12 december 2011

Atheïsme en de achterlijkheid van het geloof

Gisteren kwam in "God in de lage landen" een atheistische wetenschapper aan het woord die vindt dat wetenschap en geloof elkaar uitsluiten. De wetenschap zou als beste in staat zijn om de zaken te verklaren.
Nu geloof ik in wetenschap. God geeft ons in de Bijbel de opdracht om zaken uit te zoeken. Het getuigt echter van een grote overschatting van diezelfde wetenschap om het geloof weg te zetten als een achterhaald uitgangspunt of een achterhaalde wereld- en mensduiding.
De talloze mysteries waarvoor de wetenschap (nog) geen antwoord op heeft, of tracht te verklaren op basis van vooraannames pleiten juist voor een geloofscomponent.
Tegelijkertijd siert het een gelovige als deze zich over zijn argwaan en antipathie aangaande de wetenschap heen weet te zetten.
De Bijbel is geen wetenschappelijk boek; het is de openbaring van Gods handel en wandel met de mens.
Een naar mijn mening starre gelovige meldde mij een tijdje terug dat iemand die een letterlijke zesdaagse schepping loslaat, de genadeleer op de helling zit. Hoe die twee zich tot elkaar verhouden, zie ik persoonlijk niet zo. Ja, natuurlijk, God is in staat om de hemel en de aarde in zes dagen uit het niets tot iets te creëren. Het is echter zeer onwaarschijnlijk. Toch zijn er nogal wat gelovigen die aan de hand van theorieën en interpretaties van het woord dag, stellig blijven vasthouden aan die letterlijke zesdaagse schepping. Persoonlijk vind ik dat het er helemaal niet toe doet en bovenal niets af- of toedoet aan Gods genadeverhaal.
De controversiële Joodse wetenschapper Immanuel Velikovski schreef een aantal boeken die zeer de moeite van het lezen waard zijn (Werelden in botsing, Aarde in beroering). Wat hij vooral aantoont is hoe God de natuurlijke gang van zaken gebruikt om het bovennatuurlijke te laten gebeuren. Her en der komt het allemaal wat fantastisch over maar het introduceert wel dat interessante perspectief. Lange tijd was hij persona non grata in de academische wereld; literatuuronderzoek aan de hand van oude geschiedenisboeken is nu eenmaal een mager wetenschappelijk uitgangspunt.
Een wetenschapper die gelovige collega's wegzet als naïef en achterlijk is net zo kwalijk als een gelovige die beweert dat de wetenschap ons niets kan leren.
Het geloofscomponent "In den beginnen schiep God" helpt een wetenschapper juist om vervuld met verbazing onderzoek te doen. De complexiteit van zaken;  wie had dat ooit kunnen (be)denken, het maakt God zoveel groter en de mens zoveel nietiger. En misschien is dat het probleem juist; een wetenschapper wil misschien niet als nietig neergezet worden; die wil iets zijn.
Echter, aan het eind van de dag kunnen we maar een ding concluderen: hoewel we nu zoveel weten, we weten nog zo weinig.
Aan de slag dus, wetenschap en geloof, hand in hand op ontdekkingsreis.
God, wat bent U groot.