die geen weerklank vinden, vastlopen op het routinematige; het is zo gemakkelijk om dat allemaal op kerk af te wentelen. Maar is dat terecht? Het is in ieder geval niet eerlijk. Op het moment dat iemand zichzelf betrapt op het "wij" en "zij" denken, is dat het moment om te erkennen dat men ietwat boven het 'gepeupel' is gaan zweven en neigt men ernaar te vergeten dat de kerk nog steeds een "wij" is.

Natuurlijk zijn er wezenlijke zaken die aangekaart moeten worden en het is heel zuur als kerkleiding "niet thuis" geeft. Het onvermogen van kerkleiders om discussies over groei en verandering te faciliteren is bijna epidemisch te noemen. De leider dient immers te leiden en teveel naar kerkleden luisteren is een zwaktebod in onze cultuur. Kunnen we het ze kwalijk nemen? Een oudste wordt benoemd en vindt zichzelf van de ene op de andere dag op een plek waar hij plots verantwoordelijk wordt gehouden voor de complete geschiedenis van de kerk (met name de zaken die 'toen' mis zijn gegaan). Bovendien wordt hij nu geacht wijs en verstandig te zijn. Er is bijna niemand die zo'n oudste voorbereid op en coached in zijn nieuwe taak. Daar bovenop wordt hij nu ingepraat op alle lopende zaken waarvan de rest van de gemeente geen weet heeft (en hij gisteren ook nog niet). Het zweet breekt hem uit maar hij wil in het gestelde vertrouwen nu waarmaken en dus "God zegenen de greep."
Een beetje meer ruimte en bewogenheid voor de kerkleiders zou passend zijn.

Even terug naar de nieuwe generatie gelovigen die zich onttrekt van de gemeenschap en kiest voor bliokvoer op maat.
Als een gelovige op het laatste moment een samenkomst binnenvalt en als eerste de deur weer uit is, dan is dat niet veel anders dan thuis de tv aanzetten en onder het genot van een bak koffie te "Joycemeijeren" of te Davidmaasbachen." Wel zo aangenaam, dunkt me. En ook milieu vriendelijker.

In een samenleving waarin het 'uitdrukken van de individualiteit' tot waarde is verheven vraagt de keuze om actief in een gemeenschap te participeren steeds meer moed. Het is een beetje afzien en eigenlijk onaards. Het is een keuze. Die keuze impliceert de erkenning dat we het nooit helemaal goed voor elkaar kunnen en zullen krijgen; het is en blijft een werk in uitvoering. Het antwoord is niet om uiteindelijk zelf iets in elkaar te fabrieken maar om, zolang het kruis van Golgotha centraal blijft staan, telkens weer die keuze te maken.
De banden met de gemeenschap doorsnijden en kiezen voor isolement is de slechtste optie en ook nog eens on-Bijbels.
Overigens is de tv een geweldige zegen en uitkomst voor hen die om wat voor reden de deur niet (meer) uit kunnen!

Vraag rest: hoe krijg ik mijn collega's de kerk weer in?

3 juni 2012

Vrijheid en moeten (II)

In de tuin kocht de mens zijn vrijheid. Althans, dat dacht hij. Vrijheid van God. Wat een heerlijkheid. Toch?Geen verplichtingen, geen grenzen. De vruchten van die laatste boom. Ik wil heb.Ik moet heb.
Die boom van de kennis van goed en kwaad. Heerlijke kennis. Lekker rechter spelen. Moeten spelen. Geen keus meer. Ik schaam me opeens. Waarom ben ik bang? Ik verstop me, voel me schuldig. Waar komt die pijn opeens vandaan?
Bonnhoeffer interpreteert de kennis van goed (Tob) en kwaad (Ra) als een werkelijkheid waarbij de mens tegelijk vol van genot en van van pijn is: deze gaan altijd samen.
Het genot en de vreugde van nieuw leven (bij de geboorte) leidt onherroepelijk tot de immense pijn van het sterven.
De vrijheid van  God stelt de mens inderdaad in staat om vrijwel alle grenzen te verkennen en te overschrijden. Maar tegen welke prijs? Ontwrichte relaties zijn het eerste zichtbare en tastbare gevolg. Wegkruipen voor God en de Zwarte Piet doorgeven. "Klopt inderdaad. Ik luister niet helemaal zo goed maar dat kwam vooral omdat die ander nog minder goed luisterde." "Ja, ik ben heus wel slecht maar nooit slechter dan de ander, kom nou."

Jezus: "Als u mijn woorden vasthoudt, bent u werkelijk volgelingen van mij; u zult de waarheid kennen en de waarheid zal u vrijmaken"(Joh. 8:31-32). De vrijmaking die Jezus aanbiedt is de vrijheid tot God en tot elkaar. Dat is de vrijheid die de mens past als een handschoen; die past volmaakt bij hem. Waar de vrijheid van God de mens veranderd in onverzadigbare zwarte gaten brengt de vrijheid tot  God hem op die plek waar hij kan doen waartoe hij is geschapen: geven en dienen.

De wereld ontdekt het als techniek. "Dienend leiderschap" is een kreet die niet alleen binnen christelijke kringen wordt gebezigd. Ook de  zakenwereld heeft ontdekt dat het als kunstje werkt. Als ik net doe alsof ik jou dien is de kans groter dat jij doet wat ik van jou wil. Omdat we leven in een wereld waarin het hemelse zich openbaart in en door gebroken mensen kan het zomaar zijn dat dienend leiderschap niet voortkomt uit een gevend hart maar uit een onverzadigbare hang naar mee vrijheid van God en van elkaar. Diep van binnen koestert de mens het vrij van God zijn. Pas als die mens ontdekt dat vrij van God onmogelijk zonder immense pijn zal zijn, is er een kans dat die mens via de weg van Golgotha de vrijheid  tot  God ontdekt. Die weg is een persoon: Jezus Christus.

2 juni 2012

Over vrijheid en moeten

Ik had er (er = bloggen) even helemaal geen zin in en ook de rust niet voor. Spanje, Amerika en nu net terug uit Zweden; een maand lang had de agenda meer te zeggen over mij dan ik zelf. Niet dat dat bij tijd en wijle zo erg is. Het is een illusie om te geloven dat we altijd maar ons eigen leven en ritme kunnen bepalen. Sommige dingen moeten gewoon!
Wat? Hoor ik iemand zuchten? Sinds wanneer moeten wij dingen? Niets moet!
De vrije Hollander zou iets moeten? We hebben onze vrijheid niet voor niets bevochten. Eenmaal in 't-handje laten we deze nooit meer gaan.
We geloven graag dat we de dingen die we doen uit vrije wil doen; omdat we het willen. Op het moment echter dat ik met mijn vermeende vrije wel ergens voor kies; treedt het moeten in werking. Nu zullen we niet zo snel het woordje moeten in deze context gebruiken. Liever gebruiken we "verantwoordelijkheid." Dat klinkt vriendelijker maar verwijst nog steeds naar een (morele)  verplichting.

Iemand die "ja" zegt tegen een baan, gaat daarmee een verplichting aan met zijn of haar werkgever. De verplichting om op een bepaalde tijd ergens te verschijnen en een product te leveren. De monetaire beloning aan het eind van de maand verzacht het moeten, maar dat moeten is er wel degelijk. Geld motiveert enorm. Misschien is het wel zo dat hoe hoger de beloning, hoe minder het moeten als moeten wordt ervaren. Je kunt dan namelijk meer dingen kopen die je wilt. Dat zijn dan meestal dingen die de schijn in stand houden dat we vrij zijn om te doen wat we willen.

  • Je dochter weggeven aan een Spanjaard? Hij had keurig om haar hand gevraagd en op het moment dat ik toestemde, zegde ik impliciet ook ja tegen de gevolgen daarvan. Dat moet gewoon.
  • Toen ik "ja" tegen het faciliteren van een mentoring clinic in Denver moest ik daar wel heen.
  • Toen ik "ja" zei tegen het leiden van een retraite in Zweden, nam ik de verantwoordelijkheid op me om deze voor te bereiden en het gevraagde product te leveren.

Jezus had daar ook wat over te zeggen: "laat uw woord ja echter ja zijn en uw nee nee; wat hierboven uitgaat, is uit de boze" (Mat. 5:37).
Een belofte schept verplichtingen. Geen belofte, geen verplichtingen.
Echter, tegen beter weten ik betrap ik mezelf regelmatig op het doen van beloften die ik niet waarmaak. Soms is het een belofte om mezelf en anderen niet in verlegenheid te brengen.

  • "We moeten snel eens afspreken. Ja, dat moeten we zeker doen."  Deze is onschuldig, beide partijen weten dat het waarschijnlijk nooit gaat gebeuren maar dat is okay. Niemand heeft zich vastgelegd of iets beloofd.
  • "Ik ga je snel bellen om een afspraak te maken."  Deze is al een stuk gevaarlijker. Misschien hoop je dat de ander nooit belt of denkt alvast na over wat je zult zeggen om ervoor te zorgen dat de afspraak nooit plaatsvindt.
  • "Ja, ik kom zeker van de week langs om het in orde te maken." Dit zijn de ergste. Hoe stelliger de belofte hoe onwaarschijnlijker de kans dat het gaat gebeuren. De "belover" verliest het toch al minimale krediet dat hij/zij had (heeft al de reputatie van woordbreker). Hier treedt het "boze mechanisme" in werking. De belover weet dat hij/zij geen woord zal houden. Voelt zich waarschijnlijk teleurgesteld in zichzelf (of heeft er gewoon helemaal lak aan, dat kom ook wel voor) en heeft al zoveel woorbreekvoorvalletjes op zijn/haar lijstje staan dat reparatie onmogelijk lijkt.

Beter is om "nee" te leren zeggen als je bij voorbaat al weet dat je de belofte niet waar kunt maken. Eenmaal "ja" gezegd neem je de verplichting tot uitvoering van de belofte op je. En dat is een serieuze zaak.

13 mei 2012

Metaalmoeheid

Hadden de Filippenzen last van metaalmoeheid toen Paulus hen aanmoedigde om alles zonder morren en bedenkingen te doen? Waren ze het zat om de gekste taken voor hun veelal Romeinse bazen uit te voeren? Konden ze temidden van de waarheid claimende partijen het niet langer opbrengen om hun werk met plezier te doen?
Wat Paulus hen opdroeg gaat wel erg ver; alles zonder morren of bedenkingen doen. Trouwens, het is een wat vreemde instructie als Paulus het over "alles" heeft. Hoeveel is alles? Alles kan natuurlijk nooit "alles" zijn. "Alles" staat altijd in een context. Soms is alles daadwerkelijk alles maar meestal niet.
Stel je voor dat mijn Romeinse baas mij opdraagt om de buurman in vier stukken te zagen. Als Paulus' instructie universeel is bedoeld, haal ik vervolgens fluitend mijn decoupeerzaag tevoorschijn, verdoof mijn nietsvermoedende buurman en zaag hem vervolgens in vier gelijke parten.
Wat doe ik als mij een taak wordt opgedragen die moreel verwerpelijk is? In zo'n geval is er een hogere wet van toepassing die Paulus' instructie overstijgt. Mijn gehoorzaamheid aan God overstijgt de christelijke regel om alles zonder morren of bedenkingen te doen. Alles is dus zelden alles. Waar het Paulus om te doen is, is dat er temidden van de vervolging en de druk waaraan de gelovigen te Filippi blootstonden, een houding mogelijk is die de waarheid recht doet. Wie er gelijk heeft of het debat zou kunnen winnen is van minder groot belang dan de houding waarmee men dat debat voert.
Christenen zijn redelijk goed in het claimen van de waarheid. Als men een waarheidje heeft gevonden wordt deze gepromoot en verdedigd alsof het om lijfsbehoud zou gaan. Het fanatisme waarmee het waarheidje wordt gepromoot en verdedigd verhoudt zich omgekeerd evenredig aan de houding; de liefde spoelt zomaar het riool in.
Paulus pleit ervoor dat de manifestatie van de liefde van Christus in elke situatie het enige antwoord is in welke mogelijke strijd dan ook. Het licht van een schitterende ster laat zich maar moeilijk ontkennen. Daarin is de toets van ware naastenliefde te vinden. Het is een heerlijke ervaring als je mensen ontmoet die weinig anders kunnen dan liefhebben. Daar kun je het niet van winnen.

Naar Filippenzen 2.


16 april 2012

Bestaat een zuiver motief?

Gisteren kwam er na de dienst een jongedame naar me toe die het niet eens was met iets wat ik had gezegd. Eerlijk gezegd wind ik het wel prettig als mensen dat doen en het verbaasde me dat er niet meer naar me toe waren gekomen. Dit zei ik ongeveer:

"Als ik in een achterstandswijk in Afrika, Azië of Latijns Amerika een oproep doe om "de zending" in te gaan, is de reactie niet zelden overweldigend. "Varen met OM" spreekt velen tot de verbeelding en betekent dat de leef en woonomstandigheden van de potentieel geroepen tot wel de tiende macht toenemen.
Eenzelfde oproep in een van de landen waar we het redelijk voor elkaar lijken te hebben levert komische taferelen op. Potentieel geroepen zien opeens dat hun veters los zitten, verschuilen zich achter zopas uitgedeelde communicatieorganen, voelen plotseling de behoefte om met gesloten ogen zelf reflecterende oefeningen te doen, of kijken de boodschapper fier aan omdat ze een heldere filosofie hebben ontworpen die hen volkomen vrijpleit om niet te hoeven terugvallen in woon- en leefomstandigheden die krap boven de armoedegrens uitkomen."

De jongedame meende te begrijpen dat ik bedoelde te zeggen dat alle zendelingen uit arme(re) landen "de zending ingaan" (wat een verschrikkelijk begrip is dat toch) omdat dit een opwaardering van hun levensstandaard zou inhouden.
Dat was geenszins wat ik bedoelde te zeggen. Ze was het inleidende zinnetje tot de bewuste paragraaf vergeten. Dat kan ik me wel voorstellen omdat iedereen normaliter de neiging heeft om de knop om te zetten wanneer iemand iets zegt dat een stekelig gevoel in je nek oproept. Het is niet ongewoon dat mensen op zo'n moment besluiten om met terugwerkende kracht niet meer te luisteren.
Ik leidde de gewraakte paragraaf in met "Ik geloof dat het antwoord van de mens op de vraag van God altijd een"blend" is van motieven." De volgende paragraaf was ter illustratie bedoeld en niet als universeel principe.

Een motief: dat wat mij motiveert, is altijd een optelsom van componenten. Het is een soort van bouwwerk dat de mens construeert en dus ook kan deconstrueren. Een enkelvoudig motief is als een standbal. Als die lekgeprikt wordt, is er niets meer over dan alleen het omhulsel. Wanneer een component in een constructie erodeert, hoeft dat niet meteen einde verhaal te zijn. De andere componenten kunnen het ontstane gat vullen of er komt iets anders voor in de plaats.

Wat van belang is dat ik mijn motief onderzoek en analyseer; eerlijk kijk naar de verschillende componenten, deze erken en benoem. Ik word namelijk maar moeilijk gelooft als ik beweer dat slechts "de liefde van Christus mij dringt." De apostel Paulus (ja, hij zei het echt) verhaalt in andere brieven over andere componenten die deel uitmaken van zijn motiefconstructie. Hij noemt ook als motief dat hij een "schuldenaar" is en dat het een "verplichting" is.
Eenduidigheid betekent niet dat een motief zuiver is. Het eerlijk onderkennen, erkennen en benoemen van dat wat mij motiveert komt een beetje in de buurt van zuiver.
Dacht ik.

10 april 2012

Ontbijtje met Jezus

De Franse schilder Tissot heeft er iets heel gewoons van gemaakt. Eigenlijk is het een beetje een saai plaatje. Jezus aan het ontbijt met zijn discipelen. Een gewoon tafereel tegen een ongewone achtergrond omdat het na Zijn dood en begrafenis plaatsvond. De jongens waren gaan vissen, werkten de hele nacht, vingen niets en op aanwijzing van de vreemdeling, die van de kant roept dat ze het eens aan de andere kant van de boot moeten proberen, halen ze uiteindelijk hun ontbijt, en meer, binnen.
Aan de kant aangekomen heeft de vreemdeling een vuurtje klaar en de jongens zijn al snel hun magen aan het vullen. Ze hebben al een soort van door dat het Jezus was, maar niemand durft er over te beginnen.
Het ongewone temidden van het gewone. De opstanding verandert alles. Niets is meer gewoon. Opeens is er niet langer een doorkijkje naar de eeuwigheid, maar een helder zicht en een wijd open deur.
Naast alle geestelijk waarheden die we in hoge en verheven taal breed uitmeten, laat dit tafereel ons zien dat het  leven doorgaat. er moet gewerkt en gegeten worden. Daar is niets hoogs of verhevens aan. Het grote verschil is dat Jezus aanschuift. Het gewone ontbijt wordt een ontbijt met uitzicht.
Het maken van de vertaalslag van het hemelse naar het aardse is niet altijd gemakkelijk maar wel cruciaal. Een hemelse waarheid die zich niet manifesteert in het aardse, ontbreekt zeggingskracht.

Eugene Perterson schrijft dat "De vorming van ons geestelijk leven gaat helemaal mis als we dit los van het alledaagse gestalte proberen te geven.”( Eugene Peterson, Living the resurrection, 71).
De wereld is op zoek naar antwoorden. Christenen claimen die antwoorden te hebben maar weten deze vaak abstracte waarheden maar moeilijk vorm te geven rond de ontbijttafel. De uitdaging is om taal en vorm te vinden die iedereen aan die ontbijttafel begrijpt. Misschien dat het zou helpen om de eerstvolgende keer een prediker die blijft haken in hemelse taal, te onderbreken en te vragen of hij het in ontbijttaal wil vertalen. Dat kan best, het kost alleen wat meer inspanning.