12 mei 2011

Woorden in de woestijn

Gisteren bladerde ik weer eens door een boek dat ik 24 jaar geleden kocht. Je staat te bladeren, begint te lezen, blijft bij een paragraaf hangen, gaat zitten en kan niet meer stoppen met lezen. Zo'n boek is "40 woorden in de woestijn" van Bernard Rootmensen). Hij gaat in op de vraag wat er aan de hand is met de kerk, geloof en cultuur die alle drie tekenen van 'verwoestijning' vertonen. Welke wegen leiden wel en niet tot heil in de woestijn en wat is de weg tot vernieuwing. Na 23 jaar heeft het boek nog niets aan actualiteit ingeboet. Vooral het vluchtgedrag (naar achter, voren, binnen, buiten, boven, beneden en opzij) dat mensen geneigd zijn te vertonen is zeer herkenbaar. Omdat de weg door de woestijn nu eenmaal niet geplaveid is met waterdichte of eenvoudige antwoorden, is de verleiding groot om deels in ontkenning te leven. dat geldt niet alleen voor de niet gelovige mens. Ook de gelovige heeft de neiging zijn of haar heil in een eenzijdige vlucht te zoeken. Superlatieven zijn gemeengoed maar helpen niet echt. "De Heer heeft met alles een plan," "Lijden heeft zin," "Alles gaat goedkomen," "In de Bijbels staat duidelijk dat..." Met name deze laatste wordt vaak gebruikt als een dooddoener en het elkaar met Bijbelverzen om de oren smijten zou iedere zaak doen vaststaan.
Een staaltje daarvan was gisteren weer eens te zien/lezen op het CIP in een aardig artikel van Andries Knevel over 'twijfel.' Naast een aantal reacties die (gelukkig) getuigen van het vermogen van de mens om toch ietsje dieper na te denken over het leven en de Bijbel in de volle breedte serieus te nemen (in plaats van met een vers de discussie af te hameren hetgeen getuigt van een onvermogen om mezelf los te maken van de rode lolly waaraan ik me al jaren vastklamp omdat de kleur groen me niet aanstaat), is het eigenlijk een vertoning om je voor te schamen.
Mij bevalt de samenvatting van Rootmensen wel als hij in het laatste hoofdstuk "De bloeiende woestijn," schrijft over de toekomst:

De ontwikkelingen van wetenschap en techniek gaan nog steeds razend snel. Morgen is alles weer anders. Futurologen worden daarom ook steeds bescheidener. Je kunt op deze wijze eigenlijk niet veel verder komen dan wat uitspraken op de korte termijn en een aantal vermoedens op de langere termijn. Ik denk ook niet dat we het moeten hebben van bepaalde christelijke toekomstvoorspellers. Te denken valt daarbij aan fundamentalistische christenen van het snit a la Hall Lindsey en de zijnen. Zij hebben weliswaar hun hulpmiddelen danig uitgebreid en geperfectioneerd sinds de komst van de computer. Ze stoppen daar bijbelteksten en krantenberichten tegelijk in en menen zo via bepaalde programmeringen te kunnen bepalen op welk station we zijn aangeland op weg naar Armageddon of naar de wederkomst van de Heer. Maar het door hen gebruikte computerprogramma is echter zeer twijfelachtig en kan elk moment verstoord worden door het computervirus uit Marc. 13,32: 'Maar van die dag of die ure weet niemand, ook de engelen in de hemel niet, ook de Zoon niet, alleen de Vader'. We zullen met een ander, veel opener programma moeten werken.

Bescheidenheid past ons. Realiteitszin moet ons kenmerken. De woestijn kan niet ontkend worden, slechts beleefd. Daarin hebben we elkaar hard nodig. Niet om elkaar zand in de ogen te strooien, kuilen te graven voor een ander of duinen op te werpen. Daar waar Christus onze focus is en ons dus samenbindt, kan het.

Geen opmerkingen: