23 december 2011

Onmogelijke vrede

We zingen en lezen erover, we hopen erop en vinden dat het betamelijk is: vrede op aarde. Een redelijk streven. En, laten we wel wezen, als iedereen nou eens normaal zou doen, dan zou vrede zelfs mogelijk zijn.
Daar zit ook meteen de crux. Normaal doen. Wat bedoel ik daarmee?
Simpelweg betekent het dat als iedereen overeenkomstig mijn norm zou leven, er vrede zou zijn. Hoe weet ik dat? Wel, ik ben een vredelievend mens. Als dus iedereen die karaktereigenschap zou hebben we met elkaar veranderen in een vredelievende massa, dan is de kat toch in 't bakkie?
Volgens mij werkt het niet zo.
Ter vergelijking; als iedereen zich in het verkeer precies zo zou gedragen als dat ik doe, zouden er geen ongelukken gebeuren en zouden er geen files zijn. Ik zou namelijk van de ander verwachten dat hij of zij de auto laat staan als ik de weg op ga. Stel je voor dat we dat allemaal als norm zouden hanteren dan zou iedereen èn z'n auto laten staan èn tegelijkertijd de weg opgaan.
Kortom, in de praktijk zouden we maar moeilijk met onszelf uit de voeten kunnen. Ik denk zelfs dat door de ontstane paradox, de hele wereld tot stilstand zou komen en wellicht imploderen.
En, hoe vredelievend ben ik in het echt? Ik heb wel eens momenten dat ik meen mezelf enigszins objectief te kunnen observeren en daar conclusies aan te verbinden. De belangrijkste conclusie is dat ik waarschijnlijk gek zou worden van het leven met mezelf. Ik durf zelfs de weddenschap aan dat als ik mezelf maar voldoende push, ik mezelf de hersens in zou slaan.
Toch zijn er complete volksstammen die menen dat als iedereen 'normaal' zou doen, het leven leefbaarder zou zijn en we in een soort van duizendjarig vrederijk terecht zouden komen. Het getuigt van een niet zo'n slimme domheid  en grove zelfoverschatting. Dictators noemen we ze.
De kwetsbaarheid van de kribbe waar de mens knielt in overgave en zijn vermeende 'grootheid' verliest is mijns inziens de enige houding die het mogelijk maakt om verschillen niet slechts te tolereren, maar van harte te omarmen.

Marc Chagall, La Crèche