30 mei 2011

David en Copyright

David, een van de grote liedjesschrijvers in de Bijbel, componeerde niet altijd zelf de muziek. Hij leende muziek van anderen. Zo behoort Psalm 56 gezongen te worden op de wijs van "De stille duif uit de verte," en de volgende op de wijs van "Jaag mij niet de dood in." Psalm 46 heeft dezelfde melodie als "De meisjes," en Psalm 46 en 69 worden als "De lelies" gezongen.
Ik vraag me vaak af hoe dat klonk. Zong men samen of werd er solo gezongen onder begeleiding van bijvoorbeeld snaarinstrumenten?
Bestonden er al muziektheorieën en/of bestond het Oosterse toonsysteem al? Als er in de hemel al gezongen wordt, wat voor maat wordt er dan aangehouden of zal een deel van de eeuwigheid worden geïnvesteerd in een forumdiscussie die moet leiden tot een compromis waar allen zich in kunnen vinden? Ik hoop in ieder geval dat het geen 4/4 is maar bijvoorbeeld 22/16 en 7/4 of misschien wel ongebonden ritmiek waar niet of nauwelijks een patroon in is te ontdekken. Dat gaat nog een interessante discussie opleveren.
Doen de psalmen überhaupt nog mee? Omdat dan alles pais en vree is zal er geen reden meer zijn om bijvoorbeeld Psalm 88 te hoeven zingen.
Muziek en zang in de kerk blijft de gelederen bezig houden. Nu we ons in de evangelische beweging meer richting luisterliedjes begeven zal de discussie zich vooral richten op het meezinggehalte van een lied. persoonlijk zie ik de luisterliedjes wel zitten. "Psalmen voor Nu" zijn prachtige composities maar behoeven een intensief trainingsschema om tot een "onbewust competent" meezingen te komen. Vooralsnog bevind ik me in een "bewust incompetent" stadium en vraagt het al mijn energie om een soort van te snappen hoe het werkt.
Nee, dan geef ik toch de voorkeur aan het luisteren naar mooi uitgevoerde exemplaren middels een goed voorbereide begeleidingsband en begaafde zangers/zangeressen die dat allemaal mooi neerzetten en waar mijn bijdrage in de vorm van het openen van mijn mond en het voorbrengen van keelklanken niets wezenlijks of constructiefs toevoegt; laat mij dan de ogen sluiten en de tekst en muziek haar werk doen. Meezingen zou alleen maar afleiden.

29 mei 2011

Acceptabele roddels

Hoe kun je roddelen over anderen zonder je al te slecht te voelen? Het antwoord is simpel; gebruik een ander woord dat maatschappelijk verantwoord is en getuigt van een enorme betrokkenheid bij en zorg voor een ander.
In plaats van domweg over anderen te praten zonder dat dit een aanleiding heeft (behalve dan dat je de drang om "informatie te delen" niet kunt weerstaan) of een doel dient, denk je van tevoren na welk doel de te delen informatie dient en overtuig je jezelf van het belang om anderen deelgenoot te maken van je informatie. Met anderen woorden, het niet delen van deze informatie kan leiden tot ernstige beoordelingsfouten omdat de ontvanger van de informatie niet hel complete plaatje ziet. Aan jou de eer om te helpen om dat plaatje kompleet te maken.

Dus leid je het in met: "ben je je er bewust van dat die en die..." Van tevoren heb je jezelf overtuigd van jouw verantwoordelijkheid om het bewustzijn van die ander te vergroten.
In het Engels gebruik je "are you aware of...." En wat is een grotere deugd dat het bewustzijn van anderen te vergroten?
De laatste tijd heb ik geprobeerd om informatie die via anderen, over anderen tot mij kwam te analyseren en kan niet anders dan concluderen dat het meestal gewoon om klinkklare roddels gaat. Informatie over anderen waar ik niet beter of rijker van word en die mijn beeldvorming van het slachtoffer ernstig en onomkeerbaar besmet.
Het komt voor dat hele volksstammen iets over iemand weten, terwijl die persoon van dat iets niets weet; niemand die de moeite neemt om het bewustzijn van 'die persoon' te vergroten. Het algemeen voorkomende onvermogen om informatie te verifiëren en zich te laten leiden door eenzijdig verkregen informatie; een verwrongen flard van de werkelijkheid, is destructief voor de persoon in kwestie.

Ik zou het waarderen als mensen naar mij toe zouden komen om zaken die ze over mij horen persoonlijk te verifiëren, met name zaken die tot een negatieve beeldvorming leiden. Goeie dingen over mij zeggen mag altijd. Daar kan ik niet zo mee zitten. En als dat goede een iets te positieve voorstelling van zaken is, zal ik dat niet zo snel willen weerleggen...
Het pijnlijke is dan wel dat ik ontdekt dat er verhalen over mij de ronde doen. Zo besloot een collega een andere collega te vragen naar de informatie die over hem werd gedeeld te verifiëren. Wat je niet zou verwachten is nu toch gebeurd. De collega waarover geruchten werden verspreid vertrouwt nu mijn andere collega niet meer! De "informatie verifiëring" wordt uitgelegd als zou het gerucht een beschuldiging van de eerste collage zijn.
Het blijft een heet hangijzer. Roddels, geruchten. Je kan het maar beter niet willen horen..

"Wie nooit iets fouts zegt, is een volmaakt mens, iemand die zichzelf helemaal in bedwang heeft" (Jakobus 3:2).
"Maar geen mens kan de tong in bedwang krijgen. Ze is een rusteloos kwaad, vol dodelijk gif" (Jakobus 3:8).

27 mei 2011

Ik kan er niet meer in

Ik kan niet meer bij m’n Blog. Misschien dat het via een email wel lukt. Vandaar? Als je dit leest, lukt het dus via een mail.

Gisterenavond laat thuisgekomen vanuit Carlisle. Er was zowel in Engeland als in Nederland veel woei waardoor de vlucht vertraagd.

Drie zeer goede dagen in Engeland gehad. Ik krijg zoveel energie van de ontmoeting en gesprekken met stafleden. Ik heb er dan weer zin in. Vanuit huis werken is ook niet ideaal. E-mails, Skype en gewone telefoontjes zijn misschien wel aardig maar het ontbreken van de onzichtbare edoch onvervangbare non-verbale communicatie elementen die een gesprek tot een echt gesprek maken doen mij toch een beetje wegpieteren.

Nu kan ik er weer eventjes tegenaan.

 

26 mei 2011

Stereotypen

De vrouw zit wijdbeens op de voor haar veel te kleine stoel om haar buitenproportionele buik de kans te geven om voor de stoel langs richting vloer in alle ontspanning te kunnen hangen. Ze zweet en veegt telkens met een tissue transpiratievocht van haar gezicht. Ze klaagt over het eten.
Tegenover haar zit een zwaar opgemaakte 60 plusser met opgehoogd blond haar, strakke legging met als topje de momenteel waar te nemen en daardoor blijkbaar populaire "T-rokje." Zo noem ik het maar bij gebrek aan een beter woord. Ik bedoel een T-shirt dat uitmondt in een soort van minirokje. Het schijnt hip te zijn maar mooi is het echt niet. Naast de buik zit een man. Gewoon postuur, maar wel kaal. In het uur dat ik het gezelschap observeerde heb ik hem niet kunnen betrappen op zelfs maar de kleinste bijdrage aan de conversatie die overal en nergens over ging. De man was duidelijk de sluitpost van het gezelschap.
Naast het T-rokje zit de Mater Familia, even ervan uitgaand dat dit een familie is, al hebben we het hier niet perse over een bloedband tussen de leden.
Dat weet ik omdat ze zwijgend haar portemonnee trekt en voor heel het gezelschap betaald en omdat ze alleen hoog haar heeft en bescheiden is opgemaakt. Bovendien is een gericht woord van deze oudere dame, regelmatig afgevuurd richting de buik en het T-rokje, voldoende om een eind te maken aan de discussie van het dan besproken onderwerp.
In eerste instantie dacht ik de set van Little Britain te zijn binnengewandeld maar er zijn geen camera's te bespeuren.

Naast deze tafel vinden we een gezelschap dat zich in de beste kleren heeft gestoken voor een avondje uit dat bestaat uit een "all you can eat" buffet voor vijf pond, goedkope cola en "all you can eat" custard op de appel/rabarber crumble (zeer aan te bevelen). Waar anders dan in Engeland tref je op de menukaart "gele vla zonder bodem" aan. Fantastisch! En lekker.

Even los van de stereotypen die o.a. bedoeld zijn om groepen mensen over een kam te scheren; hoe komt zo'n vrouw zo ongelofelijk dit, wat gaat er om in het hart van het hoge haar en geen haar? Stereotypen zijn ontsnappingstrucjes om niet verder na te hoeven denken; niet stil te hoeven staan bij de unieke verhalen, noden en tragedies van individuen.

Eerder deze week kwamen we een stereotype tegen bij de apostel Paulus: Alle Kretenzen liegen en denken alleen aan vreten.
Zelf houden we er niet van om gestereotiept te worden en voelen, daar waar we ermee worden geconfronteerd, de neiging om onszelf te verdedigen, te staan voor onze uniciteit. En terecht.

25 mei 2011

Zenas en Apollos toerusten

Je leest er wat snelachtig overheen; laatste regels in een brief van Paulus. Instructies, herinneringen, boodschappenlijstje, Pro Memories; een allegaartje met soms mooie tijd- en cultuurstempels.
"Rust Zenas, de rechtsgeleerde, en Apollos goed toe voor hun reis, zodat het hun aan niets ontbreekt" (Titus 3:13). Reizen toen was een ander verhaal dan reizen nu. Nu denken we er eigenlijk niet zo over na. We stappen in de auto, trein, het vliegtuig, op de boot alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Op onze bestemming aangekomen kopen we dat wat we vergeten zijn om mee te nemen, pluggen onze computer in of pikken een draadloos signaal uit de lucht en zetten ons leven in grote lijnen ongewijzigd voort. Business as usual. Het enige echte verschil is de geografische locatie.
Wat is de tijd veranderd! Niemand die mij toerust op wat voor reis dan ook. Het is allemaal minder spannend. Ook bij terugkeer geen ballonnen en andere fratsen. Koffer uitpakken en normaal doen.
Het doel van de toerusting van Zenas en Apollos: zodat het hen aan niets ontbreekt. Geen verzekeringsmaatschappijen die vertragingen en ongemakken belonen; zelfs zo royaal dat je ongemakken bijna gaat verwelkomen. Dat zou zomaar wat op kunnen leveren. Het schip dat wellicht volgende maand de thuishaven aandoet, heeft plaats moeten maken voor een strak schema dat op vrijwel de minuut nauwkeurig bepaalt welke vlucht wanneer vertrekt en aankomt.
Bizar.
Zo bizar dat we ons leven op de minuut zijn gaan plannen en ons druk, ongerust of boos maken als het transportmiddel van onze keuze een paar minuten of een paar uur te laat is.
Voorbereiden op een reis? Dat hoeft toch allang niet meer...
Ik hoop dat de vulkaan op IJsland uit is, geen ongemak veroorzaakt en dat ik morgen gewoon op tijd, dat is om 17.25, vanuit het vreselijk inefficiënte John Lennon Airport in Liverpool, m'n vlucht naar Amsterdam zal halen.

24 mei 2011

Kretenzen zijn gewoon luie vreters!

Ik vind het boeiend om te lezen hoe Paulus zich kan opwinden over leraars die uit winstbejag allerlei dingen leren die geen pas geven. Hij heeft het over lieden die zich een plek weten te veroveren in de gemeente, geen gezag boven zich dulden en met zinloze praatjes complete gezinnen te gronde richten. Zelfs Paulus verliest zich in een overdrijving door een toen bekende typering aangaande mensen van Kreta aan te halen: Kretenzen zijn leugenaars, gemene beesten en luie vreters.
Paulus draagt op om deze lieden de mond te snoeren en scherp toe te spreken, "...om zo hun geloof gezond te maken." Dit alles is te lezen in Titus 1.
Van luie vreter naar gezonde gelovige kan best wel snel gaan. Niet alles in dit leven hoeft een proces te zijn. Gewoon kappen met vreten! Maar eetgewoontes aanpassen maakt van iemand nog geen gezonde gelovige. Winstbejag duidt om een ziekte die veel dieper gaat en de wortel is van alle kwaad: begeerte.
Om eigen begeertes te bevredigen gaan mensen heel ver. Daar mogen anderen voor misbruikt worden: emotioneel, lichamelijk, geestelijk, sociaal en economisch. Dat onder ogen durven zien en te erkennen dat ook ik besmet ben met het begeertevirus is het begin van mogelijk herstel. Om tot de erkenning "het gaat niet om mij" te komen, is wel een proces. Het proces waarin je het fundamentele besluit neemt om te sterven aan jezelf waardoor er ruimte komt voor de ander en de geest van God. Wedergeboorte is het "uit God geboren worden:" de nemers worden gevers, de verwoesters worden helers.
Titus "moat har de mûle stopje" (Fries). Ik moet regelmatig mezelf de "mûle stopje," als ik mezelf erop betrap teveel met mezelf bezig te zijn en niet op de ander gericht.

Gisterenavond onder de as doorgevlogen. Van Amsterdam naar Liverpool werd in een U vorm gevlogen, in plaats van in een recht lijn. Eerste een heel stuk naar het Zuiden (tot ver in België), toen 90 graden naar het Westen en uiteindelijk een bocht naar het Noorden.
Er stond heel wat woei in Engeland en het (trein)verkeer aardig ontregeld. In het Noorden reden een paar uur lang bijna geen treinen.
Tot en met donderdag besprekingen met de aanwezige HR staf.

23 mei 2011

Primitief geloof

Eigenlijk zou er na 33 jaar volgen van Christus af en toe een aureooltje boven mijn hoofd zichtbaar moeten zijn. Helaas, ik ben nog niet zover of, zoals ik gisteren schreef, ik doe het niet goed genoeg.
Via welk zijweggetje ik er belandde, weet ik niet meer maar de preek over de mantel van de profeet (gisteren in De Terp) mondde uit in een relaas over primitief geloven.
Hoezeer je je ook voorbereid, de actualiteit speelt altijd een rol. De door de mand gevallen en zichzelf tot rekenwonder uitgeroepen valse profeet Harold Camping en het schijnbare gemak waarmee gelovigen zich laten inpakken door eenzijdige en/of valse leringen zou alle gelovigen moeten 'verleiden' tot een primitief geloof: "Door genade zijt gij behouden, ...het is een gave van God."
Dit primitieve, basale geloof, dat zovele miljoenen deed besluiten om dat geschenk in alle eenvoud, dankbaarheid en met lege handen te aanvaarden, wordt vervolgens maar al te graag aangedikt. Dat doen we zelf, of laten ons dat door anderen aandoen.

Is het niet juist dat primitieve geloof, een eenvoudig vertrouwen op die gave van God, dat de volgelingen van Christus samenbindt en waarin de eenheid die Christus wil zien wordt gedemonstreerd?

Binnenkort (12 Juni) gedenken we de uitstorting van de Heilige Geest. Ik spreek dan in mijn thuisgemeente en zie daar naar uit. Zonder het werk van de Geest zou eenheid bij voorbaat een verloren zaak zijn. Maar het is juist het werk van de Geest dat ons keer op keer herinnert aan de kracht die schuilt in dat primitieve geloof. Alleen dat verenigt ons. Al het andere verdeelt.


22 mei 2011

Doe ik het wel goed genoeg?

  1. Ben ik wel heilig genoeg?
  2. Neem ik de Bijbel wel letterlijk genoeg?
  3. Evangeliseer ik wel genoeg?
  4. Twijfel ik niet meer?

  1. Zonder heiliging kan/zal ik de Heer niet zien.
  2. De Bijbel is het woord van God en moet dus de letterlijke waarheid zijn.
  3. Aan de hemelpoort zal mij worden gevraagd: "Hoeveel heb je er mee genomen."
  4. Iemand die twijfelt, roept Gods ongenoegen over zich af.

Zomaar een aantal thema's die op het evangelische erf met regelmaat en nadruk te berde worden gebracht en gemakkelijk een algehele twijfel in het leven van de gelovige kunnen veroorzaken.

  1. Levensheiliging kan verzanden in het idee dat we onze verlossing (deels) moeten verdienen of in ieder geval een glimlach op het gezicht van de hemelse vader moeten zien te krijgen. Onvoldoende heiliging kan God niet anders dan zijn zegen een weinig terugtrekken totdat we er "helemaal voor gaan."
  2. Ieder normaal denkend mens is in staat om een schifting aan te brengen in dat wat letterlijk en dat wat figuurlijk is bedoeld. De literalisten waarover ik eerder schreef, doen zichzelf en anderen veel schade en verdriet aan en stichten verwarring (regelmatig op het domme af).
  3. Evangeliseren kan gemakkelijk verworden tot een taak waarbij niet de verlossing van de mens centraal staat maar ons "turven."
  4. Twijfel en zorgen maken horen bij het leven. Iedereen gaat regelmatig door periodes van twijfel en het zorgen maken waar Jezus het over heeft (over de dag van morgen) wordt te gemakkelijk gereduceerd tot een verbod op enige vorm van zorgen maken dan ook.

Was het geloof maar meetbaar en maakbaar te maken. Dan kon ik u, geachte bloglezer, een cijfer presenteren. Ik heb geen cijfer.
Naarmate mijn reis met de Heer voortschrijdt, kom ik meer en meer terecht in een primitieve manier van geloven waarin geen plaats meer is voor opsmuk, competitie of de drang om "iets voor God te doen." Met name dat laatste is een van de meest pretentieuze uitspraken die ik regelmatig hoor en m.i. getuigt van een vertroebeld beeld van de genade en alle werk en activiteiten die niet onder deze noemer vallen als tweederangs wegzet.
"Iets voor God doen" wordt vaak geassocieerd met christelijk werk. Impliciet wordt daarmee het dualistische wereldbeeld versterkt dat men in niet christelijk werk "niets voor God doet." Althans, het snijdt niet echt hout.
Die primitieve vorm van geloven waarbij "genade" een kleur, vorm en betekenis krijgt die ik nooit eerder gekend heb, is een mooie plaats om te zijn. Het is die genade, in Christus zichtbaar en tastbaar geworden, die de hoop is voor de gehele wereld. Vanuit die genade mag ik leven en een houding ontwikkelen die deze genade vorm geeft in gezin en omgeving.

21 mei 2011

Hoe moet het nu verder met de gelovigen?

Vandaag dus "Judgement Day." Althans volgens meneer Camping en zijn weet ik hoeveel volgelingen waarvan sommigen huis en haard hebben verkocht omdat ze ervan overtuigd zijn dat het vandaag gaat gebeuren.
Nu kunnen we ons verbazen over het schijnbare gemak waarmee de schare volgelingen zich heeft in laten palmen en vervolgens een lange neus trekken als zaterdag voorbijgaat zoals alle andere zaterdagen. Opnieuw duizenden gedesillusioneerden die de draad van hun leven weer op moeten pakken en een antwoord vinden op de vraag waarom ze zich mee hebben laten slepen in een dergelijke valse leer.
Ik stel me de drama's voor die zich afspelen in gezinnen die uiteengerukt en bankroet af zullen spelen. Een aantal zal er wellicht zelf een einde aan maken. De zo stellig vermeende toekomst blijkt een deur naar nieuwe onzekerheid te openen. Moge God de genade geven dat ze zich weten vast te klampen aan Hem zelf!
Een meneer Camping? Die zal zich volgende week of hullen in een stilzwijgen maar omdat er een imperium op het spel staat zal hij met een of ander slap verhaal komen.
Meneer Camping is niet de enige die de goegemeente weet te verleiden om houvast te zoeken aan strohalmen. het geloof is in veel relaties en gezinnen een splijtzwam van de eerste orde. Niet de liefde die verbindt staat centraal maar een of andere manifestatie of eenzijdig accent.
Zonder klepels toch klokken luiden? Het kan eigenlijk niet maar in de naam van God gebeurt het op grote schaal.
Ik vergelijk het geloofssysteem weleens met een biljartvereniging waarin mensen hun levensvullende heil zoeken en hun taalgebruik daarop aanpassen.
Wereldvreemd zijn ze niet langer in staat om zich op een gezonde manier tot hun medemens te verhouden. Voor de goede orde, ik bedoel niet dat alle biljarters wereldvreemd zijn, net zo min als dat voor alle duivenmelkers opgaat.
Jezus vervreemde zich nooit van de mens. Mensen vervreemden zich van Jezus. Overal waar gelovigen zich vervreemden van de mensen om hen heen, is er sprake van een ongezonde of eenzijdige leer. Het stukje leer kan goed zijn maar je moet naar het hele pakket kijken.
Marx heeft eens gesteld dat godsdienst opium voor het volk is. Dat kan het gemakkelijk worden wanneer het accent meer op de leer of het systeem dan op het leven komt te liggen.
Christenen zouden zich massaal achter de oren moeten krabben; is er iets waardoor ik me vervreemd van de mensen om me heen, hun taal niet meer kan spreken? Zo ja, meteen ermee kappen. We representeren namelijk een persoon en niet een leer. Een persoon die voorleefde hoe men liefheeft, niet met de tong maar met de daad en in waarheid. dat is wat anders dan op de bressen klimmen voor een eenzijdig uitgelichte deelwaarheid.

20 mei 2011

Human Resource

Alleen de term al doet de nekharen bij sommigen omhoog staan. In OM besloot een leider eens dat mensen geen resources zijn en dat we die kreet maar niet moesten gebruiken. Sindsdien heeft onze HR afdeling "International Personnel Services." Het gevolg hiervan is dat ik aan jan en alleman moet uitleggen wat "IPS" is. Dat werkt dus ook niet. Een kort "O, dat is onze internationale HR afdeling" stelt menig vragensteller gerust. Niet dat het daarmee uitgelegd is. HR is complex en er bestaan net zoveel definities als dat er bedrijven bestaan.
Heeft een organisatie een HR afdeling nodig? Of kan het volstaan met Personeelszaken? Zaken zoals training, leiderschapsontwikkeling en de zorg voor de ziel kun je immers uitbesteden.
Als antwoord op de vraag of een organisatie een HR afdeling nodig heeft, schrijft Dave Ulrich in Human Resource Champions: "Natuurlijk kunnen we zonder HR-als het faalt waarde toe te voegen en resultaten belemmert. Natuurlijk moeten we HR behouden-als het waarde toevoegt en resultaten oplevert."
Waarde en resultaat. Beter worden in wat we doen en hoe we het doen; dat zie ik als de taak van HR in OM Internationaal. Anders gezegd en in onze context: Het zodanig toerusten en dienen van onze werkers dat ze effectiever hun werk als discipelmakers kunnen doen waarbij de ontwikkeling van het karakter tot Christusgelijkvormigheid centraal staat.
Karakter en effectiviteit, waarbij het accent op het eerste moet liggen.
In de HR wereld wordt nogal wat technische taal gebruikt en kan het accent komen te liggen op procedures en de bewaking ervan.
Maar als de persoon van de werker in beeld komt en centraal staat, is een HR afdeling de toegevoegde waarde van een organisatie. Als wij ons werk goed doen hebben onze werkers plezier in hun werk en geeft dat werk voldoening.
Teren op een roeping, die door veel werkers wordt ervaren, houdt op een gegeven moment op. De geroepene is ook nog mens die niet alleen kan teren op het hemelse maar ook brood nodig heeft. Die twee samen in de gaten houden maakt een HR afdeling effectief.

18 mei 2011

Gedrongen door kwelling

Een derde motief waar Paulus over schrijft en dat de moderne lezer helpt begrijpen waarom hij met zoveel passie en toewijding zijn taak als evangelist uitvoerde is die van "kwelling." In Romeinen 9 lezen we "Er is iets dat me erg verdrietig maakt en me onophoudelijk kwelt: het lot van mijn volk, mijn natuurlijke verwanten. Ik zou wensen, vervloekt te worden en van Christus gescheiden te zijn, als ik ze daarmee kon helpen" (:2,3).
Nou, daar schrijft hij nogal wat. dat gaat best wel ver. Zelf vervloekt te worden van Christus om anderen te redden; wie zegt het Paulus na?
Zou hij misschien een beetje overdrijven om een punt duidelijk te maken? Hij wist toch ook wel dat het onmogelijk is om plaatsvervangend een probleem op te lossen? Bedoelt hij het in retorische zin: "... als ik ze daarmee kon helpen?"
Misschien van alles wel een beetje. Het toont in ieder geval zijn bewogenheid met zijn volksgenoten. Van de drie motieven "Verplichting, Liefde en Kwelling" komt deze laatste het dichtst bij het hart, het wezen van Paulus.
Mozes heeft ook eens zoiets gezegd: "Ik vraag u, vergeef het hun. En als u dat niet kunt, schrap mij dan maar uit het boek waarin u onze namen hebt staan" (Ex. 32:32).
Deze persoonlijke betrokkenheid bij het lot van de naaste komt heel dicht bij het eigen hart. Als een gebed of als een aanklacht. Of beiden. Bij mij is het een beetje van allebei.

16 mei 2011

Gedrongen door liefde

Mijn vorige blog ging in op een van Paulus' motieven om het Goede Nieuws naar Rome te brengen. De "verplichting" waarover hij schrijft is echter niet zijn enige drijfveer. Een drijfveer, of motivatie, is altijd een optelsom van factoren. Al lezend door zijn brieven komen er nog twee motieven aan het licht. Op het derde motief ga ik morgen in. Vandaag nummer twee: "Want we zijn gegrepen door de liefde van Christus, omdat wij hebben ingezien dat één mens gestorven is voor allen. Daaruit volgt dat allen zijn gestorven" (2 Kor. 5:14).
Dat klinkt de Nederlander al wat beter en vriendelijker in de oren dan het motief van "verplichting" of "schuld." Echter, wanneer we het hebben over "liefde" wordt dat als bijna vanzelfsprekend geassocieerd met gevoel. We zien Paulus dan voor ons als een man die overstroomde van liefde voor de verloren wereld. Echter, het gaat hier niet zozeer over een emotie. Paulus heeft het over een daad van liefde die God demonstreerde toen Hij Christus, toen wij nog zondaren waren, naar de aarde stuurde om voor de wereld te sterven.
Niet een innerlijk te voelen liefde, maar een externe daad van een ander motiveerde hem. Gevoelens van liefde zijn grillig. Als ik lekker in mijn vel zit, de wind in de rug heb, is het relatief makkelijk om die liefde te voelen. Er hoeft maar iets tegen te zitten of al die gevoelens vervagen. Daarom is het van belang dat we het filmpje van Gods liefdesavontuur regelmatig opnieuw bekijken. Het telkens weer opnieuw onder de de indruk raken van die onverdiende demonstratie leidt tot een bestendiger motivatie.
Het is een terugkerend thema in talloze films. Iemand doet iets voor een ander; offert iets of zichzelf op uit liefde. Dit maakt vervolgens zo'n indruk op de ontvanger van de altruïstische daad dat het hem/haar voorgoed een ander mens maakt.
Ik heb in mijn leven al heel wat mensen gesproken die wachten totdat God hun harten vult met liefde. Gelukkig gebeurt dat ook wel maar dat is niet de liefde waarover Paulus schrijft. Het is niet de innerlijke, maar een externe bron waar we uit putten!


Marc Chagall. White Crucifixion (La crucifixion blanche). 1938. Oil on canvas. 155 x 140 cm. The Art Institute of Chicago, Chicago, IL, USA. (Olga’s Gallery)

14 mei 2011

Gedrongen door plicht

Daar houden we niet zo van. Plicht, schuld en ik het krijt staan; mijden als de pest. Onafhankelijkheid en zelfstandigheid moeten worden gevierd (hoewel moeten ook zoiets dwingends heeft en ik laat me door niemand vertellen wat ik moet doen; spul telt alleen als je uit de goedheid en welwillend van het hart doen...).
Paulus, de apostel, de ietwat ruige, soms ongevoelige pionier die er gewoon voor gaat, had een verplichting naar anderen toe. In Rom. 1:14 schrijft hij over een verplichten tegenover beschaafde en onbeschaafde, en tegenover mensen met en zonder kennis.
Waar kwam die verplichting dan vandaan? Wie had hem die verplichting opgelegd? Wie had hem opgezadeld met deze schuld?
Het kan zijn dat hij uit hoofde van zijn roeping tot apostel die schuld beleefde als een onderdeel van zijn taakomschrijving en functie. Het werd van hem verwacht. En hoewel hij er niet voor werd betaald hield zijn "ja" tegen het apostelschap een "ja" tegen de verwachtingen daarvan in.
Waarschijnlijker is dat hij zijn schuld ervaart als een morele plicht. Waarschijnlijker omdat hij ook schrijft over een "sterke drang in mij." Een sterke innerlijke drang wordt eerder verbonden met het hart en de moraal dan aan een taakomschrijving.
De morele plicht bestaat hierin dat Paulus, die in zijn confrontatie met Christus de weg naar het leven vond.

Zijn leven lang op zoek van "A naar B," verplicht hem, na het vinden van de Weg om anderen daar deelgenoot van te maken.
Als iemand de weg kwijt is en mij hieromtrent vragen stelt, mag die ander verwachten dat, mocht ik de weg wel weten, ik die ander zo getrouw mogelijk instrueer. De andere in het duister laten tasten (ik heb die weg zelf ook op m'n eentje moeten vinden...) zou immoreel zijn.
Mogen we de verplichting die Paulus motiveerde om naar Rome te gaan om daar het Evangelie te brengen, veralgemeniseren? Kunnen en mogen we stellen dat op alle christenen de morele plicht rust om anderen deelgenoot te maken van de Weg die we hebben gevonden? Ik dacht het wel!
De weg voor onszelf houden is geen optie! We moeten deze delen.

12 mei 2011

Woorden in de woestijn

Gisteren bladerde ik weer eens door een boek dat ik 24 jaar geleden kocht. Je staat te bladeren, begint te lezen, blijft bij een paragraaf hangen, gaat zitten en kan niet meer stoppen met lezen. Zo'n boek is "40 woorden in de woestijn" van Bernard Rootmensen). Hij gaat in op de vraag wat er aan de hand is met de kerk, geloof en cultuur die alle drie tekenen van 'verwoestijning' vertonen. Welke wegen leiden wel en niet tot heil in de woestijn en wat is de weg tot vernieuwing. Na 23 jaar heeft het boek nog niets aan actualiteit ingeboet. Vooral het vluchtgedrag (naar achter, voren, binnen, buiten, boven, beneden en opzij) dat mensen geneigd zijn te vertonen is zeer herkenbaar. Omdat de weg door de woestijn nu eenmaal niet geplaveid is met waterdichte of eenvoudige antwoorden, is de verleiding groot om deels in ontkenning te leven. dat geldt niet alleen voor de niet gelovige mens. Ook de gelovige heeft de neiging zijn of haar heil in een eenzijdige vlucht te zoeken. Superlatieven zijn gemeengoed maar helpen niet echt. "De Heer heeft met alles een plan," "Lijden heeft zin," "Alles gaat goedkomen," "In de Bijbels staat duidelijk dat..." Met name deze laatste wordt vaak gebruikt als een dooddoener en het elkaar met Bijbelverzen om de oren smijten zou iedere zaak doen vaststaan.
Een staaltje daarvan was gisteren weer eens te zien/lezen op het CIP in een aardig artikel van Andries Knevel over 'twijfel.' Naast een aantal reacties die (gelukkig) getuigen van het vermogen van de mens om toch ietsje dieper na te denken over het leven en de Bijbel in de volle breedte serieus te nemen (in plaats van met een vers de discussie af te hameren hetgeen getuigt van een onvermogen om mezelf los te maken van de rode lolly waaraan ik me al jaren vastklamp omdat de kleur groen me niet aanstaat), is het eigenlijk een vertoning om je voor te schamen.
Mij bevalt de samenvatting van Rootmensen wel als hij in het laatste hoofdstuk "De bloeiende woestijn," schrijft over de toekomst:

De ontwikkelingen van wetenschap en techniek gaan nog steeds razend snel. Morgen is alles weer anders. Futurologen worden daarom ook steeds bescheidener. Je kunt op deze wijze eigenlijk niet veel verder komen dan wat uitspraken op de korte termijn en een aantal vermoedens op de langere termijn. Ik denk ook niet dat we het moeten hebben van bepaalde christelijke toekomstvoorspellers. Te denken valt daarbij aan fundamentalistische christenen van het snit a la Hall Lindsey en de zijnen. Zij hebben weliswaar hun hulpmiddelen danig uitgebreid en geperfectioneerd sinds de komst van de computer. Ze stoppen daar bijbelteksten en krantenberichten tegelijk in en menen zo via bepaalde programmeringen te kunnen bepalen op welk station we zijn aangeland op weg naar Armageddon of naar de wederkomst van de Heer. Maar het door hen gebruikte computerprogramma is echter zeer twijfelachtig en kan elk moment verstoord worden door het computervirus uit Marc. 13,32: 'Maar van die dag of die ure weet niemand, ook de engelen in de hemel niet, ook de Zoon niet, alleen de Vader'. We zullen met een ander, veel opener programma moeten werken.

Bescheidenheid past ons. Realiteitszin moet ons kenmerken. De woestijn kan niet ontkend worden, slechts beleefd. Daarin hebben we elkaar hard nodig. Niet om elkaar zand in de ogen te strooien, kuilen te graven voor een ander of duinen op te werpen. Daar waar Christus onze focus is en ons dus samenbindt, kan het.

10 mei 2011

Luchtfietserij

Alles wat Christus heeft beweerd en geproclameerd zou afgedaan moeten worden als luchtfietserij en esoterisch gewauwel, als zijn opstanding uit de dood niet had plaatsgevonden. Het christelijke geloof staat of valt ermee. En dan hebben we het niet over een geestelijke opstanding maar een feitelijke; een ontbindend lichaam dat opnieuw tot leven wordt gewekt en daarmee de dood knock-out heeft geslagen. De dood, die rechtmatig alles en iedereen opeist, moest Christus loslaten; kon Hem niet in zijn wurgende greep houden.
Door die opstanding bewijst Christus de zoon van God te zijn; de waarheid en kracht van zijn woorden bevestigend.
Af en toe speel ik een eenvoudig computerspelletje, dat eigenlijk voor kinderen is bedoeld (een variatie op "bejeweled"). Blokjes en vormpjes moeten van de ene kant van een trechtervorm naar de andere kant van die trechtervorm; het spiegelbeeld van de bovenste vorm. De boven-, en onderkant worden geblokkeerd door een vormpje dat eerst gedeblokkeerd moet worden. Met de juiste combinatie van stenen kan dat. Eenmaal gedeblokkeerd, vallen alle vormpjes van de bovenste naar de onderste helft.
Simpeler kan ik de opstanding van Christus niet voorstellen. Door zijn opstanding is de dood gedeblokkeerd en is er hoop voor iedereen.
De blokkade is opgeheven! Dat moet iedereen weten. Het leven hier op aarde krijgt zomaar een heel nieuw uitzicht en verhoudingen tot God en elkaar veranderen zomaar. De ogen gaan open en er kan weer worden geademd. Wat een uitzicht!
(n.a.v. Romeinen 1:1-7)

Inmiddels ben ik bijna een dag thuis. Wat een heerlijkheid. Mijn lieve vrouw, mijn eigen bed en een onwaarschijnlijke vracht aan e-mail en lijst met "to-do".
Zoveel dat de moed me in de schoenen dreigt. Hellup! Misschien deblokkeren door alles naar de prullenbak te verplaatsen en deze te legen...

9 mei 2011

Wat doe je als je moet wachten?

Een uur of drie, vier vertraging. "Hollands Glorie" heb ik vandaag uitgelezen dus je moet toch wat. Nog maar wat foto's "ingelijst." Nu douchen, scheren en naar het vliegveld in de hoop dat de vertraging niet nog verder uitloopt.







8 mei 2011

Mijmeren over verleden en toekomst

De Clinic zit erop en vandaag reis ik via Bangkok weer terug naar huis. Huis, thuis, vrouw, kind, kleinkind; aangename en het hart sneller doen kloppende woorden. "Oost, West; Thuis Best" is en blijft het hoogtepunt van iedere reis.
De afgelopen dagen veel nagedacht over de vraag of dit is wat ik wil. Het investeren in de geestelijke en intellectuele ontwikkeling is een eerzame bezigheid en ik geloof dat het Gods ontwikkelingsmodel voor de mens is. Tegelijk weeg je dat wat je doet met je leven en werk af tegen het prijskaartje dat er aan hangt. Daar worstel ik regelmatig mee en een waterdicht antwoord heb ik nog niet gevonden.
Het blijft echter, hoe dan ook, een bijzonder voorrecht. Gisteren zaten mijn collega Rick en ik ergens in de buurt van Bangkok op het dak van een hotel te eten. Rick aan de hamburger (hij blijft toch een Amerikaan) en ik aan een stoere Thaise curry. Reflecterend op de afgelopen week konden we niet anders dan onszelf als bijzonder bevoorrecht prijzen. Samen dachten we terug aan een vergelijkbaar moment toen we een jaar of twee terug samen vanuit de woestijn tussen Caïro en Alexandrië naar de sterrenhemel staarden.

Wat is nu de kern? Waarom doe ik wat ik doe?
Ten diepste gaat het om Gods principes voor groei en ontwikkeling. De opdracht die Jezus zijn volgelingen gaf om leerlingen van Hem te maken over de hele wereld is door de kerk al lang en breed gereduceerd tot programma's en "toeval." Slechts zelden kom je kerkleiders tegen die het maken van leerlingen van Christus als praktisch speerpunt, doel en reden van het bestaan van de kerk hoog in het vaandel hebben staan.
Toen ik jaren geleden met vijftien jongeren aan een reis van een jaar begon en nu terugkijk op de waarde van die reis, kan ik eigenlijk niet anders dan concluderen dat dat jaar een van de beste investeringen van mijn leven is geweest. Niet dat het nou zo'n onverdeeld succes was maar toch kan ik niet anders dan zeggen dat het een zeer effectieven investering was.
Dus, waarom ben ik er niet mee doorgegaan?
Daar heb ik de afgelopen week eens flink over nagedacht en speel met de gedachte om dat een speerpunt van mijn leven te maken. Betekent dit dat ik een stap, of enkele stappen dichter terug naar de kerk moet maken? Weg van een leidinggevende functie in OM en focussen op ontwikkeling en training?
Daar moet ik nog wat meer over nadenken maar ik zie dat ik een weloverwogen besluit moet nemen. Begin ik weer met een groep(je)? Dan zal er ook kritiek zijn omdat je in principe alleen met die mensen werkt die echt willen. Hoewel dat betrekkelijk is. Ook voor de aarzelende leerling die nog moet uitvogelen of Jezus de moeite van het volgen waard is, is zo discipelschapstraject een perfecte plaats.
Reacties?

6 mei 2011

Vertrouwen is niet in een blikje te krijgen

Het is een van de meest bekende en populaire bijbelteksten, schat ik zo in: "Wie bescherming zoekt bij de Allerhoogste, in de nabijheid van de Almachtige verblijft, hij kan zeggen:‘U bent mijn schuilplaats, mijn vesting. Mijn God, ik vertrouw op u.'"
Vertrouwen heeft iets ongrijpbaars. Het is meer dan iemand aanmoedigen: "vertrouw nou maar, vertrouw nou maar!
En toch wil je het pakken.
Het is niet iets dat je in een blikje kunt kopen of van een ander kunt krijgen. Je kunt er over lezen, het principe begrijpen, maar dat maakt nog geen ervaringsdeskundige van je.
Vertrouwen lijkt iets te zijn dat je slechts leert door te doen. En hoe doe je dat dan? Als alle andere mogelijke opties zijn uitgeprobeerd en werkeloos gebleken sta je voor dat donkere ravijn van onzekerheid; kan dat wat ik niet zie, mij toch dragen? Kan dat wat zo ontastbaar lijkt toch aanraakbaar zijn?
Vertrouwen is die innerlijke berusting dat Hij die zover weg kan lijken, er altijd is; dat Hij die het wereldgebeuren z'n beloop lijkt te laten met slechts een woord die loop kan wijzigen.
Vertrouwen is als je 's-avonds in de duisternis langs de kabbelende zee loopt, en je druk kan maken om van alles en nog wat, omhoogkijkt naar de sterren, diep van voldoening kan zuchten en zeggen: U bent de baas en weet wat U doet. Wonderlijk dat die allerhoogste zo klein besloot te worden dat we bijna zouden denken Hem te kunnen begrijpen. Maar daar is Hij dan weer net even te groot voor. Het mysterie blijft en in het midden daarvan blijft Hij dragen door Zijn kracht.

Deze week zijn twee deelnemers aan een van onze korte acties in Africa overleden. Malaria is en blijft een moordenaar. Kenden ze de gevaren? Wisten ze wat het betekende om naar een land te gaan met zo'n hoog risico om Malaria op te lopen? Hebben ze dat potentiële gevaar af kunnen wegen tegen hun besef van roeping?

5 mei 2011

Klasje 2012

Hier is dan het bewijs dat er echt een Mentoring Clinic in Mei 2011 heeft plaatsgevonden. Nog een dag en de deelnemers keren weer huiswaarts.
De Aziatische "pose" van de drie lesverzorgers is afgedwongen door de deelnemers.




4 mei 2011

Geen droge draad

Het zou zomaar eens de heetste dag kunnen zijn van deze week. Om zeven uur kwam ik terug van een lange wandeling en heb geen droge draad meer aan mijn lijf. Gaan we in Nederland naar binnen op op te warmen, hier ga je naar binnen om af te koelen.
Dag drie van de Clinic begint over anderhalf uur. Dit is de "zwaarste" clinic sinds we er jaren gelden mee zijn begonnen. Dat heeft maar weinig te maken met de groep. Het is vooral die betegelde 100 vierkante meter met glas aan drie zijden en geen airco. De ventilatoren staan op maximaal te horren en geluiden van buitenaf kunnen zich ongestoord mengen met de reeds aanwezige kakofonie van krekels, kikkers, karaoke en wat dies meer zij.
Het is voor iedereen een opgave om zich te kunnen concentreren. Alles aan de accommodatie is perfect, slechts de verdraaide samenkomsthal is een constructiefout. We zullen het er mee moeten doen. Gisteren getracht om een enkele sessie in de bieb te doen maar dat was geen onverdeeld succes. Het bijna op elkaar zitten vanwege de beperkte ruimte doet de temperatuur nog eens extra omhoog klimmen.
Los hiervan is het allemaal prima.
Hoor mij nu toch eens klagen terwijl ik daar niet al teveel redenen toe heb. Ik wilde het toch even noemen.
De Heer is goed en opnieuw raak ik deze week overtuigd van het belang om veel bewuster te investeren in de groei en ontwikkeling van anderen. Het is Gods ontwerp voor ons dat we met elkaar en van elkaar leren.

Hieronder een selectie van de oogst van deze morgen.








3 mei 2011

Suiker voor de doden

Je ziet ze overal; altaren waar mensen wierook branden en etenswaren en drank voor de doden offeren. Ik probeer me te verplaatsen in dat wereldbeeld en het lukt me niet. Wij zouden het zonde van de tijd en middelen vinden. In het Westen offeren we liever aan de levenden, met name onszelf. Een glaasje prik voor de doden? Schenk voor mij nog een neut in, Henk.
En Henk schenkt wel, want het betekent leven, een toekomst voor zichzelf.
De doden vereren? Dood is toch dood en een glaasje ranja veranderd daar niets aan.
Maar we zien het overal. Mensen die zich vastklampen aan strohalmen die hopelijk tot in het hiernamaals reiken.
Maar wat is waar? Wie heeft er gelijk? De opgestane Heer en Zijn Geest getuigen van een werkelijkheid die zijn weerga niet kent.
Genade is ongrijpbaar; kun je niet zichtbaar maken dan alleen door het werk van Zjjn Geest in en door ons. Het is meer dan een verhaal. Het is Leven!


2 mei 2011

Thailand, 23.15. Alles voor jezelf?

De eerste dag van de clinic zit erop. Ondanks de warmte, het lawaai van de vele ventilators die de warme, drukkende lucht in beweging brengen en de illusie van verkoeling brengen, de grote zaal die rondom betegeld is en elk geluidje talloze malen versterkt, echter onvoldoende om een stem zonder enige stemverheffing verstaanbaar te maken, hebben we het eind van de dag gehaald zonder ook maar een van de deelnemers te zien wegvluchten naar hun verkoelende kamers die wel airconditioning hebben.
Het is een groot voorrecht om te werken aan een basis die ertoe leidt dat de deelnemers bewuster, gerichter en doelmatiger gaan investeren in de levens van anderen. Iedereen die in gesprek is met een ander is altijd bezig met het beïnvloeden van die ander. Als je nu dat proces van beïnvloeding bewuster wil gebruiken, waar moet je dan op letten? Naast de basisbeginselen zoals luisteren, het stellen van goede vragen, het creëren van "rapport," gaat het ook om het herkennen van de stappen in het proces, het begrijpen van de verschillende leerstijlen en temperamenten maar vooral het ontwikkelen van een gereedschapskist. Het juiste gereedschap voor de juiste situatie is van groot belang. Als je alleen een hamer hebt ga je alles namelijk als een spijker zien en behandelen.
De culturele implicaties zijn van belang. Met deelnemers uit India, Maleisië, Thailand, Nepal, de Filippijnen, Singapore, Myanmar, Engeland en Australië en de drie facilitators (bij gebrek aan een goed Nederlands woord) uit Amerika, Duitsland en Nederland moet veel ruimte worden ingebouwd voor gesprekken over culturele relevantie, verschillen en (universele) overeenkomsten en principes.
Een van de uitgangspunten is dat we in de Bijbel het principe vinden dat we geschapen zijn voor God en elkaar en dat we in ons leven niet alleen maar leren en verzamelen voor onszelf maar met de bedoeling om de levens van anderen te verrijken. Een leven dat in het teken staan van verzamelwoede dat slechts het zelf kietelt, leidt onherroepelijk tot eenzaamheid en ongeluk.

In Prediker vinden we een passage dat de spijker op z'n kop slaat: Iemand is helemaal alleen. Hij heeft zelfs geen zoon of broer, maar toch zwoegt hij almaar door en wordt zijn dorst naar rijkdom nooit gelest. Voor wie beult hij zich zo af en ontzegt hij zich de genoegens van het leven? Ook dat is enkel leegte en een trieste zaak. Je kunt beter met zijn tweeën dan alleen zijn, want – dat is zeker – samen zwoegen loont. Wanneer twee vrienden samen zijn en een van beiden valt, helpt de ander hem weer overeind, maar wie alleen is en ten val komt is beklagenswaardig, want hij heeft niemand die hem op de been helpt. (Prediker 4:8-10)

Thailand, 7 AM

Het leven begint hier vroeg. Om zes uur komt het allemaal aardig op gang. Op en om het strand wordt vis en kip op vuurtjes geroosterd en vissers komen terug met hun vangsten. Een enkeling begint de dag met een modderbad. Een moeder heeft samen met haar dochter al een vroeg zoutwaterbad genomen en is op weg naar andere verplichtingen. De eb legt de vele vissersbootjes voor uren vast, wachtend op het nieuwe tij dat weer nieuwe vangsten.
En wij? Wij gaan ontbijten en dan om negen uur beginnen met de Clinic. Ik heb er zin in.





1 mei 2011

Het leven is een pluisje

"Het leven is een pluisje. God blaast het van Zijn hand, maar wie een eeuwigheid geworsteld heeft om uit het paradijs te blijven schrikt toch, wanneer er op hem geschoten wordt" (Jan de Hartog in Hollands Glorie).
Als je dan toch naar het plafond ligt te staren kun je net zo goed aan een Nederlandse klassieker beginnen. Mijn E-reader heeft er genoeg in het geheugen zitten om jarenlang vooruit te kunnen. Een boek moet je pakken. Hollands Glorie doet dat. Maar je moet het even de tijd gunnen om dat met je te doen. Een vrije zondag met geen enkele verplichting helpt. Een balkonnetje en een lekker briesje, een aardige stoel en een mok verse koffie vullen de verdere randvoorwaarden in om tot een aangename leeservaring te komen verder in.
De deelnemers aan de Mentoring Clinic druppelen vandaag binnen en we hopen dat ze allemaal zonder verdere complicaties uit verschillende windrichtingen de Juniper Tree kunnen vinden.
Er zijn van die momenten dat een overweldigend gevoel van dankbaarheid me overvalt. Dit is zo'n moment. Ik schrijf er wel vaker over en weet dat ik hiermee in herhaling val, maar ik ben een bijzonder bevoorrecht mens.