18 juni 2011

Gemeenschappelijke grond

Lees hier onze nieuwsbrief

Een visser vist en een duiker duikt. Vissers spreken, evenals duikers, een gemeenschappelijke taal en die taal is de brandstof voor conversaties over beste stekken en plekken, materiaal en, meer inhoudelijk, over beleving en motivatie. Mijn normen en waarden mogen totaal verschillen van die van een collega-duiker, de wereld van het duiken is het portaal dat de weg naar het hart van de ander kan openen.
Nu is het zoeken naar gemeenschappelijke aanknopingspunten een heel gewone zaak in het leggen van contacten met anderen en vrijwel iedereen maakt hier intuïtief gebruik van.
In het buitenland valt het wat eerder op als je een landgenoot tegenkomt. Afgelopen woensdag zat ik met een collega in een wat verder weggestopt restaurant te eten. Het was druk en luidruchtig. Te midden van alle gekakel, Keith uit Amerika en zijn tien collega's vierden steeds luider zijn verjaardag, deden flarden aan Nederlandse zinnen mij opkijken in een poging landgenoten te identificeren en een praatje aan te knopen. Nederlanderschap schept een band, met name in het buitenland. Dezelfde mensen zouden bij van der Valk door mij genegeerd worden, tenzij ze een duikpak zouden dragen.

De apostel Paulus zoekt gericht naar gemeenschappelijke grond als hij in Athene de bewoners aanspreekt op een door hem onder de talloze heiligdommen aangetroffen altaar dat gewijd is aan 'een onbekende god' (Handelingen 17:23); het portaal dat voor sommigen we deur opent naar de weg van Christus (:34).
Religie is een portaal waar zo'n beetje de hele mensheid te vinden is en het is vrij eenvoudig om een gesprek met een vreemde aan te knopen. Het is even zoeken naar de juiste taal maar uiteindelijk is er voldoende gemeenschappelijkheid om tot een constructief gesprek te komen.
Stel je nu eens voor dat er binnen dat portaal van religie een grote groep samenklontert die een eigen taal en codesysteem heeft. Zou ik daar nu wel of niet mee in gesprek gaan? Groot is immers bedreigend. Dolende individuen staan makkelijker open voor het idee dat Jezus De weg, de Waarheid en het Leven is.
Ik hoef het echt niet met de ander eens te zijn. Paulus was dat ook niet. In hetzelfde hoofdstuk lezen we dat hij zich bij aankomst in Athene ergert aan het grote aantal afgodsbeelden. Maar die ergernis ontaard niet in militante actie maar is voor hem aanleiding om zich dagelijks op de markt tot de mensen te richten waar hij met hen spreekt over het goede nieuws aangaande Jezus en de opstanding (Hand. 17:16-18).
De nieuwe taal, door Paulus geïntroduceerd, klink hen maar vreemd in de oren en leidt tot verder onderzoek.

Volgelingen van Jezus zijn vooral wegwijzers te midden van de religieuze kakofonie. De Deur naar de Weg krijgt pas kleur en aantrekkingskracht als mijn medeburgers het levengevende effect ervan zien in mijn leven. Om dat effect te laten zien kan ik niet anders dan me op die gemeenschappelijke grond begeven, zonder te discrimineren of te stigmatiseren.