30 november 2011

Evaluatie kan pijnlijk zijn

Over een paar minuten de deur uit. Naar Birmingham om een Mentoring Clinic te leiden. Erg leuk om te doen.
Meestal wordt, ter afsluiting van trainingen, conferenties en dergelijke door de baas betaalde uitstapjes, deelnemers om feedback gevraagd. Deze feedback is vrijwel altijd positief: "De beste training die ik ooit gevolgd heb, wat een leuke en goede staf, we hebben vreselijk gelachen, ik zou het iedereen aanbevelen, ik kan eigenlijk geen verbeterpunten bedenken,..."
Het is natuurlijk leuk om te horen en te lezen voor de mensen die een dergelijk evenement faciliteren en organiseren maar het is een vreselijk slecht meetpunt. Mensen  zijn uit de sleur van hun werk gehaald, ontmoeten anderen, eten andere dingen; ik durf te stellen dat onder deze omstandigheden willekeurig wat voor onderwerp dan ook hoge punten in de evaluatie scoort en dat je het desnoods over postzegelverzamelen had kunnen hebben.

Interessant is de impact op lange termijn en zojuist heb ik een onderzoek afgerond onder enkele honderden deelnemers aan de twintig clinics die we de afgelopen vijf jaar hebben gehouden. Dat levert bruikbare data op en geeft een goed beeld van de sterke en de zwakke punten van de clinic: veel "yes, dat hebben we goed gedaan" maar ook aandachtspunten waar de score niet naar verwachting of wens is. Daar moeten we mee aan de bak! Vanmiddag plan de campagne met twee collega's waarmee ik de meeste clinics leid.
Als de clinics op termijn niet leiden tot effectiever en kundiger mentors, als de deelnemers niet zijn gegroeid in hun vaardigheden, de tools niet gebruiken en met het geleerde niet intentioneel aan de bak gaat, moeten we er meteen mee kappen.
Dit onderzoek moedigt me aan om op een dergelijke manier het effect van alle trainingen te gaan meten. Want er wordt me daar toch een partij getraind en gevormd! Maar is het allemaal wel zo effectief?
Zelfkritiek en gezonde evaluatie met daaraan verbonden consequenties zijn noodzakelijk. Ik durf dat best aan. Iets instandhouden om reden dat we het al jaren doen is de eerste indicatie dat serieuze evaluatie op zijn plaats is. Niet volgend jaar, maar nu.

Trouwens, we verzorgen deze clinics ook voor andere organisaties: mentoringclinic.weebly.com.

27 november 2011

Smaakpapillen kietelen

Ze bevinden zich onder ons en vallen niet al te zeer op. Spreken dezelfde taal en wanneer ze spreken doen ze dat voortreffelijk. Met weldoordachte en goed geplaatste retoriek weten ze de argeloze burger voor zich in te palmen, tweedracht en ergernis achterlatend.
We zoomen in op de vierkante millimeter Christoloog en volgen hem een paar dagen. Kan het zijn dat zijn voorliefde voor alles wat de smaakpapillen stimuleert en zijn buikholtes vult model staat voor een allesoverheersende symptomatiek? Als je namelijk wat rond blijft hangen en observeren blijkt de beste man of vrouw een 'zwart gat' te zijn. Een van de belangrijkste kenmerken van een zwart gat is dat ze alle energie en ruimte in hun omgeving opzuigen. Een errug leuk filmpje die dit illustreert en een moderne interpretatie is van het narcissus (ja die gozer die verliefd werd op z'n eigen spiegelbeeld) syndroom vind je hier.
Iedereen kent ze. Vraag een willekeurig iemand of hij/zij iemand kent die de "gave van het nemen" heeft en men hoeft niet al te lang na te denken eer er een naam of twee, drie uitrolt.
Paulus schrijft over dergelijke lieden in Romeinen 16. Lieden die het dienen van Christus ondergeschikt hebben gemaakt aan de eigen buik, of "bediening."
Je dacht door genade behouden te zijn en houdt je al je leven lang aan deze eenvoudige waarheid vast. Geweldig.

Maar daar komen ze al aan en stellen zich op in rijen van drie: het "Genade Plus" leger. Allen hebben ze een zogenaamde diepere waarheid gevonden waarmee ze de onmeetbare genade toch weer een beetje meetbaar denken te maken.
Het vraagt een zeker vernuft om een deeltje van de waarheid te isoleren en op een vierkante millimeter van het onmeetbare terrein van genade een constructie te doen oprijzen die het hele terrein overschaduwt.
Het zit zo diep in de mens verankert: de neiging om het zelf als de norm te verheffen. Maar het is zo vreselijk zwargatterig.
En het ziet er gewoon raar uit, zoals het plaatje illustreert.

Genade, zo oneindig groot. 
Dat ik, die 't niet verdien
het leven vond, want ik was dood 
en blind, maar nu kan 'k zien. 


Genade die mij heeft geleerd 
te vrezen voor het kwaad. 
Maar ook - als ik mij tot Hem keer 
dat God mij nooit verlaat. 


Want Jezus droeg mijn zondelast 
en tranen aan het kruis. 
Hij houdt mij door genade vast 
en brengt mij veilig thuis. 


Als ik daar in zijn heerlijkheid 
mag stralen als de zon, 
dan prijs ik Hem in eeuwigheid ) 
dat ik genade vond.


(c) DP / Universal Songs Tekst & muziek: John Newton Ned. tekst: Elly Zuiderveld-Nieman



25 november 2011

Een echt exemplaar

Vanmorgen dacht ik de balans op te maken van wat 51 jaar aardlingschap mij heeft gebracht.
Is het allemaal onuitsprekelijk vermoeiend, zoals de Prediker het enigszins kort door de bocht samenvat? Of geeft het reden tot een volmondig "Tsjakka?" Ik denk dat ik er ergens tussenin zit en de balans de ene keer wat naar links en de andere keer wat naar rechts neigt, afhankelijk van hoe ik me op dat moment voel. Het leven en de levenskwaliteit laat zich maar moeilijk objectief meten. De waardering ervan is in grote mate subjectief en afhankelijk van zoveel factoren dat een jaar lang bloggen niet genoeg zou zijn om die allemaal op te sommen en te verkennen.

Heb ik nog wensen?
Een zinnetje in Romeinen 16 trok zojuist in het bijzonder mijn aandacht: "Doe de groeten aan Apelles, de echte christen."
"Wat maak je me nou, Paulus?" was mijn eerste gedachte. "Gradaties en kwalificaties introduceren? Is het allemaal al niet verwarrend genoeg?"
Ik heb altijd al moeite met de vele adjectieven die we in het dagelijks taalgebruik bezigen. Iets moois gaat meestal gepaard met een adjectief. Iets is "ontzettend," "best," "redelijk," "super," of wat dan ook mooi. Gewoon mooi is zo gewoon.
Wie of wat bepaalt dat iemand christen is? De eerste gedachte is dat als je de Here Jezus hebt aangenomen als je persoonlijk verlosser, je christen bent. Dat is de heersende gedachte. In de Bijbel komen we echter een andere praktijk tegen. Het was de omgeving die bepaalde of iemand christen was. Paulus en z'n kornuiten worden in Antiochië christen genoemd door de mensen die hun levens een jaar lang hadden kunnen observeren: ze leken op Christus en werden, waarschijnlijk licht spottend, naar Hem vernoemd wiens leven in hen zichtbaar was.

De echte christen Apelles. 
De gedachte erachter is deze: Apelles werd bij de Consumentenbond afgeleverd om een aan batterij tests te worden onderworpen. Die tests beoogden in kaart te brengen in welke mate het product voldeed aan de specificaties. Apelles kwam uiteindelijk als "beste koop" uit de bus: de Christustest ondergaan en authentiek gebleken!
Nu hoeven wij die tests niet te bestellen. Die komen vanzelf op ons af. Het leven bevat voldoende testelementen die op de Christus claimende mens worden losgelaten. Deze proeven van bekwaamheid zullen uitwijzen of we met het echte product te maken hebben of met een goedkope Chinese kloon.

Dat is mijn grootste wens: echt te blijken.

16 november 2011

Vark eten

Is het mogelijk dat wat de een uit geloof doet, voor een ander zondig is? Met betrekking tot het eten van dingen is dat wel degelijk mogelijk volgens Paulus.

  1. Als je zonder twijfel vark of boerenkool eet, ben je gelukkig.
  2. Eet je vark of boerenkool maar hebt daar tegelijkertijd twijfels bij, dan handel je niet uit het geloof.
  3. Alles wat niet uit geloof gedaan wordt, is zondig (Rom. 14:22-23)
Nu was dat eten van vark, en andere zogenaamde onreine dieren en zaken, een hot issue in de vroege kerk. Het stond namelijk eeuwenlang op de lijst van verboden middelen. Het verlossende werk van Christus had echter ook een flinke verschuiving van zaken op de welles en de nietus lijstjes tot gevolg. Vark deed nu mee (handelingen 10). Echter, als dat eeuwenlang de traditie was, dan schakel je niet van het ene op het andere moment over.
De discussie ging ten diepste over de vraag over de reikwijdte van de verlossing. Daar komt geloof bij kijken. 
Daarom is en blijft het een vraag van alle eeuwen. 
In onze moderne tijd met haar nadruk op verlossing van zonde en redding voor de eeuwigheid, wat al voldoende stof tot discussie oplevert en onenigheid bewerkt, is de vraag over die reikwijdte enigszins ondergesneeuwd; het staat op het waakvlammetje.

Nu levert vark niet al te veel problemen meer op. Het is tegenwoordig een schoon beest; vreet geen plastic, batterijen of anderszins zwervend vuil en wordt intensief en gebalanceerd gevoed om in zo'n kort mogelijke tijd klaargestoomd te worden voor haar bestemming: opgerold en in een keurig netje bijeengehouden op mijn bord. Dat kan voor, tijdens of na Kerst zijn.
Of ik vind dat mijn vark een levenswaardig bestaan heeft gehad alvorens tot haar bestemming te komen is een gewetenskwestie. Kan ik het zonder twijfel of zelfverwijt eten dan ben ik een gelukkig mens. Mocht ik echter, door Marianne Thieme en companen  bewustgemaakt van de miserabele en dieronwaardige omstandigheden waarin mijn vark tot haar bestemming komt, tot twijfelen worden gebracht over de ethische juistheid van het openknippen van het netje en tot het versnaperen van mijn rolletje vark overgaan, dan is mij dat tot zonde.

En zo past Paulus dit principe toe op alle eten en drinken. Vuistregel: als het een ander in mijn directe omgeving stoort: niet doen; "iemand voor wie Christus is gestorven, mag u niet te gronde richten door wat u eet" (Rom. 14:15). Dus, mocht ik ooit met de naamgenoot van mijn vrouw aan de lunch zitten, zal vark in haar netje blijven en geniet ik van een boerenkoolsalade met cashewnoten (of zoiets). Maar dan wel met een glas wijn.

De verlossing die Christus bracht, raakt alles. Het verlost mij van mij narcisme en recht op zelf. De ander eerst. De ander geen aanstoot geven. De ander dienen. Verlost van zonde, gered voor de eeuwigheid en in het hier en het nu vrij om te dienen.
Het is heerlijk om verlost te zijn.

15 november 2011

Kappen met eten!

Of juist niet? Wie heeft er gelijk? De man met de tot aan z'n knieën overhangende buik die als gevolg daarvan wekelijks doktert of de extreem fitte atleet die z'n dieet met zorg kiest en nooit dokert maar gewoon op z'n 82ste doodgaat. De een kost de staat tonnen en hijgt zich naar de eindstreep zonder deze ooit in zicht te krijgen terwijl de ander de eer van het land verdedigt met zijn of haar gymnastiekoefening.
Wel of geen Vark? Dat was zo'n beetje de discussie in Romeinen 14.
Het antwoord van Paulus zouden we nu met een scheef oog aan zien: je mag eten wat je wil en we moeten kappen met elkaar te veroordelen. De graseters moeten de varketers met rust laten en de omnivoren moeten kappen met het neerkijken op knagers. Echter, als mijn geknaag jou ergert, eet ik het thuis. Als mijn gevark (ja, ik weet dat mijn buik nu mijn knieën raakt, maar ik heb wel lol) jou aanstoot geeft, houd ik me in. We zijn vrij om te eten wat we willen maar daar waar het een issue wordt treedt een overtreffend principe in werking: de liefde. 
Die liefde eert en waardeert de ander en doet niet aan zelfpromotie.
Wat schattig.... Van wie zou hij het hebben?
Dat staat haaks op de heersende gedachte dat het recht op "authenticiteit" te allen tijde prevaleert; ik doe mijn ding op mijn manier en als het je niet aanstaat heb je pech.
Het wordt ook wel verhuftering genoemd.
In de trein waar een schlemiel groot doet met z'n leren jekkie, z'n ipod, ipad, iphone en andere vruchtderivaten en zich zo mogelijk nog wat groter maakt als iemand tracht om een van de vier stoelen die schlemiel heeft geclaimd, op te eisen. 
Elegant gedrag nodigt meer uit tot het praktiseren van de overtreffende liefde dan hufterig gedrag. Verhuftering nodigt uit om mee te hufteren. Het gevoel van verontwaardiging neemt toe en leidt subtiel tot terugtrekking; ik leef mijn leven op mijn manier en jij het jouwe op jouw manier. Maar het heeft niets meer te maken met het promoten van de ander en juist alles met het beschermen van het zelf.
We leven in een krankzinnige wereld.

14 november 2011

Gezocht: assistent(e)

Ik kan het niet langer uitstellen. Ik heb hulp nodig. In een "normaal" bedrijf gooi je er een zak geld tegenaan en je "huurt" een werker. Bij OM gaat dat wel wat anders. Die zakken met geld zijn er niet en het is ook van belang dat een toekomstige medewerker iets van een roeping ervaart. Sommigen noemen dat een "klik", of "hun ding" en dat maakt het allemaal wat ingewikkelder. Ik weet dat de persoon die ik zoek ergens rondloopt, zit, of staat maar van een afstandje niet kan ruiken dat er een job beschikbaar is. Misschien dat u, gewaardeerde bloglezer iemand weet die deze schoen past?

9 november 2011

Als decibellen wijken

Onherkenbaar door het op maximum decibel producerende PA systeem zag ik kabouter Thijs van Leer's lippen bewegen. Z'n gejodel stierf weg in de overheersende en misvormde Hammondklanken en krijsende uithalen op de Les Paul.
Jammer. Oude glorie laat zich dan toch beter afluisteren over de Hifi installatie in het privédomein.
Focus in Carlisle. Of all places.
Een collega, Focus fan, had me overgehaald om mee te gaan.
Ik vertrok na de eerste helft. Terwijl de klanken langzaam wegstierven naarmate ik me van het etablissement af bewoog, overviel de stilte, versterkt door een monotoon residu in m'n oren, ook wel "piep" genoemd.
Hocus Pocus, Sylvia, Eruption; vaag herkende ik de hits maar ze hadden niet de schoonheid van weleer. Jammer.

Ik bedacht dat het op de een af andere manier het leven illustreert. Hoe meer jaren er overheen gaan, hoe minder onbevangen je erin staat. Maar ik bedacht ook dat het niet zo hoeft te zijn en dat er altijd nog zoveel schoonheid overblijft, ondanks het feit dat we er collectief een puinhoop van maken. Vanmorgen vroeg liep ik een stukje door het bos dat naast het OM kantoor begint. Helemaal alleen. Herfstkleuren en -geuren; God, wat is uw wereld mooi. Vooral als decibellen wijken.

8 november 2011

Hebben recalcitrante koeien bestaansrecht?

Ja, je kunt er maar moeilijk omheen. Volgens Paulus zijn alle regeringen door God geïnstalleerd. Dat is toch even slikken. Als dat waar is, kan ook onze regering alleen bestaan en haar macht uitoefenen omdat God haar op die plek heeft gezet. Ook de Griekse regering. En die van Noord Korea. Zelfs van Amerika... Nou, nou.
In het grote verhaal van God begrijp ik dit wel. Ieder mens, ieder systeem leeft en beweegt bij Zijn gratie.
Mocht dat niet zo zijn dan hebben we een groter probleem omdat we dan zouden moeten besluiten welke regering wel en welke regering niet door Hem regeert. Paulus zegt hier (Romeinen 13) dat we ons daar geen zorgen over hoeven te maken; de God van alle leven geeft alle regeringen het mandaat om te regeren. Dat ze in dat regeren wel of geen rekening houden met de God, doet dar niets aan toe, of af.
Maar het wordt ingewikkelder als we Paulus nog even laten uitpraten. Hij zegt dat, omdat alle regeringen door God zijn, we ons aan die regering moeten onderwerpen. Daar waar iemand weigert om zich aan het boven haar gestelde gezag te onderwerpen, wordt dat toegerekend als ongehoorzaamheid aan God.
Nou, daar moet je bij een Nederlander niet mee aankomen.
Gisterenavond vroeg een Schotse collega, onze internationale financiële audoitor, of de Nederlanders in het algemeen op de hoogte zijn van de situatie waarin Griekenland de euro heeft gemanoeuvreerd. Mijn antwoord was "waarschijnlijk niet, maar ze hebben wel allemaal een mening."
Zo is het ook met dit stukje onderricht van Paulus. Begrijpen doen we het niet precies maar we hebben wel allemaal een mening.
Hij gaat nog verder: de regering is door God gegeven om ons te helpen.
Helpen? Ik zie de bloeddruk van de gemiddelde Hollander stijgen tot ongekende hoogte. "Graaiers zijn het, meneer. Dat zeg ik: graaiers."
Het gevaar met het isoleren van een stukje in de Bijbel is dat het je vaak maar een stukje van het verhaal laat zien. Als je hier namelijk de uitspraak dat we God meer moeten gehoorzamen dan de mensen (Handelingen 5) naast legt, wordt het geheel al wat interessanter. We worden geacht om binnen het verhaal van 'alle regeringen zijn door God gegeven', keuzes te maken die God eren;  geen slaafse onderdanigheid maar een leven waarin weloverwogen keuzes gemaakt worden die gebaseerd zijn op de principes en uitgangspunten van Zijn koninkrijk.
Gelukkig  geven veel regeringen de ruimte binnen haar wetgeving om het met haar oneens te zijn, in beroep te gaan en te protesteren. Ook dat valt binnen het kader van gehoorzaamheid an de overheid. Vandaar dat we in Nederland best wel veel kunnen doen, binnen de kaders van de wet, zonder dat dat meteen tot gewetensconflict leidt.
The Recalcitrant cow by Georges Redon
Moeilijker is het voor hen binnen totalitaire regimes die deze ruimte niet bieden. Daar heeft het "God meer gehoorzamen dan mensen" verstrekkende gevolgen voor de moedige man of vrouw die opstaat en de regering direct of indirect wijst op misbruik van de haar door God gegeven macht.
Vandaag zullen weer mannen en vrouwen gevangen worden gezet, gemarteld of zelfs gedood omdat ze God meer gehoorzamen dan mensen.
De discussie die wij over deze passage in Romeinen 13 voeren, vindt plaats op en vanuit het pluche van onze welvaartsdemocratie en heeft maar weinig  persoonlijke gevolgen. Zelfs voor de recalcitrant, de dwarsligger en de non-conformist. Onze regering voorziet zelfs in de ruimte die zij claimen.
Gekke wereld eigenlijk. Maar wat doen we met krakers in de kerk? Hoeveel ruimte biedt de kerk om haar gezag aan te spreken? Daarover morgen meer.


7 november 2011

Het publiek neemt afstand

Wat zegt het over een groep, over de individuen in de groep of over de sprekert as je publiek de rijen van achter naar voren opvullen en er zich tussen de sprekert en de eerste levende wezens vijf lege rijen bevinden. Wat zegt het en wat doe je?

  1. De spreker heeft, nog voordat hij z'n mond opentrekt, al zo'n intimiderende uitstraling dat het de mensen bij  voorbaat al doet terugdeinzen; zoiets van "dan hebben we dat vast gehad.
  2. Het publiek is uiterst bescheiden en niemand wil de indruk wekken te gretig te zijn. 
  3. De vorige spreker was te luid en sproeide de eerste rijen onder met een fijn speekselgordijn.
  4. Het publiek heeft een deuk opgelopen. Een ietwat afwachtende houding met een spikkeltje achterdocht is zo gek nog niet. Er wordt in de naam van God al zoveel gezegd.


Hoe dan ook; je moet het ermee doen. Wat nu?

  1. Waar ik zelf een gruwelijke hekel aan heb is als een spreker het publiek gaat commanderen om naar voren te komen, daarbij gebruik makend van flauw grapachtig commentaar: "Ik bijt niet hoor," "Zijn jullie bang of zo," "Is het achterin warmer?" "Ik heb toch echt m'n tanden gepoetst," "Ik beloof dat ik niet zal spugen."
    Verschrikkelijk. Dat is dus geen optie. 
  2. Het spreekgestoelte naar beneden halen en zo dicht mogelijk bij de eerste levende mensen neerzetten zonder flauwe of beschuldigende grappen te maken zoals, "Als de berg niet naar Mozes komt, gaat Mozes wel naar de berg toe," "jullie mogen dan misschien bang zijn voor mij, ik ben echt niet bang voor jullie hoor, haha."

    Dat hebben we dan maar gedaan. Zo dicht mogelijk bij en naast de mens gaan staan zonder flauw te doen.

Maar zwaar was het wel. Omdat het een relatief kleine groep was, zo'n veertig man en vrouw, hielp het om rond te lopen en concrete, en directe en open vragen te stellen. Toen werd het wel wat losser maar het was duidelijk dat de hele groep een aardig ingedeukt was. Reden is mij onbekend maar vaak spelen dikke ego's in het werk van God die weigeren om af te slanken of in te krimpen en prominente rol; het scenario voor jarenlange achterdocht, onvergevingsgezindheid, verwijdering en eenzaam lijden en verdriet.
Ik kan het me goed voorstellen. Als je dat net hebt meegemaakt dat houd je een slag om de arm als er een vreemde spreker op het podium staat. Zou ik ook doen. Doe ik ook. En niet alleen bij vreemde sprekers.

6 november 2011

Veinzend liefhebben

Het is vrij gemakkelijk om in gezelschap met een glimlach rond te lopen, complimenten te geven, veren in achterwerken te steken; zeg maar populair liefhebbend te doen. Hoe weet ik nu of dat toneelspel is of dat het eigenlijk toch wel een soort van menens is?
Er bestaat een test hiervoor. Hoe denk en praat ik over diezelfde mensen als ze er niet bij zijn? Als dat gelijk is aan wat ik publiekelijk demonstreerde mag ik ervan uitgaan dat ik aangenaam besmet ben met het 'ongeveinsd liefhebben virus.' Het is niet zo heel erg om daaraan te lijden.
Mocht er echter een duidelijk discrepantie bestaan tussen hoe ik me publiekelijk uitlaat en wat ik werkelijk vind van de mensen waartussen ik me beweeg, dan lijd ik aan het 'geveinsd liefhebben virus.' En dat is vrij ernstig.
Paulus zegt het zonder opsmuk in een klein zinnetje dat verder weinig ruimte laat voor misinterpretatie: "Heb lief zonder te doen alsof" (Rom. 12).
Maar kan het? Bestaat er iets dat we 'pure, authentieke liefde' kunnen noemen.
Is het niet zo dat we de één wat makkelijker ongeveinsd kunnen liefhebben dan de ander? Sommigen maken het je namelijk wel moeilijk om ze lief te kunnen hebben. Wat doe ik daarmee?

Negeren is een optie. Als je tot een iets grotere groep behoort is dat een vrij eenvoudige oplossing. Binnen die groep zijn er namelijk genoeg mensen die wat makkelijk lief te hebben zijn. Het valt niet al te zeer op als ik me tot die groep beperk. Er is een maar hier. Als ik kies voor negeren, is die ander sterker en heeft macht over mij. Niet zo gezond, dunkt me. het helpt mij niet en ook de ander niet.

Confronteren is een andere optie en waarschijnlijk een betere dan die van "net doen alsof". Wat is het in mij of in de ander dat het obstakel tot het niet liefhebben vormt? Het is belangrijk dat ik eerst bij mezelf kijk. Een tijd terug had ik op dit gebied behoorlijke problemen met het liefhebben van een collega. Te pas en te onpas viel hij me lastig met totaal irrelevante vragen, opmerkingen en vooral superlange verhalen waarvan de samenvatting alleen al zelfs de meest energieke persoon in slaap zou wiegen. Op een dag confronteerde ik hem en besloot om het mijn probleem te maken: "Luister, jij doet dit en dat, sus en zo en er is een reden dat je dat doet. Ik kan dat niet veranderen. Echter, ik weet niet hoe ik daarmee om moet gaan. Help me eens." Vervolgens hebben we afspraken gemaakt en het is sindsdien geen probleem meer.

Reflecteren kan ook een gezonde oefening zijn. Niet kunnen liefhebben zegt namelijk vooral iets over mij. De ander kan nog zo'n onmogelijk persoon zijn; het zegt veel over mijn normen en waarden; wat ik acceptabel of normatief vind. En ja, er zijn tal van energiezuigende personen die ook ik liever ontloop; die met een flinke blinde vlek vooral narcistisch of wat dan ook lopen te doen en totaal gevoelloos zijn voor ieder directe en indirecte hint die in de richting van een "dit gesprek is afgelopen" wijst. En dan heb ik het nog niet eens over mijn eigen blinde vlekken die, naar ik hoop in de loop van mijn leven, voor mezelf zichtbaar worden zodat ik er iets aan kan doen.
Liefhebben en aanvaarden dat de realiteit is zoals deze is, gaan hand in hand. Let wel, dit betekent niet dat we hoeven te aanvaarden dat de realiteit blijft zoals deze is. Liefde zet zich in voor verandering. Bij mezelf en bij anderen. Vandaag wil ik daar weer flink aan oefenen.


5 november 2011

Genade als pedagoog (II)

Wel eens een "epifanie" gehad? Ik denk het wel. Het is als je plotseling iets heel scherp ziet wat tot dan toe een beetje wazig, modderig was. Je hebt er lang over nagedacht en dan gaat opeens het licht aan.
Jezus Christus is in het plan van God zijn epifanie voor de wereld. Lang nagedacht en opeens zie je de werkelijkheid en impact van wat God in Jezus heeft gedaan. Niet voor niets dat Jezus het licht van de wereld is.
Jezus is Gods tien dollar biljet in de sombrero (zie blog van gisteren).

De vraag is wat die plotselinge verschijning met ons doet. Hoe verandert het ons?
Paulus zegt dat deze verschijning van Gods genade een opvoedkundig gevolg heeft voor ons leven (Titus 2:11-14). Dat licht gaat niet alleen over ons schijnen; het gaat iets in ons doen.

Twee aspecten:

1) Het leert ons dat we ons moeten afkeren van

  • ons goddeloze leven. God staat vanaf het moment van onze epifanie op ons netvlies gegrift. We kunnen niet langer onbewogen blijven. Ons beeld van God is voorgoed anders. Hij wordt de eerste waar we aan denken. Onze levens; voorgoed veranderd! Godloosheid kenmerkt ons leven niet langer. Godvolheid komt daarvoor in de plaats. Nu moeten we dat niet meteen verwarren met een voortdurend warm en romantische gevoel. De kleinkinderen van de vrouw uit het verhaal van gisteren hadden na verloop van tijd weer honger en het veranderde haar directe werkelijkheid niet. Wat het wel veranderde was de kijk- en denkrichting. Dat is Godvolheid.
  • onze zondige verlangens (passies). Passies zijn neutraal en maken deel uit van Gods scheppingsorde. Zonder het vermogen om honger of trek te voelen, zou ik stoppen met eten. Toegeven aan die passie, of dat verlangen, is wijs. Een verlangen is zondig als ik erdoor geobsedeerd raak en het mijn leven gaat beheersen. Zelfdiscipline is een goede zaak. Dat is best wel lastig in een wereld die ons aanmoedigt om onze passies leidend te laten zijn in het nemen van beslissingen. 
2) De school van God leert me ook het alternatief:

  • Bezonnen, rechtvaardig en vroom leven. Dat is aardige mond vol en dit is dan ook een enigszins glibberig terrein. Er bestaat de neiging om dit te reduceren tot lijstjes met dingen die we moeten doen en als we de meeste onderdelen van dat lijstje af kunnen vinken, doen we het goed. Helaas kent de invulling hiervan een hoog abstractieniveau waarbij het "jij in jouw klein hoekje, en ik in 't mijn" het verder reduceert tot een individuele geestelijke oefening. Alles wijst erop dat deze drie woorden hier midden in de wereld een plek moeten hebben in ons leven. De link naar Jacobus is hier snel gelegd: daders van het woord is hier meer aan de orde dan geisoleerde abstractie. Het verhaal van LaGuardia illustreert niet alleen het principe van genade; het is een tastbaar voorbeeld van hoe we als Godvolle mensen ons in en met de wereld verhouden. 
  • uitzien naar het geluk waar we op hopen. De toekomst trekt als een magneet; motiveert, stimuleert. Niet langer gedreven door magneetje van tijdelijk aard die niet blijven plakken, aspireren we iets hogers: de gelijkvormigheid aan Christus. Onze gebrokenheid mag nooit een excuus zijn om bij de pakken te gaan neerzitten. Verandering is mogelijk. Gods epifanie verandert ons in het hier en nu, van binnen uit terwijl een andere kracht werkzaam is die ons vooruitbeweegt. Da's ook een soortement epifanie.
Ik moest dit even kwijt. Morgenavond spreek ik over dit thema in Carlisle en zoals ik wel vaker doe gebruik ik mijn blog om schetsen neer te zetten en uit te werken. 

4 november 2011

Genade als pedagoog (I)

Genade. Je raakt er niet over nagedacht of uitgepraat. Hoe ver gaat genade? Wanneer kom je op een punt dat je besluit dat het ophoudt? Je trekt toch ergens een grens; die van billijkheid. Iemand eenmaal iets niet toerekenen, dat trekken we nog wel, uiteraard afhankelijk van de ernst van de overtreding.
Er doen tal van legendes de ronde om het principe van genade te illustreren. De meeste behoren tot de categorie "urban legends" omdat niemand met zekerheid kan zeggen of het voorval wel of niet heeft plaatsgevonden.

Een aardige vinden we "The Ragamuffin Gospel" van Brennan Manning.

Links de "little Flower"
Fiorello LaGuardia (1882-1947) was burgemeester van New York City tijdens enkele van de ergste periodes van de Grote Depressie en gedurende de Tweede Wereldoorlog. Hij werd  door de inwoners van New York respectvol  "the Little Flower" genoemd, omdat hij nauwelijks langer was dan 1 meter 50 en altijd een anjer in zijn revers droeg. Tijdens een  koude nacht in januari 1935 ging hij naar de rechtbank in de armste wijk van de stad en stuurde de dienstdoende rechter naar huis en nam zijn plaats achter de rechtbank in. Een haveloze oude vrouw werd voorgeleid. Ze werd beschuldigd van het stelen van een brood. Haar dochter was ziek en haar kleinkinderen ondervoed. De winkelier, van wie ze het brood gestolen had, weigerde de aanklacht te laten vallen en zei: "Het is een echt slechte buurt, edelachtbare. Ze moet gestraft worden om andere mensen hier in de buurt een lesje te leren. In gedachten verzonken zuchtte LaGuardia zuchtte diep. Hij keek de vrouw aan en zei: "Ik moet je straffen. De de wet maakt geen uitzondering - tien dollar of tien dagen in de gevangenis." Maar terwijl hij de straf uitsprak haalde hij een tien dollar biljet uit zijn zak en gooide het in zijn beroemde Sombrero en zei: "Hier is de tien dollar boete en je bent nu vrij om te gaan. Bovendien veroordeel ik iedereen in deze rechtszaal tot een boete van vijftig cent voor het leven in een stad waar mensen een brood moeten stelen, om hun kinderen te eten te kunnen geven." De boetes werden ingezameld en het totaalbedrag aan de vrouw meegegeven.
De volgende dag meldden de kranten dat 47,50 dollar werd overgedragen aan de verbijsterde vrouw die een brood had gestolen om haar hongerende kleinkinderen te voeden. Samen met een zeventigtal kleine criminelen, mensen met verkeersovertredingen, en New York City politieagenten, droeg ook de kruidenier zijn vijftig cent bij, zij het met een rood hoofd! Vervolgens kreeg de burgemeester een staande ovatie.

Hier stopt het meestal. We hebben genade geïllustreerd, vinden dat de wereld daar wel wat meer van kan gebruiken en nemen onszelf voor een tikje genadiger naar anderen te zijn. Ook dient het als illustratie om de diepte van genade die God is, wat zichtbaarder, tastbaarder te maken: wij die het niet verdienden of er aanspraak op zouden kunnen maken, ontvangen gratis het Leven. God spreekt ons vrij. Zijn zoon is de prijs die betaald is voor onze overtredingen.

Een wat lange inleiding maar het is van belang dat we verder kijken. Wat doet genade met de vrouw die in plaats van te moeten dokken of zitten met een smak geld naar huis wordt teruggestuurd. Hoe denkt zij vanaf dat moment over de rechter? Wat dacht ze eerst, en wat denkt ze nu? ik denk dat ik haar ogen en beleving die rechter vanaf dat moment nog maar heel weinig verkeerd kan doen. Ze zal voor de rest van haar leven met eerbied en respect over hem spreken en ik kan me zo voorstellen dat mensen die met haar on contact kwamen vroeger of later heer genade verhaal te horen kregen.

Wat doet de genade meer met ons, verder dan ons vrijkopen en zicht op een hoopvolle toekomst geven? Hoe verandert het mijn leven van vandaag? Daar gaat Paulus op in in Titus 2:11-14.
Om u beste lezer niet ter verliezen, laat ik het nu even hier bij. Morgen het vervolg.

p.s. Is de LaGuardia anekdote een broodje aap verhaal of is het een op feiten gebaseerd verhaal?
Als je nieuwsgierig bent naar het antwoord, lees dan hier.


1 november 2011

Bescheiden denken over God

God uittekenen, wie zou dat niet willen? We erkennen dat het onmogelijk is. Toch proberen we het, waarbij de neiging bestaat om een bepaald ontdekt aspect sterk uit te vergroten en daarmee in alle over- en hoogmoed mee aan de slag te gaan.
Het staat nog op mijn netvlies gegrift. Ergens in 1979 bezocht ik regelmatig samen met enkele vrienden een bijbelstudiegroep. Twee bezoekers waren onlangs de kerk uitgestapt omdat "de dominee niet in de opname van de gemeente geloofde." Ze spraken er schande van en zagen zich genoodzaakt om de kerk de rug toe te keren en de fijne groep van wederomgeboren evangelischen te omarmen. Het isolement waarin ze zich plaatsten en het stigma wat hen werd opgeplakt werd met een combinatie van pijn en vreugde als teken van hun gelijk gezien; het was lijden om Christus wil. Hopelijk hebben ze in de laatste 32 jaar ontdekt dat het op z'n zachtst gezegd een domme en absurde zet was.
In de loop der jaren ben ik, vaker dan me lief is, zoveel gelovigen tegengekomen die op de bressen klimmen voor even zoveel bijzaken en maar zelden gaat dit gepaard met bescheidenheid. In gesprekken klinkt een houding van superioriteit door en ik blijf achter met een sterk gevoel dat ik zojuist ben gestigmatiseerd als iemand "die het niet ziet." Hopelijk bidden deze mensen voor me dat ik mag groeien in inzicht want dat inzicht is iets wat ik chronische tekort kom.
Paulus somt het verhaal van God op: onpeilbaar is zijn rijkdom, wijsheid en kennis, ondoorgrondelijk zijn beslissingen en onnaspeurlijk zijn wegen (R 11:33). Over het plan van God lezend en trachten daar een blauwdruk aan te ontlenen, is onbegonnen werk. Bescheidenheid past ons in ons denken over God, naar de mate van het geloof dat God aan een ieder geeft.
Misschien komt het dat we bescheidenheid verwarren met onzekerheid terwijl we onszelf vertellen dat, als we eenmaal de waarheid hebben ontdekt, we een zekerheid hebben gevonden die z'n vergelijking met enige andere filosofie niet kent en gemakkelijk overstijgt.
En ja, bescheidenheid en onzekerheid zouden best wel eens in elkaars verlengde kunnen liggen. Als ik Hem niet kan peilen, doorgronden of naspeuren, kan me dat onzeker maken. Wat weet ik nu eigenlijk over Hem? Laat ik m'n mond maar houden.

Edoch, temidden van dit alles staat de boodschap van genade en liefde als een onneembaar fort in het tumult, de chaos en de onzekerheid. Terwijl de wereld met haar elementen erop in beukt staat de liefde en de genade ongeschokt.
Die genade en die liefde zijn niet na te speuren, niet te doorgronden en niet te peilen. Hoe diep je ook graaft, ze gaan altijd dieper. Dat creëert verwondering. Hoe kan God dat doen? Is er dan echt plaats voor iedereen?
Ja! zou Paulus zeggen. Wie met de mond belijdt dat Jezus Heer is en met het hart gelooft dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, vindt een zekere en veilige plaats in dat overigens onvernietigbare fort.
Die boodschap verkondigen we. Onbescheiden.
Wat alle andere zaken betreft past ons bescheidenheid.

Het teken van hoop temidden van chaos en talloze vragen
Artist:  Completion Date: c.1963 Place of Creation: France
Technique: gouache, pastel Material: paper Dimensions: 28.5 x 42 cm
Gallery: Musée national Message Biblique Marc Chagall, Nice, France