5 maart 2011

Vosjes vangen

'Vang voor ons de vossen,
vang die kleine vossen.
Ze vernielen de wijngaard,
onze wijngaard vol bloeiende ranken.' (Hooglied 2:15)

We reden door de maanloze nacht over de eindeloze hectaren akkerland in Zuid Australie. Jason reed. Isaac, Ruben en ik stonden in de bak van de pick-up truck. Met de ene hand hielden we ons vast aan de dakrand en met de andere hand hielden we onze geweren vast. "Stop, een vos," riep Isaac. Ruben en ik zagen alleen maar duisternis maar toen we beter keken zagen we op zo'n twee-, driehonderd meter afstand twee hele kleine gele rondjes in de weerkaatsing van het licht van de de schijnwerper. De auto stopte, de kleine gele rondjes stopten ook. Isaac legde aan en schoot. Dag gele rondjes.
Het zou ons nooit zijn opgevallen. Onbekend met het terrein en onbekend met welke gele rondjes er wel en niet thuishoorden waren we afhankelijk van Isaac, de expert, die op de boerderij is opgegroeid en het terrein en de verschillende rondjes kan onderscheiden. dat was wel belangrijk want toen Ruben even later ook wat geelachtige rondjes zag en aan wilde leggen, hield Isaac hem tegen omdat "de buurman het niet zou waarderen als we een van zijn schapen doodschieten." Ik zal verder geen opsomming geven van de totale buit van die nacht. Sommige tere zielen zouden dat niet kunnen verdragen.

Wat staat er tussen mij en De Liefde. In een ideale wereld staat de wijngaard vol bloeiende ranken. Een gebroken wereld is bezaaid met "kleine vossen." In mijn leven kom ik kleine en grote vossen tegen. Soms herken ik ze niet en moet een ander me op de twee kleine gele rondjes wijzen. Maar vaker herken ik ze wel. Soms wil ik ze vangen en andere keren laat ik ze gewoon hun gang gaan. Naarmate ik bekender raak met mijn omgeving, de wijngaard, neemt het vermogen om uitheemse zaken te herkennen ook toe. Wat uitheems is, moet worden opgeruimd. Mijn bekendheid met het terrein hangt af van de mate waarin ik de kaart ervan bestudeer en er, al rijdend, tijd in doorbreng. Daar heb ik niet altijd zin is en voordat ik het weet is de vossenfamilie groter geworden.

De man en de vrouw, die in het Hooglied De Liefde bezingen en verkennen, beseffen dat er tussen hun werkelijkheid en ideaal vossen rondlopen. Ze laten zich gelukkig niet zo gek maken dat ze hun ogen sluiten voor de werkelijkheid. Die wordt herkent, benoemd en, waar nodig, actie op ondernomen.