22 oktober 2011

Allemaal met de kont op de mat

Van de week zag ik hoe Yuri van Gelder zich, door voor een ingewikkelde afsprong te kiezen die niet zo goed afliep; hij ging er bijna bij zitten, ons land niet mag vertegenwoordigen bij de Olympische Spelen van 2012.
Zojuist las ik Romeinen 9 nog eens door. Een van de meest spraakmakende en hete hoofden producerende hoofdstukken uit de Bijbel. We zijn allemaal  te diep door de hurken gegaan en met onze kont op de mat gaan zitten en zijn met z'n allen gediskwalificeerd. Desondanks pikt God er in de geschiedenis mensen uit die toch door mogen. Is dat niet onrechtvaardig? Oneerlijk? Waarom doet hij dat?
Paulus zegt dat het niets te maken heeft met het feit dat de een toch net iets eleganter op zijn kont was gaan zitten dan de ander. Hij kan maar een reden bedenken en dat is Zijn barmhartigheid (:16) en geduld (:22).
Feitelijk had God zich er niet meer mee moeten bemoeien. De wet is duidelijk; wie op zijn gat gaat zitten bij de afsprong, krijgt strafpunten en kwalificeert zich niet. Dat God er desondanks de een wel uitpikt en een ander niet is terug te voeren op de belofte die Hij deed aan Abraham. Die breekt hij niet; een volk talrijker dan dat er sterren aan het firmament staan. Wat maakt dat volk tot een volk? Gods schijnbare willekeur?

Hoe kan ik me toch kwalificeren?
Alles is veranderd door het werk van Christus.
Heidenen (niet Joden) die er niet eens naar streefden om zich te kwalificeren gaan nu toch door (:30).
Op grond waarvan? Geloof!
En dat is het punt van Romeinen 9. Een ieder die het zoekt in een mooie afsprong, komt uiteindelijk toch op z'n kont terecht. De kwalificatie om toch door te mogen gaan (jezelf een kind van God weten), is ons geloof in Christus: het wereldwijde struikelblok. We kunnen niet om Hem heen. Hij is de door God voorgestelde escape uit de genadeloze scherpe wet die ons allemaal diskwalificeert.
Toch is dat geloof dat ons ondanks de wet toch kwalificeert er altijd geweest. Sommigen zagen het, anderen niet. En dat is nog steeds hetzelfde. Velen ontvangen de titel "kind van God" door het geloof en gaan vervolgens toch de afsprong oefenen.
Geloof, Gods barmhartigheid en Zijn geduld zijn elementen die zo diep in het leven ingrijpen dat ze je fier doen opstaan van de mat; je de rug en het hoofd doen rechten en een levende hoop vooruit geven.
Daar kan ik de dag wel mee door!