29 juli 2011

Is verdrukking en vervolging het bewijs?

Regelmatig lees of hoor ik uitspraken in de trant van christenen die geen of nauwelijks te maken hebben met verdrukking en vervolging, zich af moeten vragen of ze eigenlijk wel christen zijn. Jezus heeft immers gezegd dat zijn discipelen in de wereld verdrukt zouden worden, ergo, iemand die niet verdrukt wordt, is dus geen echte discipel.
Het probleem is niet zozeer wat Jezus zegt, maar eerder wat we er als mensen van maken. Wat is die verdrukking? Veelal wordt deze geassocieerd met daadwerkelijke fysieke vervolging of, op z'n minst tegenstand van collega's en familie omwille van het Evangelie.
Nu kun je je afvragen of iemand die de irritatie van anderen oproept door te pas en te onpas zijn geloof uit te dragen op een manier die vergelijkbaar met een niet te stoppen vrachtwagen die een doodlopende weg inrijdt en onherroepelijk tegen de muur aan zal knallen, zich mag beroepen op deze woorden van Jezus: "Zie je wel, ik moet wel een goede christen zijn want ik heb last van tegenstand (dank U, Heer)."
Paulus zegt ook dat "we ons beroemen wanneer we verdrukt worden (Rom. 5:3)."
"Verdrukking" wordt gebruikt voor de barensnood van de vrouw en ook voor de leefomstandigheden van wees en weduwe. Dat plaatst zo'n begrip meteen al in een bredere context.
Iedereen heeft te maken met verdrukking: christenen hebben er niet het alleenrecht op. Soms zijn deze 'moeilijke omstandigheden' tijdelijk van aard maar kunnen ook blijvend zijn (het verlies van een geliefde is blijvend).
Waar Jezus het over heeft, en waar ook Paulus op duidt, is verdrukking die het (in)directe gevolg is van het feit dat iemand een volgeling van Christus is. In deze zin valt verdrukking in Nederland alleszins mee. Zeker in vergelijking met landen waar mensen om het feit dat ze Christus volgen o.a. worden achtergesteld, gediscrimineerd, gestigmatiseerd, gevangen gezet, gefolterd en zelfs gedood.
Verdrukking kent ook verschillende orde van groottes. Als Paulus schrijft dat de gelovigen samen met de aarde kreunen en steunen als een vrouw die moet bevallen (Rom. 8:22-23), reikhalzend uitziend naar de bevrijding: voorgoed tot Gods kinderen gemaakt, dan is dat ook een vorm van verdrukking. Het besef dat de omstandigheden waarin we ons leven leiden, ver van Gods oorspronkelijke plan afstaan mag best tot wat gezonde weemoed leiden. Dat is een verdrukking waarin hoop een belangrijke rol speelt: de zekerheid van een geweldige uitkomst.